Formuleblad (leren(krijg je niet!!))
GCK = TCK : Q G= gemiddelde
GTK – GVK = GCK C= constante
MO = MK K= kosten
MO = P = GO T= totale
(MK = GVK) Q= aantal producten
TW = TO – TK V= variabele
= (P – GTK) Q M= marginale (extra)
= P x Q – GTK x Q O= opbrengst
TO = P x Q P= prijs
TK = TVK + TCK W= winst
= GTK x Q TCK = (GTK – GVK) x Q
TVK = GVK x Q GW = TW : Q
GO = TO : Q = P = GO - GTK
GVK = TVK : Q GCK = TCK : Q
GTK = GVK + GCK break-evenpunt GO = GTK
Hoofdstuk 1: kosten en opbrengsten
afzet van een onderneming
marktaandeel van de afzet = x 100 % (afzet kan ook
afzet van de totalemarkt
omzet zijn in de formule)
omzet = Prijs x (Q)aantal producten verklaring hoger omzet % = hogere prijs dan
gemiddeld
variabele kosten: Kosten die veranderen als de productieomvang verandert.
constante kosten: (= vaste kosten) Kosten die niet veranderen als de omvang van de
productie/afzet verandert.
Voorbeelden: v; benzine/aantal gereden kilometers. c;
verzekeringskosten/loonkosten.
Lijnen tekenen: TVK, TCK en TK; GVK, GCK en GTK
totale kosten(TK )
gemiddelde totale kosten(GTK )= break-evenpunt
afzet ( q)
GO = GTK
MO = MK maximale behaalde winst mogelijk
MO > MK TW: toenemen GVK stijgen (MK > GVK) progressief
variabele kosten
MO < MK TW: afnemen
GVK dalen (MK < GVK) degressief variabele
MO = MK TW: gelijk blijven kosten
: totale winst is GVK gelijk blijven (=) proportioneel
, Hoofdstuk 2 – verzekeren tegen risico
Wanneer vertoont iemand risico-aversie gedrag: r-a; Een hekel hebben aan het lopen
van risico, uit angst sluiten ze verzekeringen af.
Verwachte schadebedrag = de kans op schade x het schadebedrag (€100 x 1%
= €1)
Verzekering: Overeenkomst tussen een verzekeraar en een verzekerde waarbij de
verzekerde een bedrag betaalt ( premie) aan de verzekeraar die in ruil hiervoor de garantie
geeft dat in geval van schade de verzekerde deze schade vergoed krijgt.
Premie = kans op schade x de gemiddelde hoogte van de schade
averechtse selectie: Houdt in dat de mensen met een hoog risico (‘slechte risico’s’) zich
wel verzekeren en de mensen met een laag risico (‘goede risico’s’) niet. Terwijl een
verzekeraar goede risico’s wil, selecteren ze onvoorzichtige personen. Voor voorzichtige of
risicomijdende mensen zullen de kosten van verzekeren hoger zijn dan de verwachte
uitkering.
Asymmetrische informatie: De ene partij beschikt over meer informatie dan de andere partij.
Doet zich bijvoorbeeld voor bij verzekeringen wanneer de ene partij meer weet (van de kans op
schade) dan de andere partij.
Moral hazard: moreel wangedrag. Het gevaar dat mensen of instellingen zich achteloos en
onverantwoordelijk gaan gedragen, als ze toch zelf niet opdraaien voor de kosten.
Hoe kan averechtse selectie bestreden worden: door iedereen te verplichten zich te
verzekeren collectieve dwang. De goede risico’s moeten zich dan ook verzekeren premie
blijft lager! OF: premiedifferentiatie; bonusmalusregeling, je krijgt een bonus omdat je niet
claimt.
Hoe kan moral hazard bestreden worden: Eigen risico, bij schade moet de verzekerde
eerst zelf een bedrag betalen. OF bonusmalusregeling.
Transactiekosten: Alle kosten die worden gemaakt om “een verzekering” te realiseren en na
te leven.
Hoofdstuk 3 – vraag en aanbod
complementaire goederen: Goederen die elkaar aanvullen. Bijvoorbeeld benzine voor een
auto, batterijen voor rekenmachine. Deze producten horen bij elkaar.
Substitutiegoederen: Goederen die elkaar kunnen vervangen. Bijvoorbeeld de trein kan
vervangen worden door; de auto / het vliegtuig…
Betalingsbereidheid: het maximale bedrag dat een persoon wil betalen voor een
product.
Consumentensurplus: Het bedrag dat de consument aan voordeel heeft omdat de prijs
lager is dan zijn betalingsbereidheid. Vraaglijn tekenen
Welke factoren hebben invloed op de vraag naar een product: