Hoofdstuk 1: inleiding
1. Algemene eigenschappen virussen:
- Niet alle virussen zijn kwaadaardig → nadelig voor virus
o Nooit bedoeling op gastheer ziek/dood te maken! =succesvolle virus
▪ Waarom?
• Pt in bed blijven → minder verspreiding mogelijk
• Pt immuun responsen → doden virussen
▪ Meestal jonge virussen die gastheer ziek maken
- ‘virus’’ (latijn) = vergif
- Ontdekt vanaf start elektronenmicroscopie
o 1ste ontdekking via tabakomosaïek virus
- Iedere tijdsperiode eigen virus waar iedereen bang voor was:
o 18de-19de eeuw: pokken
▪ Ernstig → typisch pt ruiken naar rottend vlees
o ’70-’90: polio:
▪ Ernstig → beschadiging bezenuwing verschillende spiergroepen
▪ Vooral voorkomen bij kinderen → opl: ijzeren long rest leven
• Waarom? Diafragma + andere ademhalingsspieren
aangetast → mechanische beademing rest leven nodig
▪ Opl: vaccinatie → bijna wereldwijd uitgeroeid:
• Behalve: berggebied grens tussen Afghanistan &
Pakistan
o Moesten andere delen wereld stoppen met
vaccineren, DAN snel wereldwijde verspreiding
o ’80-’90: AIDS
▪ Belangrijkste doodsoorzaak volwassenen in VS (toen)
2. Virale structuur:
- Grootte orde: 25-400nm
o Kleiner dan bacteria
o Voorbeelden:
▪ Minivirus: 400 nm
▪ Pokkenvirus: 300 nm
▪ Herpesvirus: 100 nm
▪ Picornavirus (bv. polio): 25nm
- Zichtbaar met elektronenmicroscoop (µm-nm range)
- Ultra filtreerbaar: niet tegenhouden met gewone filters
- Andere mogelijke onderzoekstechnieken:
o X-stralen gebruiken via refractie (// DNA ontleden) – Franklin Rosalind
,Virologie Marc Van Ranst 2025-2026:
o Cryo-elektromicroscopie: extreem lage temp, heel groot → tot atomen
3. Algemene onderdelen virus:
- Enveloppe OF naakte virussen:
o Virussen met enveloppe:
▪ Lipide dubbellaag (fluïde structuur) = ‘vetlaagje’
▪ Celwand // celmembraan gastheer → ideaal versmelten
▪ Functie: virale genoom omsluiten
▪ Onstabiele virussen → enveloppe snel breken via detergenten
• Enveloppe kapot ? → virus kapot!
o Naakte virussen:
▪ Geen enveloppe aanwezig
▪ Stabielere/ernstigere virussen
- Capside :
o Helicase capside:
▪ Spiraal, buisvormig waarin genetische
materiaal in kan
▪ Opbouw als ‘dakpannen’ op elkaar stapelen
▪ Assemblage/opbouw automatisch
▪ Rigide buis of kronkelige streng
▪ 1 eiwit nodig (helix van RNA omgeven door
dat eiwit)
▪ Bv. tabaksvirus, ebolavirus
o Icosahedrale capside:
▪ Stevige structuur
▪ Opgebouwd uit symmetrisch, terugkomende
elementen
▪ 1 of meerdere eiwitten voor structuur
▪ 5 & 6 hoekige structuren (capsomeren)
▪ Bv. adenovirus, herpesvirus, papillomavirus
o Complexe/andere capside:
▪ Andere dan helicase of icosahedrale capsiden
▪ Bv. T-bacteriofaag, pokkenvirus
- Genoom:
o DNA of RNA
,Virologie Marc Van Ranst 2025-2026:
▪ DNA: ds > ss
▪ RNA: ss > ds → 1ds: rotavirus
o Dubbelstrengig (ds) of enkelstrengig (ss)
▪ Dubbelstrengig DNA: bv. herpesvirus
▪ Enkelstrengig DNA bv. Parovirus B19
o Lineair of circulair
▪ Circulair ssRNA: frequent plantenvirussen
• Circulair: minder simpel afbreken door natuur!
▪ Circulair ds DNA: papillomavirus
▪ Hepatitis B virus: capside onvolledig ds virus waarbij ss
korter is dan circulaire deel → ds buiten capside zelf
o 1 stuk of segmentair (verschillende losse stukjes)
▪ Voordeel segmentair genoom: snellere uitwisseling tussen
verschillende virussen → voordeling in pandemie
• Bv. Hanta virus
▪ Re-assortimenten: uitwisseling genoom (//seks)
• Sterk gelijkend genoom uitwisselen tussen verschillende
virussen in gastheercel → vormen nieuwe combo’s
Parovirus B19 in detail:
- Normaal niet zo gevaarlijk, wel bij zwangere vrouwen
- Iedere paar jaar kleine opstoten in specifieke regio’s
- Klinisch: RBC aanmaak remmen
- Zwangere vrouw: bloedtoevoer foetus verbroken → afsterven: bij
verdenking van besmetting: foetus voorzien extra doorbloeding
, Virologie Marc Van Ranst 2025-2026:
Hanta virus in detail:
- Klinisch: stoppen urine productie na infectie via virus
- Segmentair genoom → simpel verspreiden (via knaagdieren)
- In specifieke regio’s aanwezig: Kempen & Chimay
- Oorzaak: inademen geïnfecteerde droge facies of urine knaagdieren
- Opl: dialyse enkele weken
4. Nomenclatuur virussen via ICTV (taxonomie):
- Indeling obv:
o Eigenschappen virion: (grootte, vorm, envelop, capside structuur ...)
o Fysicochemische eigenschappen: (MW, genoomeigenschappen, G+C
ratio, nt seq, …)
o Virale eiwitten: (aantal, grootte, functie, AZ seq, …)
o Viraal genoom en life cycle: (genoomorganisatie en-replicatie, plaats
van virion assemblage, maturatie, release, …)
o Biologische eigenschappen: (natuurlijke gastheer, weefseltropisme,
(histo-)pathologie, transmissie, geografische distributie, …)
5. Virale replicatie:
- Replicatie: celafh:
o Obligaat parasieten van cel → zonder gastheer niet vermenigvuldigen
▪ <-> bacteria: enkel nutriënten obligaat
o Discussie of virussen tot levende organismen geclassificeerd worden:
Pro classificatie tot levende organismen Contra classificiatie tot levende organism
Oerdrang tot vermenigvuldiging & Niet bewegelijk
voortplanting
Specifieke genetische matriaal Niet overleven zonder gastheercellen
(uitwisselaar)
- Replicatie cyclus :
A. Binding aan cellulaire R :
▪ Idee vroeger : sleutel-slot : via bepaalde eiwitten aan opp virus
▪ Kennis nu: complexer mechanisme: meerdere co-receptoren
▪ Functie cellulaire R: andere moleculen binden voor cellulaire
responsen → virus gebruik maken R voor vastbinden
▪ R bepaald inflammatoire reactie lichaam:
• R voor specifieke organen → specifiek orgaan reactie
• R terugkomen op vele cellen → systemische reactie
Voorbeelden:
VIRUS RECEPTOR
Humaan Immunodeficiency virus type 1 CD4
Influenza A Siaalzuur