Samenvatting drama Hoofdstuk 1: spelmogelijkheden vanuit drama
1.1 Van kinderspel tot toneelspel
Iedereen speelt op de eigen manier: in het casino, met zand en in bijvoorbeeld de politiek. Het
gemeenschappelijke hiervan zit hem in het speelse:
Het spelen volledig serieus nemen, jongleren met mogelijkheden, helemaal opgaan in het spel
tegelijkertijd het juist op enige afstand aanzien.
Spel biedt aan iedereen de ruimte om aan de werkelijkheid te ontsnappen.
Het naspelen van de werkelijkheid begint met imiteren en experimenteren met materialen,
ze merken dat het herhalen ervan succesvol is. Ze oefenen hiermee de basisvaardigheden.
Als kinderen ouder worden gaan ze merken dat concreet materiaal ook wat anders kan
voorstellen “ symboliseren” .
Spel (in de zin van kinderspel) is spelen in een rol binnen een gemeenschappelijke verbeelding
en zonder toeschouwers.
1.1.1 Kinderspel
Spelwerkelijkheden bieden ervaring, beleving en inzicht in bekende en onbekende aspecten van de
werkelijkheid.
In de ontwikkelingspsychologie bestaan verschillende indelingen van spelontwikkeling bij kinderen,
worden spelfases van Piaget gebruikt. Hij beschrijft dat: een kind begint bij imitatiespel, eerst van
eigen reflexen dan de bewegingen die het kind waarneemt.
Oefenspel ;
Dit leidt tot het imiteren van eerder waargenomen acties, uitgebreid met het
experimenteren van niet waargenomen en het herhalen om het plezier van het herhalen.
Symbolisch spel;
Kinderen spelen met voorwerpen die niet aanwezige voorwerpen vervangen: een blok is een
auto etc. Ze doen alsof en nadrukkelijk de verbeelding (=staat het dichtst bij drama). Het kind
verdraait vaak de werkelijkheid in het spel.
De fases op een rijtje:
1. Imiteren en experimenteren (baby’s en peuters)
2. Oefenspel ( peuter)
3. Symbolisch spel (kleuter)
Het jonge kind
Het symbolisch spelen gebeurt nog geheel individueel, geen sprake van samenwerking of
afstemming. Ze spelen meer naast elkaar dan met andere kinderen, dit is parallelspel.
Zowel het imitatiespel als het oefenspel als symbolisch spel heeft functie bij de ontwikkeling van
kinderen.
Imitatie- en oefenspel om spelenderwijs vaardiger te worden
Symbolisch spel om indrukken te geven en emotie te verwerken
Het oudere kind
,Dramatisch spel maakt gebruik van alle drie de soorten spel, bij drama imiteren spelers anders dan ze
in een rol spelen. Door voorstellingsvermogen spelen zo nooit eerder waargenomen figuren, ze
spelen met wat voor handen is, om te symboliseren wat ze nodig hebben in het spel. Bij kinderspel
gaat het vooral om actie, bij drama word meer gevraagd.
1.1.2 Rollenspel
Het doen alsof met materiaal ontwikkelt zich tot het inleven en handelen als een ander, imiteren van
bekende dingen/ handelingen. Ze maken ook afspraken en gaan samenspelen (ik ben de vader en jij
bent de moeder).
1. We spreken van Rollenspel als er weliswaar gehandeld en gesproken wordt vanuit een rol;
gaat vooral om eigen actie in die rol
2. In de tweede plaats komt interactie met de ander. Het afstemmen op de ander is
ondergeschikt aan het uitspelen van eigen handelingen (onderbouw) of meningen
(bovenbouw)
Binnen het onderwijs is het belangrijk om te weten wanneer het ècht om rollenspel gaat.
Het jonge kind
Het overzicht van de ontwikkeling tot nu toe stelt met name dat jij als leerkracht mogelijkheden
schept, maar niet begeleidt.
Je verleidt de kids in de omgeving en wanneer alle voorwaarden in de speelhoeken en materiaal zijn
voldaan trek jij je terug, om het associatieve spel in z’n beloop te laten.
Het oudere kind
Het vrije spel onderscheidt zich van drama in vier punten:
1. Door een gerichtheid vooral op zichzelf
2. Door te spelen op keuze momenten, zolang de belangstelling aanhoudt
3. Door een vrije associatie in wendingen via spelverloop
4. Door een heel beperkte vormgeving van spel
1.1.3 Ontluikend dramatisch spel
Vanuit “doen alsof” groeit het spelen naar “uitdrukkingen geven aan emoties en motieven “
Ontluikend dramatisch spel: kind is sterk op zichzelf gericht maar kan al wel in samenspel met één of
meerdere kinderen een situatie uitspelen.
Het jonge en oude kind
Het ontluikend dramatisch spel is het een bron van informatie over de belevingswereld van een kind
en de ontwikkeling in dramatische vaardigheden. Het is voor kinderen in de onder- en bovenbouw
stimulerend om met emoties en motieven te spelen zonder zich druk te hoeven maken over
vormgeving.
1.1.4 Dramatisch spel
Dramatisch spel is het spel waarin kinderen niet alleen uitdrukkingen geven aan emoties en
motieven, maar deze ook waarnemen bij de medespelers en erop inspelen. Spelers zoeken
oplossingen voor in hun improvisaties ontstane problemen; de beleving is subjectief en zorgt voor
onderlinge verschillen. Bij drama is de “ leerling in rol “ juist de expert die alle problemen aan kan.
We spreken van dramatisch spel wanneer het hoofdaccent ligt op het onderlinge samenspel. Het
kenmerkt zich door gerichtheid van de spelers op de spelsituaties, op de ontwikkeling van het spel en
, op de beginnende aandacht voor de vormgeving. Alle eerdere ontwikkelingsfase komen samen en
ontwikkelen hier verder.
Het jonge kind
Het dramatisch onderwijs vindt op vaste tijden plaats in het onderwijs. Jij leidt, maar kan ook
aanwijzingen geven: “ Wow, jij bent echt boos, laat maar eens zien!”
Het oudere kind
In de bovenbouw tonen kinderen meer initiatief, kunnen de rol beter vasthouden en ingaan op de
betekenissen van het spel. Behalve meespelen (intern) kan de leerkracht ook aan de zijlijn staan
(extern). Dan komt de aandacht op de vormgeving van het spel. Nadeel is dat het commentaar van
buitenaf de kinderen uit hun spel halen.
Er zijn ook tussenvormen, de leerling is een buitenstaander maar gaat toch mee in het spel door
bijvoorbeeld informatie toe te voegen ( “opbellen” ).
1.1.5.Herhaalbaar dramatisch spel
Bijvoorbeeld weekafsluitingen.
Het jonge kind
Kinderen laten opvoeren in de kring; eerst voorbereiden in de kring. Kinderen hebben dan houvast
aan materiaalgebruik, terugkerende handelingen, een ritme, een afgesproken ruimte indeling, een
verhaalstructuur van enkele zinnen of een verhalend gedichtje. Zo wordt de herhaling in vaste banen
geleid.
Het oudere kind
Kinderen in de bovenbouw kunnen zelfstandig oefenen, duidelijke afspraken maken is voldoende.
Stimulerende adviezen werken daarbij altijd positief.
1.1.6 Ontluikend toneelspel
Toneelspel , als dramatisch spel niet alleen inhoudelijk maar ook de speelwijze herhaalbaar word
(een bewuste keuze is gemaakt voor de speelwijze).
Deze is niet gericht op de onderbouw.
Toneelspel richt zich op publiek; belangrijk accent ligt dan op speltechniek ten dienste van
overdracht, opvoering krijgt het hoofdaccent waardoor voor sommige kinderen de beleving van de
spelwerkelijkheid word ondergesneeuwd.
Nadruk ligt dan op: “Hoe moet dat ook alweer?”. De docent moet de technische kant beperken en
het vrijuit toepassen van rijke verbeelding stimuleren.
Ze moeten blijven genieten van presentatie en ruimte blijven voor eigen improvisatie en het kind
eigen spel.
Het jonge kind
In de onderbouw, binnen de onderwijssetting, kunnen veel spelvormen goed voor zichzelf zorgen.
Het is lastig als buitenstaanders zich op een verkeerd moment ermee bemoeien.
Het oudere kind
Spelmomenten kunnen aanknopingspunten zijn voor de ontwikkeling van het spel vermogen.
Wanneer je goed observeert merk je:
Wanneer je kinderen het best in hun spel kan laten
Wanneer je hen met aanwijzingen verder kunt helpen in hun verbeelding en spelplezier
1.1 Van kinderspel tot toneelspel
Iedereen speelt op de eigen manier: in het casino, met zand en in bijvoorbeeld de politiek. Het
gemeenschappelijke hiervan zit hem in het speelse:
Het spelen volledig serieus nemen, jongleren met mogelijkheden, helemaal opgaan in het spel
tegelijkertijd het juist op enige afstand aanzien.
Spel biedt aan iedereen de ruimte om aan de werkelijkheid te ontsnappen.
Het naspelen van de werkelijkheid begint met imiteren en experimenteren met materialen,
ze merken dat het herhalen ervan succesvol is. Ze oefenen hiermee de basisvaardigheden.
Als kinderen ouder worden gaan ze merken dat concreet materiaal ook wat anders kan
voorstellen “ symboliseren” .
Spel (in de zin van kinderspel) is spelen in een rol binnen een gemeenschappelijke verbeelding
en zonder toeschouwers.
1.1.1 Kinderspel
Spelwerkelijkheden bieden ervaring, beleving en inzicht in bekende en onbekende aspecten van de
werkelijkheid.
In de ontwikkelingspsychologie bestaan verschillende indelingen van spelontwikkeling bij kinderen,
worden spelfases van Piaget gebruikt. Hij beschrijft dat: een kind begint bij imitatiespel, eerst van
eigen reflexen dan de bewegingen die het kind waarneemt.
Oefenspel ;
Dit leidt tot het imiteren van eerder waargenomen acties, uitgebreid met het
experimenteren van niet waargenomen en het herhalen om het plezier van het herhalen.
Symbolisch spel;
Kinderen spelen met voorwerpen die niet aanwezige voorwerpen vervangen: een blok is een
auto etc. Ze doen alsof en nadrukkelijk de verbeelding (=staat het dichtst bij drama). Het kind
verdraait vaak de werkelijkheid in het spel.
De fases op een rijtje:
1. Imiteren en experimenteren (baby’s en peuters)
2. Oefenspel ( peuter)
3. Symbolisch spel (kleuter)
Het jonge kind
Het symbolisch spelen gebeurt nog geheel individueel, geen sprake van samenwerking of
afstemming. Ze spelen meer naast elkaar dan met andere kinderen, dit is parallelspel.
Zowel het imitatiespel als het oefenspel als symbolisch spel heeft functie bij de ontwikkeling van
kinderen.
Imitatie- en oefenspel om spelenderwijs vaardiger te worden
Symbolisch spel om indrukken te geven en emotie te verwerken
Het oudere kind
,Dramatisch spel maakt gebruik van alle drie de soorten spel, bij drama imiteren spelers anders dan ze
in een rol spelen. Door voorstellingsvermogen spelen zo nooit eerder waargenomen figuren, ze
spelen met wat voor handen is, om te symboliseren wat ze nodig hebben in het spel. Bij kinderspel
gaat het vooral om actie, bij drama word meer gevraagd.
1.1.2 Rollenspel
Het doen alsof met materiaal ontwikkelt zich tot het inleven en handelen als een ander, imiteren van
bekende dingen/ handelingen. Ze maken ook afspraken en gaan samenspelen (ik ben de vader en jij
bent de moeder).
1. We spreken van Rollenspel als er weliswaar gehandeld en gesproken wordt vanuit een rol;
gaat vooral om eigen actie in die rol
2. In de tweede plaats komt interactie met de ander. Het afstemmen op de ander is
ondergeschikt aan het uitspelen van eigen handelingen (onderbouw) of meningen
(bovenbouw)
Binnen het onderwijs is het belangrijk om te weten wanneer het ècht om rollenspel gaat.
Het jonge kind
Het overzicht van de ontwikkeling tot nu toe stelt met name dat jij als leerkracht mogelijkheden
schept, maar niet begeleidt.
Je verleidt de kids in de omgeving en wanneer alle voorwaarden in de speelhoeken en materiaal zijn
voldaan trek jij je terug, om het associatieve spel in z’n beloop te laten.
Het oudere kind
Het vrije spel onderscheidt zich van drama in vier punten:
1. Door een gerichtheid vooral op zichzelf
2. Door te spelen op keuze momenten, zolang de belangstelling aanhoudt
3. Door een vrije associatie in wendingen via spelverloop
4. Door een heel beperkte vormgeving van spel
1.1.3 Ontluikend dramatisch spel
Vanuit “doen alsof” groeit het spelen naar “uitdrukkingen geven aan emoties en motieven “
Ontluikend dramatisch spel: kind is sterk op zichzelf gericht maar kan al wel in samenspel met één of
meerdere kinderen een situatie uitspelen.
Het jonge en oude kind
Het ontluikend dramatisch spel is het een bron van informatie over de belevingswereld van een kind
en de ontwikkeling in dramatische vaardigheden. Het is voor kinderen in de onder- en bovenbouw
stimulerend om met emoties en motieven te spelen zonder zich druk te hoeven maken over
vormgeving.
1.1.4 Dramatisch spel
Dramatisch spel is het spel waarin kinderen niet alleen uitdrukkingen geven aan emoties en
motieven, maar deze ook waarnemen bij de medespelers en erop inspelen. Spelers zoeken
oplossingen voor in hun improvisaties ontstane problemen; de beleving is subjectief en zorgt voor
onderlinge verschillen. Bij drama is de “ leerling in rol “ juist de expert die alle problemen aan kan.
We spreken van dramatisch spel wanneer het hoofdaccent ligt op het onderlinge samenspel. Het
kenmerkt zich door gerichtheid van de spelers op de spelsituaties, op de ontwikkeling van het spel en
, op de beginnende aandacht voor de vormgeving. Alle eerdere ontwikkelingsfase komen samen en
ontwikkelen hier verder.
Het jonge kind
Het dramatisch onderwijs vindt op vaste tijden plaats in het onderwijs. Jij leidt, maar kan ook
aanwijzingen geven: “ Wow, jij bent echt boos, laat maar eens zien!”
Het oudere kind
In de bovenbouw tonen kinderen meer initiatief, kunnen de rol beter vasthouden en ingaan op de
betekenissen van het spel. Behalve meespelen (intern) kan de leerkracht ook aan de zijlijn staan
(extern). Dan komt de aandacht op de vormgeving van het spel. Nadeel is dat het commentaar van
buitenaf de kinderen uit hun spel halen.
Er zijn ook tussenvormen, de leerling is een buitenstaander maar gaat toch mee in het spel door
bijvoorbeeld informatie toe te voegen ( “opbellen” ).
1.1.5.Herhaalbaar dramatisch spel
Bijvoorbeeld weekafsluitingen.
Het jonge kind
Kinderen laten opvoeren in de kring; eerst voorbereiden in de kring. Kinderen hebben dan houvast
aan materiaalgebruik, terugkerende handelingen, een ritme, een afgesproken ruimte indeling, een
verhaalstructuur van enkele zinnen of een verhalend gedichtje. Zo wordt de herhaling in vaste banen
geleid.
Het oudere kind
Kinderen in de bovenbouw kunnen zelfstandig oefenen, duidelijke afspraken maken is voldoende.
Stimulerende adviezen werken daarbij altijd positief.
1.1.6 Ontluikend toneelspel
Toneelspel , als dramatisch spel niet alleen inhoudelijk maar ook de speelwijze herhaalbaar word
(een bewuste keuze is gemaakt voor de speelwijze).
Deze is niet gericht op de onderbouw.
Toneelspel richt zich op publiek; belangrijk accent ligt dan op speltechniek ten dienste van
overdracht, opvoering krijgt het hoofdaccent waardoor voor sommige kinderen de beleving van de
spelwerkelijkheid word ondergesneeuwd.
Nadruk ligt dan op: “Hoe moet dat ook alweer?”. De docent moet de technische kant beperken en
het vrijuit toepassen van rijke verbeelding stimuleren.
Ze moeten blijven genieten van presentatie en ruimte blijven voor eigen improvisatie en het kind
eigen spel.
Het jonge kind
In de onderbouw, binnen de onderwijssetting, kunnen veel spelvormen goed voor zichzelf zorgen.
Het is lastig als buitenstaanders zich op een verkeerd moment ermee bemoeien.
Het oudere kind
Spelmomenten kunnen aanknopingspunten zijn voor de ontwikkeling van het spel vermogen.
Wanneer je goed observeert merk je:
Wanneer je kinderen het best in hun spel kan laten
Wanneer je hen met aanwijzingen verder kunt helpen in hun verbeelding en spelplezier