Samenvatting 2025 – 2026
June R.
Psychomotorische ontwikkeling
miv stages 2
Deel 1: Pyschomotorische ontwikkeling 2BARE 2025-2026
Inleiding en herhaling HOC 1
Wat is PMO?
Psychomotoriek verwijst naar het motorisch – intentioneel bewegen. Het
doelgericht inzetten van je lichaam en je bewegingen om een specifiek,
vooraf bepaald doel te bereiken.
Zowel samenwerking in de motorische aspecten maar ook samenwerking
met cognitie (de wijze waarop je het doel aanpakt), sociale aspecten (met
wie, alleen of in interactie met anderen) en emotionele component (hoe
voel je je erbij? Hoe passen je houding en bewegingen zich aan je
emotionele beleving aan?)
MAW PMO is de simultane ontwikkeling van lichaam, geest en gedrag
1
,Samenvatting 2025 – 2026
June R.
Neuromotoriek
Hardware van de PMO de neurologie en de anatomie
Motoriek = de interne organisatie van bewegingen
Neuromotoriek omvat de interne neurologische organisatie van
bewegingen
Centrale neurologie = CZS en ruggenmerg
Perifere neurologie = zenuwbanen en zenuw – spieroverdracht
Anatomie = botten, ligamenten, spieren, steunweefsel
Structuur van het CZS:
2
,Samenvatting 2025 – 2026
June R.
Sensomotoriek
= het leren gebruik van andere gebieden in de grote hersenen in relatie
tot de motoriek
Hoe:
a) Je zintuigen nemen informatie op uit bronnen in je lichaam of net
erbuiten
b) Je neemt iets waar
c) Je lichaam reageert erop
Componenten:
a) Het waarnemen (sensoriek)
b) Weten wat je waarneemt (perceptie of betekenisverlening)
c) De betekenis ervan in ruime zin (je geheugen, eerdere ervaringen,
nieuwe ervaringen) kennen (kennisaspect of cognitief aspect)
d) Om ervan te leren – het ultieme doel = integratie
Sensorische integratie = het onbewust en efficiënt samenwerken van alle
bronnen van zintuiglijke informatie
Houding- en bewegingsgevoel spelen samen een belangrijke rol in
automatiseren van bewegingen als je iets nieuws doet, dan moet je er
vaak eerst bij nadenken, goed kijken, soms jezelf instructies geven, zodat
je nog eens hoort wat je moet doen, of hoe je armen en benen moeten
staan.
Na verloop van tijd weet je hoe je je lichaam moet houden en hoe je de
beweging moet uitvoeren je houdings- en bewegingsgevoel nemen het
bijsturen over van je visuele, tactiele en auditieve systeem
Psychomotoriek
Als we het kind letterlijk én figuurlijk in beweging krijgen en stil laten staan
bij de betekenis van het eigen bewegingsgedrag en/of de beleving van het
eigen lichaam in relatie tot zichzelf en tot anderen dan wordt er gesproken
van de psychomotoriek.
Theoretische modellen over de motorische ontwikkeling
De ontwikkeling (motorisch, cognitief, sociaal-emotioneel en fysiek)
gebeurt sprongsgewijs en is met elkaar verweven de mogelijke
pathways hangen af van de context waarin het individu leeft
Er zijn diverse theorieën over de motorische ontwikkeling:
1. Maturatie- of rijpingstheorie (jaren 30-40) – Gesell
3
, Samenvatting 2025 – 2026
June R.
2. Informatietheoretische visie: het menselijk brein functioneert als een
computer (jaren 60-70)
3. Ecologische visie – constraintsmodel van Newell
Elke ontwikkeling heeft een bepaalde tijdsperiode, niet alles verloopt
tegelijk.
De ecologische of contextuele theorie – constraints model van Newell
(1986)
Voorgaande visies: focus op interne processen en sturing CZS
Maar ook externe factoren zijn belangrijk voor de motorische ontwikkeling
– alles vertrekt vanuit 3 elementen:
1. Individu
2. Omgeving
3. Taak
Elk gedrag of evolutie ervan = resultaat van
samenspel, de wisselwerking of interactie
tussen veranderende individuele, omgevings-
en taakgebonden kenmerken of constraints
Opbouw van motoriek
Spontane bewegingen – general movement
= serie van grof motorische bewegingen die variëren in snelheid en
amplitudo, waarbij alle lichaamsdelen bewegen
= 1 vd fundamentele bouwstenen van de latere vrijwillige en functionele
bewegingsvaardigheden
Wat? Ganse lichaam doet mee, moet vloeiend zijn
Soorten GM:
Preterme GM Postnataal: writhing Postnataal: fidgety
(in baarmoeder) GM GM
(kindje geboren) (kindje geboren)
Zeer variabel – veel Trager, krachtiger Vloeiende elegante en
4
June R.
Psychomotorische ontwikkeling
miv stages 2
Deel 1: Pyschomotorische ontwikkeling 2BARE 2025-2026
Inleiding en herhaling HOC 1
Wat is PMO?
Psychomotoriek verwijst naar het motorisch – intentioneel bewegen. Het
doelgericht inzetten van je lichaam en je bewegingen om een specifiek,
vooraf bepaald doel te bereiken.
Zowel samenwerking in de motorische aspecten maar ook samenwerking
met cognitie (de wijze waarop je het doel aanpakt), sociale aspecten (met
wie, alleen of in interactie met anderen) en emotionele component (hoe
voel je je erbij? Hoe passen je houding en bewegingen zich aan je
emotionele beleving aan?)
MAW PMO is de simultane ontwikkeling van lichaam, geest en gedrag
1
,Samenvatting 2025 – 2026
June R.
Neuromotoriek
Hardware van de PMO de neurologie en de anatomie
Motoriek = de interne organisatie van bewegingen
Neuromotoriek omvat de interne neurologische organisatie van
bewegingen
Centrale neurologie = CZS en ruggenmerg
Perifere neurologie = zenuwbanen en zenuw – spieroverdracht
Anatomie = botten, ligamenten, spieren, steunweefsel
Structuur van het CZS:
2
,Samenvatting 2025 – 2026
June R.
Sensomotoriek
= het leren gebruik van andere gebieden in de grote hersenen in relatie
tot de motoriek
Hoe:
a) Je zintuigen nemen informatie op uit bronnen in je lichaam of net
erbuiten
b) Je neemt iets waar
c) Je lichaam reageert erop
Componenten:
a) Het waarnemen (sensoriek)
b) Weten wat je waarneemt (perceptie of betekenisverlening)
c) De betekenis ervan in ruime zin (je geheugen, eerdere ervaringen,
nieuwe ervaringen) kennen (kennisaspect of cognitief aspect)
d) Om ervan te leren – het ultieme doel = integratie
Sensorische integratie = het onbewust en efficiënt samenwerken van alle
bronnen van zintuiglijke informatie
Houding- en bewegingsgevoel spelen samen een belangrijke rol in
automatiseren van bewegingen als je iets nieuws doet, dan moet je er
vaak eerst bij nadenken, goed kijken, soms jezelf instructies geven, zodat
je nog eens hoort wat je moet doen, of hoe je armen en benen moeten
staan.
Na verloop van tijd weet je hoe je je lichaam moet houden en hoe je de
beweging moet uitvoeren je houdings- en bewegingsgevoel nemen het
bijsturen over van je visuele, tactiele en auditieve systeem
Psychomotoriek
Als we het kind letterlijk én figuurlijk in beweging krijgen en stil laten staan
bij de betekenis van het eigen bewegingsgedrag en/of de beleving van het
eigen lichaam in relatie tot zichzelf en tot anderen dan wordt er gesproken
van de psychomotoriek.
Theoretische modellen over de motorische ontwikkeling
De ontwikkeling (motorisch, cognitief, sociaal-emotioneel en fysiek)
gebeurt sprongsgewijs en is met elkaar verweven de mogelijke
pathways hangen af van de context waarin het individu leeft
Er zijn diverse theorieën over de motorische ontwikkeling:
1. Maturatie- of rijpingstheorie (jaren 30-40) – Gesell
3
, Samenvatting 2025 – 2026
June R.
2. Informatietheoretische visie: het menselijk brein functioneert als een
computer (jaren 60-70)
3. Ecologische visie – constraintsmodel van Newell
Elke ontwikkeling heeft een bepaalde tijdsperiode, niet alles verloopt
tegelijk.
De ecologische of contextuele theorie – constraints model van Newell
(1986)
Voorgaande visies: focus op interne processen en sturing CZS
Maar ook externe factoren zijn belangrijk voor de motorische ontwikkeling
– alles vertrekt vanuit 3 elementen:
1. Individu
2. Omgeving
3. Taak
Elk gedrag of evolutie ervan = resultaat van
samenspel, de wisselwerking of interactie
tussen veranderende individuele, omgevings-
en taakgebonden kenmerken of constraints
Opbouw van motoriek
Spontane bewegingen – general movement
= serie van grof motorische bewegingen die variëren in snelheid en
amplitudo, waarbij alle lichaamsdelen bewegen
= 1 vd fundamentele bouwstenen van de latere vrijwillige en functionele
bewegingsvaardigheden
Wat? Ganse lichaam doet mee, moet vloeiend zijn
Soorten GM:
Preterme GM Postnataal: writhing Postnataal: fidgety
(in baarmoeder) GM GM
(kindje geboren) (kindje geboren)
Zeer variabel – veel Trager, krachtiger Vloeiende elegante en
4