HOOOFDSTUK 1: WAT IS DE OORSPRONG VAN DE HERSENEN EN GEDRAG?
WAAROM HERSENEN EN GEDRAG BESTUDEREN?
o Hoe de hersenen gedrag produceren is 1 van de grote wetenschappelijke vragen (onderzoek)
o Hersenen zijn 1 van de meest complexe organen op Aarde en aanwezig bij vele dieren
x
o Een toenemende lijst van gedragsstoornissen kunnen verklaard en behandeld worden naarmate onze kennis
van de hersenen toeneemt
1.1 KERNVRAAG: Hoe zijn hersenen georganiseerd om gedrag te produceren?
PAVLOV
• geïnteresseerd in conditionering.
• onderzocht speeksel omdat hij via speekselreacties associaties kon meten.
• Door het aantal speekseldruppels te tellen, kon hij nagaan hoe het aanleren van associaties verliep.
• Voor Pavlov had conditionering te maken met het ontdekken van het bewustzijn.
• Volgens het associationisme werkt het bewustzijn via associaties: de ene gedachte roept een andere
op, niet op een rationele manier, maar door verbindingen tussen ervaringen.
• De hersenen zijn betrokken bij conditionering. Conditionering verloopt via processen in de
hersenen. Door lichamelijke reacties zoals speeksel te meten, probeerde Pavlov het mechanisme van
het bewustzijn zichtbaar en meetbaar te maken.
Drie benaderingen:
1. Hoe zijn hersenen en gedrag geëvolueerd in verschillende diersoorten?
2. Hoe verandert gedrag in mensen met hersenschade of andere dysfuncties van de hersenen?
DUS: klinische casussen
3. Hoe zijn de hersenen gerelateerd aan gedrag in ‘normale’ mensen?
a. ‘normale’ mensen zijn mensen zonder hersenschade/letsel
b. bv. via MRI-scan bepaalde gedragingen koppelen aan activiteit in bepaalde
hersengebieden,begrijpen van link tussen brein en gedrag kan dienen als een
bron van inzicht voor vele stoornissen en de behandeling ervan
1
,1.2 wat met vrije wil ?HERSENEN EN GEDRAG
Wisselwerking tussen hersenen en gedrag -> verandert het gedrag onze hersenen (door vb cultuur)
Hersenen passen zich voortdurend aan.
Hersenen
● Centraal zenuwstelsel: is omringt door gebeente
-> Bevind zich in verharding: de schedel + ruggenmerg (zorgt voor connectie brein en lichaam)
• bemiddelen van gedrag
o Perifeer zenuwstelsel: zenuwbanen uit
omhulsels
o Somatisch: aansturen van spieren en
zintuigen
o Auto: aansturen organen => zelfstandig
zenuwstelsel
o Regelt onbewuste functies en
processen
o Alles buiten bewustzijn → functies werken nog bij bewusteloos zijn
o Enterisch: werking voor dikke darm (vertering), belangerijk voor overleving
Gedrag
● Oude benadering: gedrag (biologisch) = patronen die in de tijd herhalen
DUS: bepaalde bewegingen dat dieren/mensen stellen dat we daar patronen kunnen in
herkennen en bestuderen
o Vereist ervaring en oefening
o Mens = dier met meest complexe zenuwstelsel
● Nieuwe benadering: gedrag (psychologisch) = een functie van stimuli (= omgeving)
o Gedrag begrijpen vanuit de functie die het heeft
o Psychologische formule: G= f(s)
o In welke context en wat zijn de gevolgen
● Gedrag is van evolutionair belang
● Hersenplasticiteit = het brein kan veranderen afhankelijk van leerervaringen en
omstandigheden
2
, Wat moeten we doen met vrije wil?
- Hersenen zelf gedrag sturen?
- In welke mate zijn we nog zelf meester van ons gedrag?
- Hebben we nog vrije wil?
o Skinner: operante conditionering
● Gedrag → gestuurd door stimuli uit omgeving
● gedrag beloont wordt, zal men vaker stellen dan niet
● effect van omgeving, niet maken wat we zelf willen
● hij is radicaal tegen vrije wil, vrije wil is volgens hem een fictie
DUS: we geloven in vrije wil om uitleg te geven aan ons eigen gedrag.
⇓
KRITIEK: in welke maten zijn criminelen of psychopaten dan nog verantwoordelijk
voor hun daden?
o Andere onderzoekers: verklaren dat als alles terug te leiden is op de
zenuwbanen er geen vrije wil is.
VOORBEELD: ratten die hebben geleerd angstig te zijn bij geluid kunnen er twee
verklaringen:
● De biologie verklaart deze reactie obv. delen van de hersenen en neurale paden
● De psychologie verklaart deze reactie obv. vroegere ervaring die de ratten
hadden bij het geluid
🡺 De gedragsneurowetenschappen combineert beide verklaringen
🡺 Combi is nodig om te komen tot meeste kennis
BENADERINGEN VAN HERSENEN EN GEDRAG?
Waar dienen de hersenen voor?
2.1 Mentalisme van Aristoteles
Filosofische positie dat zegt dat een persoon zijn geest
verantwoordelijk is voor gedrag
• Psyche/geest = bron van menselijk gedrag
• Hersenen speelden geen rol de enige functie was het lichaam afkoelen (airconditioning)
• Onsterfelijke ziel: er is meer dan hersenen alleen die gedrag regelen
• Rationele vermogens bevinden zich in de geest
3
, 2.2 Dualisme van Descartes
Gedrag is gecontroleerd door twee dingen: een geest en
een lichaam
• Vergelijking gemaakt met hydraulische pompen
(uitvinding van machines)
• Blauwe ventricles gevuld met vocht
• Descartes dacht dat hersenen duwde vocht in zenuw buisjes en zo onze spieren lieten
bewegen
• Brein + lichaam zorgden voor eenvoudige dingen
• Immateriële geest, gelegen in pijnappelklier/pineal
gland, zorgde voor rationeel, complex gedrag
• Pijnappelklier is een gebied in de hersenen dat geen
spiegelbeeld heeft
• Eerste neurologische theorie
• in pijnappelklier,
→ KRITIEK:
o Door andere testen: intelligent gedrag zonder pijnappelklier
o Spieren opspannen in emmer water, water moet stijgen als je opspant en dat
gebeurt niet
o Gaat in tegen basiswetten van de fysica
Bij wet van behoud van energie, er kan niet zomaar geen nieuwe energie laten
ontstaan => is wel als je gelooft dat geest het brein
beïnvloed
o Negatieve effecten voor behandeling van dieren, kinderen en geesteszieken
2.3 Materialisme van Darwin
Filosofische positie dat zegt dat gedrag verklaard kan worden als
een functie van het zenuwstelsel zonder een toevlucht te nemen tot het verstand
2.3.1 Evolutie door natuurlijke selectie
• Alle levende organismen zijn met elkaar verbonden
• Grote diversiteit in biologische wereld is ontwikkeld vanuit een gemeenschappelijk
voorouderschap
• Natuurlijke selectie = nieuwe species evolueren en bestaande soorten veranderen over tijd
• Mens staat niet boven de dieren en planten wij maken er deel van uit → we zijn niet speciaal
maar wel gespecialiseerd op een goede manier ontwikkeld om in een context te overleven
• Grotere hersenen ontwikkeld door natuurlijke selectie → zorgt voor veel problemen in bv:
zwangerschap
• Individuele organismen kunnen variëren in hun fenotype (= karaktristieken die we kunnen
zien)
2.3.2 Natuurlijke selectie en erfelijke factoren
• Genen = erfelijke factoren
• Genotype = bepaalde genetische make-up van een
individu
• Groep die bepaald genotype heeft, zal ook soortgelijk
fenotype hebben
• Natuurlijke selectie (Darwin) x Genetische
erfelijkheid (Mendel)
• F3 toch 25% witte plantjes
4