Beginnende geletterdheid
Auditieve vaardigheden
- Auditieve objectivatie: letten op de klank en niet op de betekenis. (kabouter is
langer woord dan reus)
- Auditieve discriminatie: verschil horen tussen klanken en tussen woorden.
(verschil tussen huis en muis)
- Auditieve analyse: een woord in klanken splitsen. (h/ui/s)
- Auditieve synthese: losse klanken samenvoegen tot een woord. (ik zeg; h/ui/s,
kind zegt huis)
- Temporeel ordenen: de volgorde van klanken onthouden. (Wesp- ik weet o welke
plek de juiste plek van de letters)
- Klankpositie bepalen: aangeven waar je de klank in een woord hoort. (Wat hoor
je achteraan in huis?)
Visuele vaardigheden
- Visuele discriminatie: verschil zien tussen letters en woorden. (Verschil tussen b
en d)
- Visuele analyse: Letters in een woord herkennen. (h_s> hui_>_uis)
- Visuele synthese: losse letters samenvoegen tot 1 woord. (/k/,/a/,/m/m= /kam/)
- Spatieel ordenen: Volgorde van letters onthouden. (Hius of huis)
- Letterpositie bepalen: aangeven wat de plaats van een letter in een woord is.
(wat is de laatste letter van huis?)
Taalvaardigheden
- Kennis van begrippen: instructiebegrippen als voor, achter en letter kennen.
,Voortgezet technisch lezen
Voordracht aspecten
1. Uitspraak en articulatie
- Duidelijk verstaanbaar en correct uitspreken van woorden.
- Spellingsuitspraak: je lees letterlijk wat er staat.
2. Klemtoon
- Heeft betrekking op woorden en zinnen.
- Je moet uit de zin opmaken welk accent het meest op de plaats is.
3. Zinsmelodie
- Het verloop van toonhoogte in een zin.
- Het in zinvol om tijd te besteden aan de interpunctie, zodat de leerlingen de
zinmelodie beter gebruiken.
4. Natuurlijkheid en emotionaliteit
- Natuurlijkheid: het hardop lezen gaat hetzelfde als je een normaal gesprek
voert.
- Je kan hierdoor ook de emotie in het lezen leggen.
5. Tempo
- Vloeiend lezen
- Goede leessnelheid
- Afwisseling van snelle en langzame passages.
6. Volume
- De afwisseling tussen hard en zacht.
- Dit valt samen met emotionaliteit.
- Je trekt aandacht van de luisteraars.
7. Het lezen van woordgroepen.
- Het lezen van woordgroepen noemen we: frasering.
, - De zin wordt in verschillende delen geknipt. Je kan op bepaalde plekken even
rust nemen en bepaalde stukken niet.
8. Lezen van interpunctie
Ontwikkeling van geletterdheid
1. Ontluikende geletterdheid
- Kinderen ontdekken functies van geschreven taal.
- In deze fase is de taal waarin geoefend/voorgelezen wordt nog niet van
belang!!! (voor de taalvariatie is dit heel goed, voor de Nederlandse
woordenschat maakt het niet uit. Het gaat hier om dat de tekens een boodschap
geven)
2. Beginnende geletterdheid
- Aanvankelijk lezen, globaal in groep 1-3
3. Gevorderde geletterdheid
- Automatiseren, voortgezet lezen.
Belangrijke begrippen
Kennis van begrippen
- Weten wat woorden met een belangrijke functie betekenen
- Bijvoorbeeld: vooraan, achteraan, middelste, hetzelfde, verschillend
Klankzuiver
- Woorden die je schrijft zoals je ze uitspreekt
- Niet klankzuiver: hond/hont, spreeuw/ spreew, kraai/kraaj
- Let op: /ng/ is klankzuiver
- Snik, maan, roos, vis, ik, kat, struik, snoep.
- Ch en sch zijn niet klankzuiver
Strategieën technisch lezen