2026
Inleiding tot Politionele
Organisatie
SAMENVATTING VAN DE SLIDES + LESNOTITIES
, INLEIDING TOT DE POLITIONELE ORGANISATIE
1. Waarom inzicht krijgen in het verleden?
Monjardet (socioloog1996):
- Onderzoek doen kijken naar politie aan de hand van 3 dimensies:
o Institutionele dimensie → Politie niet als organisatie maar als machtsinstrument van
machthebber, macht van de overheid bevestigen (instituut – relatie tot staat)
▪ Zegt iets over verhouding van politie tegenover staat
- Politie als openbare dienst → Politie als dienstverlener (voor iedereen) (burger)
o Verhouding politie – burger
o Vraagt wat burger nodig heeft en reageert daarop
o Kan iedereen beroep op doen
- Beroep → Politie als organisatie, als beroepsgroep (structuur en werking)
o Enhus (2015) zegt dat we moeten kijken naar vierde dimensie = historisch
▪ Zien in geschiedenis dat bepaalde zaken continu blijven, maar bij andere zaken
zijn er ook breuklijnen bv. Verhouding politie-burger vroeger anders dan nu
▪ Rol van politie evolueert en verandert naar de situatie waarnaar je kijkt
o Kijken naar continuïteit (rol van politie in samenleving) én breuken (wijzigingen aan die
rol)
Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in de complexiteit van het heden:
‘…niet alleen de manier waarop het politiewezen momenteel is georganiseerd, is in hoge mate de
vrucht van tal van beslissingen die in het (verre) verleden onder druk van alle mogelijke omstandigheden
zijn genomen, maar ook de manier waarop er momenteel door beleidsmakers wordt gesproken over zijn
verdere reorganisatie, laat zien hoe sterk het verleden doorwerkt in de vormgeving van de toekomst’
(Fijnaut 1995: v)
C. Fijnaut (1995). Een kleine geschiedenis van de huidige organisatie van het Belgische politiewezen.
Zicht krijgen op de ruimere socio-politieke en economische context:
‘Een wettekst over structuren lijkt een neutraal technisch vertoog over de organisatie van de opdrachten
van de politie. Daarachter schuilt echter een ideologisch geladen debat over de plaats van de politie in
de samenleving over het moeilijk te vinden evenwicht tussen (staats)orde en individuele rechten en
vrijheden’ (Eliaerts 1999: 39).
Politie is een actor dat afhankelijk is van het beleid dat uitgevoerd wordt!
-> debatten over waar politie moet staan in samenleving, verschillende visies over (links & recht
perspectief)
C. Eliaerts (1999). ‘De grote sprong voorwaarts…’, Orde van de Dag, afl. 6, 39.
2. Rode draden in het politiebestel
(Rode draden= elementen die terug keren wanneer we geschiedenis analyseren)
1. Grote verscheidenheid en onevenwichtige ontwikkeling = diversiteit aan actoren op
politielandschap die allemaal op andere manier ontwikkelen, door verscheidenheid is
complexiteit groot
1
, 2. Spanning tussen centrale aansturing en decentrale (lokale/ gemeentelijke) autonomie. =
periodes van nationaal aansturing belangrijk, en andere periodes lokale voor lokale problemen te
weten, wisselwerking doorheen tijd
3. Arbeid versus kapitaal (wiens orde moet gehandhaafd?)= strijd daartussen, wie bepaalt wat er
gehandhaafd moet worden: wie heeft meeste macht & stuurt politie aan
4. Spanning tussen streven naar efficiëntie en effectiviteit in politieoptreden en legitimiteit en
democratische controle = doelen behalen, tegelijkertijd werken dat gecontroleerd kan worden
(alles moet legitiem gebeuren) balans vinden!
5. Hoe moeten de verschillende politie instanties samen de politiezorg verzorgen? = samenwerken,
informatie uitwisselen, zorgen dat ze elkaar niet tegen te werken
3. De Franse en Hollandse erfenis (1794-1830)
3.1. Franse tijd
3.1. Ontstaan van de politiefunctie: eeuwenoud beroep
Wanneer politiefunctie ontstaan= hangt samen met belangrijkste taken van politieorganisatie
➔ Belangrijkste taken van politie= handhaving (openbare orde), algemene veiligheid garanderen,
criminaliteitsbestrijding (diefstal,…)
o Samenlevingen werden complexer en er kwam een vraag voor te gaan reguleren: regels
werden ontwikkeld en moest een handhaving aan komen
- Regulering van gedrag = basisbehoefte in een samenleving
o Formele sociale controle: regels, dwang
- Eerste sporen van politionele taak: 13e eeuw, stedelijke context (= hier eerste nood aan
politiehandhaving want dichtbevolkt dus meer kans op problemen, veel beweging van bevolking)
o schouten, sergeanten…
- Opsporing en vervolging in één functie verenigd
o Doel: reguleren van het leven in de stad: controle van handel, geldboetes (=basissalaris)
o Regels handhaven, sanctioneren wanneer nodig, geldboetes waren het loon van de
politie
- Politie werd onderdeel van gemeentelijke autonomie
- 15e en 16e eeuw: groei van steden, toename van problemen dus meer vraag naar
politiehandhaving & regels-> politie kreeg meer bevoegdheden
o Verdere uitbouw politiefunctie, lokale overheden breiden politiemacht uit (landlopers,
overtredingen...) maar ook op platteland uitbouw (bedelaars) en langzaam ontstaan van
militair politiekorps
o Uitbouw van departementen/ politiezones
o Militaire karakter van politie doet intrede en manier voor dit te gaan organiseren
2
, 3.2. De Franse tijd (1794-1814)
- Geinstrumentaliseerd van de politie (vooral in de Napoleontische tijd)
- Franse vormen van politie → evolutie naar centraal en duaal systeem: start in Parijs
o Kenmerken Frans model blijven aanwezig tot Octopusakkoord
- ‘Verdere zwenk naar centralisme’= centraal aanstuur wordt steeds belangrijker
o Voordeel van centraal aansturen: makkelijk aanstuurbaar vanuit machtshebber,
makkelijk te instrumentaliseren voor jouw doel
o Politiestaat= politie als instrument van de machthebber
- Frans model:
o De burgerlijke republiek (1794-1799): de politie moest voortkomen uit de burgerij en in
dienst staan van de burgers.
o Het militair Napoleontisch regime (1799-1814): “politiestaat” : politie is gericht op
openbare ordehandhaving en verzamelen politieke informatie
• Kenmerken:
1. Militarisering (discipline en hiërarchie -> gendarmerie)
2. Centralisering: uitbouw gendarmerie, nationale wetgeving maakt uitbouw van politie mogelijk
3. Verscheidenheid
Militarisering en centralisering werken samen voor aansturing van politie te ondersteunen
3.2.1. Militarisering
- Maréchaussée op platteland: militaire politie
- Maréchaussée= nog steeds aanwezig bij de Nederlandstalige politie
“maréchal” zorgde voor tucht bij ruiterij en stallen van de koning
- Taak eerder: orde en veiligheid bij militaire activiteiten
o Later uitgebreid met openbare ordehandhaving en banditisme= criminaliteitsbestrijding
o Verspreid in garnizoenen over het grondgebied vh platteland ~ centralisering én
deconcentralisering
- In Parijs ontstaat intussen een centraal geleid systeem, met “lieutenant de police” vanaf 1667 =
eerste stedelijke politie
o Politietaak hier voor eerste keer, grondleggers van huidig politiesysteem
3.1.2. Centralisering (maar ook gedeconcentreerde elementen)
- Uitvoerende macht (ministerie van politie) oefent controle uit (niet de rechterlijke!)
o Invoering onderscheid tussen administratieve en gerechtelijke politie
Belangrijk onderscheid ingevoerd bij Fransen: Administratieve en gerechtelijke
3