Hoofdstuk 1: planten en zwammen in de herfst
Het blad
Delen van een blad
- Bladschijf: samengesteld uit nerven en bladmoes
- Bladsteel blad zit ermee vast aan de stengel/tak
- Bladoksel = hoek tussen bladsteel en tak
- Steunblaadjes = aan beide kanten van bladsteel zijn 2 blaadjes ingeplant
- Nerven = vaatbundels waardoor het sap stroomt
- Hoofdnerf = dikke centrale nerf de andere zijn zijnerven en de aders
Groene kleur van de bladmoes komt van bladgroenkorrels.
Kenmerken van een blad
- Bladschijf
- Bladvorm
- Nervatuur
- Bladrand
- Bladstand
- Andere bijzondere kenmerken
Bladschijf
Enkelvoudig blad = bestaat uit 1 enkele bladschijf
In de bladoksel staat steeds een okselknop.
Samengesteld blad = bestaat uit verschillende bladschijven op 1
dezelfde bladsteel
Alleen in de oksel van de gemeenschappelijke steel is een okselknop te
vinden.
Bladvorm
Diep ingesneden enkelvoudig blad Enkelvoudig blad waarbij insnijdingen
beperkt blijven tot de bladrand
Diepte van de insnijdingen Ligging van grootste breedte van
onderscheiden bladschijf onderscheiden
- Gelobd = insnijdingen niet tot - Grootste breedte op het midden
het midden van de zijnerven (cirkelrond, ovaal, langwerpig,
- Gespleten = insnijdingen tot ruit…)
het midden van de zijnerven - Grootste breedte onder het
- Gedeeld = insnijdingen dieper midden (eirond, driehoekig,
dan het midden van de hartvormig…)
zijnerven - Grootste breedte boven het
midden (omgekeerd eivormig,
Nervatuur veervormig = veervormig omgekeerd driehoekvormig)
gelobd, gespleten of gedeeld. - Breedte is overal ongeveer
Nervatuur handvormig = handvormig dezelfde (lijnvormig, lintvormig,
gelobd, gespleten of gedeeld naaldvormig)
1
,Bladvorm samengestelde bladeren = handvormig samengesteld & veervormig
samengesteld. Blad kan symmetrisch of asymmetrisch zijn.
Nervatuur
Veernervig = bladeren bezitten 1 hoofdnerf waaruit zijnerven ontspringen
Handnervig = zijnerven ontspringen uit 1 punt aan de basis van de
hoofdnerf
Rechtnervig = hoofdnerf is recht, zijnerven zijn ongeveer evenwijdig (bv:
grassen)
Kromnervig = hoofdnerf is recht, zijnerven zijn krom (bv: meiklokjes)
Bladrand
Gaaf = geen insnijdingen
Gezaagd = insnijdingen en uitsteeksels scherp
Gegolfd = insnijdingen en uitsteeksels stomp
Getand = insnijdingen stomp, uitsteeksels scherp
Gekarteld = insnijdingen scherp, uitsteeksels stomp
Bladstand
Verspreide bladstand = telkens 1 blad per knoop
Tegenoverstaande bladstand = 2 bladeren per knoop
Kruisgewijs tegenoverstaande bladstand = 2 bladeren per knoop, elk
paar staat loodrecht op de richting van het voorgaande en het volgende
bladpaar
Kransgewijze bladstand = meer dan 2 bladeren in een krans op
dezelfde knoop
2
, Andere bijzondere kenmerken
Beharing/ruw (bv: hazelaar)
Klieren en klierhaartjes: kunnen dienen als lokmiddel voor insecten (bv:
zoete kers)
Kleurverschil tussen boven – en onderzijde (bv: wilg)
Vorm van de bladsteel: rond, afgeplat, verbreed
Bladvoet die niet op zelfde hoogte begint = asymmetrische bladvoet
Bladvoet heeft 2 kleine oortjes = geoord blad
Blad dat langzaam naar bladvoet versmalt = wigvormige bladvoet
Determineren van soorten = identificeren of bepalen tot welke groep een bepaald
exemplaar behoort
Hoe determineren Met een determineringstabel, internet, app
Ideeën voor in de kleuterklas
- Aan bladeren ruiken (sterke geur na het wrijven op het blad)
- Afgevallen droge bladeren is leuk om te spelen: gooien, in lopen,
schoppen…
- Herfstbladeren drogen en plastificeren, laat kinderen dezelfde bladeren
zoeken
- Droog samen herfstbladeren en maak ‘kijkboek’
- Laat kinderen de bladkenmerken onderzoeken (bv: met potlood rond
bladrand tekenen)
- Lamineer gedroogde bladeren en knip die in puzzels
Bomen en heesters/struiken
Bouw van een boom
Wortels: bomen hebben uitgebreid, sterk vertakt wortelgestel
Functie: bevestiging van de boom in de bodem en opnemen van water en
mineralen
Stam: stengel van de plant, bij bomen en heesters houtachtig en stevig
Functie: ondersteuning en transport van water, mineralen en suikers
Kruin: opgebouwd uit sterk vertakte takken en twijgen met bladeren
Functie: in bladeren gebeuren belangrijke levensverrichtingen zoals
fotosynthese, ademhaling en verdamping
3