Hoofdstuk 1
Pedagogische wetenschappen
= verbeteren van het onderwijssysteem
= ondersteunen, organiseren en ontwikkelen van leerprocessen
Taak van pedagoog = ondersteuning bieden bij het verwerven van kennis,
inzichten, vaardigheden en houdingen/attitudes door op te voeden, onderwijzen,
begeleiden en op te leiden
Opvoeden = jezelf overbodig maken
Pedagogisch handelen = kinderen ondersteuning bieden zolang dat nodig is
Bv: Jonge kleuter: jij bent ‘slaaf’ en ruimt alles op
Bv: Oudere kleuter: laat ze zelf opruimen
Met juiste pedagogische ondersteuning zijn kinderen beter in staat tot
‘zelfbepaling’.
Onderwijskunde = wetenschap die leren, opleiden en ontwikkelen in onderwijs wil
beschrijven, begrijpen en verklaren
Wetenschap draagt bij aan verbetering onderwijssysteem en ontwikkeling – en
leertrajecten.
Onderwijskunde wil leerprocessen helpen ondersteunen, organiseren en
ontwikkelen binnen een onderwijscontext.
Kern kleuteronderwijs Stimuleren van de ontwikkeling van elke kleuter
binnen elk vak/leergebied: de potentiële kwaliteiten van elke kleuter maximaal
tot ontwikkeling brengen.
Didactiek ( een wetenschap )= theorie van het leren en onderwijzen
Doel didactiek = verbeteren van didactisch handelen via verschaffen van
aanwijzingen
Didactiek binnen kleuteronderwijs = de leer over de wijze waarop de
kleuteronderwijzer hulp kan worden geboden bij het ontwikkelingsproces
Didactisch handelen = proces van het begeleiden en leiden van de ontwikkeling
van kinderen. Het is een zeer heterogeen complex van gedragingen
Intermenselijk gebeuren = pedagogische activiteit in tussenmenselijke situaties
‘Begeleiden en leiden van’ & ‘omgaan met kleuters’ verloopt niet los van
elkaar
Kleuteronderwijs situeren in een sociaal - maatschappelijke context
(= wisselwerking tussen onderwijs en maatschappij)
1
,Onderwijs speelt in op maatschappelijke ontwikkeling
Bv: meer inzetten op verkeerseducatie, ecologisch bewustzijn
ontwikkelen…
Inrichting van de maatschappij wordt mee gestalte gegeven door effect of
nagestreefde onderwijsdoelen
Bv: erkennen van gevoelens, open houding naar andere culturen, digitale
geletterdheid…
Hoe goed onderwijs vorm geven? 4 pijlers
1. Positief en verbindend leef – en Warme, veilige en verbindende
leerklimaat klasomgeving is belangrijk voor leren
en ontwikkelen.
Leerkrachten hanteren een
empathische en cultuursensitieve stijl,
waarbij ze elk kind ondersteunen en
emotionele veiligheid bieden.
2. Didactisch meesterschap: Leerkracht is de motor van het leer –
kwaliteit van instructie, en ontwikkelingsproces. Door
vraagstelling, interactie en duidelijke instructies, gerichte
feedback vraagstelling, interactieve
werkvormen en constructieve
feedback wordt effectief leren mogelijk
gemaakt. Het lesaanbod wordt
afgestemd op de noden van de klas en
het individuele kind.
3. Rijk milieu en initiatiefruimte Kinderen leren het best in een
krachtige leeromgeving die hun
nieuwsgierigheid prikkelt.
Leerkrachten creëren een rijke
leeromgeving met gevarieerd
materiaal en ruimte voor
samenwerking, waarbij ze inspelen op
de interesses en diversiteit van de
kinderen.
4. Effectief klasmanagement en – Goed klasmanagement is nodig om de
organisatie andere pijlers te realiseren. Dit vraagt
om duidelijke routines, technieken en
processen. Zodat kinderen vlot kunnen
leren en zich ontwikkelen.
2
, Hoofdstuk 2
Basiscompetenties = geheel van kennis, vaardigheden en attitudes die een
beginnende leerkracht moet bezitten
Startbekwaamheid van de leraar wordt geformuleerd
Wordt bepaald door Vlaamse overheid
Gebaseerd op het beroepsprofiel
Eerste 4 functionele gehelen van leraar zijn (basiscompetenties)
Begeleider van leer-en ontwikkelingsprocessen: In het begin houd je jezelf wat op
de achtergrond, laat de kinderen de eerste 10 minuten zelf wat proberen in o.a.
veters strikken, jas aandoen… wanneer het echt nodig is, ga je helpen.
Opvoeder: Wees kordaat! Je moet afspraken maken en ook regelmatig herhalen.
Als er geen afspraken zijn, doen kinderen alles wat ze willen.
Inhoudelijke expertise : wanneer je met kinderen zaken gaat ontdekken (bv
kastanjes rapen), moet je voldoende kennis hebben over welke eetbaar zijn en
welke niet. Basiskennis is belangrijk om de kinderen zaken aan te leren. Bv:
hemelvaart, Jezusverhaal…
Organisatie: routine is belangrijk, je volgt de routine voor bv op te ruimen, te
eten…Routines kennen zorgen voor een vlotte werking. Wees zelfzeker
Beroepsprofiel = andere competenties die verworven kunnen worden doorheen
het proces van
professionele ontwikkeling
Hoofdstuk 3
Positieve en veilige leerkracht – leerling relatie is belangrijk voor goed onderwijs.
Eerst mens zijn, dan de leerkracht een kind kan niet leren zonder goede band
met de leerkracht
Relaties klasniveau = doorheen de dag continue in gesprek gaan met leerlingen
Bv: adhv gezamenlijk muziekspel, voorleesmomenten in groep…
Klasklimaat = de sfeer in de klas en hoe leerlingen zich voelen
Klasklimaat wordt bepaald door de band tussen leerkracht en leerlingen maar
ook door de band tussen leerlingen onderling.
Relatie 1 op 1 (dyadisch niveau) = relatie tussen de leerkracht en 1 specifieke
leerling
Bv: werken per kind (bv: bij het binnenkomen het kind laten kiezen high
five, knuffel…)
3
, Leerkracht – leerling relatie ≠/ ≈ klasmanagement of gedragsmanagement
Goed klasmanagement is nodig voor goede relatie
Als gedrag goed zit, is het makkelijker om gedrag van kleuters te sturen
Klasmanagement = streng zijn, kinderen moeten doen wat je zegt (wel nodig)
Invloed van positieve relatie voor kleuters
- Gedragsmatige betrokkenheid (regels, procedures… van de leerkracht
worden gevolgd)
- Schoolprestaties beter (minder stress, veilig gevoel, vrij ontwikkelen en
leren…)
- Taakbetrokkenheid beter (minder stress, veilig gevoel, vrij ontwikkelen en
leren…)
- Motivatie hoger (minder stress, veilig gevoel, vrij ontwikkelen en leren…)
- Sociaal – emotionele ontwikkeling beter (veilig gevoel)
- Geloof in eigen kunnen
- Betere relaties met klasgenoten
- Positieve attitude tegenover de school
Invloed van positieve relatie voor leerkracht
- Positieve emoties
- Zelf – effectiviteit in de klas
- Tevreden met hun job
- Minder burn – out symptomen
Gevolgen van negatieve leerkracht – leerling relatie
- Minder goede attitude tegenover school
- Minder betrokkenheid op school
- Meer probleemgedrag (bv: storend gedrag, ruzie…)
- Minder geloof in eigen kunnen
- Minder goede schoolprestaties
- Meer emotionele problemen (bv: angsten…)
Actiepunten en aandachtspunten bij negatieve relaties
- Bewustwording = kijken naar de reden of trigger (1 op 1 vragen wat er
scheelt)
- Reflectie = nadenken aan wat er is misgelopen, reflecteer eigen gedrag
- Observeren en perspectief nemen (observeren hoe het gedrag in gang
komt &
met ouders in gesprek gaan om te vergelijken met thuis)
- Cultiveer positieve gevoelens & empathie = het positief benaderen van het
kind
- Duidelijke grenzen, ondersteuning & verbindende taal
- Ken je grenzen & wees mild voor jezelf = blijf geloven in eigen kunnen
Oorzaken of beïnvloedbare factoren van negatieve relatie
Kind kenmerken
- Geslacht band met meisjes is vaker beter, jongens zijn conflictvoller
- Andere etnische achtergrond dan leerkracht
- Lagere sociaal – economische status
- Beperkte taal – en cognitieve vaardigheden
4