P0L93C
Behandelde onderwerpen:
• H1: geschiedenis, theorieën en onderzoeksmethodes
• H2: Genetische fundamenten en omgevingsinvloeden
• H3: Prenatale ontwikkeling, geboorte en de pasgeboren baby
• H6: Emotionele en sociale ontwikkeling in baby- en kleutertijd
• H8: Emotionele en sociale ontwikkeling in vroege kindertijd
• H10: Emotionele en sociale ontwikkeling in lagereschooltijd
• H12: Emotionele en sociale ontwikkeling in adolescentie
• Focus: cognitieve ontwikkeling
• Focus: lichamelijke ontwikkeling
,H1: Geschiedenis, theorieën en onderzoeksmethodes
1. Domein
Wetenschappelijk
o Wetenschap die stabiliteit & verandering van gedrag wil begrijpen over levensloop
geen stabiliteit zonder verandering en geen verandering zonder stabiliteit
o In verschillende domeinen: fysiek, cognitief, emotioneel, sociaal
o Oog voor beïnvloedende factoren van ontwikkeling
Toegepast
o Heeft belang voor onderwijs, opvoeding, medische en sociale hulp
Interdisciplinair
o Ontwikkelt zich door gecombineerde inspanning uit vele disciplines
Toepassing: euthanasie bij minderjarigen
Wetsvoorstel ingediend in 2013 en goedgekeurd in 2014
Cruciale vraag: wilsbekwaamheid bij minderjarigen
vanaf wanneer kunnen we verwachten dat jongeren volledig wilsbekwaam zijn?
Belang van ontwikkelingspsychologie, in discussie met andere disciplines
2. Basisvragen
Doel van theorieën = beschrijven, verklaren & voorspellen
Theorie
Geordend & samenhangend geheel van uitspraken/stellingen die dat gedrag beschrijft,
verklaart en voorspelt
vb hechting: ontwikkeling hechtingsrelatie in 1e jaar? (beschrijven) – waarom ontwikkelt die band zich?
(verklaren) – gevolg voor later functioneren? (voorspellen)
Nut van theorie
o Begrijpen = geeft richting en betekenis aan wat we zien
= bril op realiteit (theorie ≠ ultieme waarheid → theorieën combineren om tot waarheid te komen)
o Basis voor praktijken: weten wat te doen
o Behoefte aan wetenschappelijke bevestiging: belang van replicatie
onderzoeksvragen door theorie moeten gerepliceerd kunnen worden in verschillende
onafhankelijke studies
Basisvragen/kenmerken theorieën:
1) Ontwikkeling continu of discontinu?
2) Eén verloop van ontwikkeling of meerdere
3) Erfelijkheid of milieu belangrijkst?
,1) Continu vs Discontinu
Continu Discontinu
- Kwantitatieve verandering - Kwalitatieve verandering
= uitbreiden van bestaande vaardigheden = nieuwe manier van reageren in specifieke
- Vaak geleidelijke verandering = gradueel periodes
vb: werking geheugen - Abrupte verandering
= elke fase gekenmerkt door andere manier van
handelen die voordien niet aanwezig was
- Principe van stadia/fases
- Gaan ervan uit dat veranderingen in begin
groter zijn dan op einde
vb: Piaget
Ontwikkeling is vaak combinatie van continue en
discontinue processen
vb: fysieke groei = gestage vooruitgang + abrupte groeispurt
2) Unidirectioneel of meerdere trajecten?
- Vroeger: aanhangers stadiatheorieën
vb: Piaget en Kohlberg
o Zelfde sequentie van ontwikkeling
o Universeel
o Unidirectioneel
= gaat ervan uit dat er één normatief eindpunt is voor iedereen
- Nu: meerdere trajecten van ontwikkeling mogelijk door unieke combinaties
van persoonlijke omgevingskenmerken
o Naarmate mensen opgroeien vertakken verschillende levenslopen
o Verschillende richtingen afhankelijk van nature/nurture
3) Erfelijkheid of omgeving?
- Eeuwenoude discussie
o Plato: nature
o Steven Pinker: nurture
o Watson: nurture
o Harris: nature
- Tegenwoordig achterhaalde discussie
o Erfelijkheid en omgeving spelen op complexe manier op elkaar in
o Afhankelijk van domein
= op ene domein nature belangrijker, op andere domein is nurture belangrijker
vb Caspi: afhankelijk van welk 5HTT gen je erft (kort of lang), maak je meer serotonine aan in de hersenen,
waardoor je minder gevoelig bent voor lichaamsgebeurtenissen (depressieve gevoelens)…
vb adoptiekinderen: één met risico en één zonder risico op antisociaal gedrag → genetische kenmerken
kunnen het gedrag dat kinderen stellen uitlokken
, Nature Nurture
- Nadruk: ontwikkeling als endogeen proces - Nadruk: ontwikkeling als exogeen proces
- Stabiliteit & belang erfelijkheid - Plasticiteit/veranderbaarheid
- Omgeving = belangrijk bij vroege ervaring - Omgeving = belangrijk ganse leven
vb: temperament vb: invloed latere relaties op gehechtheid
3. Levensloopperspectief
In de meeste hedendaagse theorieën wordt uitgegaan van
Zowel continue als discontinue veranderingen
Zowel universele als individu-specifieke processen
Zowel invloeden van erfelijkheid als van omgeving
↔ oude theorieën: ontwikkeling = discontinu & universeel
Evolutie hangt samen met:
Uitbreiding van onderzoek naar hele levensloop + groei in late volwassenheid
↔ alleen eerste twee decennia
↔ ouderdom als periode van achteruitgang
Opkomst dynamische systeembenadering
Dynamische systeembenadering
Proces dat altijd verder gaat
Van bevruchting tot dood
Invloeden op ontwikkeling
o Biologisch
o Psychologisch
o Sociaal
→ levensloopperspectief als voorbeeld
Basisassumpties levensloopperspectief:
1. Ontwikkeling = levenslang
2. Ontwikkeling = multidimensioneel en multidirectioneel
3. Ontwikkeling = plastisch
4. Ontwikkeling wordt beïnvloed door vele krachten in interactie met elkaar
1. Levenslang
Levensloop is opeenvolging van ontwikkelingsfasen
In elke fase zijn belangrijke veranderingen
niet één fase is belangrijker dan de andere fase
In die brede domeinen:
o Fysiek
o Cognitief
o Emotioneel/sociaal
→ belangrijke interacties en overlap!