Samenvatting Economie
Economie (Katholieke Universiteit Leuven)
Scan to open on Studoc
Downloaded by ANDREA PRUSZYNSKA ()
, lOMoAR cPSD| 63443040
Downloaded by ANDREA PRUSZYNSKA ()
,
, lOMoAR cPSD| 63443040
HOOFDSTUK I: WAT IS ECONOMIE?
1) Onderwerp en invalshoek
Economie = zowel het economische gebeuren als de wetenschappelijke reflectie erover
• Engels: ‘the economy’ ↔ ‘economics’
= de wetenschap die het menselijk gedrag bestudeert als een relatie tussen doeleinden en
schaarse middelen
➔ Klemtoon op keuze of productiviteit: noodzaak om keuze te maken door spanning tussen doeleinden
en middelen
• Toegenomen productiviteit heeft deze spanning teruggedrongen
= bestudeert hoe mensen uit een maatschappij hun behoeften bevredigen onder invloed van
bepaalde sociale of politieke situaties en hoe deze instituties tot stand komen
= een studie waarbij het welzijn naast actie (keuze) centraal staat: ze probeert de vraag te
beantwoorden wat samenlevingen kunnen doen om welvarend te worden
➔ economie is een menswetenschap
➔ bestudeert het keuzeprobleem van het individu (of de groep), dat volgt uit de aanwezige
beperkingen; gaat ervan uit dat individuen (groepen) rationeel handelen, gegeven hun voorkeuren en
beperkingen;
2) De economische kringloop
•
De economische kringloop stelt de interactie tussen economische agenten voor
•
Economische agenten: beslissingsnemers (gezinnen, ondernemingen, de overheid)
•
Consumptie: het verwerven van goederen en diensten om behoeften te bevredigen
o belangrijke determinant van de welvaart van een individu en van een gemeenschap
o Duurzame consumptiegoederen kopen (bv. een auto) = consumeren EN sparen (want
komt in vermogen)
Productie: het voortbrengen van goederen en diensten die op de gepaste tijd en plaats ter beschikking worden
gesteld, bv. landbouw/mijnbouw of diensten als kapper/dokter of de overheid/het gerecht
nvestering = aankoop van een kapitaalgoed. De bruto-investeringen bestaan uit
o Vervangingsinvesteringen: investeringen gelijk aan depreciatie, kapitaal blijft hetzelfde
o Netto- of uitbreidingsinvesteringen: investeringen > depreciatie: productiecapaciteit
breidt uit
Onderneming
de belangrijkste producent
het productieproces worden
omgezet in de
lopende inputs
grondstoffen/hulpstoffen
productiefactoren
Toegevoegde waarde
Bruto TW
output – lopende inputs
Netto TW = inkomen!
bruto TW – depreciatie
de productiefactoren
Kapitaalgoederen (of investeringsgoederen) = door de mens vervaardigde duurzame productiemiddelen
6
Downloaded by ANDREA PRUSZYNSKA ()