1. Wat is filosofie
○ Filosofie = eenstelselvan vele wegen die vannergensnaarnietsleiden -Ambrose Bierce
■ Maar, moeilijk om een lijst van kenmerken op te stellen die zich voordoen bijalle
filosofen en hun opvattingen, enenkelbij filosofenen hun opvattingen
● = deessentievan filosofie bestaat niet
● Geschiedenis = verklaring voor de veelvormigheid en heterogeniteit v/filo
1.1 Drie kenmerken: attitude, methodologie, domein
Attitude
○ Filosofie (etymologisch) =liefdevoorwijsheid/verlangenom teweten
■ Maar, ook politici, kunstenaars, religieuze leiders … kunnen levenswijs zijn
○ Andere definities:filosofie=kritisch zijn,kritischdenken:alleswordt in twijfel getrokken
■ Autoriteiten vanpersonen(filosofen, politici …)eneigenvermogens(zintuigen,
cognitieve vermogens …) wordenuitgedaagden intwijfelgetrokken
● René Descartesmerkte op dat ons gezichtsvermogenons vaak bedriegt,als onze
zintuigen onbetrouwbaar zijn, is dan ook onze kennis onbetrouwbaar?
Illustratie: Müller-Lyer-Illusie
-> horizontale lijnen worden alsverschillendingeschat,terwijl ze dezelfde lengte
zijn, zelfs bij opmetingen blijft de illusie overeind
○ Kunnen we filosofen onderscheiden van niet-filosofen op basis van hun kritische geest? NEE!
■ Richard Feynman: ‘Wat is wetenschap?’:“Een van dekwaliteiten van de wetenschap is dat ze
ns de waarde van rationeel denken bijbrengt, en het belang van vrijheid van denken; ze leert ons
o
dat het loont om te twijfelen aan de waarheid van wat ons wordt verteld”
● Wat is dan hetverschiltussenwetenschap en filosofie?
Methodologie & domein
○ Verschil filosofie & wetenschap = filosofie gebruiktgeenlaboratoriumwerk,maar dat geldt ook
voor geschiedkundigen, klinisch psychologen, wiskundigen en theoretische fysici
1. Intuïtie:kent verschillende betekenissen
○ Intuïtie als een (soort van) overtuiging, dit gaatervan uit dat sommige van onze
overtuigingengeenintuïtieszijn
■ bv. ervan overtuigd zijn dat je tandpijn hebt ≠ intuïtie tandpijn
■ bv. Müller-Lyer-Illusie: intuïtie (ongelijke lijnen) ≠ overtuiging (gelijke lijnen)
1
, ○ I ntuïtie als een zelfstandige categorie van mentale toestanden, intuïtie als een mentale
toestand diedrukzet op een persoon om een beweringals waarheid te aanvaarden
■ bv. je leest een morele casus en voelt: “het is verkeerd om moord te plegen”
● = geen overtuiging (je kunt ze nog herzien),duwenje richting oordeel
○ I ntuïtie als a priori intuïties, intuïtie staat onafhankelijkvan ervaringen of observaties,
ideeën of intuïties diegeenredelijkmenszoudurventebetwijfelen
■ Descartes:heldere en welonderscheiden ideeën(bv.volmaaktheid)
■ bv. niets kan volledig rood en volledig groen zijn op dezelfde plaats en tijd
- > veel intuïties zijn erg variabel, heel situationeel, het is ook geen uniek filosofische methode
(tenzij bewering a-priori-intuïties), ook wetenschappers baseren zich vaak op intuïties
2. Conceptuele analyse:ontledenvan een begrip in zijnnoodzakelijkeenvoldoendevoorwaarden
○ Volkspsychologie/folk psychology= “gezond-verstand-psychologie”die iedereen gebruikt
○ Analyse = proces waarbij eencomplexgeheeluiteenvaltineenvoudigeredelen
■ bv. Wanneer is iemand echt “ziek”? Is dit gebaseerdop biologische disfunctie,
statistische afwijking, normatieve sociale oordelen of op lijden?
- > concepten worden door allerlei wetenschappen gebruikt (bv fysica), je kunt die methode dus
niet gebruiken om filosofie en wetenschap op een scherpe manier te onderscheiden
Intuïtie en conceptuele analyse lopen hand in hand samen
○ Sally Haslanger: concept van vrouw aanpassen -> seksismebestrijden
1. Conceptuele analyse: sekse = biologisch, gender =sociaal
2. Intuïtieve testgevallen: trans, intersekse, genderrollen…
3. Herziening concept: sekse = biologisch clusterbegrip,gender = sociale identiteit
● Zonder analyse =lossestructuur, zonder intuïties= geen data testen
3. Gedachte-experiment: experiment metbehulpvan deeigengeest
○ Hersenen-in-een-vat: misschien ben je alleen een breindat door eencomputerwordt
gesimuleerd. Het wordt gebruikt om te onderzoekenof we ietszekerkunnenwetenover
de wereld en hoetaalbetekeniskrijgt(bv. "Ik heb tanden”, hoe kun je dit zeker weten?1)
■ Scepticisme= overtuiging dat hetonmogelijkis omzekere kennis te verkrijgen
● Ontstaanexperimentele filosofie: bouwt verder opempirisch onderzoek
- > gedachte-experimenten worden niet uitsluitend gebruikt door filosofen, ook in de
wetenschappen (zoals de economie, geschiedenis, en fysica) maakt men hier gebruik van
1
Als je een brein in een vat bent,lijkthet alleenmaar alsof je handen hebt, je kunt dus niet bewijzen dat je geen
brein in een vat bent, dit ondermijnt zekerheid over de buitenwereld.
2
,Besluit
○ Verschil =aard van de vragen en problemen(abstract&eigenaardig)
■ Thomas Nagel:“we zouden niet ver komen in het leven als we de ideeën tijd, getal, kennis, taal,
goed en slecht niet meestal als vanzelfsprekend beschouwden, maar in de filosofie onderzoeken
we die dingen zelf”, bv. wat is tijd? Bestaat tijdwel echt?
● P
robleem vanFeynman=wet van Humphrey(in de psychologie):bewuste
reflectie over eengeautomatiseerdetaakbelemmertde uitvoering ervan
○ V
eel filosofen beweren datfilosofieeerder lijktopkunstdan opwetenschap, ze vergaren beiden
geen kennis die ze vervolgens doorgeven aan volgende generaties,geenvooruitgang
■ in dewetenschapbestaat ergeen echte vooruitgang,verdedigd doorThomas Kuhn:
“wetenschappelijke paradigma’s2 volgen elkaar op zonder echt op elkaar verder te bouwen”
B
● innen een paradigmakanervooruitgangbestaan, maarertussenNIET
● Paradigma’s = incommensurabel / onvergelijkbaar, bv.massabijEinstein=
converteerbaar,massabijNewton= niet converteerbaar
■ In defilosofieis erwel sprake van vooruitgang:door de filosofie zijn er een tal van
nieuwewetenschappenontstaan (zoals psychologie)
1.2 Vier deeldomeinen
○ Wat is filosofie kan beantwoord worden door te zeggen dat hetvier deeldomeinen bevat
■ Ditverschuifthet probleem naar vragen over dedeeldomeinenzelf
1. M
etafysica: tak van de filosofie die betrekking heeftop deaardvan dewerkelijkheid, vb van
hedendaagse metafysica: zijn wij meer dan onze hersenen? =mind-body problem(hfdst 3)
○ Materialisten / fysicalisten: NEE!Allesis opgebouwdmet behulp vanmaterie-> ook
onzehersenen, mentale toestanden zijngewoonhersentoestanden(lichaam = geest)
○ Dualisten: JA! Mentale toestanden = opgebouwd uitgeestesspul(lichaam ≠ geest)
Ander voorbeeld van een metafysisch debat = debat overwilsvrijheid(hfdst 6)
○ Wat is wilsvrijheid= bestaat uitkeuzevrijheidenbroncontrole(/ zelfbepaling)
1. Keuzevrijheid: wanneer persoon hetvermogenhad omook ietsanderste doen
2. Broncontrole: handeling waarvanikzelfdebronben,die ikzelfheb bepaald
○ Bestaat wilsvrijheid= zijn er handelingen die voldoenaan de opgesomde voorwaarden
■ alsa)wij zijn onze hersenen,b)onze hersenen bestaanuit fysisch spul,c)fysisch
spul is onderworpen aan deterministische wetten van de fysica ->WILSVRIJHEID
● Deterministische oorzakengarandereneen bepaaldresultaat
2
Paradigma = breed pakket van concepten, hypothesen, observaties, ideeën en methoden die bepalen hoe men in
een in een bepaalde periode aan wetenschap doet
3
, 2. L ogica: hoe wecorrectdenken doorpremissenlogisch te verbinden tot eenconclusie, een deel
van de logica is bijvoorbeeld gewijd aan hetweerleggenvandrogredenen(bv. Slippery slope)
○ Slippery slope: “als we vandaagAdoen, dan zal vroegof laatBvolgen. AangezienB
hoogstonwenselijkis, mogen weAnietdoen”, vaakgebruikt inethischediscussies
■ Bv. als wehomohuwelijkaccepteren, gaan mensen latermethondentrouwen
3. Epistemologie/ kennisleer: bestudeertaard,oorsprong,reikwijdteenbeperkingenvan kennis
○ Watis kennis precies enhoeweten we wat wedenkenteweten
○ TwijfelzuchtvanDescartes(hfdst 2)enbrain-in-a-vat= typisch epistemologisch
4. Moraalfilosofie/ ethiek / zedenleer: onderzoekt watmoreelgoed/slechtis
○ Het normatieveuniversum= deverzamelingvan alle(on)geschrevenregels, plichten,
rechten, normen, waarden, geboden, en verboden die ons dagelijks levensturenen
vormgeven.Maar niet alle items in dit universum zijnvan morele aard!!
■ Onduidelijk waarinmoraliteitpreciesverschiltvanandereelementen
■ Toegepaste ethiek(hfdst 7):human enhancement= menselijkeverbetering
d.m.v. technologische, biologische of medische methoden
Wetenschapsfilosofie(metafysica, logica, en epistemologie)
○ Algemene wetenschapsfilosofie: houdt zich bezig metfundamentelefilosofischekwestiesdie
verband houden metwetenschap(wat onderscheidt (niet-)wetenschappelijkekennis)
○ Toegepaste wetenschapsfilosofie: past diealgemeneinzichtentoe opconcretewetenschappen
■ Veel wetenschappers (zoals Feynman) vinden datfilosofieenwetenschappenirrelevant
zijn ten opzichte van elkaar, volgens Prof Adriaens brengt een scheut wetenschaps-
filosofie hun werk vaak ten goede, zeker voorpsychologischewetenschappen
1.3 Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
○ Andere manier om filosofie te definiëren = kijken naargeschiedenis
■ In deze optiek kan iemand zich filosoof noemen in de mate dat hij zich bezighoudt met
filosofen uit het verleden ->beggingthequestion/cirkelredenering3
● we gaan ervanuitdat we weten wat filosofie is doormensen filosofen te noemen
● Deze definitie =arbitrair: niet alle oude ‘filosofen’worden vandaag zo beschouwd
○ F ilosofie heeft eengrilligegeschiedenis, ze werdvaak uitgedaagd door andere vormen van
kennis:mythologie,theologie, en dewetenschappen
■ Om zichzelfstandtehoudenmoest de filosofie zichsteedsopnieuwuitvinden
1. o
ude Griekenland (ca. 6de eeuw v.C.): ontstaan vandewestersefilosofie, hangt samen met de
wetenschappelijkerevolutiein het toenmalige Zuid-Europa
3
Cirkelredenering = iets wordt als juist beschouwd terwijl het eigenlijk nog moet worden bewezen
4
, K
○ oninkrijken maken plaats voorstadstaten(met elk eigen rechtspraak & bestuur)
○ Er worden (voor iedereen gelijke EN toegankelijke)wettenuitgevaardigddie het
resultaat zijn vanpubliekedebatten(ze worden vanhun goddelijke oorsprong ontdaan)
■ Werd versterkt door een gevoel vanrelativiteit, doordatGrieken vaker in
contact kwamen metvreemdeculturen(door deeconomischeopgang)
● Burgers denken na over desamenleving, en over dewaarheid
○ E erstenatuurfilosofen= grote interesse in datgene wat dekosmosdoetdraaien, waren
ook overtuigd dat zowellevendealslevenlozenatuurvoortkomt uit eenoerstof
1. Thales:oerstof = water: aarde drijft als eengigantischvlotopkosmischezeeën
2. Anaximander:ongedefinieerde substantie: aarde alseenton
3. Anaximenes:oerstof = lucht: aarde zweeft alsufoopomringendeluchtstromen
■ H esiodos(voorganger v/natuurfilosofen) schreef deTheogonie(7de eeuw v.C.),
de geschiedenis enwerkingvan dewereldwaren ontstaanuitfamiliekroniek:
fenomenen beschreven en verklaard m.b.v.goddelijkegebeurtenissen
■ Natuurfilosofenzagen de wereld als eennatuurlijkeordeningdie vanuitzichzelf
moet wordenbegrepen, eerder dan vanuit bovennatuurlijkeinterventies
■ D
eze natuurfilosofen warenGEENfilosofen, het woord‘filosofie’ is te danken
aan het werk van latere figuren, zoalsPlatoenAristoteles
● Natuurfilosofenvervingengodenverhalendoorrationeeldenken
2. Plato en Aristoteles(leerling van Plato): eerstepiek voor de antieke westerse filosofie
○ Platowas overtuigd van eenideeënwereld(= perfectewereld),Aristotelesniet
○ Waren beiden echtehomini universali: brachtenallethema’s met elkaar in verband in
eengrootsendoorwrochtsysteem, ze schreven overALLES (van seks tot meteorologie)
3. De middeleeuwen(n.C.): valt samen metbeginvan hetChristendom(theologie x filosofie)
○ Logisch dat middeleeuwse filosofen veel aandacht besteedden aan debandtussen
filosofieengeloof, daarom dat ze massaal voor hetplatonischegedachtegoed4 kozen
○ Platozijn ideologie over de zintuigen en zijntweewereldentheoriesluiten daar mooi bij
aan, ideeënwereld = hemel;Aristoteles’ werk werdpas laat in middeleeuwen vertaald
○ D
it was een stapterugvoor denaturalistischefilosofie:geloofsovertuigingen zijn het
resultaat van eengoddelijkeingeving, en dus NIETvan observatie, experimenten …
■ Men moet eenwaarheiddie onsoverstijgt,aanvaarden
■ Filosofie laat zich niet begrenzen, ze neemt geen genoegen met een antwoord
dat gebaseerd is op de mening van een zogenoemde autoriteit
4
Gebaseerd op de filosofie van Plato, het idee dat de fysieke wereld die wij waarnemen niet de “ware”
werkelijkheid is, maar slechts een onvolmaakte afspiegeling van een hogere, abstracte werkelijkheid
5
, ○ M
iddeleeuwse filosofen zoalsAugustinusenThomas van Aquinohebben getracht de
tegenstelling tussenfilosofieentheologieteverzachten
■ Veel geloofsovertuigingen kunnen wordenbewezenmethetverstand
■ Geloofsovertuigingen moeten hetvertrekpuntvormenvanverderfiloonderzoek
○ V
eelzijdigheidis een kenmerk dat veel sleutelfigurenuit de wetenschappelijke revolutie
deelden met natuurfilosofen, bvRené Descartes enIsaac Newtonhun werk kenmerkte
zich door de aanwezigheid van twee bewegingen
1. Eeuwenoude filosofische problemen werden opgelost m.b.v. revolutionaire
wetenschappelijke experimenten en observaties
2. Nieuwe wetenschappen riepen ook nieuwe filosofische problemen in het leven
■ W
etenschappers zoalsRichard Feynmanhebben enkeloog voor deeerste
beweging: “waar de wetenschap begint, eindigt de filosofie”
● bv. de vraag naar de oerstof is niet langer eenfilosofische,maar een
wetenschappelijkevraag: bosonen en fermionen = oerstof
● Sciëntisme: wetenschappelijke kennis = enige vormvan geldende kennis
1.4 Besluit
F ilosofie heeft geen vaste essentie, maar wordt gekenmerkt door eenkritische attitude,conceptuele analyseen
een focus opfundamentele vragen. Waar de wetenschapde 'kamers' van onze kennis inricht, onderzoekt de
filosofie hetfundamentvan het huis: zij bevraagtwat anderen als vanzelfsprekend beschouwen (zoals tijd, kennis of
moraal). Hoewel filosofie aan de wieg stond van vele wetenschappen, is haar eigen 'vooruitgang' eerder een proces
van voortdurende reflectie dan een opeenstapeling van feiten
2. René Descartes
escartes(17e eeuw)was eencuriosus5, hij had een radicale nieuwsgierigheid en specialiseerde
○ D
zich inalledomeinen (wiskunde, fysica, filosofie…), hij was eenkindvan dewetenschappelijke
revolutie, in dit hoofdstuk ligt de nadruk op zijnepistemologie / kenleer
■ Hij had eenminachtingvoor detoenmaligefilosofie:“zonder verstand praten over wat
men niet weet”, en dat ze niets hebben waarIEDEREENakkoord mee is
■ Zijncollega-wetenschappershadden geen gebrek aanzekerheden (voortdurend nieuwe
begrippen, wetten …), daarom zocht hijzekerhedenin de filosofied.m.v.radicale twijfel
1. Radicale twijfel: twijfelen overALLEgangbarekennis
2. Opbouwenm.b.v.onbetwijfelbarezekerheden
-> zijn 2de beweging was volgens velennietvoldoenderadicaalenkritisch (2.4)
○ Hij was ookmodernistensubstantiedualist, door zijnradicale meningen had hij veel vijanden
■ Modernist: stelde de menselijkeredecentraal ipvtraditie / theologie / autoriteit
■ substantiedualist:lichaam=machine(res extensa)vs degeest=meester(res cogitans)
5
Curiosus = iemand die nieuwsgierig is
6