Materiële vereisten: voorwaarden om te mogen trouwen:
Een huwelijk wordt gesloten tussen 2 personen.
Mogen niet al getrouwd zijn, geen geregistreerd partner.
Moeten allebei meerderjarig zijn.
Willen beide het huwelijk aangaan (moet zichtbaar zijn voor anderen).
Geen bloedverwanten / tweede graad (broer/zus).
Schijnhuwelijk: een huwelijk dat niet om de liefde draait.
Tegengaan schijnhuwelijken: voor personen die willen trouwen met een buitenlandse partner,
speciale regels.
Voorafgaande formaliteit: de personen moeten min. 14 dagen en max. een jaar tevoren
het voornemen tot een huwelijk kenbaar maken aan de ambtenaar van de burgerlijke
stand bij de gemeente waar zij het huwelijk willen sluiten.
Stuiten huwelijk: als een voorgenomen huwelijk wordt tegengehouden, omdat het niet aan de
eisen voldoet of als het lijkt op een schijnhuwelijk.
Huwelijksvoltrekking: door de ambtenaar van de burgerlijke stand in de aanwezigheid van de
getuigen (min. 2 max. 4). De aanstaande echtgenoten zeggen dus ja tegen elkaar.
Ja-woord: als het Ja-woord wordt gezegd komt het huwelijk tot stand (ook als vlak daarna de
partner komt te overlijden).
Beperkte wettelijke gemeenschap van goederen: beperkt alle goederen die voor het
huwelijk al van de echtgenoten gezamenlijk waren en datgene wat tijdens het huwelijk door de
echtgenoten wordt verworven. Het vermogen dat de echtgenoot had voor het huwelijk (schulden &
bezittingen), blijft privévermogen (ook schenkingen & erfenissen). Voorhuwelijks opgebouwde
pensioenrechten vallen buiten de gemeenschap.
Onderneming: blijft buiten de gemeenschap. Wel komt de gemeenschap een redelijke
vergoeding toe.
Verschuiving vermogen:
Een goed blijft privé, als bij aankoop meer dan de helft van de prijs, uit
privévermogen komt.
Komt wel binnen de gemeenschap, als minder dan de helft van de prijs wordt
betaald.
Bestuursbevoegdheid: als goederen in de gemeenscha vallen, mag elke partner
apart over het goed een besluit nemen (schilderen, verkopen). BEHALVE als het
privévermogen is/onder naam.
Huwelijks voorwaarden: dan maak je zelf afspraken wat wel en niet tot het gemeenschappelijk
vermogen hoort. De notaris legt deze vast (notariële akte ingeschreven in het
huwelijksgoederenregister).
Als er geen bewijs is van goederen, wordt de prijs door de helft gedaan.
Verrekenbeding: wordt afgesproken hoe inkomen en vermogen worden verrekend.
Periodiek verrekenbeding: periodiek wordt het inkomen van beide partners – de kosten
van huishouding & opvoeding van kinderen, gelijk over de echtgenoten verdeeld.
Finaal verrekenbeding: vindt aan het einde van het huwelijk een eenmalige afrekening
plaats.
, Paragraaf 2 verplichtingen huwelijk
Verplichtingen naar elkaar tijdens het huwelijk:
Huishoudelijke zaken: uitgaven aan boodschappen, schulden van huis: elektriciteit, water &
gas.
Interne verhouding: dat echtgenoten verplicht zijn elkaar het ‘nodige’ te verschaffen
(onderhoudsplicht). Verzorgen van minderjarige kinderen (en/of adoptie-, stief- en pleegkinderen).
Draagplicht: de kosten van het huishouden (verzorging kinderen), wordt verdeeld over beide
echtgenoten.
Fourneerplicht: het geld om de kosten van het huishouden te betalen, moet door de
echtgenoten ter beschikking worden gesteld.
Nihilbeding: wordt overeen gekomen dat één van de echtgenoten niet bijdraag aan de kosten
van het huishouden.
Verhouding met derden: de echtgenoten zijn ieder aansprakelijk voor de gewone
huishoudelijke schulden.
Echtgenoten zijn beiden aansprakelijk voor de gewone huishoudelijke schulden
voor gekochte goederen & diensten. (verkoper mag de rekening naar de andere
partner sturen)
Vergoedingsrechten en -plichten: de vergoeding die de ene echtgenoot krijgt van de andere
voor het gebruik van privévermogen van de ander.
Beleggingsleer: het voorkomen dat de andere echtgenoot deelt in de waardestijging of – daling
van een goed.
Berekenen beleggingsleer
Handelingen waar toestemming van nodig is van de partner:
- Handelingen die gevolgen hebben voor de woning & inboedel ( verkopen,
verhuren, lening).
- Giften (behalve verjaardagcadeaus (onder een bepaald bedrag 😊))
- Lenen aan anderen (borg / zekerheidsstelling)
- Overeenkomsten met koop op afbetaling / huurkoop. Paragraaf 3
beëindiging huwelijk
Beëindiging huwelijk: 1. Overlijden 2. Vermissing partner (waarschijnlijk
overleden) 3. Scheiding van tafel & bed (gescheiden, maar nog wel volgens de
wet getrouwd) 4. Echtscheiding.
Duurzaam ontwricht: enige reden tot echtscheiding. Binnen het huwelijk is het zo lastig
geworden dat het niet meer mogelijk is om langer bij elkaar te blijven. De rechter zal na enkele
formaliteiten de echtscheiding uitspreken.
Ontbinding gemeenschap van goederen:
- Bij overlijden van een van de echtgenoten (tijdstip van overlijden).
- Echtscheiding door de rechter (tijdstip van indienen verzoek
echtscheiding).
- Scheiding tafel en bed (tijdstip indiening verzoek).