Volledige examensamenvatting
Vrije Universiteit Brussel
Lesgever: Nanouk Verhulst
Schakeljaar Bedrijfskunde
Samengevoegde studiesamenvatting van alle hoorcolleges, het gastcollege en het
proefexamen met modelantwoorden.
Academisch Schrijven | Examensamenvatting | 1
,Inhoud
1. Inleiding, het onderzoeksproces en bronnen zoeken
2. Tekstopbouw: inleiding, middenstuk en discussie
3. Macrostructuur en microstructuur
4. De literatuurstudie
5. Refereren, APA stijl en plagiaat
6. Onderzoekskader en methode
7. Resultaten en discussie
8. Engelse en Nederlandse woordenschat en herschrijven
9. Gastcollege academisch Nederlands
10. Examenvragen en proefexamen met modelantwoorden
Academisch Schrijven | Examensamenvatting | 2
,1. Inleiding, het onderzoeksproces en bronnen zoeken
Onderwerpen: wat academisch schrijven is, het onderzoeksproces, de wetenschappelijke paper,
het opzoeken van papers in Web of Science en Google Scholar, en het uitwerken van een
probleemstelling.
1.1 Academisch schrijven als set van skills
Academisch schrijven is geen enkele vaardigheid, maar een samenhangend geheel van
skills. Het omvat onder andere het preschrijven en schrijven, evidence based werken,
kritisch denken, herwerken en correct taalgebruik, en in de praktijk komen daar nog veel
andere vaardigheden bij. Die skills versterken elkaar: goed schrijven steunt op kritisch
denken en op het onderbouwen van beweringen met bronnen, en een tekst is zelden in één
keer af maar groeit door herwerken.
Skills leer je vooral door ze zelf te doen, want je begrijpt iets pas echt wanneer je het
toepast. Het opleidingsonderdeel bouwt dat stapsgewijs op. Eerst begrijp je de skills in de
hoorcolleges, vervolgens observeer en oefen je ze in de werkcollegesessies en via
opdrachten, daarna krijg je feedback op je werk, en ten slotte integreer je de skills door ze
toe te passen in de paper.
1.2 Verantwoord gebruik van AI tools
AI mag je gebruiken, maar niet gedachteloos. De FAIR principes vormen het kader,
aangevuld met drie basisregels. Ten eerste pleeg je geen plagiaat: wat je niet aan een mens
zou mogen vragen, mag je ook niet aan een taalmodel vragen. Ten tweede ben je volledig
transparant over wat je met AI hebt gedaan. Ten derde deel je geen vertrouwelijke
gegevens. De kern is dat een goede conversatie met de AI de sleutel tot succes vormt: je
stuurt, controleert en denkt mee in plaats van klakkeloos te kopiëren en plakken.
1.3 Het onderzoeksproces
Voor je begint, bepaal je voor wie je schrijft en wat het doel van je tekst is. In dit vak ligt de
focus op de wetenschappelijke paper en de thesis. Het proces verloopt grofweg via de
volgende fasen, al lopen die in de praktijk vaak door elkaar: je kiest een topic, brainstormt
erover, verkent de wetenschappelijke literatuur, werkt de probleemstelling,
onderzoeksvragen en eventuele hypotheses uit, kiest een methode en design, maakt een
schema van je tekst en schrijft. Met dat schrijven kan je vroeg starten en doorheen het
proces blijven bijsturen.
Een mindmap helpt om je topic te verkennen. Voeg er bronnen aan toe, praat erover met
anderen, laat de mindmap even rusten en bekijk hem opnieuw, en situeer je
onderzoeksvraag erin. Een inhoudstafel maak je het best al vroeg als ruwe eerste versie die
doorheen de tijd nog verandert. Denk daarbij na over de centrale pointes die je wil maken.
1.4 De wetenschappelijke paper
Een wetenschappelijke paper heeft een aantal vaste ingrediënten, ook al is er variatie
tussen domeinen en types onderzoek. De paper vertrekt van een probleemstelling of
onderzoeksvraag die je via wetenschappelijk onderzoek probeert te beantwoorden, met tal
van mogelijke methoden. Papers worden meestal door wetenschappers geschreven en
leggen de nadruk op wetenschappelijke relevantie eerder dan op de industrie, al verschuift
dat stilaan, denk aan managementimplicaties in het servicedomein. Een beredeneerde
Academisch Schrijven | Examensamenvatting | 3
, argumentatie staat centraal, en de klassieke structuur bestaat uit een inleiding, een
middenstuk en een besluit.
Drie veelvoorkomende types zijn methode en future research papers, empirische papers en
review of conceptuele papers. Empirische papers rapporteren eigen dataverzameling en
analyse. Review papers, zoals systematische literatuuroverzichten, brengen de bestaande
kennis samen en vormen daarom een erg nuttig vertrekpunt. Een paper en een thesis lijken
op elkaar maar zijn niet identiek, en de regels veranderen bovendien snel, dus controleer
altijd de actuele richtlijnen van de opleiding, zoals de Master Thesis Guidelines van de VUB.
1.5 Papers opzoeken in Web of Science en Google Scholar
Web of Science en Google Scholar zijn de belangrijkste tools, beide bereikbaar via de
universiteitsbibliotheek. Web of Science is de beste optie omdat je er gerichter en
kwaliteitsvoller mee kan zoeken. Google Scholar is breed en handig, maar vraagt extra
kritische zin.
Goede zoektermen zijn cruciaal. Denk aan synoniemen (bijvoorbeeld m advertising naast
mobile advertising), aan verschillende schrijfwijzen en meervoudsvormen, en aan
gerelateerde termen zoals online advertising of location based marketing. Begin breed
genoeg en baken pas daarna af. Met Boolean operators combineer of sluit je termen uit: in
Google Scholar gebruik je AND, OR en NOT, samen met allintitle en aanhalingstekens om
exact in titels te zoeken. In Web of Science is de asterisk bijzonder nuttig, want op de plaats
ervan kunnen nul, één of meer letters staan, zodat vaccin meteen vaccin, vaccines en
vaccination oplevert.
Wees kritisch over waar een paper verschijnt. Let op de gebruikte database, op de naam
van het journal (een land in de naam wijst vaak op een minder toptijdschrift), op het imago,
op de impactfactor en ranking via de Journal Citation Reports, op de taal met focus op
Engels, en op de website van het journal. Conferentiebijdragen zijn doorgaans minder ideaal
als bron. Start bij voorkeur met overzichtspapers, research agenda's en systematische
literatuuroverzichten.
1.6 De probleemstelling uitwerken
De probleemstelling is het brede probleem dat je met je paper wil aanpakken en hangt
rechtstreeks samen met de relevantie van je onderzoek. Ze is breder dan de
onderzoeksvraag, die nauwer en concreter is, en kan doorheen de tijd nog veranderen. Je
versmalt stapsgewijs van een breed onderwerp naar concreet onderzoek, als een trechter:
van een algemeen topic, over mogelijke invalshoeken en een probleemstelling, naar een
afgebakende onderzoeksvraag en eventueel hypotheses.
Je kan een probleemstelling uitwerken aan de hand van de schijf van vijf, die vijf vragen
koppelt aan vijf elementen.
Element Vraag
Fenomeen Wat bestudeer je?
Focus Wat is je vraag?
Methode Hoe pak je het aan?
Drijfveer en wetenschappelijke
Waarom is dit belangrijk?
relevantie
Academisch Schrijven | Examensamenvatting | 4