samenvatting
FA-MA101 Chronische aandoeningen · zelfstudie (versie feb. 2025)
Casus: mw. K., 65 jaar. Vijf jaar geleden een myocardinfarct; sindsdien medicatie voor
hypertensie en hypercholesterolemie. Het laatste half jaar progressieve klachten:
kortademigheid bij traplopen (dyspnée d'effort), later nachtelijke kortademigheid die
afneemt bij rechtop zitten (orthopneu / paroxismale nachtelijke dyspneu, vandaar de extra
kussens). Diagnose hartfalen door de cardioloog; na medicatieaanpassing verbeterden de
klachten. Las dat ± 35% van de patiënten 5 jaar na diagnose is overleden, maar ook dat
medicatie het sterfterisico verlaagt.
Bronnen die hieronder leidend zijn: NHG-Standaard Hartfalen (sept. 2024), Murphy, Ibrahim &
Januzzi (JAMA 2020) voor HFrEF, Heidenreich & Sandhu (BMJ 2024) voor de actuele
behandeling, en Campbell et al. (Lancet 2024) voor HFpEF.
Deel 1 — Uitwerking van de algemene leerdoelen
1. Definitie en symptomen
Hartfalen is een klinisch syndroom waarbij het hart, door een structurele of functionele
afwijking, onvoldoende bloed kan rondpompen om aan de metabole behoefte van het lichaam
te voldoen (of dit alleen kan bij verhoogde vullingsdrukken), met als gevolg typische symptomen
en tekenen.
Indeling naar linkerventrikelejectiefractie (LVEF):
- HFrEF (reduced): LVEF ≤ 40% — primair een systolisch probleem (verminderde
contractiliteit/pompfunctie). Bij mw. K. de meest waarschijnlijke vorm gezien het
doorgemaakte (ischemische) infarct.
- HFmrEF (mildly reduced/midrange): LVEF 41–49%.
- HFpEF (preserved): LVEF ≥ 50% — primair diastolisch (een stijve, slecht
relaxerende ventrikel met verhoogde vullingsdrukken); vaak bij ouderen, vrouwen,
hypertensie, obesitas en atriumfibrilleren (Campbell, Lancet 2024).
Links- vs. rechtszijdig hartfalen:
- Linkszijdig → opstuwing in de longcirculatie → pulmonale congestie: dyspneu,
orthopneu, PND, crepitaties. (→ het klachtenpatroon van mw. K.)
, - Rechtszijdig → opstuwing in de systeemcirculatie → perifeer oedeem, verhoogde
centraal-veneuze druk (gestuwde halsvenen), hepatomegalie, ascites. Linkszijdig falen
leidt op termijn vaak tot rechtszijdig falen.
Symptomen (subjectief) vs. verschijnselen (objectief):
- Subjectief: kortademigheid bij inspanning, orthopneu, PND, vermoeidheid, verminderde
inspanningstolerantie.
- Objectief: perifeer oedeem, verhoogde halsvenendruk, crepitaties, derde harttoon (S3),
gewichtstoename, tachycardie.
Classificatie van de ernst — NYHA:
- I: geen klachten bij normale inspanning; II: lichte beperking (klachten bij forse
inspanning); III: duidelijke beperking (klachten bij geringe inspanning); IV: klachten in
rust.
Diagnostiek: anamnese + lichamelijk onderzoek, ECG, (NT-pro)BNP en echocardiografie
(gouden standaard voor EF en type). Nieuw in 2024: bij atriumfibrilleren géén (NT-pro)BNP
bepalen maar direct echocardiografie (een verhoogd peptide is bij AF te weinig
onderscheidend).
2. Prevalentie, incidentie en prognose
Hartfalen is een aandoening van vooral de oudere leeftijd; prevalentie en incidentie stijgen
sterk met de leeftijd en de absolute aantallen nemen toe door vergrijzing en betere overleving
na een infarct. HFrEF komt relatief vaker voor bij mannen en bij ischemische oorzaak; HFpEF
relatief vaker bij oudere vrouwen met hypertensie/obesitas.
Risicofactoren (epidemiologisch): coronairlijden/doorgemaakt infarct, hypertensie, diabetes
mellitus, obesitas, kleplijden, atriumfibrilleren, leeftijd, roken, alcohol- en geneesmiddeltoxiciteit.
Prognose: ernstig — de in de casus genoemde ± 35% sterfte binnen 5 jaar is realistisch en
vergelijkbaar met (of slechter dan) menige maligniteit. De prognoseverbeterende medicatie (zie
Deel 1.5 en vraag 10) verlaagt zowel sterfte als ziekenhuisopnames.
3. Pathogenese
Etiologie — cardiaal: ischemisch (post-MI, zoals bij mw. K.), hypertensie (drukbelasting),
kleplijden (volume-/drukbelasting), cardiomyopathieën, ritmestoornissen.
Niet-cardiaal/uitlokkend: anemie, schildklierfunctiestoornis, alcohol, cardiotoxische
medicatie/chemotherapie, nierfalen.
Frank-Starlingmechanisme: binnen fysiologische grenzen verhoogt een grotere
einddiastolische vulling (preload, rek van de sarcomeren) de contractiekracht en daarmee het