Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Volledige samenvatting wijsbegeerte (P0M32A) gedoceerd door Pieter Adriaens

Rating
-
Sold
1
Pages
54
Uploaded on
04-07-2026
Written in
2025/2026

Dit is een compacte maar volledige samenvatting van het vak: P0M32A - inleiding in de wijsbegeerte, gedoceerd door prof. Pieter Adriaens. Voor deze samenvatting heb ik zowel het boek als de slides gebruikt. Door deze samenvatting heb ik het vak in eerste zit met een 16/20 gehaald! Bij vragen mag je me gerust contacteren.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

​Wijsbegeerte​

​1. Wat is filosofie​

​○​ ​Filosofie = een​​stelsel​​van vele wegen die van​​nergens​​naar​​niets​​leiden -​​Ambrose Bierce​
​■​ ​Maar, moeilijk om een lijst van kenmerken op te stellen die zich voordoen bij​​alle​
​filosofen en hun opvattingen, en​​enkel​​bij filosofen​​en hun opvattingen​
​●​ ​= de​​essentie​​van filosofie bestaat niet​
​●​ ​Geschiedenis = verklaring voor de veelvormigheid en heterogeniteit v/filo​

​1.1 Drie kenmerken: attitude, methodologie, domein​

​Attitude​
​○​ ​Filosofie (etymologisch) =​​liefde​​voor​​wijsheid​​/​​verlangen​​om te​​weten​
​■​ ​Maar, ook politici, kunstenaars, religieuze leiders … kunnen levenswijs zijn​

​○​ ​Andere definities:​​filosofie​​=​​kritisch zijn​​,​​kritisch​​denken​​:​​alles​​wordt in twijfel getrokken​
​■​ ​Autoriteiten van​​personen​​(filosofen, politici …)​​en​​eigen​​vermogens​​(zintuigen,​
​cognitieve vermogens …) worden​​uitgedaagd​​en in​​twijfel​​getrokken​
​●​ ​René Descartes​​merkte op dat ons gezichtsvermogen​​ons vaak bedriegt,​​als onze​
​zintuigen onbetrouwbaar zijn, is dan ook onze kennis onbetrouwbaar?​

I​llustratie: Müller-Lyer-Illusie​
​-> horizontale lijnen worden als​​verschillend​​ingeschat,​​terwijl ze dezelfde lengte​
​zijn, zelfs bij opmetingen blijft de illusie overeind​



​○​ ​Kunnen we filosofen onderscheiden van niet-filosofen op basis van hun kritische geest? NEE!​
​■​ ​Richard Feynman​​: ‘Wat is wetenschap?’:​​“Een van de​​kwaliteiten van de wetenschap is dat ze​
​ ns de waarde van rationeel denken bijbrengt, en het belang van vrijheid van denken; ze leert ons​
o
​dat het loont om te twijfelen aan de waarheid van wat ons wordt verteld”​
​●​ ​Wat is dan het​​verschil​​tussen​​wetenschap en filosofie?​

​Methodologie & domein​
​○​ ​Verschil filosofie & wetenschap = filosofie gebruikt​​geen​​laboratoriumwerk,​​maar dat geldt ook​
​voor geschiedkundigen, klinisch psychologen, wiskundigen en theoretische fysici​

​1.​ ​Intuïtie:​​kent verschillende betekenissen​
​○​ ​Intuïtie als een (soort van) overtuiging​​, dit gaat​​ervan uit dat sommige van onze​
​overtuigingen​​geen​​intuïties​​zijn​
​■​ ​bv. ervan overtuigd zijn dat je tandpijn hebt ≠ intuïtie tandpijn​
​■​ ​bv. Müller-Lyer-Illusie: intuïtie (ongelijke lijnen) ≠ overtuiging (gelijke lijnen)​


​1​

, ​○​ I​ ntuïtie als een zelfstandige categorie van mentale toestanden​​, intuïtie als een mentale​
​toestand die​​druk​​zet op een persoon om een bewering​​als waarheid te aanvaarden​
​■​ ​bv. je leest een morele casus en voelt: “het is verkeerd om moord te plegen”​
​●​ ​= geen overtuiging (je kunt ze nog herzien),​​duwen​​je richting oordeel​

​○​ I​ ntuïtie als a priori intuïties​​, intuïtie staat onafhankelijk​​van ervaringen of observaties,​
​ideeën of intuïties die​​geen​​redelijk​​mens​​zou​​durven​​te​​betwijfelen​
​■​ ​Descartes:​​heldere en welonderscheiden ideeën​​(bv.​​volmaaktheid)​
​■​ ​bv. niets kan volledig rood en volledig groen zijn op dezelfde plaats en tijd​

-​ > veel intuïties zijn erg variabel, heel situationeel, het is ook geen uniek filosofische methode​
​(tenzij bewering a-priori-intuïties), ook wetenschappers baseren zich vaak op intuïties​

​2.​ ​Conceptuele analyse​​:​​ontleden​​van een begrip in zijn​​noodzakelijke​​en​​voldoende​​voorwaarden​
​○​ ​Volkspsychologie​​/​​folk psychology​​= “gezond-verstand-psychologie”​​die iedereen gebruikt​
​○​ ​Analyse = proces waarbij een​​complex​​geheel​​uiteenvalt​​in​​eenvoudigere​​delen​
​■​ ​bv. Wanneer is iemand echt “​​ziek​​”? Is dit gebaseerd​​op biologische disfunctie,​
​statistische afwijking, normatieve sociale oordelen of op lijden?​

-​ > concepten worden door allerlei wetenschappen gebruikt (bv fysica), je kunt die methode dus​
​niet gebruiken om filosofie en wetenschap op een scherpe manier te onderscheiden​

​Intuïtie en conceptuele analyse lopen hand in hand samen​
​○​ ​Sally Haslanger​​: concept van vrouw aanpassen -> seksisme​​bestrijden​
​1.​ ​Conceptuele analyse​​: sekse = biologisch, gender =​​sociaal​
​2.​ ​Intuïtieve testgevallen​​: trans, intersekse, genderrollen​​…​
​3.​ ​Herziening concept​​: sekse = biologisch clusterbegrip,​​gender = sociale identiteit​
​●​ ​Zonder analyse =​​losse​​structuur, zonder intuïties​​= geen data testen​

​3.​ ​Gedachte-experiment​​: experiment met​​behulp​​van de​​eigen​​geest​
​○​ ​Hersenen-in-een-vat​​: misschien ben je alleen een brein​​dat door een​​computer​​wordt​
​gesimuleerd​​. Het wordt gebruikt om te onderzoeken​​of we iets​​zeker​​kunnen​​weten​​over​
​de wereld en hoe​​taal​​betekenis​​krijgt​​(bv. "Ik heb tanden”, hoe kun je dit zeker weten?​​1​​)​
​■​ ​Scepticisme​​= overtuiging dat het​​onmogelijk​​is om​​zekere kennis te verkrijgen​
​●​ ​Ontstaan​​experimentele filosofie​​: bouwt verder op​​empirisch onderzoek​

-​ > gedachte-experimenten worden niet uitsluitend gebruikt door filosofen, ook in de​
​wetenschappen (zoals de economie, geschiedenis, en fysica) maakt men hier gebruik van​


​1​
​Als je een brein in een vat bent,​​lijkt​​het alleen​​maar alsof je handen hebt, je kunt dus niet bewijzen dat je geen​
​brein in een vat bent, dit ondermijnt zekerheid over de buitenwereld.​



​2​

,​Besluit​
​○​ ​Verschil =​​aard van de vragen en problemen​​(​abstract​​&​​eigenaardig​​)​
​■​ ​Thomas Nagel​​:​​“we zouden niet ver komen in het leven als we de ideeën tijd, getal, kennis, taal,​
​goed en slecht niet meestal als vanzelfsprekend beschouwden, maar in de filosofie onderzoeken​
​we die dingen zelf”​​, bv. wat is tijd? Bestaat tijd​​wel echt?​
​●​ P
​ robleem van​​Feynman​​=​​wet van Humphrey​​(in de psychologie):​​bewuste​
​reflectie over een​​geautomatiseerde​​taak​​belemmert​​de uitvoering ervan​

​○​ V
​ eel filosofen beweren dat​​filosofie​​eerder lijkt​​op​​kunst​​dan op​​wetenschap​​, ze vergaren beiden​
​geen kennis die ze vervolgens doorgeven aan volgende generaties,​​geen​​vooruitgang​
​■​ ​in de​​wetenschap​​bestaat er​​geen echte vooruitgang​​,​​verdedigd door​​Thomas Kuhn​​:​
​“wetenschappelijke paradigma’s​​2​ ​volgen elkaar op zonder echt op elkaar verder te bouwen”​
​​ B
● ​ innen een paradigma​​kan​​er​​vooruitgang​​bestaan, maar​​ertussen​​NIET​
​●​ ​Paradigma’s = incommensurabel / onvergelijkbaar, bv.​​massa​​bij​​Einstein​​=​
​converteerbaar,​​massa​​bij​​Newton​​= niet converteerbaar​

​■​ I​n de​​filosofie​​is er​​wel sprake van vooruitgang​​:​​door de filosofie zijn er een tal van​
​nieuwe​​wetenschappen​​ontstaan (zoals psychologie)​

​1.2 Vier deeldomeinen​

​○​ ​Wat is filosofie kan beantwoord worden door te zeggen dat het​​vier deeldomeinen bevat​
​■​ ​Dit​​verschuift​​het probleem naar vragen over de​​deeldomeinen​​zelf​

​1.​ M
​ etafysica​​: tak van de filosofie die betrekking heeft​​op de​​aard​​van de​​werkelijkheid​​, vb van​
​hedendaagse metafysica: zijn wij meer dan onze hersenen? =​​mind-body problem​​(hfdst 3)​
​○​ ​Materialisten / fysicalisten​​: NEE!​​Alles​​is opgebouwd​​met behulp van​​materie​​-> ook​
​onze​​hersenen​​, mentale toestanden zijn​​gewoon​​hersentoestanden​​(lichaam = geest)​
​○​ ​Dualisten​​: JA! Mentale toestanden = opgebouwd uit​​geestesspul​​(lichaam ≠ geest)​

​Ander voorbeeld van een metafysisch debat = debat over​​wilsvrijheid​​(hfdst 6)​
​○​ ​Wat is wilsvrijheid​​= bestaat uit​​keuzevrijheid​​en​​broncontrole​​(/ zelfbepaling)​
​1.​ ​Keuzevrijheid​​: wanneer persoon het​​vermogen​​had om​​ook iets​​anders​​te doen​
​2.​ ​Broncontrole​​: handeling waarvan​​ik​​zelf​​de​​bron​​ben,​​die ik​​zelf​​heb bepaald​

​○​ ​Bestaat wilsvrijheid​​= zijn er handelingen die voldoen​​aan de opgesomde voorwaarden​
​■​ ​als​​a)​​wij zijn onze hersenen,​​b)​​onze hersenen bestaan​​uit fysisch spul,​​c)​​fysisch​
​spul is onderworpen aan deterministische wetten van de fysica ->​​WILSVRIJHEID​
​●​ ​Deterministische oorzaken​​garanderen​​een bepaald​​resultaat​


​2​
​Paradigma = breed pakket van concepten, hypothesen, observaties, ideeën en methoden die bepalen hoe men in​
​een in een bepaalde periode aan wetenschap doet​


​3​

, ​2.​ L​ ogica​​: hoe we​​correct​​denken door​​premissen​​logisch te verbinden tot een​​conclusie​​, een deel​
​van de logica is bijvoorbeeld gewijd aan het​​weerleggen​​van​​drogredenen​​(bv. Slippery slope)​
​○​ ​Slippery slope​​: “als we vandaag​​A​​doen, dan zal vroeg​​of laat​​B​​volgen. Aangezien​​B​
​hoogst​​onwenselijk​​is, mogen we​​A​​niet​​doen​​”, vaak​​gebruikt in​​ethische​​discussies​
​■​ ​Bv. als we​​homohuwelijk​​accepteren, gaan mensen later​​met​​honden​​trouwen​

​3.​ ​Epistemologie​​/ kennisleer: bestudeert​​aard​​,​​oorsprong​​,​​reikwijdte​​en​​beperkingen​​van kennis​
​○​ ​Wat​​is kennis precies en​​hoe​​weten we wat we​​denken​​te​​weten​
​○​ ​Twijfelzucht​​van​​Descartes​​(hfdst 2)​​en​​brain-in-a-vat​​= typisch epistemologisch​

​4.​ ​Moraalfilosofie​​/ ethiek / zedenleer: onderzoekt wat​​moreel​​goed​​/​​slecht​​is​
​○​ ​Het normatieve​​universum​​= de​​verzameling​​van alle​​(​on​​)​geschreven​​regels, plichten,​
​rechten, normen, waarden, geboden, en verboden die ons dagelijks leven​​sturen​​en​
​vormgeven​​.​​Maar niet alle items in dit universum zijn​​van morele aard!!​
​■​ ​Onduidelijk waarin​​moraliteit​​precies​​verschilt​​van​​andere​​elementen​
​■​ ​Toegepaste ethiek​​(hfdst 7)​​:​​human enhancement​​= menselijke​​verbetering​
​d.m.v. technologische, biologische of medische methoden​

​Wetenschapsfilosofie​​(metafysica, logica, en epistemologie)​
​○​ ​Algemene wetenschapsfilosofie​​: houdt zich bezig met​​fundamentele​​filosofische​​kwesties​​die​
​verband houden met​​wetenschap​​(wat onderscheidt (niet-)wetenschappelijke​​kennis)​
​○​ ​Toegepaste wetenschapsfilosofie​​: past die​​algemene​​inzichten​​toe op​​concrete​​wetenschappen​
​■​ ​Veel wetenschappers (zoals Feynman) vinden dat​​filosofie​​en​​wetenschappen​​irrelevant​
​zijn ten opzichte van elkaar, volgens Prof Adriaens brengt een scheut wetenschaps-​
​filosofie hun werk vaak ten goede, zeker voor​​psychologische​​wetenschappen​

​1.3 Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie​

​○​ ​Andere manier om filosofie te definiëren = kijken naar​​geschiedenis​
​■​ ​In deze optiek kan iemand zich filosoof noemen in de mate dat hij zich bezighoudt met​
​filosofen uit het verleden ->​​begging​​the​​question​​/​​cirkelredenering​​3​
​●​ ​we gaan ervan​​uit​​dat we weten wat filosofie is door​​mensen filosofen te noemen​
​●​ ​Deze definitie =​​arbitrair​​: niet alle oude ‘filosofen’​​worden vandaag zo beschouwd​

​○​ F​ ilosofie heeft een​​grillige​​geschiedenis​​, ze werd​​vaak uitgedaagd door andere vormen van​
​kennis:​​mythologie​​,​​theologie​​, en de​​wetenschappen​
​■​ ​Om zichzelf​​stand​​te​​houden​​moest de filosofie zich​​steeds​​opnieuw​​uitvinden​

​1.​ o
​ ude Griekenland (ca. 6de eeuw v.C.)​​: ontstaan van​​de​​westerse​​filosofie​​, hangt samen met de​
​wetenschappelijke​​revolutie​​in het toenmalige Zuid-Europa​

​3​
​Cirkelredenering = iets wordt als juist beschouwd terwijl het eigenlijk nog moet worden bewezen​


​4​

, ​​ K
○ ​ oninkrijken maken plaats voor​​stadstaten​​(met elk eigen rechtspraak & bestuur)​
​○​ ​Er worden (voor iedereen gelijke EN toegankelijke)​​wetten​​uitgevaardigd​​die het​
​resultaat zijn van​​publieke​​debatten​​(​ze worden van​​hun goddelijke oorsprong ontdaan)​
​■​ ​Werd versterkt door een gevoel van​​relativiteit​​, doordat​​Grieken vaker in​
​contact kwamen met​​vreemde​​culturen​​(door de​​economische​​opgang​​)​
​●​ ​Burgers denken na over de​​samenleving​​, en over de​​waarheid​

​○​ E​ erste​​natuurfilosofen​​= grote interesse in datgene wat de​​kosmos​​doet​​draaien​​, waren​
​ook overtuigd dat zowel​​levende​​als​​levenloze​​natuur​​voortkomt uit een​​oerstof​
​1.​ ​Thales​​:​​oerstof = water​​: aarde drijft als een​​gigantisch​​vlot​​op​​kosmische​​zeeën​
​2.​ ​Anaximander​​:​​ongedefinieerde substantie​​: aarde als​​een​​ton​
​3.​ ​Anaximenes​​:​​oerstof = lucht​​: aarde zweeft als​​ufo​​op​​omringende​​luchtstromen​

​■​ H ​ esiodos​​(voorganger v/natuurfilosofen) schreef de​​Theogonie​​(7de eeuw v.C.)​​,​
​de geschiedenis en​​werking​​van de​​wereld​​waren ontstaan​​uit​​familiekroniek​​:​
​fenomenen beschreven en verklaard m.b.v.​​goddelijke​​gebeurtenissen​
​■​ ​Natuurfilosofen​​zagen de wereld als een​​natuurlijke​​ordening​​die vanuit​​zichzelf​
​moet worden​​begrepen​​, eerder dan vanuit bovennatuurlijke​​interventies​

​■​ D
​ eze natuurfilosofen waren​​GEEN​​filosofen, het woord​​‘filosofie’ is te danken​
​aan het werk van latere figuren, zoals​​Plato​​en​​Aristoteles​
​●​ ​Natuurfilosofen​​vervingen​​godenverhalen​​door​​rationeel​​denken​

​2.​ ​Plato en Aristoteles​​(leerling van Plato)​​: eerste​​piek voor de antieke westerse filosofie​
​○​ ​Plato​​was overtuigd van een​​ideeënwereld​​(= perfecte​​wereld)​​,​​Aristoteles​​niet​
​○​ ​Waren beiden echte​​homini universali​​: brachten​​alle​​thema’s met elkaar in verband in​
​een​​groots​​en​​doorwrocht​​systeem, ze schreven over​​ALLES (van seks tot meteorologie)​

​3.​ ​De middeleeuwen​​(n.C.): valt samen met​​begin​​van het​​Christendom​​(theologie x filosofie)​
​○​ ​Logisch dat middeleeuwse filosofen veel aandacht besteedden aan de​​band​​tussen​
​filosofie​​en​​geloof​​, daarom dat ze massaal voor het​​platonische​​gedachtegoed​​4​ ​kozen​
​○​ ​Plato​​zijn ideologie over de zintuigen en zijn​​tweewereldentheorie​​sluiten daar mooi bij​
​aan, ideeënwereld = hemel;​​Aristoteles​​’ werk werd​​pas laat in middeleeuwen vertaald​

​○​ D
​ it was een stap​​terug​​voor de​​naturalistische​​filosofie​​:​​geloofsovertuigingen zijn het​
​resultaat van een​​goddelijke​​ingeving​​, en dus NIET​​van observatie, experimenten …​
​■​ ​Men moet een​​waarheid​​die ons​​overstijgt​​,​​aanvaarden​
​■​ ​Filosofie laat zich niet begrenzen, ze neemt geen genoegen met een antwoord​
​dat gebaseerd is op de mening van een zogenoemde autoriteit​

​4​
​Gebaseerd op de filosofie van Plato, het idee dat de fysieke wereld die wij waarnemen niet de “ware”​
​werkelijkheid is, maar slechts een onvolmaakte afspiegeling van een hogere, abstracte werkelijkheid​


​5​

, ​○​ M
​ iddeleeuwse filosofen zoals​​Augustinus​​en​​Thomas van Aquino​​hebben getracht de​
​tegenstelling tussen​​filosofie​​en​​theologie​​te​​verzachten​
​■​ ​Veel geloofsovertuigingen kunnen worden​​bewezen​​met​​het​​verstand​
​■​ ​Geloofsovertuigingen moeten het​​vertrekpunt​​vormen​​van​​verder​​filo​​onderzoek​

​○​ V
​ eelzijdigheid​​is een kenmerk dat veel sleutelfiguren​​uit de wetenschappelijke revolutie​
​deelden met natuurfilosofen, bv​​René Descartes en​​Isaac Newton​​hun werk kenmerkte​
​zich door de aanwezigheid van twee bewegingen​
​1.​ ​Eeuwenoude filosofische problemen werden opgelost m.b.v. revolutionaire​
​wetenschappelijke experimenten en observaties​
​2.​ ​Nieuwe wetenschappen riepen ook nieuwe filosofische problemen in het leven​

​■​ W
​ etenschappers zoals​​Richard Feynman​​hebben enkel​​oog voor de​​eerste​
​beweging​​: “waar de wetenschap begint, eindigt de filosofie”​
​●​ ​bv. de vraag naar de oerstof is niet langer een​​filosofische​​,​​maar een​
​wetenschappelijke​​vraag​​: bosonen en fermionen = oerstof​
​●​ ​Sciëntisme​​: wetenschappelijke kennis = enige vorm​​van geldende kennis​

​1.4 Besluit​
F​ ilosofie heeft geen vaste essentie, maar wordt gekenmerkt door een​​kritische attitude​​,​​conceptuele analyse​​en​
​een focus op​​fundamentele vragen​​. Waar de wetenschap​​de 'kamers' van onze kennis inricht, onderzoekt de​
​filosofie het​​fundament​​van het huis: zij bevraagt​​wat anderen als vanzelfsprekend beschouwen (zoals tijd, kennis of​
​moraal). Hoewel filosofie aan de wieg stond van vele wetenschappen, is haar eigen 'vooruitgang' eerder een proces​
​van voortdurende reflectie dan een opeenstapeling van feiten​

​2. René Descartes​

​ escartes​​(17e eeuw)​​was een​​curiosus​​5​​, hij had een radicale nieuwsgierigheid en specialiseerde​
​○​ D
​zich in​​alle​​domeinen (wiskunde, fysica, filosofie​​…), hij was een​​kind​​van de​​wetenschappelijke​
​revolutie​​, in dit hoofdstuk ligt de nadruk op zijn​​epistemologie / kenleer​
​■​ ​Hij had een​​minachting​​voor de​​toenmalige​​filosofie​​:​​“zonder verstand praten over wat​
​men niet weet”, en dat ze niets hebben waar​​IEDEREEN​​akkoord mee is​
​■​ ​Zijn​​collega-wetenschappers​​hadden geen gebrek aan​​zekerheden (voortdurend nieuwe​
​begrippen, wetten …), daarom zocht hij​​zekerheden​​in de filosofie​​d.m.v.​​radicale twijfel​
​1.​ ​Radicale twijfel​​: twijfelen over​​ALLE​​gangbare​​kennis​
​2.​ ​Opbouwen​​m.b.v.​​onbetwijfelbare​​zekerheden​
​-> zijn 2de beweging was volgens velen​​niet​​voldoende​​radicaal​​en​​kritisch​ ​(2.4)​

​○​ ​Hij was ook​​modernist​​en​​substantiedualist​​, door zijn​​radicale meningen had hij veel vijanden​
​■​ ​Modernist​​: stelde de menselijke​​rede​​centraal ipv​​traditie / theologie / autoriteit​
​■​ ​substantiedualist​​:​​lichaam​​=​​machine​​(res extensa)​​vs de​​geest​​=​​meester​​(res cogitans)​

​5​
​Curiosus =​ ​iemand die nieuwsgierig is​


​6​

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 4, 2026
Number of pages
54
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$10.62
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
johannesmardirosiyan

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
johannesmardirosiyan Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
10 months
Number of followers
0
Documents
5
Last sold
5 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions