Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Oriëntatie op de wereld 1- Hogent

Rating
-
Sold
-
Pages
129
Uploaded on
25-06-2026
Written in
2025/2026

Ik combineerde alle informatie van de slides, lesnotities en boeken. Ik behaalde een 18/20 voor dit vak.

Institution
Course

Content preview

ORIËNTATIE OP DE WERELD
NATUUR EN TECHNIEK

1. DE LEERLIJN VOOR RUIMTELIJKE ORIËNTATIE EN KAARTVAARDIGHEDEN

3 hoofdfasen van het kaartlezen: vormen een doorlopende ontwikkelingslijn of leerlijn

1. Voorbereidend kaartlezen
2. Aanvankelijk kaartlezen
3. Voortgezet kaartlezen


1.1. RUIMTELIJKE ORIËNTATIE OF VOORBEREIDEND KAARTLEZEN

- Voldoen aan bepaalde essentiële basisvoorwaarden op gebied van ruimtelijke oriëntatie:
o Benoemen: in staat zijn ruimtelijke elementen met het juiste concrete begrip te benoemen
▪ Vb: soorten voertuigen, elementen van een landbouwbedrijf
o Abstraheren: losse elementen kunnen samenvatten onder 1 abstract begrip of verzamelnaam
▪ Vee, transportmiddelen
o Objectiveren: in staat zijn een redelijk zakelijke inventarisatie van een ruimte te geven
▪ Objectief ruimte beeld: niet enkel wat hun aanspreekt in de ruimte kunnen benoemen
o Structureren: een complexe ruimte in verschillende delen kunnen analyseren, bijkomend in een logische
onderlinge volgorde kunnen zetten
▪ De voordeur, de hal, lokalen, via de 3 de hal kom je op de speelplaats
o Lokaliseren: moeten met concrete begrippen omtrent richting en afstand de plaats van iets of iemand
globaal kunnen bepalen
▪ Vb: de banken staan aan de raamkant, juf staat voorin in de klas
▪ Later wordt dit links en rechts→ oost en west
o Relateren: moeten de samenhang tussen objecten in de ruimte kunnen aangeven
▪ Relatie zien tussen een bus en een bushalte, een zitbank, vuilnisbak, reclameborden…
- De meeste kinderen hebben deze basisvoorwaarden als ze ongeveer 6 jaar zijn
o Vanaf dan kan er gewerkt worden aan kaartbegrip of plattegrond besef
- Mental maps: een kind die het objectiveren, structureren combineert tot mentale kaarten
o = voorstellingen van concreet ruimtelijke structuren die ontstaan doordat een kind zijn/ haar ruimtelijke
ervaringen verwerkt en integreert
o Betrekking op ruimtelijke situaties waarin het kind zich vaak beweegt
o Vormen de basis voor het ontwikkelen van het plattegrond besef verder uitgebouwd tot kaartbegrip
▪ Essentieel ontwikkelingsproces voor de belangrijkste aardrijkskundige vaardigheid waarvan de
basis ligt in de eerste graad: objectiveren+ structureren= objectieve structuren
o Objectief structureren → mentale kaarten → plattegrondsbesef → kaartbegrip → kaartbeeld →
kaartlezen


PRAKTISCHE AANPAK 3D-VOORSTELLING

- 3D-voorstellingen opbouwen in de zandtafel, in een doos
o Karton of blokjes hout
o De klas nabouwen met duidelijke aanduiding van de voor en achterkant
▪ Om bijvoorbeeld links en rechts te kunnen leren

,1.2. AANVANKELIJK KAARTLEZEN

= beperkt zich tot die aspecten die nodig zijn om direct waarneembare en afleesbare informatie uit een kaart of plattegrond
te halen

- Kaartleesaspecten:
o Kaartbegrip/ plattegrondsbesef = leren begrijpen dat een plattegrond of een kaart een stuk van de
werkelijke ruimte weergeeft, maar dan tweedimensionaal, sterk verkleind, vereenvoudigd en
symbolisch
▪ Bij het werken met soorten maquettes lift de nadruk op dit kaartleesaspect
▪ Grondfotos, verticale luchtfotos → geleidelijke overstap tot plattegrond


SOORTEN FOTO’S


Grondfoto = je ziet goed hoogteverschillen, maar kunt nergens achter
kijken
- Je hebt geen overzicht van de omgeving

Schuine luchtfoto/ panoramafoto = de gebouwen zijn nog goed te herkennen, maar de
hoogteverschillen zijn minder goed te zien
- Meer overzicht

Verticale luchtfoto of loodrechtfoto = je ziet omtrekken van de gebouwen en de patronen van
de straten, maar de hoogteverschillen zijn niet meer te
zien
- Overzicht is maximaal
- Kleine stap naar een plattegrond

Satellietbeeld = scans van de aarde gemaakt vanuit de ruimte door een
kunstmatige satelliet
Plattegrond = je ziet de omtrekken van de gebouwen en het
wegpatroon, alle mobiele elementen en details zijn
verdwenen
- De gebruikte kleuren zijn niet meer realistisch
maar symbolisch
- Legende nodig: verklaring van de gebruikte
symbolen en kleuren terug


OPBOUW VAN DE LEGENDE

- Geplaatst onder de tekening of ernaast
o Nooit boven de kaart
- Ieder symbool op de kaart moet in de legende verklaard worden
- De verklaringen worden in hetzelfde lettertype en grootte weergegeven
- Het symbool komt steeds eerst, rechts ervan wordt de verklaring gegeven


PRAKTISCHE AANPAK 3D NAAR PLATTEGROND

Je kan ervoor kiezen om na schooltijd een kartonnen vloer (plattegrond) onder de maquette te schuiven. In een volgende
les kan je dan vragen aan een leerling om bijvoorbeeld zijn bank weg te nemen van de maquette. De kinderen zullen
verwonderd de plattegrond ontdekken en tot de conclusie komen dat ze nog weten waar” het bankje” stond omdat dit nu
te zien is door bijvoorbeeld een rood gekleurd vakje.De leerkracht kan ook aan de leerlingen de opdracht geven om alles uit
de maquette te omlijnen met stift, potlood, ... Zo ontstaat er als vanzelf een plattegrond.Je kan de 3D-voorstelling ook
bestrooien met bloem en vervolgens alle items eruit wegnemen

,PRAKTISCHE AANPAK OVERGANG VAN PLATTEGROND NAAR VERTICALE KAART

Er wordt uitgegaan van een leerwandeling in de onmiddellijke buurt van de school. Tijdens de wandeling worden de
belangrijkste geheugensteunpunten nauwkeurig geobserveerd, door een juiste keuze van de stopplaatsen en een
doelgerichte vraagstelling. De begrippen worden ingevuld en gesitueerd (Wat? Waar? Waarvoor?)De wandeling wordt in
een volgende les in de verbeelding overgedaan. De namen van de straten worden in volgorde gelezen en genoteerd op het
bord. Naast de straatnamen wordt alles genoteerd wat tijdens de wandeling werd opgemerkt en komt ook de
kleur/symbool waarmee dit wordt aangeduid op de plattegrond. Vervolgens maken we een puzzel van de leerwandeling
met straatstroken. We vervolledigen de plattegrond met gebouwen, plaatsen, ... We oriënteren de plattegrond door
vergelijking met de werkelijkheid. We formuleren een aantal opdrachten m.b.t. de plattegrond. Vervolgens leggen we de
doorzichtig plastic over de plattegrond en tekenen deze met stiften over, inclusief de legende.We brengen de getekende
plattegrond verticaal. Zorg voor een juiste oriëntatie!! Geef analoge oriënteringsopdrachten als op de horizontale
plattegrond.

Kaartsymbolen Concrete beelden om te zetten in kaartsymbolen en zijn tevens in staat deze abstracte
kaartsymbolen weer terug tot beelden uit de werkelijkheid. Symbolen ontcijferen door de
legende te gebruiken
Koppelen aan foto’s of tekenen van de werkelijkheid

4 soorten:
1. Puntsymbolen
2. Lijnsymbolen
3. Vlaksymbolen
4. Speciale tekens (pictogrammen en dergelijke)
Hoogtelijnen Lijnen die punten verbinden die op eenzelfde gemiddelde hoogte gelegen zijn. Bij sommige
hoogtelijnen staat de hoogte vermeld

- Je kan hieruit afleiden of het reliëf zwak of uitgesproken is, of een helling
steil of zwak is
o Zwak= wanneer er weinig hoogtelijnen op de kaart ingetekend zijn
o Steil= de hoogtelijnen dicht op elkaar
o Heuvel (hoogste waarde in het midden) of depressie (laagste waarden in
het midden) = gesloten krommen zijn


Equidistant/ Het verschil in hoogte tussen twee hoogtelijnen
hoogtelijnenverschil (met gelijke afstand)
Schaalbegrip Kinderen krijgen een voorstelling van de grootte van een gebied, vooral als die afstanden
worden vergeleken met voor hun bekende afstanden
Komt aan bod in de wiskundelessen vanaf het derde leerjaar


SOORTEN SCHALEN

- Schaal= de verhouding tussen de afstanden op de kaart en de werkelijke afstanden op het terrein
o Naargelang de schaal komt er meer of minder details op de kaart
o Grootschalig: klein gebied, sterk gedetailleerd → 1/20.000
o Kleinschalig: groot gebied met weinig details → 1/200.000
- Breukschaal= in de teller komt de afstand op de kaart voor en in de noemer de afstand in de werkelijkheid
o Vb: 1/20.000
- Lijnschaal= op de getekende lijn kan je onmiddellijk de afstand lezen


HOE GA JE TEWERK BIJ SCHAALBEREKENING – ZIE OEFENINGEN CURSUS

Breukschaal

1. Meet de kaartafstand in vogelvlucht in centimeter
2. Pas de formule toe: vermenigvuldig met de noemer van de schaal
3. Je vindt de werkelijke afstand in centimeter

, 4. Zet de afstand om in meter of kilometer

Lijnschaal

- Minder nauwkeurig
- Situatie 1: de te meten afstand is kleiner dan de lijnschaal
o Leg een papierstrook met de rand langs de te meten afstand.
o Breng met één of twee merktekens die afstand over op de papierstrook.
o Leg één merkteken gelijk met het begin van de lijnschaal
o Lees tegenover het andere merkteken de afstand af
- Situatie 2: de te meten afstand is groter dan de lijnschaal
o Neem een blaadje papier/ papierstrook.
o Leg de rand van het papier langs de te meten afstand.
o Breng met één of twee merktekens de afstand over op de papierstrook
o Duid met een merkteken de volledige afstand van de lijnschaal op het papier aan.
o Leg dit merkteken weer gelijk met het begin van de lijnschaal.
o Herhaal stap 4 en 5 of lees de resterende afstand af.
o Maak de som van alle afstanden
- Voordeel op deze manier blijft de schaal verhoudingswijze ongewijzigt

Curvimeter

- Zet de toerenteller op nul met het reset-wieltje bovenop de curvimeter.
- Rol de curvimeter met het wieltje van het beginpunt naar het eindpunt
- Lees de afstand af op de curvimeter op de schaalverdeling die overeenkomt met de kaartschaal
- Dit is de afgelegde afstand in kilometer.


SCHAAL IN DE BASISSCHOOL

- Schaalbegrip functioneert in eerste instantie onbewus
o Hanteren van allerhande speelgoed
o Lengte en breedte in de werkelijkheid worden gebruikt, vingerspannen, stappen
o Bij het gebruik van steeds kleiner wordende maquettes
- Bewust: 4de leerjaar met meetgerei er op uit trekken
o Ook schaal breuken
o Wandplaat: wat op de tekening 1 dm meet, is in werkelijkheid 1 dm
o Deuropening: wat op de tekening 1 dm meet, is in werkelijkheid 2 dm
o Klas: wat op de tekening 1 dm meet, is in werkelijkheid 10 dm
o Speelplaats: wat op de tekening 1 dm meet, is in werkelijkheid 50 dm
- Richtingen: door het volgen van routes met behulp van concrete begrippen als linksaf, rechtsaf en rechtdoor
oriënteren kinderen zich op allerlei plattegronden. IN gedachten moeten ze zich steeds kunnen verplaatsen in de
loop of rijrichting
o Windrichtingen = Belangrijkste richtingaanduidingen op de overzichtskaarten
▪ 2de leerjaar de 4 hoofrichtingen gebruiken in de werkelijkheid en op de kaart
• Bovenkant= noorden= wordt met de noordpijl aangegeven
o Lokaliseren= belangrijkste kaartvaardigheid
▪ Onderlinge positie van plaatsen
▪ Ligging van een plaats met behulp van reeds bekende punten of lijnen


DE WINDRICHTINGEN, DE GROEI VAN HET ORIËNTERINGSBEGRIP IN HET TWEEDE LEERJAAR

- Doel: het verwerven van het essentieel inzicht dat de zon zich verplaatst gedurende de dag
- Zon wordt waarnemingsobject ‘de zon die door de lucht reist’
o Zonneventjes
o Linken met begrippen zoals morgen, ochtend, middag, voormiddag, namiddag, avond en nacht

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
June 25, 2026
Number of pages
129
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$12.55
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
louizevandevelde1
5.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
louizevandevelde1 Hogeschool Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
6 months ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions