Handboek
Deel 1: De ontwikkeling van het kind
Hoofdstuk 1: Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
Op allerlei manieren kijken naar biologische ergernis van onze ouders en de omgeving
waarin we leven ons gedrag beïnvloeden (Vb. Op sociale ontwikkeling, erfelijkheid, …)
Maar 1 ding gemeenschappelijk: Geïnteresseerd in de groei en de veranderingen die een
kind en zijn adolescentie doormaakt
1.1) Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie (= Levenslooppsychologie) = De wetenschappelijke studie naar
patronen van groei, verandering en stabiliteit bij mensen vanaf de conceptie helemaal
tot aan de ouderdom, maar met accent op de jaren tot de volwassenheid, waarin
veranderingen elkaar het snelst opvolgen
Wetenschappelijke benadering: Ook hypothese toetsten (Aard en verloop van menselijke
ontwikkeling) zoals andere wetenschappelijke disciplines
Vaak gericht op menselijke ontwikkeling
Universele (Algemeen geldende) ontwikkelingsprincipes (Vb. Invloed van culturele
verschillen) vs. Specifiekere onwikkeligsprincipes (Kenmerken en eigenschappen die de
ene mens van de andere onderscheiden)
Niet enkel groeien en veranderen, maar ook kijken naar stabiliteit in leven van kinderen,
adolescenten en volwassenen Welke gebieden en in welke perioden in het leven
mensen veranderen en groeien + Hoe hun gedrag juist overeenkomt met eerder gedrag
1.1.1. De reikwijdte van het vakgebied
Vaak specialiseren in thema of leeftijdscategorie
Thematische gebieden binnen de ontwikkelingspsychologie
1. Fysieke ontwikkeling: Invloed van lichaam op ons gedrag: Invloed van hersenen,
zenuwstelsel, spieren, zintuigen + Eten, drinken, slaap
Vb. Ondervoeding heeft effecten op groeitempo, motoriek van kinderen en seksuele
rijpingsproces tijdens adolescentie
2. Cognitieve ontwikkeling: Hoe kan groei en verandering in intellectuele vermogens ons
gedrag beïnvloeden? (Denken, leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie)
Vb. Hoe intellectuele vermogens in de loop van de kindertijd veranderen?
Vb. In hoeverre bestaan er culturele verschillen in hoe leerlingen hun successen en
mislukkingen op school verklaren?
Vb. Op welke manier herinnert iemand die in de kindertijd een trauma heeft ervaren zich
dit later in het leven?
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling: Manier waarop de interacties van mensen en hun
sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven, en om de
manier waarop zij in toenemende mate hun emoties bewust ervaren en greep krijgen op
hun emoties
Vb. Uitgaansgedrag van adolescenten
Vb. Effecten van klasstructuur op emotionele welbevinden van schoolgaande kinderen
Seksuele ontwikkeling
Vb. Stressbeleving onder homoseksuele adolescenten
4. Persoonlijkheidsontwikkeling: Stabiliteit en verandering in karaktereigenschappen die
het ene individu van het andere onderscheiden
Vb. Mens tijdens zijn leven stabiele, duurzame karaktertrekken bezitten?
Morele ontwikkeling: Speciale aandachtgebied
, Vb. Studie naar invloed van ouderlijke gedrag op ontwikkeling van het besef van goed en
kwaad bij kinderen
Leeftijdsgroepen en individuele verschillen
Globale leeftijdsgroepen of perioden die sociale constructies zijn (Gebaseerd op westers
onderzoek)
Sociale constructie = Idee over de realiteit dat weliswaar breed geaccepteerd is, maar
afhangt van maatschappij en de cultuur op een bepaald moment
Leeftijdsgroepen zijn in vele opzichten ook willekeurig: Sommige perioden hebben een
duidelijk afgebakende grens (Babytijd vanaf geboorte tijd; Kleurtertijd tot basisschool),
maar vb. einde van babytijd niet zo duidelijk
Ook adolescentie niet precies afgebakend: Gebaseerd op biologische verandering Van
persoon tot persoon verschillend
Meer specifiekere ontwikkelingsperioden:
1. Puberteit (Soms deel van adolescentie of soms als aparte levensfase)
2. Prepuberteit = Periode voorafgaand aan puberteit, waarin al (Hormonale)
veranderingen in het lichaam optreden, maar deze nog niet van buitenaf zichtbaar
zijn
3. Opkomende volwassenheid (Van tienerjaren tot midden twintig) = Mensen zijn dan
niet langer adolescenten, maar hebben ze evenmin verantwoordelijkheden van
volwassenheid volledig op zich genomen Proberen verschillende indentiteiten uit
+ Zelfverkenning
Tijdstippen waarop gebeurtenissen zich in het leven van mensen voltrekken, kunnen
aanzienlijker variëren:
Door biologische oorzaak: Ene mens is sneller volgroeid dan andere (Sneller bepaalde
mijpalen in ontwikkeling bereiken)
Door omgevingsfactoren: Leeftijd waarop mensen meesral liefdesrelaties aangaan,
varieert per cultuur OF Afhankelijk van manier waarop mensen in die cultuur aankijken
tegen relaties
Belangrijk om te beseffen dat leeftijdsgroepen dus (Vaak westerse) gemiddelden hebben
Onderlinge vreschillen zijn dus normaal (Enkel bij variaties opmerkelijk bij aanzienlijke
afwijkingen van gemiddelde!)
De koppeling tussen thema’s en leeftijden
Variatie in temagebieden en leeftijdsgroepen Specialisten met uiteenlopende
achtergronden als deskundigen op gebied van ontwikkelingspsychologie (Pscyhologen,
pedagogen, genetici, artsen) Groot aantal verschillende perspectieven en ook
intellectuele rijkdom + Breed scala aan beroepen die onderzoeksbevindingen van het
vakgebied in praktijk toepassen voor welzijn van kinderen (Vb. Leerkrachten, sociaal
werkers, verpleegkundigen, pedagogisch medewerkers in kinderopvang, beleidsmakers)
1.1.2. Invloeden op de ontwikkeling: Ontwikkelen in een sociale wereld
Cohort = Groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren
Belangrijke sociaal-historische gebeurtenissen (Vb. Oorlogen, economische groei en
crisis, hongersnoden en epidemieën) mogelijk een bepaalde gemeenschappelijke invloed
op leden van cohort
Ook andere factoren of gebeurtenissen, naast cohorten, die mee ontwikkeling bepalen
Normatieve vs. Niet-normatieve gebeurtenissen
Normatieve gebeurtenis: Voordoen die bij meeste individuen binnen een groep op
dezelfde manier voltrekken
, Vb. Historisch, leeftijdsgebonden of sociaal-cultureel bepaald
Cohorte-effecten = Invloeden van cohorten op ontwikkeling
Vb. Historisch bepaalde invloeden: Omgevinginvloeden en biologisch invloeden die
verbonden zijn aan een specifiek historisch moment
Vb. Leeftijdsgebonden: Biologische invloeden en omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor
mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht waar of wanneer ze opgroeien (Vb.
Puberteit)
Vb. Sociaal-culturele invloeden (Vb. Etnische afkomst, sociale klasse, lidmaatschap van
een subcultuur)
Niet-normatieve gebeurtenis: Specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven
van een bepaald persoon, terwijl de meeste andere mensen hier niet mee te maken
krijgen
Kinderen kunnen ook zelf bijdragen aan totstandkoming van niet-normatieve
gebeurtenissen
1.2) Kinderen: Verleden, heden en toekomst
1.2.1. Vroege denkbeelden over kinderen
Sommige wetenschappers denken dat er een periode was waarin de kindertijd niet eens
bestond, althans niet in de belevingswereld van volwassenen (Kindertijd werd niet
beschouwd als een stadium dat kwalitatief anders was dan volwassenheid)
Babybiografieën
Eerste geschriften waarin kinderen methodisch werden bestudeerd
Populair in Duitsland (Eind 1700)
Fysieke en taalkundige mijlpalen vastleggen, maar vanaf Darwin (Evolutietheorie) meer
systematisch karakter
Darwin: Begrip van ontwikkeling van individuen binnen een soort helpen om te
achterhalen hoe de soort zelf was ontwikkeld
Babybiografieën een wetenschappelijke status door er 1 zelf te schrijven (Zoon in diens
1ste levensjaar)
Ook andere trends die bijdroegen aan versnelde ontwikkeling van nieuwe discipline,
gericht op kinderen Mechanisme achter verwekking van kinderen en ontrafeling van
mysteries van erfelijkheid
Wetenschappers van diverse origine discussieerden over relatieve invloed van nature
(Erfelijkheid) en nurture (Omgevingsinvloeden)
Focus op de kindertijd
Industrialisatie (Eind 18de eeuw – Begin 19de eeuw) Hervorming van arbeidsproces
Verandering kijk op kinderen als goedskope arbeidskrachten (Wetten die kinderen tegen
uitbuiting beschermden)
+ Onderwijs meer algemeen toegankelijk (Kinderen vaker gescheiden van volwassenen)
Meer bewust van invloed van kindertijd op volwassen leven!
1.2.2. De twintigste eeuw: Ontwikkelingspsychologie als discipline
Alfred Binet, Franse psycholoog: Invloedrijk door pionierswerk op gebied van intelligentie
van kinderen + Onderzoek naar geheugen en hoofdrekenen
Granville Stanley Hall: Eerste die gedrag en denken van kinderen bestudeerde met
vragenlijsten + Boek waarin adolescentie als aparte ontwikkelingsperiode werd gezien
Eerste helft van 20ste eeuw: Trend die invloed had op ons inzicht in kinderlijke
ontwikkeling
, Grootschalige, systematische en langdurige onderzoeken naar kinderen en hun
ontwikkeling tijdens de rest an hun leven (Vb. Genetic Studies of Genius = Terman Study
of the Gifted aan Stanford University)
Wetenschappers hebben gemeenschappelijk doel: Aard van groei, verandering en
stabiliteit tijdens kindertijd en adolescentie op wetenschappelijke manier bestuderen
1.2.3. Vraagstukken bij de thema’s van de ontwikkelingspyschologie
Continue verandering vs. Discontinue verandering
Continue verandering = Ontwikkeling is geleidelijk en vloeien de prestaties op bepaald
niveau voort uit de prestaties op vorige niveaus
Kwantitatief (Te maken met hoeveelheid)
Kinderen ontwikkelen steeds meer van hetzelfde (Niet in aard veranderen, maar omvang
van vaardigheden of kenmerken)
Vb. Lengte
Vb. Cognitieve ontwikkeling: Niet hele nieuwe cognitieve processen (Lezen: Beter en
sneller, maar proces is hetzelfde, de letters worden klanken)
Discontinue verandering: Aparte stadia of stappen
Kwalitatief (Qua inhoud en hoedanigheid, anders dan in 1ste stadia)
Vb. Cognitieve ontwikkeling: Denken van kinderen verandert fundamenteel naarmate ze
ouder worden
Abrupte, met sprongetjes verlopen van ontwikkeling
Vb. Kind dat opeens niet meer in bed plast, wanneer het door rijping eenmaal zijn blaas
kan beheersen
Kritieke en gevoelige perioden: De invloed van de omgeving
Kritieke periode = Specifieke tijd in ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de
grootste, zelfs onomkeerbare gevolgen heeft
Aanwezigheid van bepaalde soorten omgevingsstimuli noodzakelijk voor normale
ontwikkeling OF Blootstelling aan sitmuli met gevolg van abnormale ontwikkeling
Maar plasticiteit (= Mate waarin zich ontwikkend gedragspatroon of fysieke structuur
veranderlijk is)
Niet altijd blijvende schade als je bepaalde sociale ervaringen hebt gemist
Dus: Gevoelige periode = Optimale periode voor bepaalde vermogens om zich te
ontwikkelen
Levensloopmodel vs. Focus op specifieke perioden
Vroeger enkel aanadacht aan babytijd en adolescentie
Conceptie t.e.m. volwassenheid belangrijk!
Elke levensstadium is er ontwikkelingsgroei en -verandering (Vb. Intelligentie trainbaar
tot ver na adolescentie)
+ Sociale omgeving heeft grote invloed op ontwikkeling (Sociale invloeden op kinderen
pas begrijpen als we de mensen begrijpen, die grotendeels verantwoordelijk zijn voor die
invloeden): Ontwikkeling van baby’s vloeit gedeeltelijk voort uit de ontwikkeling van
volwassenen
Vb. Leeftijd van moeder heeft invloed op ontwikkeling van kind
De relatieve invloed van nature en nurture op de ontwikkeling
Genetisch bepaalde natuur vs. Fysieke en sociale omgeving
Nature = Eigenschappen, vermogens en capaciteiten die mensen van hun ouders erven
Resultaat van geleidelijk ontvouwen van voortbestemde genetische informatie (=
Maturatie)
Deel 1: De ontwikkeling van het kind
Hoofdstuk 1: Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
Op allerlei manieren kijken naar biologische ergernis van onze ouders en de omgeving
waarin we leven ons gedrag beïnvloeden (Vb. Op sociale ontwikkeling, erfelijkheid, …)
Maar 1 ding gemeenschappelijk: Geïnteresseerd in de groei en de veranderingen die een
kind en zijn adolescentie doormaakt
1.1) Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie (= Levenslooppsychologie) = De wetenschappelijke studie naar
patronen van groei, verandering en stabiliteit bij mensen vanaf de conceptie helemaal
tot aan de ouderdom, maar met accent op de jaren tot de volwassenheid, waarin
veranderingen elkaar het snelst opvolgen
Wetenschappelijke benadering: Ook hypothese toetsten (Aard en verloop van menselijke
ontwikkeling) zoals andere wetenschappelijke disciplines
Vaak gericht op menselijke ontwikkeling
Universele (Algemeen geldende) ontwikkelingsprincipes (Vb. Invloed van culturele
verschillen) vs. Specifiekere onwikkeligsprincipes (Kenmerken en eigenschappen die de
ene mens van de andere onderscheiden)
Niet enkel groeien en veranderen, maar ook kijken naar stabiliteit in leven van kinderen,
adolescenten en volwassenen Welke gebieden en in welke perioden in het leven
mensen veranderen en groeien + Hoe hun gedrag juist overeenkomt met eerder gedrag
1.1.1. De reikwijdte van het vakgebied
Vaak specialiseren in thema of leeftijdscategorie
Thematische gebieden binnen de ontwikkelingspsychologie
1. Fysieke ontwikkeling: Invloed van lichaam op ons gedrag: Invloed van hersenen,
zenuwstelsel, spieren, zintuigen + Eten, drinken, slaap
Vb. Ondervoeding heeft effecten op groeitempo, motoriek van kinderen en seksuele
rijpingsproces tijdens adolescentie
2. Cognitieve ontwikkeling: Hoe kan groei en verandering in intellectuele vermogens ons
gedrag beïnvloeden? (Denken, leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie)
Vb. Hoe intellectuele vermogens in de loop van de kindertijd veranderen?
Vb. In hoeverre bestaan er culturele verschillen in hoe leerlingen hun successen en
mislukkingen op school verklaren?
Vb. Op welke manier herinnert iemand die in de kindertijd een trauma heeft ervaren zich
dit later in het leven?
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling: Manier waarop de interacties van mensen en hun
sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven, en om de
manier waarop zij in toenemende mate hun emoties bewust ervaren en greep krijgen op
hun emoties
Vb. Uitgaansgedrag van adolescenten
Vb. Effecten van klasstructuur op emotionele welbevinden van schoolgaande kinderen
Seksuele ontwikkeling
Vb. Stressbeleving onder homoseksuele adolescenten
4. Persoonlijkheidsontwikkeling: Stabiliteit en verandering in karaktereigenschappen die
het ene individu van het andere onderscheiden
Vb. Mens tijdens zijn leven stabiele, duurzame karaktertrekken bezitten?
Morele ontwikkeling: Speciale aandachtgebied
, Vb. Studie naar invloed van ouderlijke gedrag op ontwikkeling van het besef van goed en
kwaad bij kinderen
Leeftijdsgroepen en individuele verschillen
Globale leeftijdsgroepen of perioden die sociale constructies zijn (Gebaseerd op westers
onderzoek)
Sociale constructie = Idee over de realiteit dat weliswaar breed geaccepteerd is, maar
afhangt van maatschappij en de cultuur op een bepaald moment
Leeftijdsgroepen zijn in vele opzichten ook willekeurig: Sommige perioden hebben een
duidelijk afgebakende grens (Babytijd vanaf geboorte tijd; Kleurtertijd tot basisschool),
maar vb. einde van babytijd niet zo duidelijk
Ook adolescentie niet precies afgebakend: Gebaseerd op biologische verandering Van
persoon tot persoon verschillend
Meer specifiekere ontwikkelingsperioden:
1. Puberteit (Soms deel van adolescentie of soms als aparte levensfase)
2. Prepuberteit = Periode voorafgaand aan puberteit, waarin al (Hormonale)
veranderingen in het lichaam optreden, maar deze nog niet van buitenaf zichtbaar
zijn
3. Opkomende volwassenheid (Van tienerjaren tot midden twintig) = Mensen zijn dan
niet langer adolescenten, maar hebben ze evenmin verantwoordelijkheden van
volwassenheid volledig op zich genomen Proberen verschillende indentiteiten uit
+ Zelfverkenning
Tijdstippen waarop gebeurtenissen zich in het leven van mensen voltrekken, kunnen
aanzienlijker variëren:
Door biologische oorzaak: Ene mens is sneller volgroeid dan andere (Sneller bepaalde
mijpalen in ontwikkeling bereiken)
Door omgevingsfactoren: Leeftijd waarop mensen meesral liefdesrelaties aangaan,
varieert per cultuur OF Afhankelijk van manier waarop mensen in die cultuur aankijken
tegen relaties
Belangrijk om te beseffen dat leeftijdsgroepen dus (Vaak westerse) gemiddelden hebben
Onderlinge vreschillen zijn dus normaal (Enkel bij variaties opmerkelijk bij aanzienlijke
afwijkingen van gemiddelde!)
De koppeling tussen thema’s en leeftijden
Variatie in temagebieden en leeftijdsgroepen Specialisten met uiteenlopende
achtergronden als deskundigen op gebied van ontwikkelingspsychologie (Pscyhologen,
pedagogen, genetici, artsen) Groot aantal verschillende perspectieven en ook
intellectuele rijkdom + Breed scala aan beroepen die onderzoeksbevindingen van het
vakgebied in praktijk toepassen voor welzijn van kinderen (Vb. Leerkrachten, sociaal
werkers, verpleegkundigen, pedagogisch medewerkers in kinderopvang, beleidsmakers)
1.1.2. Invloeden op de ontwikkeling: Ontwikkelen in een sociale wereld
Cohort = Groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren
Belangrijke sociaal-historische gebeurtenissen (Vb. Oorlogen, economische groei en
crisis, hongersnoden en epidemieën) mogelijk een bepaalde gemeenschappelijke invloed
op leden van cohort
Ook andere factoren of gebeurtenissen, naast cohorten, die mee ontwikkeling bepalen
Normatieve vs. Niet-normatieve gebeurtenissen
Normatieve gebeurtenis: Voordoen die bij meeste individuen binnen een groep op
dezelfde manier voltrekken
, Vb. Historisch, leeftijdsgebonden of sociaal-cultureel bepaald
Cohorte-effecten = Invloeden van cohorten op ontwikkeling
Vb. Historisch bepaalde invloeden: Omgevinginvloeden en biologisch invloeden die
verbonden zijn aan een specifiek historisch moment
Vb. Leeftijdsgebonden: Biologische invloeden en omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor
mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht waar of wanneer ze opgroeien (Vb.
Puberteit)
Vb. Sociaal-culturele invloeden (Vb. Etnische afkomst, sociale klasse, lidmaatschap van
een subcultuur)
Niet-normatieve gebeurtenis: Specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven
van een bepaald persoon, terwijl de meeste andere mensen hier niet mee te maken
krijgen
Kinderen kunnen ook zelf bijdragen aan totstandkoming van niet-normatieve
gebeurtenissen
1.2) Kinderen: Verleden, heden en toekomst
1.2.1. Vroege denkbeelden over kinderen
Sommige wetenschappers denken dat er een periode was waarin de kindertijd niet eens
bestond, althans niet in de belevingswereld van volwassenen (Kindertijd werd niet
beschouwd als een stadium dat kwalitatief anders was dan volwassenheid)
Babybiografieën
Eerste geschriften waarin kinderen methodisch werden bestudeerd
Populair in Duitsland (Eind 1700)
Fysieke en taalkundige mijlpalen vastleggen, maar vanaf Darwin (Evolutietheorie) meer
systematisch karakter
Darwin: Begrip van ontwikkeling van individuen binnen een soort helpen om te
achterhalen hoe de soort zelf was ontwikkeld
Babybiografieën een wetenschappelijke status door er 1 zelf te schrijven (Zoon in diens
1ste levensjaar)
Ook andere trends die bijdroegen aan versnelde ontwikkeling van nieuwe discipline,
gericht op kinderen Mechanisme achter verwekking van kinderen en ontrafeling van
mysteries van erfelijkheid
Wetenschappers van diverse origine discussieerden over relatieve invloed van nature
(Erfelijkheid) en nurture (Omgevingsinvloeden)
Focus op de kindertijd
Industrialisatie (Eind 18de eeuw – Begin 19de eeuw) Hervorming van arbeidsproces
Verandering kijk op kinderen als goedskope arbeidskrachten (Wetten die kinderen tegen
uitbuiting beschermden)
+ Onderwijs meer algemeen toegankelijk (Kinderen vaker gescheiden van volwassenen)
Meer bewust van invloed van kindertijd op volwassen leven!
1.2.2. De twintigste eeuw: Ontwikkelingspsychologie als discipline
Alfred Binet, Franse psycholoog: Invloedrijk door pionierswerk op gebied van intelligentie
van kinderen + Onderzoek naar geheugen en hoofdrekenen
Granville Stanley Hall: Eerste die gedrag en denken van kinderen bestudeerde met
vragenlijsten + Boek waarin adolescentie als aparte ontwikkelingsperiode werd gezien
Eerste helft van 20ste eeuw: Trend die invloed had op ons inzicht in kinderlijke
ontwikkeling
, Grootschalige, systematische en langdurige onderzoeken naar kinderen en hun
ontwikkeling tijdens de rest an hun leven (Vb. Genetic Studies of Genius = Terman Study
of the Gifted aan Stanford University)
Wetenschappers hebben gemeenschappelijk doel: Aard van groei, verandering en
stabiliteit tijdens kindertijd en adolescentie op wetenschappelijke manier bestuderen
1.2.3. Vraagstukken bij de thema’s van de ontwikkelingspyschologie
Continue verandering vs. Discontinue verandering
Continue verandering = Ontwikkeling is geleidelijk en vloeien de prestaties op bepaald
niveau voort uit de prestaties op vorige niveaus
Kwantitatief (Te maken met hoeveelheid)
Kinderen ontwikkelen steeds meer van hetzelfde (Niet in aard veranderen, maar omvang
van vaardigheden of kenmerken)
Vb. Lengte
Vb. Cognitieve ontwikkeling: Niet hele nieuwe cognitieve processen (Lezen: Beter en
sneller, maar proces is hetzelfde, de letters worden klanken)
Discontinue verandering: Aparte stadia of stappen
Kwalitatief (Qua inhoud en hoedanigheid, anders dan in 1ste stadia)
Vb. Cognitieve ontwikkeling: Denken van kinderen verandert fundamenteel naarmate ze
ouder worden
Abrupte, met sprongetjes verlopen van ontwikkeling
Vb. Kind dat opeens niet meer in bed plast, wanneer het door rijping eenmaal zijn blaas
kan beheersen
Kritieke en gevoelige perioden: De invloed van de omgeving
Kritieke periode = Specifieke tijd in ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de
grootste, zelfs onomkeerbare gevolgen heeft
Aanwezigheid van bepaalde soorten omgevingsstimuli noodzakelijk voor normale
ontwikkeling OF Blootstelling aan sitmuli met gevolg van abnormale ontwikkeling
Maar plasticiteit (= Mate waarin zich ontwikkend gedragspatroon of fysieke structuur
veranderlijk is)
Niet altijd blijvende schade als je bepaalde sociale ervaringen hebt gemist
Dus: Gevoelige periode = Optimale periode voor bepaalde vermogens om zich te
ontwikkelen
Levensloopmodel vs. Focus op specifieke perioden
Vroeger enkel aanadacht aan babytijd en adolescentie
Conceptie t.e.m. volwassenheid belangrijk!
Elke levensstadium is er ontwikkelingsgroei en -verandering (Vb. Intelligentie trainbaar
tot ver na adolescentie)
+ Sociale omgeving heeft grote invloed op ontwikkeling (Sociale invloeden op kinderen
pas begrijpen als we de mensen begrijpen, die grotendeels verantwoordelijk zijn voor die
invloeden): Ontwikkeling van baby’s vloeit gedeeltelijk voort uit de ontwikkeling van
volwassenen
Vb. Leeftijd van moeder heeft invloed op ontwikkeling van kind
De relatieve invloed van nature en nurture op de ontwikkeling
Genetisch bepaalde natuur vs. Fysieke en sociale omgeving
Nature = Eigenschappen, vermogens en capaciteiten die mensen van hun ouders erven
Resultaat van geleidelijk ontvouwen van voortbestemde genetische informatie (=
Maturatie)