Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 40 pages
Summary

Samenvatting goederenrecht RB0732

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 40 pages

Deze samenvatting is een beknopte samenvatting van alle lesstof, voorgeschreven literatuur en uitgewerkte casussen van de casuscolleges voor het vak goederenrecht RB0732

Content preview

Deel 1: Rechten op goederen

Leereenheid 1: Goederenrecht en goederen
Leerdoelen:
- Zijn alle goederen zaken? En zijn alle zaken goederen?
- Wat is het verschil tussen absolute en relatieve rechten?
- Wat is natrekking? En wanneer vindt bestanddeelvorming plaats?
- Hoe bepaalt men of een zaak roerend of onroerend is?

Het vermogensrecht bestaat uit:
1. Het verbintenissenrecht.
 Ziet op de rechtsverhouding tussen personen onderling. Vorderingsrechten
die uit een verbintenis voortvloeien gelden slechts tegen een of enkele
personen, en zijn daarom relatief.
2. Het goederenrecht.
 Heeft betrekking op de rechtsverhouding tussen een persoon en een goed.
Het recht op dit goed is absoluut: eenieder moet het respecteren.

Het goederenrecht vinden we in:
Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen
Boek 5: Zakelijke rechten (dus rechten die betrekking hebben, enkel op zaken en niet op
andere goederen)

Art. 3:1 BW (goederen):
Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten.
Dus goederen zijn:
1. Alle zaken;
2. Alle vermogensrechten.

Art. 3:6 BW (vermogensrechten):
Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraag zijn, of ertoe
strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil
voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn vermogensrechten.

Dus vermogensrechten zijn, rechten die:
- Hetzij afzonderlijk overdraagbaar zijn;
- Hetzij tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn;
- Hetzij er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen;
- Hetzij verkregen zijn in ruil voor verstrekt stoffelijk voordeel;
- Hetzij verkregen zijn in ruil in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.

Voorbeelden vermogensrechten:
De vraag is eigenlijk of het recht in kwestie enige economische waarde vertegenwoordigt.
1. Alle beperkte rechten (pandrecht, hypotheekrecht, vruchtgebruik,
erfdienstbaarheden, erfpacht en opstalrecht). Ook: een eigendomsrecht.
2. Rechten op prestaties (doen of nalaten).
 Vorderingen op naam = meest ‘gewone’ vordering (op grond van de
koopovereenkomst, geldlening, onverschuldigde betaling, etc.)
1

,  Order- en toonderorderingen: hier is altijd een papier (veelal een akte): dat
nodig is ook om het te leveren. Voorbeelden: de wissel. Het orderbriefje,
cheque, kwitantie aan toonder, obligatie, cognossement, ceel, aandelen in een
N.V. die aan toonder zijn gesteld.
3. Rechten op ideeën (zoals octrooirechten en auteursrechten).
4. Aandelen in rechtspersonen.
5. Lidmaatschapsrechten, concessies, veel vergunningen.
NIET: goodwill!

Art. 3:2 BW (zaken):
Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.

Art. 5:1 BW (eigendom):
Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben.
- Eigendom ziet alleen op zaken!
- De ‘eigenaar’ van een vermogensrecht noemen we ‘rechthebbende’.

Hoe verkrijg je eigendom?
Er zijn tal van manieren:

Onderscheid derivatieve/ orginaire wijze van eigendomsverkrijging:
Bij deratieve verkrijging (derivatief betekent ‘afgeleid’) is sprake van opvolging in het recht
van een voorganger.
- Nemo plus beginsel!

Bekendste voorbeeld: overdracht

Vereisten voor overdracht:
Art. 3:83 BW: het goed dat overgedragen wordt, dient overdraagbaar te zijn;
Art. 3:84 BW: er dient voldaan te zijn aan de vereisten voor overdracht, te weten:
1. Geldige titel;
2. Beschikkingsbevoegdheid (van degene die overdraagt);
3. Leveringshandeling.

Bij orginaire verkrijging vindt geen opvolging plaats in het recht van de voorganger, maar
verkrijg je een nieuw recht. Titel 2 van Boek 5 geeft bepalingen over de verkrijging van
roerende zaken.
- Geen nemo plus beginsel!

Voorbeelden:
- Vruchttrekking art. 5:1 lid 3 BW.
- Inbezitneming/ occupatie van een res nullius art. 5:4 BW.
- Vinderschap art. 5:5- 5:12 BW.
- Schatvinding art. 5:13 BW.
- Natrekking art. 5:14 BW.
- Vermenging art. 5:15 BW.
- Zaaksvorming art. 5:16 BW.

2

,Ad 1. Natrekking:
Twee vormen van natrekking in het BW:
1. Bestanddeelvorming art. 3:4 BW jo art. 5:14 BW.
- Al hetgeen volgens verkeersopvatting (arrest Dépex/Curatoren Van Bergel) onderdeel
van een zaak uitmaakt, is bestanddeel van die zaak art. 3:4 lid 1 BW.
- Een zaak die met een hoofdzaak zodanig is verbonden wordt dat zij daarvan niet kan
worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan
een der zaken (arrest Zalco ll), wordt bestanddeel van de hoofdzaak art. 3:4 lid 2 BW.

- Voor zover de wet niet anders bepaalt, is de eigenaar van een zaak eigenaar van al
haar bestanddelen= eenheidsbeginsel art. 5:3 BW.

- De eigendom van een roerende zaak die een bestanddeel wordt van een andere
roerende zaak die als hoofdzaak is aan te merken, gaat over aan de eigenaar van deze
hoofdzaak art. 5:14 lid 1 BW.
- Indien geen der zaken als hoofdzaak is aan te merken en zij toebehoren aan
verschillende eigenaars, worden deze mede-eigenaar van de nieuwe zaak, ieder voor
een aandeel evenredig aan de waarde van de zaak art. 5:14 lid 2 BW.
- Als hoofdzaak is aan te merken de zaak waarvan de waarde die van de andere zaak
aanmerkelijk overtreft of die volgens verkeersopvatting als zodanig wordt beschouwd
art. 5:14 lid 3 BW.

2. Natrekking door de grond als een zaak onroerend is art. 3:3 jo 5:20 lid 1 sub e BW.
- Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, die met de grond
verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de
grond zijn verenigd (HR Portacabinarrest, Havenkranenarrest en Woonarkarrest),
hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken art. 3:3
lid 1 BW.
- Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn art. 3:3 lid 2 BW.

- De eigendom van de grond omvat, voor zover de wet niet anders bepaalt art. 5:20 lid
1 BW:
a. De bovengrond;
b. De daaronder zich bevindende aardlagen;
c. Het grondwater dat door een bron, put of pomp aan de oppervlakte is gekomen;
d. Het water dat zich op de grond bevindt en niet in open gemeenschap met water
op een anders erf staat;
e. Gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij
rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken, voor zover
ze geen bestanddeel zijn van eens anders onroerende zaak;
f. Met de grond verenigde beplantingen.



Leereenheid 2: Bezit, registers en eigendom
Leerdoelen:

3

, - Wat is het verschil tussen bezit en houderschap?
- Wat is het verschil tussen eigenlijke en oneigenlijke vermenging?
- Wat is de functie van de openbare registers in het Nederlandse goederenrecht?

Bezit en houderschap:
Aan het bezit van een goed kunnen belangrijke rechtsgevolgen verbonden zijn. Met name bij
roerende zaken niet-registergoederen heeft bezit een belangrijke bewijsfunctie (processuele
of bewijsrechtelijke functie van bezit): degene die de macht uitoefent over een zaak wordt
vermoed de bezitter daarvan te zijn en wordt vervolgens ook vermoed de eigenaar te zijn.

Art. 3:107 lid 1 BW omschrijft bezit als het houden van een goed voor zichzelf. Daarmee kent
bezit een feitelijk en naar buiten toe kenbaar aspect, de machtsuitoefening over een goed,
en een innerlijk aspect, de intentie waarmee iemand het goed houdt.

De bezitter oefent feitelijke macht uit over het goed, en wel voor zichzelf.

Iemand die macht uitoefent over een goed ten behoeve van iemand anders -> houder van
het goed.

De wet geeft in art. 3:108 BW een algemeen criterium: of iemand een goed voor zichzelf
houdt of voor een ander, wordt naar de verkeersopvatting beoordeeld. Daarbij zijn ‘uiterlijke
feiten’ van belang en een aantal vuistregels die de wet geeft.

Het bewijsvermoeden van art. 3:109 BW (wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor
zichzelf te houden) is met name van belang bij roerende zaken niet-registergoederen
waarvan men aan de verschijningsvorm niet kan zien aan wie deze toebehoren.

Aan het vermoeden van bezit is het vermoed van eigendom gekoppeld. Zie art. 3:119 lid 1
BW (de bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn).

Bezit kan middellijk of onmiddellijk zijn. De eigenaar van een uitgeleende zaak is middellijk
bezitter en degene die uit hoofde van bruikleenovereenkomst de zaak feitelijk onder zich
heeft, is de onmiddellijk houder ervan art. 3:107 lid 2 en lid 3 BW.

Ook een houder kan middellijk of onmiddellijk houden: iemand die de zaak onder zich heeft
voor een ander, kan houder voor een bezitter zijn maar kan ook houder (‘sub-houder’ of
‘sub-detentor’) voor een houder zijn. Denk aan de bewaarnemer die de zaak aan een
hulppersoon afgeeft die de zaak vervolgens onder zich houdt voor de bewaarnemer.

Verkrijging en verlies van bezit:
De wet noemt drie wijzen van bezitsverkrijging art. 3:112 BW:

 Opvolging onder algemene titel: dan krijgt de opvolger het bezit van zijn
rechtsvoorganger ‘met alle hoedanigheden en gebreken daarvan’ art. 3:116 BW. Zo
verkrijgt de erfgenaam het bezit van de zaak zoals de erflater dat had. Was het bezit
van de erflater te kwader trouw, dan is dat van de erfgenaam ook te kwader trouw.



4

Document information

Study
Uploaded on
July 1, 2026
Number of pages
40
Written in
2025/2026
Type
Summary
$13.15

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
evaschlahmilch
4.4
(8)
Sold
89
Followers
1
Items
24
Last sold
6 hours ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions