Koop & verkoop
Onderdeel 1: zaken en goederen
In het goederenrecht wordt onderscheid gemaakt tussen zaken en rechten. Zaken zijn tastbare
objecten die voor menselijke beheersing vatbaar zijn. Deze zaken kunnen worden onderverdeeld
in onroerende zaken en roerende zaken.
Onroerende zaken zijn grond, gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn
verenigd.
Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn.
Daarnaast speelt het begrip bestanddeel een belangrijke rol. Een bestanddeel is alles wat
volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van een zaak, of wat zodanig met de hoofdzaak is
verbonden dat het niet zonder beschadiging van betekenis kan worden afgescheiden. De
eigenaar van de hoofdzaak is automatisch ook eigenaar van de bestanddelen.
Absolute en relatieve rechten
Goederenrechtelijke rechten kunnen worden onderverdeeld in absolute rechten en relatieve
rechten.
Absolute rechten werken tegenover iedereen en zijn overdraagbaar (art. 3:83 BW).
Relatieve rechten gelden alleen tussen specifieke personen en zijn in beginsel niet
overdraagbaar.
Voorbeelden van relatieve rechten zijn huur, pacht, bruikleen en een vordering tot salaris.
Absolute rechten zijn onder andere eigendom en beperkte zakelijke rechten.
Volledig absolute rechten: eigendom
Eigendom is het meest volledige absolute recht (art. 5:1 BW). De eigenaar heeft het recht om
met de zaak te doen wat hij wil, voor zover dit niet in strijd is met wet of rechten van anderen.
Een bijzondere vorm van eigendom is mandeligheid. Hierbij zijn meerdere eigenaren gezamenlijk
eigenaar van een zaak, zoals:
een gemeenschappelijke muur;
een gemeenschappelijke tuin bij een appartementencomplex;
de ondergrond bij stapelbouw.
Voor overdracht van eigendom is een geldige titel, levering en beschikkingsbevoegdheid vereist.
Bij onroerende zaken moet de leveringsakte worden ingeschreven in het Kadaster.
Naast eigendom bestaan er beperkte absolute rechten. Deze rechten zijn afgeleid van eigendom
en beperken het eigendomsrecht van de eigenaar. Er wordt onderscheid gemaakt tussen
zekerheidsrechten en gebruiksrechten.
, Zekerheidsrechten geven een schuldeiser voorrang bij verhaal:
Pandrecht: zekerheid op roerende zaken of rechten.
Hypotheekrecht: zekerheid op onroerende zaken.
Gebruiksrechten geven het recht om een zaak van een ander te gebruiken:
Opstalrecht: bouwen op andermans grond (vergoeding: retributie).
Erfpachtrecht: houden en gebruiken van andermans grond (vergoeding: canon).
Vruchtgebruik: recht op het gebruik en de vruchten van een goed.
Recht van gebruik en bewoning: vergelijkbaar met vruchtgebruik, maar beperkt tot
wonen.
Erfdienstbaarheden: verplichting om iets te dulden of na te laten ten behoeve van een
ander erf (bijv. recht van overpad).
Appartementsrecht: mede-eigendom van een gebouw met een exclusief gebruiksrecht
op een bepaald gedeelte.
Kenmerken van zakelijke rechten
Zakelijke rechten hebben een aantal vaste kenmerken:
ze zijn limitatief (alleen wettelijk vastgelegde rechten bestaan);
ze hebben zaaksgevolg (het recht volgt de zaak);
ze zijn absoluut;
ze moeten worden ingeschreven in het Kadaster;
ze zijn overdraagbaar;
bij samenloop geldt: ouder gaat voor jonger en zakelijk gaat voor persoonlijk.
Onderdeel 2: informatie- en onderzoeksplicht
Bij koopovereenkomsten bestaat een verdeling van verantwoordelijkheden tussen koper en
verkoper.
De koper heeft een onderzoeksplicht.
De verkoper heeft een mededelingsplicht.
De koper moet onderzoek doen naar:
publiekrechtelijke beperkingen;
privaatrechtelijke aspecten;
bijzondere publiekrechtelijke regelingen;