OG1: Enkele begrippen m.b.t het objectieve recht:
Opdrachten:
1. Waar, de overheid heeft een monopolie over het invoeren van
normen en sancties. En degene die de regels toepast/uitvoert moet
weten dat als hij de norm niet naleeft, hij een sanctie riskeert. (p.24)
Het recht wordt door de sancties onderscheiden aan
morele/godsdienstige regels. (Ook hulpregels behoren tot het recht,
ze worden op het eerste zicht niet gesanctioneerd maar in
combinatie met andere regels wel vb. hulpregel: def minderjarige,
misdrijf tegen minderjarige: hulpregel wordt gesanctioneerd)
vb. De overheid legt op dat diefstal strafbaar is, wie zich hier niet
aan houdt, riskeert een sanctie
2. A) -gemeenrecht= lex generalis= rechtsregels die in algemene
omstandigheden gelden
-uitzonderingsrecht= lex specialis= rechtsregels die in
speciale/uitzonderlijke omstandigheden gelden
verband: lex generalis geldt wanneer er geen lex specialis van
toepassing is: lex specialis derogat legi generali
B) 1) A)gemeenrecht, de arbeidsovereenkomst wordt uitgelegd, het
zijn normale omstandigheden
B) uitzonderingsrecht, het gaat hier over een aparte wet voor
studenten
2) A) gemeenrecht, (oud bw is bijna altijd gemeenrecht)
B) uitzonderingsrecht, gaat specifiek over consumptiegoederen
C) De wet is redelijk hard, het uitzonderingswet is er om mensen in
moeilijke/speciale omstandigheden te beschermen. (beschermt
zwakkere partij)
3. A) Openbare orde is de rechtsregel die de essentiële belangen
van de openbare gemeenschap raakt of die in het privaatrecht de
juridische grondslagen bepaalt waarop de maatschappij berust. Van
de openbare orde kan niet afgeweken worden. We spreken van
openbare orde telkens als geen particuliere maar openbare belangen
in het spel zijn.
B) Recht kent een organische groei, recht veranderd naarmate de
samenleving complexer wordt, als de maatschappij iets belangrijk
vindt, wordt het van openbare orde. Iets dat niet meer belangrijk is,
valt weg uit de openbare orde.
Opdrachten:
1. Waar, de overheid heeft een monopolie over het invoeren van
normen en sancties. En degene die de regels toepast/uitvoert moet
weten dat als hij de norm niet naleeft, hij een sanctie riskeert. (p.24)
Het recht wordt door de sancties onderscheiden aan
morele/godsdienstige regels. (Ook hulpregels behoren tot het recht,
ze worden op het eerste zicht niet gesanctioneerd maar in
combinatie met andere regels wel vb. hulpregel: def minderjarige,
misdrijf tegen minderjarige: hulpregel wordt gesanctioneerd)
vb. De overheid legt op dat diefstal strafbaar is, wie zich hier niet
aan houdt, riskeert een sanctie
2. A) -gemeenrecht= lex generalis= rechtsregels die in algemene
omstandigheden gelden
-uitzonderingsrecht= lex specialis= rechtsregels die in
speciale/uitzonderlijke omstandigheden gelden
verband: lex generalis geldt wanneer er geen lex specialis van
toepassing is: lex specialis derogat legi generali
B) 1) A)gemeenrecht, de arbeidsovereenkomst wordt uitgelegd, het
zijn normale omstandigheden
B) uitzonderingsrecht, het gaat hier over een aparte wet voor
studenten
2) A) gemeenrecht, (oud bw is bijna altijd gemeenrecht)
B) uitzonderingsrecht, gaat specifiek over consumptiegoederen
C) De wet is redelijk hard, het uitzonderingswet is er om mensen in
moeilijke/speciale omstandigheden te beschermen. (beschermt
zwakkere partij)
3. A) Openbare orde is de rechtsregel die de essentiële belangen
van de openbare gemeenschap raakt of die in het privaatrecht de
juridische grondslagen bepaalt waarop de maatschappij berust. Van
de openbare orde kan niet afgeweken worden. We spreken van
openbare orde telkens als geen particuliere maar openbare belangen
in het spel zijn.
B) Recht kent een organische groei, recht veranderd naarmate de
samenleving complexer wordt, als de maatschappij iets belangrijk
vindt, wordt het van openbare orde. Iets dat niet meer belangrijk is,
valt weg uit de openbare orde.