Basisprincipes Duurzame en Verantwoorde Economie en Ondernemen
Les 1 – 7 | Begrippen en Namen met uitleg
Legenda
📘 Begrip / concept
Blauw
👤 Naam / denker
Geel
Les 1: Inleiding – Een nieuw narratief over onze relatie met de wereld
📘 Begrippen
Industriële Revolutie Periode (1760–1900) van ingrijpende economische, technologische en
maatschappelijke verandering. Omvat een materiële dimensie
(uitvindingen, fabrieken, spoorwegen) én een narratieve dimensie (een
ideologisch verhaal over "vooruitgang").
Narratieve dimensie Het ideeën- en verhaal-niveau van de Industriële Revolutie: de
overtuigingen, idealen en legitimaties die de industrialisatie stuurden en
rechtvaardigden.
Verlichtingsfilosofie Filosofische stroming (17e–18e eeuw) die de rede als hoogste gezag
stelde, tradities bekritiseerde en optimistisch was over vooruitgang,
wetenschap en emancipatie.
Ancien Régime Het pre-revolutionaire politieke en sociale bestel in Europa, gedomineerd
door adel en geestelijkheid, met een rigide en pessimistische wereldvisie.
Emancipatie Bevrijding van individuen of groepen uit onderdrukking, onwetendheid of
achterstand – een kernbelofte van de Verlichtingsfilosofie.
Laissez-faire Economisch principe van vrije, gedereguleerde markt, waarbij de overheid
zo min mogelijk ingrijpt in economische processen.
,Cartesiaans dualisme Filosofische visie (Descartes) die natuur en mensheid als strikt
gescheiden domeinen ziet, waardoor de natuur object van beheersing
wordt.
Duurzaamheid Discursief veld dat een maatschappij beschrijft die binnen ecologische
grenzen blijft, langetermijnplanning hanteert en decentraliseert. Geen
vaste definitie, maar gestuurd door vier principes.
Discursief veld Een begrip dat eerder een reeks voorwaarden en denkrichtingen
suggereert dan één vastomlijnd eindresultaat (anders dan een strak
gedefinieerd concept).
Systeemdenken Benadering die de dynamische wisselwerking tussen samenleving,
economie en natuurlijke omgeving centraal stelt en begrijpt als een geheel
van onderling verbonden delen.
Cornucopia (hoorn des Industrialistische aanname dat natuurlijke hulpbronnen nooit opraken en
overvloeds) dat markt of technologie altijd een oplossing biedt; wordt door
duurzaamheiddenkers verworpen.
Trickle-down logica Het idee dat economische groei bij de top uiteindelijk ook de armsten ten
goede komt via "doordruppelen". Duurzaamheidcritici bestrijden deze
veronderstelling.
Greenwashing Het misleidend voorstellen van producten, beleid of bedrijven als
milieuvriendelijker dan ze werkelijk zijn. Mogelijk bij vage definities van
"duurzaamheid".
Planetaire grenzen Raamwerk (Rockström e.a., 2009) dat negen ecologische grenzen
definieert waarbinnen de mensheid veilig kan opereren. Overschrijden
ervan kan leiden tot abrupte, niet-lineaire milieuveranderingen.
Hernieuwbare Hulpbronnen (bijv. hout, vis, bodem) die zich kunnen regenereren;
hulpbronnen duurzaam gebruik mag de regeneratiesnelheid niet overschrijden.
Niet-hernieuwbare Hulpbronnen (bijv. fossiele brandstoffen, hoogwaardige ertsen) die niet of
hulpbronnen zeer traag aangroeien; duurzaam gebruik is beperkt tot de snelheid
waarmee een hernieuwbare vervanger kan worden ingezet.
Intergenerationele Het principe dat huidige beslissingen ook de mogelijkheden van
dimensie toekomstige generaties moeten respecteren; tijdsdimensie van
duurzaamheid.
Duurzame ontwikkeling Definitie (Our Common Future, 1987): "ontwikkeling die voldoet aan de
behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige
generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen."
, Downpowering / Idee om samenlevingen te "downpoweren": terug naar kleinschaliger,
vereenvoudiging lokaler georganiseerde productie en besluitvorming.
Antropocentrische Wereldvisie waarbij de mens centraal staat en de natuur primair als
visie middel voor menselijke doelen wordt gezien.
Ecocentrische visie Wereldvisie waarbij de natuur intrinsieke waarde heeft, onafhankelijk van
menselijk nut.
15-minutenstad Stadsconcept waarbij alle dagelijkse behoeften (werk, winkels, scholen)
binnen 15 minuten lopen of fietsen bereikbaar zijn; illustratie van
lokalisering.
100-mijlsdieet Principe waarbij men uitsluitend voedsel consumeert dat geproduceerd is
binnen een straal van 100 mijl; voorbeeld van decentralisatie en lokaal
handelen.
👤 Namen & denkers
René Descartes Frans filosoof (1596–1650), grondlegger van het rationalisme en het
cartesiaans dualisme: de strikte scheiding van geest/subject en
lichaam/natuur.
Francis Bacon Engels filosoof en wetenschapper (1561–1626), pionier van de empirische
wetenschappelijke methode; benadrukte dat kennis de mens in staat stelt
de natuur te beheersen.
Ulrich Beck Duits socioloog (1944–2015); stelde dat "laat-moderne samenlevingen
worden geconfronteerd met risico's die ze zelf hebben gecreëerd"
(risicomaatschappij).
Kate Raworth Brits econome; ontwerper van het "donutmodel" (2017), dat duurzaamheid
plaatst tussen een sociale ondergrens en een ecologische bovengrens.
Herman Daly Amerikaans ecologisch econoom; formuleerde drie regels voor duurzaam
gebruik van hulpbronnen (hernieuwbaar, niet-hernieuwbaar, vervuilend).
Johan Rockström Zweeds milieuwetenschapper; hoofdauteur van het planetaire grenzen-
raamwerk (2009).
Ernst Friedrich Duits-Brits econoom (1911–1977); auteur van "Small is Beautiful" (1973);
Schumacher pleitte voor kleinschalige, mensgericht productie i.p.v. massaproductie.
Lester R. Brown Amerikaans milieu-analist; pleit voor grotere zelfredzaamheid en
kleinschalige technologieën.