Hoofdstuk 1: Inleiding: visie op goed onderwijs 4 pijlers
Pijler 1: positief en verbindend leef – en leerklimaat
Een veilige, warme klas vormt de basis voor leren. De leerkracht bouwt
authentieke, empathische relaties op en creëert een omgeving waarin kinderen
zich emotioneel veilig voelen en durven deelnemen.
Pijler 2: didactisch meesterschap: kwaliteit van instructie, vraagstelling,
interactie…
De leerkracht is de motor van het leerproces. Duidelijke, gestructureerde
instructies, het activeren van voorkennis, betekenisvolle voorbeelden, sterke
vraagstelling en gerichte feedback zijn essentieel om effectieve leerwinst te
realiseren. Het leerproces wordt nauwgezet opgevolgd.
Pijler 3: rijk milieu en initiatiefruimte
Kinderen hebben een natuurlijke exploratiedrang. Een krachtige leeromgeving
biedt rijke materialen, kansen tot samenwerking en ruimte voor initiatief. De
leerkracht speelt mee, denkt mee en ondersteunt vanuit de interesses en
diversiteit van de kinderen.
Pijler 4: effectief klasmanagement en - organisatie
Sterk onderwijs kan enkel plaatsvinden wanneer de leerkracht structuur, routines
en duidelijke organisatie biedt. Dit zorgt ervoor dat kinderen optimaal kunnen
leren en ontwikkelen.
Hoofdstuk 2: De leraar als begeleider van ontwikkelingsprocessen: KRACHTIG
BEGELEIDEN
Krachtig begeleiden = het voortdurend inzetten van kwaliteitsvolle
interactievaardigheden op elk moment van de dag en in verschillende contexten
Waarom kwaliteitsvolle interactie?
Kwaliteitsvolle interactie
- Stimuleert taalvaardigheid via rijk taalaanbod, veel spreekkansen en
rijke feedback
- Tilt interactie naar een hoger denkniveau
- Versterkt communicatieve vaardigheden (bv: beurt afwachten,
luisteren…)
- Geeft een boost aan onderzoekend spel: aandacht richting, spel
structureren…
Taalvaardigheden - Taal begrijpen en zelf actief gebruiken
- Taalbetekenis: nieuwe woorden leren kennen
- Taalvorm: correct articuleren, werkwoorden
vervoegen..
- Taalgebruik: meedelen, vragen, beschrijven,
antwoord..
1
,Denkvaardigheid - Redeneren, denkproces verwoorden
Argumenteren, plannen, problemen
oplossen, oorzaak en verband zoeken,
ordenen
Communicatieve Leren beurt afwachten, luisteren, bij onderwerp
vaardigheid blijven…
Onderzoekend spel Aandacht richten, onderzoek en spel structureren.
kennis van de wereld
Basisvoorwaarden voor krachtig begeleiden
Positief en veilig leerklimaat
- Geen spreekdwang: niet verplichten om te spreken, uitnodigen mag wel
- Leerkracht en kleuter zijn gelijkwaardige gesprekspartners: ooghoogte
- Ruimte voor eigen initiatieven van kleuters
Betekenisvolle opdrachten
- Functionele opdrachten = herkenbaar en bruikbaar in dagelijkse leven
Voorbeeld: kleuters zomaar tot 10 laten tellen is minder functioneel dan
kleuters de aanwezigen in de kring te tellen.
- Uitdagende opdrachten = sluiten aan bij de zone van de naaste
ontwikkeling
Voorbeeld: een thema kan minder of meer uitdagend zijn, afhankelijk van
de leeftijd. Een kleuter van 3 vindt ontbijtgewoontes leuk, voor een 5 –
jarige is dat logisch.
3 interactiemiddelen
- Taalaanbod: de taal die de leerkracht gebruikt, dient als model voor
kleuters
- Taalruimte: de ruimte die je kleuters geeft om gedachten en ervaringen te
delen
- Feedback: de reactie op wat kleuters inbrengen om het leerproces te
bevorderen
Interactiemiddel 1: taalaanbod
Gebruik van rijk - Gebruikt correcte, rijke taal geen
taalaanbod kleutertaal
- Leg moeilijk woorden uit ipv te
vereenvoudigen
- Bied schooltaal aan (bv: sorteren,
grootouders)
- Herformuleer en breid uit wanneer kinderen
2
, taal missen
Gebruik begrijpelijke taal - Gebruik visuele ondersteuning: gebaren,
prenten…
- Trager praten, intonatie en articuleren
- Een synoniem geven of kort uitleggen
- Herhaal veel
- Kernachtig en duidelijk formuleren
Zorg voor betrokkenheid - Aansluiten bij de ervaringen van kleuters
bij de kleuters - Voorkennis activeren
- Materialen gebruiken
Interactiemiddel 2: taalruimte
Hoe creëer je taalruimte?
- Vertrek vanuit een rijk basisaanbod
- Start met open vragen
- Betrek de leefwereld van kleuters
- Vraag door
- Luister actief
- Vertel een eigen anekdote
- Door prikkelende beweringen
- Betrek de andere kleuters in het gesprek
- Voer gesprekken in kleine groep
- Bereid je vragen voor
Interactiemiddel 3: feedback
Soorten feedback - Waarderend: versterkt zelfvertrouwen
- Bijsturend: corrigeert fouten
- Impliciet: correcte herhaling
- Expliciet: uitleggen, voordoen
Andere vormen - Verheldering vragen
- Samenvatten
- Zinnen uitbreiden met nieuwe elementen
De gesprekshand
Interactievaardighe Betekenis Waarom
id
Doe – impulsen Kinderen actief laten onderzoeken - Stimuleert onderzoek
door materiaal te manipuleren. - Stimuleert initiatief
- Waarneming
verwoorden
- Kinderen leren door
doen
Ervaringsvragen Aansluiten bij de leefwereld, - Beginsituatie inschatten
voorkennis, vorige activiteiten of - Betrokkenheid verhogen
vorige ervaringen van kleuters zorgt - Verbondenheid creëren
3