ORGANISATIEMANAGEMENT
Deel 1: Organisatie en management.....................................................................2
Organisatie...................................................................................................... 2
Management................................................................................................... 4
Deel 2: Plannen...................................................................................................... 8
Plannen in organisaties................................................................................... 8
Strategische planning.................................................................................... 10
Besluitvorming in organisaties......................................................................14
Praktische planningstechnieken....................................................................14
Deel 3: Organiseren............................................................................................. 18
1.Structureren van organisaties....................................................................18
2.Coördinatie in organisaties.........................................................................24
3.Organisatiestructuren van Mintzberg.........................................................25
4.Human Resources Management (HRM) (belangrijke deel voor een examen)
...................................................................................................................... 28
5. Cultuur in organisaties.............................................................................. 30
6.Veranderen van organisaties – Groeimodel van Greiner (uitleg)................32
1.Leiders, leidinggevenden en managers in organisaties..............................33
2.Stijl van leidinggevende.............................................................................34
3.De motiverende leidinggevende.................................................................37
4.De leidinggevende als coach......................................................................39
5.De communicerende leidinggevende.........................................................40
Deel 5: Beheersing en kwaliteit...........................................................................41
1.Beheersing in organisaties (PDCA komt zeker op exm)..............................41
2.Formuleren van doelstellingen...................................................................44
3. Business Balanced Scorecard (Kaplan & Norton).......................................44
4.Kwaliteitsbeheersing.................................................................................. 46
,DEEL 1: ORGANISATIE EN MANAGEMENT
ORGANISATIE
Organisatiemanagement (OM) = beheren, sturen en coördineren van alle
activiteiten binnen een organisatie om de doelen te bereiken. Kort: OM is het
geheel van processen en acties waarmee je zorgt dat een organisatie goed
functioneert en haar doelen haalt.
BELANGRIJKE ONDERDELEN + VOORBEELDEN VAN OM: (GWN WETEN)
Plannen – bepalen wat de organisatie wil bereiken en hoe.
Vb: Je stelt een doel: deze maand 10% meer verkoop van de nieuwe
herfstcollectie.
Je maakt een plan: acties op sociale media, extra etalage-aandacht,
trainen in advies geven.
Organiseren – taken, verantwoordelijkheden en middelen verdelen.
Vb: Je verdeelt taken: één medewerker voor de etalage, iemand anders
voor Instagram-posts, het team krijgt een verkooptraining.
Je zorgt dat er genoeg voorraad is en dat de kassa’s goed werken.
Leiden – medewerkers motiveren, coachen en richting geven.
Vb: Je motiveert je team: “We willen klanten echt enthousiast maken over
de nieuwe collectie. Jullie advies maakt het verschil.”
Je geeft voorbeeldgedrag: je laat zelf zien hoe je klanten actief
aanspreekt.
Beheersen/Controleren – resultaten meten en bijsturen waar nodig.
Vb: Je kijkt dagelijks of de verkoopcijfers stijgen.
Als de cijfers achterblijven, pas je de strategie aan: misschien meer
promotie of meer focus op accessoires bij elke verkoop.
WAT IS EEN ORGANISATIE?
KENMERKEN VAN EEN ORGANISATIE
1. Samenwerking door mensen:
“Samenwerken” heeft positief effect:
- Synergie-effect (in projecten) = de samenwerking tussen onderdelen
van een organisatie (of tussen organisaties) méér oplevert dan de som
van de afzonderlijke bijdrage. VB: Teams die kennis delen komen sneller
tot innovatie.
, - Sociale contacten = motivatie
- Leveren van maatschappelijke bijdrage à Samenwerking = mensen
bijtrekken
- Schaalvoordelen (investeringen spreiden over grote groep) = De kosten
per product dalen naarmate een organisatie meer produceert of groter
wordt.
Grotere schaal = lagere gemiddelde kosten
2. Aan een gemeenschappelijk doel:
Doel(stellingen) is het resultaat van “plannen”
3. Verrichten van werk:
Afleveren van producten en/of diensten / op de markt brengen.
4. Gebruik van middelen / hulpbronnen:
(Werkings)middelen vb. Chamilo: mensen, materiële middelen vb. Laptop,
tijd, informatie
5. Met de bedoeling te blijven bestaan
Case1: Bedrijf in expansie (EXMV)
Een Belgische fabrikant van werkkledij heeft van de overheid de opdracht gekregen om
chirurgische mondmaskers te produceren. Doel is om over 1 maand te kunnen starten met de
productie. Wanneer de fabrikant zijn huidige productie stil legt heeft ze de mensen en de middelen
om het vooropgestelde aantal mondmaskers te produceren. Er is nog ruimte binnen de fabriek. Het
contract met de overheid loopt voor 3 maanden. De productie van mondmaskers zou voor het
bedrijf een omzetverhoging van 30% per maand betekenen. Wat kan het bedrijf doen om van deze
opportuniteit maximaal te profiteren m.a.w. een méér-omzet te realiseren gedurende de duur van
het contract. Tip: maak gebruik van één of meerdere hulpbronnen en werk een voor jou ideale
oplossingspiste uit. Argumenteer je voorstel. Hou hierbij rekening met de financiële impact (kosten
vs opbrengsten). ➔ mensen, middelen, tijd, informatie
NOTITIES VRAGEN
BETEKENISSEN VAN EEN ORGANISATIE
Het organiseren van iets à functionele betekenis
è Zorgen dat je op tijd bent = zorgen voor iets.
Een organisatiestructuur, functies, samenhang à Instrumentele betekenis
è Hoe kunnen wij mensen zo goed mogelijk onderbrengen als je kijkt naar de
organisatie
Een bedrijf (gebouw), instituut, … à Institutionele betekenis
ORGANISATIE-ONDERNEMING-BEDRIJF
, MANAGEMENT
Functietitel: commercieel management à Leidinggevende à Team
MANAGEMENT IN ORGANISATIES (EXMV)
1. “Management” is het proces waarbij het werk
van medewerkers v/d organisatie gepland,
georganiseerd, gestuurd en gecontroleerd wordt
en waarbij alle andere beschikbare middelen
binnen de organisatie aangewend worden om
vooropgestelde doelen te bereiden.
2. Taak v/e “manager” is doelstellingen realiseren
dmv beschikbare mensen en andere middelen.
Organisatie structuur = hier hiërarchie
à Bovenste klagen / Onderste moeten uitvoerende
werk doen.
Ontbreekt: Respect, Motivatie,…
Mensen worden te weinig gecoacht + er is weinig
communicatie + Te weinig uitvoerende personeel.
Dit kan vermijdt worden door goed te plannen, te organiseren, te leiden en te
contoleren.
MANAGEMENTLAGEN
1. Topmanager: (functietitel: CEO)
Vaak 1 pers. / meer
= Strategische doelen, LT, externe
omgeving, onderhandelen,
netwerking (directeur)
Vb. Topdirectie (comité) /
topmanagers
2. Middenmanagement:
= Tactische doelen, MLT (5j.),
relevante info laten doorsturen
(chef v/e afdeling)
Meerdere directeurs / managers
Taak: rapporteren aan de directie.