Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 101 pages
Summary

Samenvatting 17/20 | Geschiedenis van het Publiekrecht | UA | 2025/2026

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 101 pages

Geslaagd eerste zit door deze samenvatting te leren. Bestaat uit de slides met notities uit de les.

Content preview

GESCHIEDENIS VAN HET PUBLIEKRECHT




WAT EN WAAROM
 Wat?
 metajuridisch vak: op het snijvlak van academische disciplines
 hoe het recht tot stand kwam/ontwikkelde
o op een bepaalde plaats / in een bepaalde tijd
o staatsbestel: structuur, staatsorganen, bevoegdheden, …
o grondrechtenbescherming
 op een bepaalde plaats / in een bepaalde tijd:
o wie maakt het recht?
o voor wie?
o hoe?
o wanneer en waarom?
o hoe laten gelden en door wie gehandhaafd?
 recht functioneert niet in een vacuum
 recht is onderdeel van sociaal-maatschappelijk geheel
o rechtssystemen = continu in ontwikkeling → o.b.v. verschuivende
machtsrelaties
o vorm en verandering rechtssystemen = impact samenstelling /
ontwikkeling van het recht
 publiekrecht draait om
o staatsorganen en -instellingen
o algemene politieke principes en rechtsbeginselen
o juridische begrippen, regels, procedures (politieke structuren,
bevoegdheden; bescherming grondrechten; …)
 Waarom?
 Voorbeeld: Belgische revolutie 1830-31 = het resultaat van
o politieke klachten: ondervertegenwoordiging Zuiden in Staten-Generaal
VKN
o religieuze overwegingen: Zuiden overwegend katholiek, Noorden
overwegend protestant
o economische gronden: perceptie in Z. dat N. economisch voorgetrokken,
terwijl even zwaar belast
o culturele motieven: taalbeleid Willem I + culturele en politieke blik gericht
op Frankrijk
o constitutionele bezwaren: rol regering en vorst t.o.v. vertegenwoordigende
vergaderingen; onderdrukking van oppositie via inperkingen van
grondrechten
 rechtshistorisch onderzoek = basis voor goed begrip van het hedendaagse recht
o redenen voor aannemen regels en normen + verandering/behoud ervan
 rechtshistorisch onderzoek = inzicht in aangeleverde rechtshistorische
argumenten
o inzicht in de pro’s en contra’s van welbepaalde aanpak
o inhoud van het rechtvaardigheidsbegrip = variabel van aard → impact op
keuzes
 rechtshistorische dimensie = belang voor hedendaags rechtsvergelijkende
onderzoek

1

,  blik op verleden om inzicht te krijgen in
o potentieel van staatsbestel /rechtssysteem
o beperkingen van staatsbestel /rechtssysteem
o onderscheid essentiële incidentele
H1: HET MODERNE STAATSBEGRIP
1. INLEIDING
 Hoe regelen we de manier waarop we onszelf besturen?
 ‘regelen’ → ‘regel’ → veronderstelt norm = recht, verschillende snelheden binnen
staat en periode
 Gemeenschappelijk element in bestuur van staten
 legitimiteit (om de mensen te besturen): bestuurders – bestuurden
o verschilt van staat tot staat + verschillen in ontwikkeling → geen uniform
model
 representatief regime, waarbij bevolking zich kan laten vertegenwoordigen
= iemand die gehele staat vertegenwoordigd (elite, God, gehele collectiviteit)
o meest gangbaar bestuurlijk model van meeste staten
o maar geen ‘vaste waarde’/vanzelfsprekend gegeven
 Essentiële problematiek publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven?
= spanningsveld
 citaat: democratie zijn twee wolven en een schaap die gaan kiezen wat hun lunch is
 Hoe zorgen we ervoor dat minderheden in de samenleving niet verdrukt worden door
de staat?
 hoe rechten waarborgen?
o rechten van burgers waarborgen vs. overheid
o rechten van minderheid waarborgen vs. democratische meerderheid
 hoe institutioneel denken?
= intellectuele achtergrond van de ontwikkeling van de liberale staat
2. DE IDEE VAN ‘DE STAAT’
 Uitgangspunt
 iets/iemand nodig om samenleven te waarborgen & chaos en geweld verhinderen
= er moet een zekere gezag zijn, gezag = de wet: geacht op iedereen van
toepassing te zijn
o persoon /instelling met macht om bevelen op te leggen
o persoon / instelling maakt wet = op iedereen van toepassing
o persoon / instelling = geweldmonopolie
 theorie nodig → conceptie van ‘de staat’ (wie/wat als staat beschouwen en
waarom?)
o antwoord = afhankelijk van welk standpunt men inneemt: Middeleeuwen –
Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis - Moderne / Hedendaagse
geschiedenis
2.1 MIDDELEEUWEN
 Mediëvisten: moderne staat = opvolger ME standenvertegenwoordiging en leenrecht
 ME samenleving = opgebouwd uit standen (dragen elk op eigen manier bij aan de
maatschappij)
o zij die bidden (clerus) / zij die strijden (ridders) / zij die werken (derde
stand)
 vertegenwoordigers van die groepen vormen ‘de natie’
 bestaan verschillen qua graad van autonomie tussen bepaalde gebieden
of steden

2

,  vorst regeert bij gratie Gods, volgens contract met drie standen =
uitdrukking van ‘Gods gewilde orde’
 tyrannie = verbreken contract → recht op weerstand
= WANT alles is gericht op het behoud van de maatschappelijke orde
 Mediëvisten: moderne staat = opvolger ME standenvertegenwoordiging en leenrecht
 contractuele opvatting, gestoeld op leenrecht
o idee van relatie leenheer - leenman (structureert vanaf 10de tot 18de eeuw
ME samenleving)
 terbeschikkingstelling leen (grond, kasteel, huis) door vorst aan
vazal (levensonderhoud)
 in ruil: vazal staat vorst bij (raad en daad)
= oorspronkelijk privaatrechtelijke relatie (tussen twee personen)
o wordt publiekrechtelijk gegeven (stuurt machtsrelaties, leenman kan eigen
leenman krijgen)
 versnippering territorium (achterleen)
= koninkrijken die relaties met elkaar kunnen krijgen
2.2 VROEGMODERNE / NIEUWE GESCHIEDENIS
 Liberale staten = opvolgers vroegmoderne staat
 Tijdens vroegmoderne / nieuwe geschiedenis: notie v. soevereiniteit wetgever
 Middeleeuwen: vorstelijke machtsconsolidatie → centrale staat
 koningen willen macht consoleren via oorlogen: meer titels toe-eigenen en
gezag centraliseren (uiteindelijk centrale staat)
 16de-17de eeuw: religieuze spanningen door scheuring katholieke kerk → band
religie – publiekrecht
 macht exclusief bij vorst om oorlog te voorkomen: ook bij vertegenwoordigers
v.h. volk
 Tijdens 17de eeuw: verdere ontwikkeling naar idee van “état souverain”
 staat die geen andere macht boven zich heeft: moet sterk genoeg staan en steun
bieden
 eventueel via volksvergaderingen en mogelijks parlement om chaos te
vermijden
o ‘republiek’ (res publica– ‘de politieke zaak’)
o ‘natie’: in de 17de eeuw, maar pas juridische betekenis vanaf Franse
Revolutie
2.3 MODERNE / HEDENDAAGSE GESCHIEDENIS
 Staat begrepen als democratische staat
 verkozen bestuurders
o rechtstreeks
o onrechtstreeks
 Staat begrepen als liberale staat: vrijheid van het individu, het collectief van de
individuen (rechten waar de overheid of de staat niet mogen inmengen)
 machtenscheiding
o wetgevende macht
o uitvoerende macht
o rechterlijke macht
 overheid gebonden aan het recht
o overheid maakt normen
o overheid gebonden door diezelfde normen
 waarborgen voor grondrechten van burgers



3

, o via (grond)wetsbepalingen (bv. Duitsland eeuwigheidsclausules:
democratisch rechtsstaat kan niet zomaar worden weggewerkt)
o via instellingen
 constitutioneel (bv. machtenscheiding)
 buiten-constitutioneel (bv. de pers als‘waakhond’ democratie)
HOORCOLLEGE 2: SOEVEREINITEIT EN TYPES VAN STATEN
1. DE NOTIE ‘SOEVEREINITEIT’
1.1 HET BEGRIP ‘SOEVEREINITEIT’
 ‘de staat’
 grondgebied
 bevolking waarop beslissingen van overheid op kunnen worden afgedwongen
 overheidsinstellingen met gezag en erkenning
 2 vormen van soevereiniteit
 externe soevereiniteit
 interne soevereiniteit
1.2 EXTERNE SOEVEREINITEIT
 Erkenning door andere staten
 Niet onderworpen aan andere staat
= kwestie van internationaal recht
1.3 INTERNE SOEVEREINITEIT
 ‘Hoogste macht om op een territorium een gemeenschap te beheersen om de
continuïteit/cohesie van de samenleving te garanderen’
 Veronderstelt van de staat
 vermogen om zichzelf te organiseren door verschillende instellingen
 staatswil > wil van alle andere morele en fysieke personen, abstract
 staatsmonopolie op het creëren van recht: neemt beslissingen en worden ook
herkend
 staatsmonopolie op (legitiem) geweld: sanctioneren indien regels niet worden
nageleefd
= gezag en controle op bevolking
 Verplichtingen/verwachtingen van de bevolking voor de staat om legitiem te blijven,
 administratief bestuur en handhaving openbare orde
 recht spreken
 nationale defensie: verdedigen tegen interne en externe bedreigingen
 geld slaan: economie onderhouden
 Soevereiniteit = centraal idee in politieke denken, maar ook in het publiek recht
 internationaal recht:
o garanties voor niet-inmenging (regeling via internationale verdragen)
 nationaal:
o regeling toe uitoefening soevereiniteit door instellingen + controle
(regeling via grondwet)
 Interne soevereiniteit <-> externe soevereiniteit = twee facetten van zelfde munt,
afhankelijk van elkaar
 via soevereiniteit graduele democratisering v.d. staat
2. DE DEMOCRATISERING EN CONSTITUTIONALISERING VAN DE STAAT
 Democratisering en secularisering van staatsmacht:
 historisch: idee van soevereiniteit vanwege nood aan stabiliteit in situatie van
chaos
o religieuze oorlogen 16de-17de eeuw → burger beschermen

4

Document information

Study
Uploaded on
July 3, 2026
Number of pages
101
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.10

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
3
Last sold
1 month ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions