Keure van Hazebroek (1336)
Tekstuitgave Van Damme (2004)
(15) Echter (voorts is het vastgelegd) dat niemen ne (niets) mach u[er]diesen (duurder maken)
sine penewarden (koopwaren)
achter dat hise heuet iedaen te uenten (te koop gesteld) wat penewarden
dat het siin (gelijk welke koopwaren, welke het ook zijn) up ene boete (op straf van boete)
van .x.s. par[isise]
(17) Echter dat niemen wllen cleet (lap stof) no linin vercope stille
no lude (in het geheim of het openbaar) ne in neghene h[er]berghe (en ook niet in een
herberg) hi ne ghelde sine toelne (tenzij hij zijn tol betaalt)
wel ende soffisantelike (goed en voldoende) ende siin mete ghelt (meetgeld: geld om de
keurmeester te betalen → degene die het meet) up ene boete
van .xx.s. par[isise] up dat (als) hijs (hij daarvan) ware iehouden (wordt beptrapt) van
scepene[n] of van curiaers (door schepenen of keurmeesters) of van der waerheide (lett: van
de waarheid → onder eed)
(20) Echter dat ne gheen uleeschauwer (slager) uleesch legghe te stalle (uitstallen)
daer me (waar men) uleisch vercopt (~markt/hal) dat van stiers of van seughen
of van rams of u[er]sawen (iets van slechte kwaliteit) es of dat niet soffisant (voldoende →
van kwaliteit) es hi ne moet uercopen buter halle (buiten de hallen) up ene boete v[an]
.xx.s.par[isise]
(59) Echter dat niemen ne houde bedecte herberghe (bordeel openhouden) dat
es te weitene (te weten) mans met ander wiuen (~overspel) end ooc kinder
Tekstuitgave Van Damme (2004)
(15) Echter (voorts is het vastgelegd) dat niemen ne (niets) mach u[er]diesen (duurder maken)
sine penewarden (koopwaren)
achter dat hise heuet iedaen te uenten (te koop gesteld) wat penewarden
dat het siin (gelijk welke koopwaren, welke het ook zijn) up ene boete (op straf van boete)
van .x.s. par[isise]
(17) Echter dat niemen wllen cleet (lap stof) no linin vercope stille
no lude (in het geheim of het openbaar) ne in neghene h[er]berghe (en ook niet in een
herberg) hi ne ghelde sine toelne (tenzij hij zijn tol betaalt)
wel ende soffisantelike (goed en voldoende) ende siin mete ghelt (meetgeld: geld om de
keurmeester te betalen → degene die het meet) up ene boete
van .xx.s. par[isise] up dat (als) hijs (hij daarvan) ware iehouden (wordt beptrapt) van
scepene[n] of van curiaers (door schepenen of keurmeesters) of van der waerheide (lett: van
de waarheid → onder eed)
(20) Echter dat ne gheen uleeschauwer (slager) uleesch legghe te stalle (uitstallen)
daer me (waar men) uleisch vercopt (~markt/hal) dat van stiers of van seughen
of van rams of u[er]sawen (iets van slechte kwaliteit) es of dat niet soffisant (voldoende →
van kwaliteit) es hi ne moet uercopen buter halle (buiten de hallen) up ene boete v[an]
.xx.s.par[isise]
(59) Echter dat niemen ne houde bedecte herberghe (bordeel openhouden) dat
es te weitene (te weten) mans met ander wiuen (~overspel) end ooc kinder