Overzicht examen / leerstof:
• Enkel wat gezien in colleges = leerstof !
• Overzicht examen: PC, 6 punten stellingen, 4 punten theorie, 10 punten casus
• Punten op taal (3 punten max. eraf)
1. Inleiding:
Waarover gaat het?
• Verbintenissenrecht is de “Moeder van het recht”
o = het gemene recht, de basis waarop vaak verder gebouwd
• Kern van het privaatrecht: regelt rechtsverhoudingen tussen individuen
o (>< publiek recht: regelt rechtsverhoudingen tussen overheid en individuen)
o Individu: titularis van subjectief recht (nat. pers. of RP)
Bronnen van verbintenissen:
• Art. 5.3, eerste lid BW: Bronnen van verbintenissen en draagwijdte van de bepalingen
Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk contract, uit de
buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet (boek 5 BW).
• Omvat:
o Verbintenissen uit eenzijdige + meerzijdige rechtshandelingen
▪ Rechtshandeling = doel om rechtsgevolgen
o Verbintenissen uit rechtsfeiten (feit waaraan rechtsgevolg vastknopen):
▪ BCA (buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht)
Vb.: persoon krast mijn auto kapot
▪ Oneigenlijke contracten
Zaakwaarneming
Onverschuldigde betaling
Ongerechtvaardigde verrijking
Ingebakken in dagelijkse leven:
• Aankoop brood, gebruik Instagram, sluiten reis- en annulatieverzekering, aansluiting
bij internetprovider, opstellen testament, aangaan huwelijk
,Bijzondere status verbintenissenrecht:
• Doelstellingen verbintenissenrecht:
o Bindende kracht overeenkomst met oog op efficiënt + rechtszeker verloop van
rechtsverkeer
▪ Wetgever gaat van uit dat weet dat bindende kracht alsof het in wet
▪ Moet ook gerespecteerd door rechter
o Contractsvrijheid, steunend op individuele vrijheid en autonomie
▪ Eenieder is vrij om contracteren, met wie, welke voorwaarden,…
o Maatschappelijke rechtvaardigheid
▪ Creëren van zoveel mogelijk maatsch. rechtvaardigheid
▪ In ideale wereld; allemaal zelfde kennis, info,…
▪ Maar: uiteraard machtsonevenwichten (vb. TELENET – ik)
▪ Dus overheid: nette regeling zodat ook die zonder kennis beschermd
Recente evolutie van oud naar nieuw recht:
• Regels van oud BW van 1804 achterhaald?
• Maar rechtspraak heeft gezorgd voor evolutie, waardoor verbintenissenrecht de
“tand des tijds” relatief goed heeft doorstaan.
• Hoge verwachtingen van Boek 5 BW
(Nieuwe) boeken 1 en 5 BW: (niet gezien in les)
• Totstandkoming ging niet zonder slag of stoot
o Wetsvoorstellen van 24 februari 2021
o Ruime consultatie m.b.t. Boek 5 BW
o Amendementen
o Wetten van 28 april 2022, BS 1 juli 2022
o Inwerkingtreding: 1 januari 2023
Temporele werking:
• Boek 5 BW: van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die plaatsvinden
na 1 januari 2023. Tenzij partijen anders bepalen, blijft oude recht van toepassing op:
o Toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben
plaatsgevonden voor 1 januari 2023.
o Rechtshandelingen en rechtsfeiten die plaatsgevonden na 1 januari 2023 en
die betrekking op verbintenis ontstaan uit rechtshandeling / rechtsfeit die
plaatsgevonden voor 1 januari 2023.
(Tenzij de partijen anders overeenkomen: A en B zeggen dat ze nieuwe recht willen)
• GEVOLG: oud en nieuw verbintenissenrecht lange tijd naast elkaar bestaan!
,Boek 1 BW: ‘algemene bepalingen’:
• Principes:
o Transversale werking, maar van groot belang voor het verbintenissenrecht
▪ = geldt voor het volledige privaatrecht (dus ook verbintenissenrecht)
o Geeft definities van:
▪ Bronnen, toepassing van wet in tijd, rechtshandeling, wilsuiting,
kennisgeving, tijdsbepaling en voorwaarde, berekening termijnen,
vertegenwoordiging, subjectieve goede trouw, rechtsmisbruik, oogmerk
om te schade, afstand v recht
Rechtsmisbruik: werd te pas en onpas gebruikt: def. zodat begrip
op zelfde manier gebruiken in alle versch. takken privaatrecht
o Gelaagde structuur (van algemeen naar bijzonder)
o Keuze voor algemeen begrippenkader verdient goedkeuring
• Kritiek op Boek 1 BW:
o Vragen bij totstandkoming
o Summier wetboek
o Waarom bepaalde begrippen wel en andere niet gedefinieerd in Boek 1 BW?
Boek 5 BW: ‘verbintenissen’:
• Evolutie, geen revolutie
o = Geen drastische veranderingen
• Gaat hervorming ver genoeg? Genoeg aandacht voor recente tendensen (bv.
duurzaamheid)? Voldoende verantwoording voor gemaakte keuzes?
Doelstellingen boek 5 BW:
• Modernisering:
o Terminologische vereenvoudiging:
▪ Bv. voorzichtige en redelijke persoon i.p.v. goede huisvader,
ongerechtvaardigde verrijking, …
▪ Maar aantal moeilijke/verwarrende begrippen werden behouden (bv.
oneigenlijke contracten, wilsverhinderende dwaling…)
o Meer moderne en logische structuur
o Inhoudelijke modernisering
▪ * Nieuw evenwicht tussen wilsautonomie en rol rechter
▪ * Sancties op maat
▪ * Overdracht v verbintenissen, schuldvorderingen en contracten
o Toegankelijk voor de burger
▪ Maar blijft een technische regeling
,• Coherentie en rechtszekerheid bevorderen:
o Codificatie van bestaande cassatierechtspraak
o Vbn. buitengerechtelijke ontbinding op partijverklaring, contracts- en
onderhandelingsvrijheid, misbruik van omstandigheden, enz.
▪ Vereenvoudiging van aantal regels
▪ Meer coherente structuur
O.a. chronologische regeling van sluiten tot einde van ovk
• Competitiviteit van het Belgische recht verhogen
o In praktijk: contracten tussen ond., andere landen → meestal niet voor BEL
recht gekozen → meer modern dus vaker gekozen voor ons recht (was insteek)
o HVC heeft gezorgd voor deze evolutie van wetboek (gezag = zeer hoog)
Aard van de wetsbepalingen (aanvullend, dwingend, OO):
• Algemene catch all bepaling in Boek 5 BW
o Art. 5.3, tweede lid BW:
▪ De bepalingen van dit boek zijn van aanvullend recht tenzij uit de tekst
of de draagwijdte ervan blijkt dat ze geheel of gedeeltelijk een karakter
van dwingend recht of van openbare orde hebben.
▪ = mag er contractueel van afwijken, maar let op bij dwingend (uit de
tekst of draagwijdte), bij draagwijdte = zal rechter doen
• Boek 1 BW: geen regeling
o Vergetelheid van de wetgever?
o Zelfde regeling als bij Boek 5 BW?
,DEEL 1: HET BEGRIP VERBINTENIS EN DE SOORTEN VERBINTENISSEN:
HOOFDSTUK 1: HET BEGRIP VERBINTENIS:
1.1. Definitie verbintenis:
• Oud BW:
o Geen definitie in oud BW, wel in RL:
▪ A. rechtsband tussen personen
▪ B. ontstaan uit RH / andere menselijke gedraging waaraan de wet of
rechtspraak rechtsgevolgen vastknoopt
▪ C. met als voorwerp: doen ontstaan v in geld waardeerbare aanspraken
▪ D. kan in rechte worden afgedwongen
• Boek 5 BW:
o Artikel 5.1.BW Verbintenis
Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een
schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van prestatie mag eisen.
o MvT: klemtoon op juridische afdwingbaarheid
Voorbeeld: avondje afzeggen met vriend ≠ schending verbintenis = verschil met louter
vriendschappelijke afspraak / moreel engagement DUS: nadruk op afdwingbaarheid
A. Rechtsband tussen personen
o Tussen personen
▪ Verhuurder - huurder
o Waarbij de ene een vorderingsrecht heeft op de andere (aanspraak jegens een
persoon op een bepaalde gedraging)
▪ Huurgeld betalen – genot van gehuurde goed
o Verschil met zakelijk recht (geeft zeggenschap op een zaak, vb. eigendom,
vruchtgebruik)
▪ Essentieel verschil = geldingskracht (iedereen moet dat respecteren)
Vb. eigendomsrecht: niemand mag bouwen op mijn eigendom
Vb. huurcontract: geldt inter partes, niet erga omnes
• B. Ontstaan uit een RH, de wet of een rechtsfeit
o Een RH
▪ Art. 1.3 BW Rechtshandeling
De rechtshandeling = wilsuiting waarbij 1 of meer pers. bedoeling
hebben om rechtsgevolgen te doen ontstaan.
Uit overeenkomst: rechtsband tussen min. 2 pers. (meerzijdige
RH) m.h.o. op doen ontstaan rechtsgevolgen Vb. koop, huur, …
Uit eenzijdige RH Vb. aanbod (trui in winkel kopen)
o Een rechtsfeit Vb. fout, gebrekkige zaak,…
o Cf. art. 5.3 BW
, • C. Met het ontstaan van in geld waardeerbare aanspraken tot voorwerp
o Verbintenis om iets doen, iets niet doen, of iets geven: overdracht zakelijk recht
o Inspannings- of resultaatsverbintenis
o Maakt in vermogen van SE een in geld waardeerbare vermogenspost uit en in
vermogen van SA een passief dat zijn vermogen belast
▪ Vb. ik spreek af om 70 betalen
• D. Kan in rechte worden afgedwongen
o Bij niet vrijwillige uitvoering verbintenis: afdwingbaarheid in rechte, eventueel
onder dwangsom
▪ Vb. huurster in gebreke stellen en gaan dagvaarden
▪ Afdwingbaarheid = altijd in 2 richtingen
Vb. gehuurde goed is niet conform de afspraken
o Onderscheid met andere verbintenissen, zoals natuurlijke verbintenissen en
vriendschappelijke afspraken
1.2. Natuurlijke verbintenis:
• Geen definitie in oud BW
• Art. 5.2. Natuurlijke verbintenis
o = verbintenis waarvan uitvoering niet kan afgedwongen. Restitutie ≠ mogelijk
voor nat. verbintenis die zonder vergissing / dwang werd nagekomen. De
erkenning, zonder vergissing / dwang, v nat. verbintenis doet verbintenis ontst.
2 voorbeeldsituaties:
1. Opvoeden van kind waarmee je geen bio of jur. band hebt:
Ik ga samenwonen met nieuwe man en ik ga mee instaan voor opvoeding /
onderhoud kind (ik heb geen band met kind). Uiteindelijk loopt relatie stuk, kan ik
geld terugvorderen?
2. Betalen keuken in huis van nieuwe partner:
Ik ga bij lief inwonen. Ik steek al mijn spaarcenten in nieuwe keuken voor in zijn
huis. Uiteindelijk loopt relatie stuk, kan ik geld terugvorderen?
• Wetgever zegt: zit tussen juridische verbintenis en morele plicht
o ≠ Jur. verbonden want ik heb niet verplichting om die keuken te betalen.
o Indien natuurlijke verbintenis → uitvoering kan niet worden afgedwongen.
▪ = als zonder dwang / vergissing gebeurt is → kan niet geld terugvragen
o Indien mét dwang / vergissing → kan geld terug, geen natuurlijke verbintenis
• Uitgangspunt : situeren tussen morele plichten en vermogensrecht. verbintenissen?
o Verbintenis die geldig bestaat maar die in beginsel niet in rechte kan worden
afgedwongen, hoewel ze – wanneer ze vrijwillig werd nagekomen – niet kan
leiden tot terugvordering van prestaties
▪ Doordat al die jaren uit vrije wil gedaan → juridische verbintenis van
maken, dus de rechter erkent dat je een nat. verbintenis nagekomen.