Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting staatsrecht en uitleg bij onderwijsgroepen, ik behaalde hiermee een 14/20

Rating
-
Sold
-
Pages
37
Uploaded on
25-06-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting staatsrecht waarmee ik een 14/20 behaalde

Institution
Course

Content preview

Staatsrecht:

HC 1:
-Grondwet= Het fundament van alle andere rechtstakken, de basis en de
hoogste norm (GW staat boven de gewone wetten en andere rechtsnormen)

 Inhoud: organisatie staatsmachten + grondrechten


Kenmerken:

 Algemene regels: (sommigen zijn wel precies maar meeste zijn vaag
voor verdere interpretatie in de rechtspraak)
 Momentopname: reflectie van wat er aan de gang is in de wereld ten
tijde van het ontstaan van de Belgische staat (reactie op recente
gebeurtenissen in de geschiedenis)
 Formele Grondwet:
- Hoogste norm in nationaal rechtssysteem, goedkeuring door strakkere
regels
- Strakke wijzigingsregels
 Materiële grondwet: gaat verder dan alleen de grondwet, alle
fundamentele regels en bijzondere basisregels van onze staat, die staan
niet alleen in GW maar ook bv. in bijzondere meerderheidswetten
Bijzondere meerderheidswet= Wordt aangenomen met een bijzondere
meerderheid. (art 4 GW) staan hiërarchisch onder de grondwet maar
boven de gewone wetten.
- De meerderheid van de leden van de kamers (senaat + kamer van
volksvertegenwoordigers) van elke taalgroep moet aanwezig zijn
- In elke taalgroep moet een volstrekte meerderheid van de stemmen
worden behaald
- 2/3 van het totaal aantal stemmen moet ‘ja’ zijn
 Levende Grondwet: regels die niet in GW/ bijz wet/… staan, komen tot
leven in praktijk en zijn ondergeschikt aan de GW zelf, bestaat uit:
- Grondwettelijke beginselen: zijn een onderdeel van de algemene
rechtsbeginselen. Het zijn regels die worden afgeleid uit het rechtssysteem
en die bestempeld worden als fundamentele uitgangspunten van de
rechtsorde. (trias politica) Het zijn beginselen met wettelijke waarde.
- Grondwettelijke rechtspraak: Grondwettelijke beginselen die vaak vaag zijn
en wordt in de rechtspraak verder vormgegeven (vooral GWH maar ook
RVS en gewone rechtbanken/hoven of hof van cassatie) (zie
smeerkaasarrest)
- Grondwettelijke gewoonte: iets wat we altijd gedaan hebben en nu een
vast gebruik is, ze zijn wel afdwingbaar en behoren daarom ook tot de
grondwet

Ontstaan:

 Voor onafhankelijkheid BE= deel van verenigd koninkrijk der Nederlanden
met absolutistisch beleid van Willem |

1

, -Monsterverbond= eisenprogramma om politieke hervorming na te
streven
Verzet tegen bewind van Willem door het Zuiden:
1. Katholieken: komen in verzet tegen dominantie van protestanten in het
Noorden
2. Franstaligen: komen in verzet tegen dominantie van het Nederlands

-Opstand=Belgische revolutie door De stomme van Portici=
bekende opera over de opstand van Napels een paar eeuwen eerder tegen
de Spaanse bezetter inspiratie voor een kleine bevolkingsgroep die in
opstand komt tegen een bezetter

 Hierdoor: voorlopig bewind dat de onafhankelijkheid van België
uitroept er komt een nationaal Congres (=soort parlement) dat een
grondwetscommissie (=rechtsgeleerden moeten grondwet schrijven) opricht
Belgische grondwet: 7/2/1831

 Reactie op vorig regime:

- Inperking uitvoerende macht
- Vertrouwen in wetgevende macht
- Toezicht door rechterlijke macht
- Bescherming grondrechten



-Hoe grondwet veranderen (art 195 GW)?

1. Preconstituante: De koning, kamer van volksvertegenwoordigers en
senaat vormen de preconstituante, zij maken elk een
herzieningsverklaring: lijst op met artikelen die voor herziening vatbaar
verklaard worden. Enkel de bepalingen die in de drie
herzieningsverklaringen voorkomen, zijn voor herziening vatbaar
Parlement wordt hierdoor automatisch ontbonden
2. Verkiezingen: automatisch binnen de 40 dagen verkiezingen: volk krijgt
inspraak in wat er met de grondwet moet gebeuren democratisch
gehalte waarborgen
3. Constituante: De constituante bestaat uit de nieuwe verkozen kamer,
nieuwe senaat en koning: zij kunnen kiezen of ze de bepalingen in de
herzieningsverklaring willen wijzigen (bijzondere meerderheid)
 Preconstituante mag niet zeggen wat ze inhoudelijk willen wijzigen, dat is
aan de constituante (tenzij ze een (deel van een) artikel willen
toevoegen/schrappen.)

MAAR: omzeilingsmogelijkheden: om niet de drie stappen helemaal te
moeten doorlopen:

1. Impliciete grondwetswijziging: men gaat een ander artikel herzien, dat
voor herziening vatbaar is maar impliciet wijzigt men daarmee een ander
artikel, dat niet voor herziening vatbaar is



2

, 2. Tijdelijke overgangsbepaling: aan de bepaling zelf die de herziening
regelt en die zelf wel voor herziening vatbaar is verklaard (art 195), een
overgangsbepaling toevoegen die de constituante toelaat om niet voor
herziening vatbaar artikelen toch te wijzigen (vlinderakkoord!)
3. Deconstitutionalisering: Bijzondere wetten maken die een soort
verlengstuk zijn van de grondwet waardoor er regels die eigenlijk in de GW
hoorden, in bijzondere wetten vervat zitten en de procedure van art 195
niet gevolgd moet worden.
4. Coördinatie: voor coördinatie van de grondwet zijn de stappen niet nodig
(art 198 GW) (bv. ‘het federale België’art 1 GW, vroeger was België niet
federaal)

-Standstill werking= minstens de bestaande rechten in de grondwet worden
niet afgebouwd verbod van aanzienlijke regressie/achteruitgang (art 23 GW)

Aanzienlijke achteruitgang kan alleen als men er een redelijke verklaring voor
heeft voor de rechter

-Geen preambule: Onze GW heeft geen preambule= soort inleidende tekst met
een symbolische en oriënterende waarde. Het bevat bepaalde waarden en
doelstellingen die aan de basis van de GW liggen. Veel GW van andere landen
hebben die wel.



-De grondbeginselen van de Belgische staatsstructuur:

 Parlementaire monarchie: Monarchie was tactische keuze om
vertrouwen van andere landen te winnen bij onafhankelijkheid van België.
Koning is onschendbaar en onverantwoordelijk. Hij heeft invloed maar hij
moet zijn bevoegdheden altijd samen uitvoeren met een federale minister
die de verantwoordelijkheid zal dragen (art 88 GW) De ministers moeten
een verantwoording afleggen bij het parlement.
 Verkiezingen: verloopt volgens kiesrecht (art 8 GW):
- Actief kiesrecht= het recht om te gaan kiezen
- Passief kiesrecht= recht om verkozen te worden

Evolutie kiesrecht: vroeger:

1831: cijnskiesstelsel: mensen die genoeg belastingen betalen, mogen stemmen

1893: meervoudig algemeen stemrecht: iedereen krijgt stem maar rijke krijgen
2/3 stemmen

1919/1921: enkelvoudig algemeen stemrecht: ‘iedereen’ 1 stem

1948: stemrecht voor vrouwen

1981: stemrecht vanaf 18 jaar

2004: stemrecht voor vreemdelingen

2022: Europees parlement vanaf 16j


3

, Evolutie meerderheidsstelsel (=als je de meerderheid van de stemmen hebt,
krijg je alle zetels) naar evenredige vertegenwoordigen (=je krijgt zetels in
het parlement naargelang het aantal stemmen) (art 62 GW)

 Twee drempels (om te voorkomen dat we een te grote politieke
versnippering hebben):
1. Kieskringen: land is verdeeld in kieskring en in elke kieskring wordt er
aan evenredige verdeling gedaan, niet meer over het hele land (kleine
partijen komen zo niet aan bod)
BHV: eerst ok (20 kieskringen, bhv is 1/20), provinciale kieskringen
opgericht (elke provincie heeft kieskring behalve BHV) = schending van
gelijkheidsbeginsel= niet ok, 2 kieskringen: HV + Leuven en B met enkele
modaliteiten (kiezers randgemeenten mogen wel stemmen voor B) =ok
2. Kiesdrempel: je krijgt pas een zetel als je minstens 5% van het aantal
stemmen haalt

 Vereiste van Belgische nationaliteit: op een bepaald moment legt EU
aan lidstaten op dat er vreemdelingen moeten kunnen stemmen voor
gemeenteraadsverkiezingen, daarna nog uitgebreid voor andere niet
Belgen
 Stemming is verplicht, vrij en geheim + andere vereisten (art 61,
62, 64 GW, art 3 P1 EVRM)



 Democratische rechtstaat:
1. beslissingen genomen door democratisch
verkozen meerderheid (van het parlement)
2. Gezaghebbers hebben geen onbeperkte
macht: overheid moet ook rechtsregels
respecteren
3. Gezagdragers moeten grondrechten
eerbiedigen
4. Er moet rechtsbescherming aanwezig zijn:
geschillen worden beslecht door een
onafhankelijke rechterlijke instantie
Eerbiedigen van het recht van zowel de burgers als de overheid om
machtsmisbruik te voorkomen
 Representatieve democratie: niet de burgers maar de door hen
verkozen vertegenwoordigers oefenen de wetgevende bevoegdheid uit.
Ze vertegenwoordigen iedereen nationale soevereiniteit (art 42 GW)
en ze oefenen een ongebonden mandaat uit = verkozenen zijn niet
gebonden door wat hun kiezers verwachten/kiesprogramma (art 33
GW) wel tov de GW, verbod op referendum en delegatie
 Hebben we ook directe democratie?
-Verbod op referenda: nee, omdat het een vorm is van directe
democratie, het is juridisch bindend, het zou in strijd zijn met (art 33
GW) de grondwet: de machten gaan uit van de natie= generatie nu,
verleden, toekomst maar bij referenda wordt de macht door enkel de

4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 25, 2026
Number of pages
37
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$31.93
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
lambrichtsloreann

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
lambrichtsloreann Universiteit Hasselt
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
1 week
Number of followers
0
Documents
71
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions