Ontwerpend lesgeven
Naam: Hanna Koole
Studentnummer: 1048494
Opleiding: Lerarenopleiding Engels
Klas: VENS3C
Cursusnaam: Didactiek N3: Ontwerpend lesgeven
Code: LERDOL01X
Naam docent: Emiel de Ruiter
,Inhoudsopgave
Voorwoord...............................................................................................................................4
Cimo-Onderzoek.................................................................................................................... 5
Context............................................................................................................................... 5
Probleemanalyse..........................................................................................................6
Gewenste Outcome............................................................................................................7
Interventie...........................................................................................................................9
Lesdoelen voor de lessenserie...............................................................................9
Overzicht van de lessenserie:................................................................................ 9
Overwegingen bij de indeling van de groepjes...............................................10
Differentiatie in de lessen..................................................................................... 13
Mechanisme..................................................................................................................... 13
Onderzoeksvraag................................................................................................................. 14
Ontwerpeisen voor de interventie...................................................................................... 14
Prototype.............................................................................................................................. 16
Planning................................................................................................................................ 18
Monitoring.............................................................................................................................18
Resultaten............................................................................................................................. 19
Aanbevelingen......................................................................................................................20
Reflectie................................................................................................................................ 21
Validatie Teamleider............................................................................................................. 22
Bewijs Didactiekmarkt......................................................................................................... 22
Bijlagen................................................................................................................................. 23
Bijlage 1: Handouts.......................................................................................................... 23
Handout 1: Stappenplan.............................................................................................23
Handout 2: Wh-vragen met voorbeeldzinnen.............................................................24
Bijlage 2: Enquête............................................................................................................ 25
Ingevulde Enquête..................................................................................................... 28
Bijlage 3: Voorbeeld Posters............................................................................................ 29
Bijlage 4: Beoordelingsrubric............................................................................................29
Bijlage 5: Peerfeedbackformulier..................................................................................... 30
Bijlage 6: Observatieformulier.......................................................................................... 31
Bijlage 7: Eindproducten leerlingen..................................................................................33
Bijlage 8: Foto Poster....................................................................................................... 35
Literatuurlijst........................................................................................................................ 36
,Voorwoord
Opleidingsschool en Klasomschrijving
Dit jaar loop ik stage op de Focus Beroepsacademie in Barendrecht. De school werkt
volgens het Kunskapsskolan-model en heeft leerlingen die een vmbo basis- of kader
opleiding volgen. De klas waarin de interventie zal worden uitgevoerd, is een brugklas vmbo
basis/kader met 18 leerlingen, waarvan 10 meiden.
Leerbehoeften in de Klas
De leerlingen in deze klas hebben diverse leerbehoeften op het gebied van taalvaardigheid,
woordenschat en leesniveau. Veel leerlingen hebben moeite met het begrijpen en
produceren van complexere zinnen in het Engels. Dit uit zich bijvoorbeeld in het gebruik van
te eenvoudige zinnen, het verkeerd toepassen van grammaticale structuren, en een
beperkte woordenschat die hen belemmert in zowel mondelinge als schriftelijke
communicatie. Daarnaast is er een verschil in leesniveau, waardoor niet alle leerlingen even
snel de benodigde teksten kunnen begrijpen of informatie eruit kunnen halen.
De leerlingen hebben verder moeite met het correct gebruiken van de present simple, wat
duidelijk naar voren komt in eerdere schrijfopdrachten, waarin ze bijvoorbeeld 'I work' in
plaats van 'I am working' gebruiken of de bijbehorende vraagstructuren zoals WH-vragen
niet goed beheersen. Dit is een belangrijk punt van aandacht, omdat de leerlingen zich in de
komende lessen moeten voorbereiden op een presentatie en schriftelijke taak (de poster).
Leerbehoefte die ik wil oplossen
De specifieke leerbehoefte die ik wil oplossen, betreft het gebruik van WH-vragen en de
toepassing van grammaticaal correcte zinnen in een samenwerkende context. Door de
leerlingen in groepen te laten werken aan een gezamenlijke opdracht (de poster), hoop ik
zowel taalproductie als samenwerkingsvaardigheden te verbeteren. Differentiatie zal hierbij
helpen door taken te verdelen op basis van de specifieke sterktes en zwaktes van de
leerlingen.
Verduidelijking van het Probleem
Uit observatie en feedback van mijn teamleider blijkt dat veel leerlingen moeite hebben met
het toepassen van de WH-vragen in een context. Ze zijn vaak in staat om de vragen te
herkennen in teksten, maar vinden het lastig om deze actief toe te passen in hun eigen
communicatie. Dit komt door de beperkte woordenschat en de beperkte beheersing van de
grammaticale structuren. Mijn teamleider raadt aan om meer focus te leggen op praktische
oefeningen waarbij de leerlingen actief gebruik maken van deze vragen in context,
bijvoorbeeld door middel van samenwerkend leren.
Daarnaast blijkt uit data verkregen uit eerder uitgevoerde taalmetingen (zoals de taaltoets en
de interacties in de klas) dat leerlingen die minder zelfvertrouwen hebben in het Engels vaak
afhaken of niet actief meedoen in groepsopdrachten. Dit komt deels door een gebrek aan
voldoende ondersteuning in het samenwerkingsproces, waar leerlingen afhankelijk zijn van
elkaar om bepaalde taken te voltooien, zoals het presenteren van hun poster.
De relevante literatuur ondersteunt dit: onderzoeken zoals die van Gillespie et al. (2017)
benadrukken het belang van differentiatie en samenwerkend leren bij het ondersteunen van
leerlingen met verschillende taalvaardigheden. Wanneer leerlingen de kans krijgen om
binnen hun niveau en samen met anderen te werken, kan hun taalvaardigheid verbeteren en
, krijgt iedereen de kans om bij te dragen, zelfs als ze op andere gebieden sterker of zwakker
zijn.
Differentiatie en Samenwerken als Oplossing
Door de inzet van differentiatie (zoals het toewijzen van specifieke rollen binnen de groep)
en het samenwerken binnen gemixte vaardigheidsgroepen, wil ik de leerlingen in staat
stellen om actief deel te nemen aan de les. Dit geeft de leerlingen meer regie over hun eigen
leerproces en biedt de mogelijkheid om hun zwakke punten in samenwerking met anderen
aan te pakken. Door de rollen en taken duidelijk af te bakenen, kunnen leerlingen in een
veilige en ondersteunende omgeving oefenen met de grammatica en vocabulaire die ze nog
niet beheersen, terwijl ze tegelijkertijd hun samenwerkings- en presentatievaardigheden
ontwikkelen.
De gewenste uitkomst is dat leerlingen niet alleen beter in staat zijn om WH-vragen correct
te formuleren, maar ook meer vertrouwen krijgen in het gebruik van Engels in een
samenwerkingscontext. Het uiteindelijke doel is om de interactie en communicatie in de klas
te verbeteren en de taalvaardigheid van alle leerlingen, ongeacht hun startniveau, te
bevorderen.
Cimo-Onderzoek
Context
Individueel in groep:
In deze vmbo-brugklas van 18 leerlingen zijn er grote verschillen in vaardigheden en
behoeften. Twee leerlingen met dyslexie hebben moeite met het lezen van lange stukken
tekst of opdrachten waarbij veel leeswerk nodig is. Ze werken daardoor langzamer en
vragen regelmatig om extra tijd, maar blijven over het algemeen goed betrokken. Aan de
andere kant zijn er leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, omdat ze de
standaardopdrachten snel afronden. Zij hebben soms moeite om gemotiveerd te blijven en
voelen zich soms te goed voor de stof, wat hen minder betrokken maakt in de les.
Daarnaast zijn er drie leerlingen met TOS (taalontwikkelingsstoornis) die extra
ondersteuning nodig hebben bij zowel mondelinge uitleg als zelfstandig werken. Deze
leerlingen vragen vaak om extra hulp en hebben baat bij visuele hulpmiddelen of individuele
begeleiding. Een van deze leerlingen is klassikaal erg aanwezig en roept vaak antwoorden
door de klas, maar trekt zich in kleine groepjes juist terug. Dit gedrag zorgt regelmatig voor
frustraties bij klasgenoten en verstoort de groepsdynamiek.
Groep in groep:
Binnen de klas zijn er duidelijke groepjes te onderscheiden. Een groepje van zes jongens
trekt veel aandacht en is vaak druk en speels. Ze hebben veel plezier samen, maar dit gaat
soms ten koste van de les, omdat ze elkaar uitdagen en afleiden. Sommige jongens in dit
groepje zoeken regelmatig de grenzen op en kunnen brutaal zijn, wat de sfeer bemoeilijkt.
Twee jongens lijken hierdoor ook achter te lopen met hun Engels, omdat ze te veel tijd
besteden aan grappen maken en weinig serieus aan de lesstof werken.
Daarnaast is er een groepje van drie meiden die hecht met elkaar omgaan. Hoewel ze vaak
goed samenwerken, hebben ze ook de neiging om andere leerlingen uit te sluiten en hebben
ze al meerdere keren vervelend gedrag laten zien, waaronder pesten. Dit zorgt voor
spanningen in de groep en een onveilige sfeer voor sommige leerlingen. Door hun vaste
plekken uit elkaar te krijgen, is het pestgedrag afgenomen, maar ze blijven zich soms
negatief opstellen tegenover anderen. De groepjes zorgen voor een gevoel van veiligheid
voor hun leden, maar vergroten ook de kloof tussen verschillende leerlingen in de klas.