Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 87 pages
Summary

Samenvatting Geschiedenis van de Moderne en Hedendaagse Tijd | UGent

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 87 pages

Samenvatting gebaseerd op mijn notities en de ppt's van de lessen Geschiedenis van de Moderne en Hedendaagse Tijd gedoceerd door Antoon Vrints. De structuur sluit grotendeels aan bij die van de lessen, maar hier en daar heb ik extra titels toegevoegd of de formulering aangepast om sommige zaken overzichtelijker te maken :)

Content preview

Geschiedenis van de Moderne en Hedendaagse Tijd



H1: DE FRANSE REVOLUTIE
1. BELANG

− FR = omvormingsproces (van Ancien Regime naar moderne tijden) + gebeurtenis
o Vormde een impuls voor een breed veranderingsproces van eind 18de E tot WOI
▪ FR = radicale + snelle verandering
▪ Verschil met de Amerikaanse Revolutie: Amerika = uithoek van de wereld => minder impact
− = startpunt van aanhoudende revolutiegolven:
o Franse expansie (1793-1814) => export revolutionaire principes
▪ FR wordt een inspiratiebron voor andere (burgerlijke) revoluties:
• Burgerlijke revoluties 1830, 1848
• Amerikaans continent
• Russische revolutie in 1917
• Communistische China
− ~ proces met een impact op 3 vlakken/ijkpunten:
1. Verschuiving van standenmaatschappij (AR) naar een maatschappij van
theoretisch gelijke burgers
▪ Iedereen wordt geboren met dezelfde rechten (in tegenstelling tot het AR waar ongelijkheid
geïnstitutionaliseerd was)
2. Vervanging van soevereine vorsten door soevereine naties
▪ = vervanging van dynastische staten door natiestaten
▪ Het politiek systeem kan niet langer verdedigd worden in de naam van God
3. Vervanging van privileges naar opleidingen + merites (op politiek vlak)
▪ Ontstaan van een geünificeerde staatsbureaucratie: verschillende eenheden worden
dezelfde

2. OORZAKEN
1. Versleten standenmaatschappij
2. Sterkere Franse identiteit
3. Politieke + financiële crisis
4. Bijeenroeping van de Staten-Generaal

2.1 DE VERSLETEN STANDENMAATSCHAPPIJ

− Standenmaatschappij: = maatschappij gebaseerd op de 3 standen (clerus, adel, derde stand)
o Probleem: voldeed niet meer aan de noden van de SL => derde stand eist
steeds luider haar rechten op
− Bevolkingsaantal in FR: ~ 25 miljoen
o Clerus: 100.000 – 10% van het land
▪ Privileges:
• Betaalden geen belastingen, maar gaven soms vrijwillig
giften aan de vorst
o Adel: 400.000 – 20% van het land
▪ Privileges:

1

, • Moesten geen belastingen betalen
• Feodale privileges: bv. lokale heer = monopolie op de graanmolen, jacht (in sommige
gebieden), …
o Derde Stand: 24,5 miljoen – 20% van het land van de rijke burgers, 40% van de boeren
▪ = burgerij, ambachtslieden, boeren, (land)arbeiders, …
▪ Moesten belastingen betalen + hadden geen privilegies
▪ Probleem: rijkdom van de bourgeoisie stond niet in verhouding met hun politieke macht
• Beginnen systemen te ontwikkelen om zich te onttrekken aan de soevereine
democratie
− de
Ontstaan idee dat de 3 stand de andere standen ‘draagt’: deden het daadwerkelijke werk

2.2 STERKERE FRANSE IDENTITEIT

− Centrale staat en koningschap:
o Geboorte van het idee van een nationale ruimte + volk
− Gebruik van identiteit als mobiliserende kracht voor de bevolking
o Vóór de Franse Revolutie: minderheid sprak Frans (enkel de heersende klasse)
o Na de Franse Revolutie: Frans = taal van de Republiek => unificerende werking
▪ Ontstaan van een Franse identiteit door onder impuls van onderwijs (hiervoor voelden
boeren zich niet ‘Frans’)
▪ Eugene Weber, “Frans burgerschap is product van Franse revolutie.”
− Bv. de Jacobijnen: vestigden de Republiek => wilden eenheid, ondeelbaarheid, centralisering en
volkssoevereiniteit

2.3 POLITIEKE EN FINANCIËLE CRISIS

− Franse staat = bankroet hoewel ze één van de rijkste landen waren: hadden enorme schulden
o Oorzaken:
▪ Inefficiënt regerings- + economisch systeem
▪ Oorlogvoering
▪ Lege staatskas
− Vergeefse pogingen tot fiscale hervormingen: enige oplossing = hogere belastingen
o Probleem: clerus + adel = vrijgesteld aan bepaalde belastingen => ≠ hervormingen
o Lodewijk XVI probeert om een systeem van rechtstreekse belastingen in te voeren (= ook voor clerus
+ adel: zorgde voor een revolte
− Gevolg: uitroeping van een Staten-Generaal (mei 1789) om een oplossing te vinden voor de economische
crisis op te lossen

2.4 BIJEENROEPING VAN DE STATE N-GENERAAL

− Staten-Generaal = vertegenwoordigend orgaan van de 3 standen die apart vergaderen
o Clerus (25%) + adel (25%) kunnen de derde stand (50%) altijd minoriseren
− Al enkele jaren niet meer samengeroepen door het absolutisme
o Hadden oorspronkelijk de macht om vorstelijke decreten tegen te gaan




2

,3. VERLOOP

3.1 STATEN-GENERAAL EN ASSEMBLÉE NATIONALE

− Staten-Generaal (mei 1789):
o Bijeengeroepen door de koning wegens de financiële crisis
o Ontstaan van een discussie over de organisatie (was al lang niet meer
samengeroepen):
▪ Kritiek op het oude systeem: 3 standen vergaderden elk in
een aparte ruimte => 1 stem per stand i.p.v. 1 stem per
persoon
• Zorgde ervoor dat de derde stand weinig inspraak
had (adel + clerus stemden vaak samen)
• Gevolg: derde stand pleitte voor gelijk stemrecht
o Weigering voorstel door het parlement van Parijs: er blijven drie aparte kamers tijdens de Staten-
Generaal van 1789 => opstand bij het volk
− Assemblée Nationale (juni 1789):
o Bij aanvang van de Staten-Generaal weigerden de derde stand apart te vergaderen: eisten dat de
vertegenwoordigers in één kamer zouden vergaderen
o 17 juni: derde stand roept zichzelf uit tot de Assemblée Nationale
▪ Koning sluit de vergaderzaal voor de derde stand waardoor vele afgevaardigden
buitengesloten waren => gingen naar de Kaatsbaan
o Eed op de Kaatsbaan: zweren dat ze niet uit elkaar zullen gaan voordat zij erkend worden als
vertegenwoordigers van het Franse volk
▪ De koning wordt gedwongen de Assemblée Nationale te erkennen




− Conflict met de koning:
o Absolute macht van de koning komt onder druk door de derde stand die steeds meer macht grijpen
=> Lodewijk XVI kiest de kant van de hogere klassen
▪ Gevolg: het volk voelt zich verraden
o Ontstaan van een volksopstand in Parijs:
▪ 14 juli: bestorming van de Bastille
▪ Boerenopstanden: voornamelijk gedreven door misoogsten + hongersnood
• La Grande Peur: vielen de kastelen aan van plaatselijke heren om hun
leenrechtelijke archieven te vernietigen
▪ = fysieke vernietiging van het Ancien Régime
3

, − ‘La Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen’: opgemaakt door de derde stand
o = basis van de grondwet
o Werd massaal verspreid: ~ ‘nieuwe bijbel’/catechismus
o Diende als leidraad voor de revolutie

3.2 ASSEMBLÉE CONSTITUANTE

− Assemblée Constituante (1789–1791):
o De Assemblée Nationale vormde zich tot de Assemblée Constituante: = grondwetgevende
vergadering
▪ In 1791 komt er een grondwet (= eerste geschreven grondwet van EU): bekrachtigt de
hervormingen
o Frankrijk wordt een constitutionele monarchie:
▪ Zwaartepunt = wetgevende macht: Assemblée Législative (= eenkamerstelsel):
• Parlement maakt de wetten: beslist samen met de uitvoerende macht over o.a.
oorlog en vrede
▪ Relatief zwakke uitvoerende macht (koning):
• Mocht zelf zijn ministers kiezen, maar elke beslissing moest door hen goedgekeurd
worden
• Verliest zijn vetorecht
• Moet in Parijs wonen (i.p.v. Versailles: controle)
• Zweert trouw aan de grondwet
− Hervormingen:
o Vertegenwoordigende democratie: parlement wordt samengesteld door verkiezingen
▪ Onderscheid tussen ‘actieve’ vs. ‘passieve’ burgers (met dezelfde rechten):
• ‘Actieve’ burgers: mannelijke burgers met genoeg geld om te mogen stemmen
• ‘Passieve’ burgers: mannelijke burgers die niet genoeg geld hebben om te mogen
stemmen
=> censitair kiesrecht
• Vrouwen = onderschikt
o Scheiding der machten: rechterlijke macht wordt onafhankelijk van de koning
o Alle Fransen worden gelijk:
▪ Afschaffing van de privileges
▪ Invoering van patentbelastingen: iedereen met rechtstreeks belastingen betalen
o Administratieve + territoriale uniformisering: FR wordt opgedeeld in departementen




− Kerk:
o Verliest haar geprivilegieerde positie (godsdienstvrijheid in FR) maar blijft wel staatsgodsdienst:

4

Document information

Study
Uploaded on
June 26, 2026
Number of pages
87
Written in
2025/2026
Type
Summary
$11.06

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
9
Last sold
1 week ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions