Rechtsgeschiedenis:
HC 1:
-Delen van de Romeinse periode:
1. Koninkrijk: 8ste eeuw v.c- 500 v.C.
2. Republiek:
- Vroege republiek: 500 v.C- 300 v.C.
- Late republiek: 300 v.C-30 v.C.
3. Keizerrijk:
- Pincipaat: 30 v.C. – 300 n.C.
- Dominaat: 300 n.C- 600 n.C
1. Koninkrijk:
- In het begin: 2 stammen: Latijnen & Sabijnen
- Midden 8ste eeuw: 2 stammen gaan samensmelten + samenwerken veel
efficiënter:
Agrarisch surplus (=landbouw over) + extra tijd (=kunnen zich met andere
dingen bezig houden) = kunnen dit gaan verhandelen
Overgang: secundaire (ambachten) tertiaire (handel) activiteiten
Sociaal?
Voor samensmelting: volk leeft in clans/geslachten/gentes olv clanleider
gaan allemaal terug op 1 legendarische stamvader + veel collectieve
eigendom
9de eeuw: meer en meer eigendom wordt toegeëigend, er ontstaat een
verschil tussen ‘rijk’ en ‘arm’, ontstaat een standenmaatschappij: Patriciërs
en Plebejers
-Konikrijk:
a) Bestuur:
koning
- Verkozen door: comitia curiata keurt kandidaten goed/af
- Etruskische Tarquinii: allemaal koningen van Etruskenvanaf dan:
koningschap wordt iets erfelijk
- Koning beschikt over alle imperium (=macht): bestuurlijk, rechterlijk,
militair, religieus. maar koning is geen wetgever orde die de goden kozen
moet je respecteren en geen wetten maken
- Rechterlijke macht: Fas= recht dat verhoudingen tussen goden en mensen
regelt
Ius= recht dat verhoudingen tussen mensen
onderling regelt
Comitia curiata:
- Volwassen Romeinse mannen kunnen deelnemen
1
, - Zowel patriciërs als plebejers
- Enkel patriciërs hebben stemrecht, plebejers niet
- Verkiezen koning en magistraten
Senaat:
- Eerst: alleen clanleiders, daarna: meer en meer andere PATRICIËRS
- Adviserend orgaan: senatusconsulta= adviezen van de senaat
Quastores parricidii:
- Vorm van questor
- Worden aangesteld op het moment dat er een zeer zwaar misdrijf
gepleegd is
b) Rechtsbronnen:
Ius civile: romeins recht
- Personaliteitsbeginsel= Enkel personen die het Romeinse burgerrecht
hadden, die konden een beroep doen op het Romeins recht enkel voor
Latijnse burgers
- Mos Maiorum= gebruiken van de ‘voorouders’=ongeschreven
gewoonterecht
- Kennis van recht? Priesters hebben monopolie op kennis van het recht
c) Rechtspraak: zie republiek
d) Rechtswetenschap: bestaat nog niet
2. Vroege republiek:
1. Bestuur:
2 consuls:
- Imperium: bestuurlijk, rechtspraak en militair, geen religieuze macht
- Verkozen door: comitia centuriata
Comitia centuriata & comitia tributa:
- Comitia centuriata: de machtigste mag de hoogste magistraten kiezen
en benoemen
Samenstelling: 193 centurieën/onderdelen die verdeeld worden over
bezitsklassen waarin Romeinen waren onderverdeeld (98
centurieën/stemmen waren voor de rijken dus niet democratisch!)
- Comitia tributa: minder machtig kiezen lagere magistraten
Samenstelling: 150 evenwaardige groepen Romeinen onderverdeeld obv
stammen waar ze toe behoorden (democratischer maar minder machtig)
- Beide: zowel patriciërs als plebejers hebben stemrecht
- Taak: wetten produceren maar moeten wel goedgekeurd worden door
senaat
Senaat:
2
, - Taak: wetten goedkeuren
- Adviesorgaan: produceren nog steeds senatusconsulta maar worden
steeds meer invloedrijk zodat ze het bestuur gaan bepalen (wordt grootste
en belangrijkste instelling)
- Enkel patriciërs
- Gewezen magistraten (als je andere functie kom je na ambtstermijn in
senaat) in senaat
- Senaat had recht om in tijden van nood een dictatuur te installeren (2 keer:
Sulla & Caesar)
5de- 4de eeuw: CONFLICTEN: patriciërs in minderheid VS plebejers in
meerderheid (willen meer politieke rechten)
POLITIEKE ONTVOOGDINGSPROCES:
STAP 1: Eerste plebejische secessie, 500 v.C.: plebejers trekken stad uit
want ze zijn het beu maar dat gaat niet voor patriciërs want plebejers zorgen
voor eten en werk van patriciërs gaan toegevingen doen:
- Plebejers krijgen 2 volkstribunen (=hebben vetorecht dat gebruikt kan
worden tegen beslissing van alle andere instellingen, tribunen kunnen
elkaar onderling ook vetoën), hebben mandaat voor 1 jaar en moeten altijd
steun hebben van plebejische raad
- Plebejers krijgen plebejische raad (=mogen wetten maken die enkel
gelden voor plebejers= plebiscieten)
STAP 2: Militaire campagnes omliggende stammen veroveren 400 v.C.:
Patriciërs voeren militaire campagnes om te gaan veroveren maar weer de
plebejers die het vuile werk moeten doen en de plebejers eisen nog politieke
rechten:
- Plebejers mogen nu ook consul worden
- Er moet 1 plebejer consul zijn
- Ontstaan praetor: houdt zich bezig met de rechtspraak
STAP 3: tweede plebejische secessie 300 v.C.: plebejers zijn weer de stad
uitgetrokken en als ze terugkomen wordt de lex hortensia gestemd.
- Lex hortensia: vanaf nu gelden de plebiscieten ook voor patriciërs
(Ervoor golden die enkel voor patriciërs als de senaat ze had goedgekeurd)
-Extra politieke instellingen naar het einde van de vroege republiek:
Praetor Peregrinus: collega van praetor (werkt in stad Rome), doen
hetzelfde werk in de rechtspraak maar dan in de veroverde gebieden of
provincies
Aedilen: verantwoordelijk voor graantoevoer, organisatie van de spelen,
watervoorziening, openbare gebouwen,…
Quastores aerarii: verantwoordelijk voor de schatkist
3
, Censor: enkel ex-consuls kunnen dit doen, stellen census (=lijsten wie tot
senaat, ridderstand, bezitsklasse, behoorden bepalen ieders politieke
positie) op en zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de moraal in
de stad
-wedloop der ereambten= ideale politieke carrière: censor, consul, praetor,
aedil, quaestor
-DOOR POLITIEKE EMANCIPATIE PLEBEJERS NIEUWE SOCIALE KLASSES:
Eerst: patriciërs= bestuurlijke minderheid, plebejers= onmondige
meerderheid
Na Lex hortensia:
1. Senaatstand: senatoren, hun families en ex-senatoren (patriciërs en
plebejers)
+ Nobiles: topstand hierbinnen: families die een consul in hun rang gehad
hebben
2. Ridderstand/equites: werkende plebejers die best rijk worden en
hierdoor hun ridderstand te paard kunnen doen, soort middenklasse
3. Overige plebejers: werkende lagere klassen
2. Rechtsbronnen:
- Door politieke emancipatie willen ze ook meer rechtszekerheid (eerst
hadden priesters monopolie en interpreteerden altijd in voordeel van de
patriciërs),dus plebejers willen geschreven recht
- 450 v.C: er wordt een commissie van 10 mannen opgericht die de
belangrijkste ongeschreven rechtsbeginselen moeten opschrijven
- 450 v.C. ontstaan van twaalftafelenwet: werd gebeiteld op tafels zodat
iedereen het kon lezen (zijn verloren gegaan maar we kennen de inhoud
doordat er een aantal Romeinse juristen hierover schreven), wel niet de
enige rechtsbron want nog onvolledig
- Twaalftafelen wet bestaat uit: deel van de mos maiorum en wetten die
comitiae stemden
Procesrecht, strafrecht, privaatrecht
- Andere rechtsbronnen: resterende mos maiorum, plebescieten + ius
honorarium/ ius praetorium
3. Rechtspraak: weten we allemaal door twaalftafelenwet voor koninkrijk en
vroege rep.
- Legis actionis-procedure: 2 fasen: dagvaarding
1. Fase in iure/in rechte: (In koninkrijk zit er priester, zodra praetor
ontstaat, zit er een praetor). Priester/praetor gaat luisteren naar het
probleem en kijkt of ze in het Romeins recht een
remedie/actio/oplossing hebben voor het probleem.
Er is actio? Je mag naar tweede fase
Geen actio? Probleem zelf oplossen, buiten de rechtbank
4
HC 1:
-Delen van de Romeinse periode:
1. Koninkrijk: 8ste eeuw v.c- 500 v.C.
2. Republiek:
- Vroege republiek: 500 v.C- 300 v.C.
- Late republiek: 300 v.C-30 v.C.
3. Keizerrijk:
- Pincipaat: 30 v.C. – 300 n.C.
- Dominaat: 300 n.C- 600 n.C
1. Koninkrijk:
- In het begin: 2 stammen: Latijnen & Sabijnen
- Midden 8ste eeuw: 2 stammen gaan samensmelten + samenwerken veel
efficiënter:
Agrarisch surplus (=landbouw over) + extra tijd (=kunnen zich met andere
dingen bezig houden) = kunnen dit gaan verhandelen
Overgang: secundaire (ambachten) tertiaire (handel) activiteiten
Sociaal?
Voor samensmelting: volk leeft in clans/geslachten/gentes olv clanleider
gaan allemaal terug op 1 legendarische stamvader + veel collectieve
eigendom
9de eeuw: meer en meer eigendom wordt toegeëigend, er ontstaat een
verschil tussen ‘rijk’ en ‘arm’, ontstaat een standenmaatschappij: Patriciërs
en Plebejers
-Konikrijk:
a) Bestuur:
koning
- Verkozen door: comitia curiata keurt kandidaten goed/af
- Etruskische Tarquinii: allemaal koningen van Etruskenvanaf dan:
koningschap wordt iets erfelijk
- Koning beschikt over alle imperium (=macht): bestuurlijk, rechterlijk,
militair, religieus. maar koning is geen wetgever orde die de goden kozen
moet je respecteren en geen wetten maken
- Rechterlijke macht: Fas= recht dat verhoudingen tussen goden en mensen
regelt
Ius= recht dat verhoudingen tussen mensen
onderling regelt
Comitia curiata:
- Volwassen Romeinse mannen kunnen deelnemen
1
, - Zowel patriciërs als plebejers
- Enkel patriciërs hebben stemrecht, plebejers niet
- Verkiezen koning en magistraten
Senaat:
- Eerst: alleen clanleiders, daarna: meer en meer andere PATRICIËRS
- Adviserend orgaan: senatusconsulta= adviezen van de senaat
Quastores parricidii:
- Vorm van questor
- Worden aangesteld op het moment dat er een zeer zwaar misdrijf
gepleegd is
b) Rechtsbronnen:
Ius civile: romeins recht
- Personaliteitsbeginsel= Enkel personen die het Romeinse burgerrecht
hadden, die konden een beroep doen op het Romeins recht enkel voor
Latijnse burgers
- Mos Maiorum= gebruiken van de ‘voorouders’=ongeschreven
gewoonterecht
- Kennis van recht? Priesters hebben monopolie op kennis van het recht
c) Rechtspraak: zie republiek
d) Rechtswetenschap: bestaat nog niet
2. Vroege republiek:
1. Bestuur:
2 consuls:
- Imperium: bestuurlijk, rechtspraak en militair, geen religieuze macht
- Verkozen door: comitia centuriata
Comitia centuriata & comitia tributa:
- Comitia centuriata: de machtigste mag de hoogste magistraten kiezen
en benoemen
Samenstelling: 193 centurieën/onderdelen die verdeeld worden over
bezitsklassen waarin Romeinen waren onderverdeeld (98
centurieën/stemmen waren voor de rijken dus niet democratisch!)
- Comitia tributa: minder machtig kiezen lagere magistraten
Samenstelling: 150 evenwaardige groepen Romeinen onderverdeeld obv
stammen waar ze toe behoorden (democratischer maar minder machtig)
- Beide: zowel patriciërs als plebejers hebben stemrecht
- Taak: wetten produceren maar moeten wel goedgekeurd worden door
senaat
Senaat:
2
, - Taak: wetten goedkeuren
- Adviesorgaan: produceren nog steeds senatusconsulta maar worden
steeds meer invloedrijk zodat ze het bestuur gaan bepalen (wordt grootste
en belangrijkste instelling)
- Enkel patriciërs
- Gewezen magistraten (als je andere functie kom je na ambtstermijn in
senaat) in senaat
- Senaat had recht om in tijden van nood een dictatuur te installeren (2 keer:
Sulla & Caesar)
5de- 4de eeuw: CONFLICTEN: patriciërs in minderheid VS plebejers in
meerderheid (willen meer politieke rechten)
POLITIEKE ONTVOOGDINGSPROCES:
STAP 1: Eerste plebejische secessie, 500 v.C.: plebejers trekken stad uit
want ze zijn het beu maar dat gaat niet voor patriciërs want plebejers zorgen
voor eten en werk van patriciërs gaan toegevingen doen:
- Plebejers krijgen 2 volkstribunen (=hebben vetorecht dat gebruikt kan
worden tegen beslissing van alle andere instellingen, tribunen kunnen
elkaar onderling ook vetoën), hebben mandaat voor 1 jaar en moeten altijd
steun hebben van plebejische raad
- Plebejers krijgen plebejische raad (=mogen wetten maken die enkel
gelden voor plebejers= plebiscieten)
STAP 2: Militaire campagnes omliggende stammen veroveren 400 v.C.:
Patriciërs voeren militaire campagnes om te gaan veroveren maar weer de
plebejers die het vuile werk moeten doen en de plebejers eisen nog politieke
rechten:
- Plebejers mogen nu ook consul worden
- Er moet 1 plebejer consul zijn
- Ontstaan praetor: houdt zich bezig met de rechtspraak
STAP 3: tweede plebejische secessie 300 v.C.: plebejers zijn weer de stad
uitgetrokken en als ze terugkomen wordt de lex hortensia gestemd.
- Lex hortensia: vanaf nu gelden de plebiscieten ook voor patriciërs
(Ervoor golden die enkel voor patriciërs als de senaat ze had goedgekeurd)
-Extra politieke instellingen naar het einde van de vroege republiek:
Praetor Peregrinus: collega van praetor (werkt in stad Rome), doen
hetzelfde werk in de rechtspraak maar dan in de veroverde gebieden of
provincies
Aedilen: verantwoordelijk voor graantoevoer, organisatie van de spelen,
watervoorziening, openbare gebouwen,…
Quastores aerarii: verantwoordelijk voor de schatkist
3
, Censor: enkel ex-consuls kunnen dit doen, stellen census (=lijsten wie tot
senaat, ridderstand, bezitsklasse, behoorden bepalen ieders politieke
positie) op en zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de moraal in
de stad
-wedloop der ereambten= ideale politieke carrière: censor, consul, praetor,
aedil, quaestor
-DOOR POLITIEKE EMANCIPATIE PLEBEJERS NIEUWE SOCIALE KLASSES:
Eerst: patriciërs= bestuurlijke minderheid, plebejers= onmondige
meerderheid
Na Lex hortensia:
1. Senaatstand: senatoren, hun families en ex-senatoren (patriciërs en
plebejers)
+ Nobiles: topstand hierbinnen: families die een consul in hun rang gehad
hebben
2. Ridderstand/equites: werkende plebejers die best rijk worden en
hierdoor hun ridderstand te paard kunnen doen, soort middenklasse
3. Overige plebejers: werkende lagere klassen
2. Rechtsbronnen:
- Door politieke emancipatie willen ze ook meer rechtszekerheid (eerst
hadden priesters monopolie en interpreteerden altijd in voordeel van de
patriciërs),dus plebejers willen geschreven recht
- 450 v.C: er wordt een commissie van 10 mannen opgericht die de
belangrijkste ongeschreven rechtsbeginselen moeten opschrijven
- 450 v.C. ontstaan van twaalftafelenwet: werd gebeiteld op tafels zodat
iedereen het kon lezen (zijn verloren gegaan maar we kennen de inhoud
doordat er een aantal Romeinse juristen hierover schreven), wel niet de
enige rechtsbron want nog onvolledig
- Twaalftafelen wet bestaat uit: deel van de mos maiorum en wetten die
comitiae stemden
Procesrecht, strafrecht, privaatrecht
- Andere rechtsbronnen: resterende mos maiorum, plebescieten + ius
honorarium/ ius praetorium
3. Rechtspraak: weten we allemaal door twaalftafelenwet voor koninkrijk en
vroege rep.
- Legis actionis-procedure: 2 fasen: dagvaarding
1. Fase in iure/in rechte: (In koninkrijk zit er priester, zodra praetor
ontstaat, zit er een praetor). Priester/praetor gaat luisteren naar het
probleem en kijkt of ze in het Romeins recht een
remedie/actio/oplossing hebben voor het probleem.
Er is actio? Je mag naar tweede fase
Geen actio? Probleem zelf oplossen, buiten de rechtbank
4