• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 114 pages
Summary

Samenvatting Recht en Onderneming | Inleiding Recht | UA | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 114 pages

Deze collegeaantekeningen behandelen de inleiding op het recht voor de cursus Recht en Onderneming aan de Universiteit Antwerpen. De eerste twee hoofdstukken bestrijken wat recht is, het onderscheid tussen objectief en subjectief recht, en de indeling van het nationaal recht in privaatrecht en publiekrecht, inclusief de rechtstakken burgerlijk recht en ondernemingsrecht. Perfect voor het begrijpen van de fundamentele juridische concepten die de basis vormen voor de rest van de cursus, met praktische voorbeelden die direct relevant zijn voor ondernemersrecht.

Content preview

2025
2026




Recht en
onderneming
PROF HENDRIK VANHEES
JADE VAN WALLENDAEL

,1

,Deel I Inleiding
H1 – Wat is recht?
We worden dagdagelijks geconfronteerd met recht. Vb: een
huurovereenkomst voor een kot, overeenkomst voor abonnement van
openbaar vervoer, een cursus kopen is een overeenkomst… Het recht
beheerst voor een deel het privé leven.

Ook het professioneel leven wordt beheerst door het recht. Vb: contract
met de universiteit, fraudecommissie…

Als je recht wil bekomen, moet je er zelf voor zorgen. Vb: je bent niet
akkoord, moet je in beroep gaan. Niemand gaat je benaderen om in
beroep te gaan, je moet het zelf doen. ‘Het recht behoort tot de
waakzame’.

Het recht kan omschreven/gedefinieerd worden als drie categorieën van
regels/taken van het recht:

- Regels die ons gedrag, ons functioneren, ordenen. Recht moet ons
samenleven ordenen.
- Regels die het recht afdwingen. Er is geen recht als er geen regels
zijn die rechten afdwingen. Vb: je mag niet met twee op de fiets. Dat
is een ordenende regel (wat niet mag). Als hier geen sanctie aan
vasthangt, en er is geen mogelijkheid om deze sanctie af te
dwingen, dan is er geen bindende juridische regel. Regels moeten
sancties afdwingen mogelijk maken.
- Regels om het bestaande recht te wijzigen of af te schaffen.
Recht is voortdurend in evolutie. Er moet een systeem zijn die dit
mogelijk maakt.

In het recht is er een onderscheid tussen het objectief recht en het
subjectief recht. Objectief recht zijn de rechtsregels zoals ze bestaan,
zoals het door wetgevende organen in het leven wordt geroepen.
Subjectief recht zijn de rechten die je ontleent aan het objectieve recht.
Dit zijn rechten die mijn toekomen die ik haal uit het recht zoals het
bestaat, en die ik kan afdwingen voor de rechter.

Vb: wanneer je een rechtsregel toepast op je eigen situatie. Stel je wordt
afgebeeld op de ua website zonder dat je het wil. Het objectieve recht is
de auteurswetgeving, het subjectieve recht is wanneer ik die recht ontleen
van het objectieve recht om naar de rechter te stappen om de afbeelding
weg te halen.


2

, H2 – Indeling van het nationaal recht
We maken een onderscheid tussen nationaal recht en internationaal recht.
Dit is een basisonderverdeling in het recht.

Nationaal recht vindt zijn oorsprong in een nationale bron. Vb: Belgisch
recht vindt zijn oorsprong in het Vlaamse Parlement, Waals Parlement,
gemeenteraad, provincieraad…

Internationaal recht vloeit voort uit verdragen die worden gesloten.
Landen sluiten overeenkomsten waar ook rechtsregels uit voortkomen.

1. Het onderscheid privaat-publiek recht
1.1. Belang van het onderscheid
Het nationaal recht valt ook uiteen in twee deelgebieden: privaat recht en
publiek recht.

Privaat recht is het recht dat de relaties tussen burgers beheert. Vb:
een overeenkomst willen sluiten, huren bij iemand, erven…

Publiek recht is de relatie tussen een burger en de overheid. Vb:
fiscaal recht, want de overheid legt op wat de burger moet betalen. Hier
valt ook de relatie tussen de overheden onderling. Vb: relatie tussen
Vlaams en Waals gewest.

Dit onderscheid is fundamenteel en vormt de basis van de indeling van het
recht. Het privaatrecht wordt gekenmerkt door traditie en vrijheid
(contractuele verhoudingen op voet van gelijkheid). Het publiekrecht
wordt gekenmerkt door eenzijdige dwingende overheidsbeslissingen (de
overheid in functie van het algemeen belang).

1.2. Het privaatrecht
Rechtstakken die onder privaat recht vallen:

1. Burgerlijk recht

Het recht dat relaties tussen burgers regelt, vb: overeenkomsten,
aansprakelijkheid, bewijsrecht… Dit recht vinden we in het burgerlijk
wetboek (BW) die de basisregels van het burgerlijk recht bevat.

Het BW dateert nog van Napoleon, dus momenteel zijn ze bezig aan de
modernisering. Jaar na jaar vernieuwt men onderdelen. (OBW staat in de
cursus voor oud burgerlijk wetboek, deze zijn nog niet vernieuwd)




3

Table of contents

  1. 01 H1 – Wat is recht? 3
  2. 02 H2 – Indeling van het nationaal recht 4
    1. 1. Het onderscheid privaat-publiek recht 4
    2. 2. Het onderscheid en relativering 7
  3. 03 H3 – Het internationaal recht 9
    1. 1. Het internationaal privaatrecht 9
    2. 2. Internationaal publiekrecht (volkerenrecht) 9
    3. 3. Europees recht 9
  4. 04 H4 – Grondprincipes van de staatsorde 11
    1. 1. De rechtsstaat 11
    2. 2. Wetstaat 11
    3. 3. De drie staatsmachten 11
    4. 4. Democratisch beginsel 12
  5. 05 H5 – De supranationale rechtsorde 13
    1. 1. Van EEG naar EU 13
    2. 2. De politieke instellingen van de EU 13
  6. 06 H6 – De internationale rechtsorde 19
    1. 1. De Verenigde Naties 19
    2. 2. De Raad van Europa 19
  7. 07 H7 – De federale politieke instellingen 21
    1. 1. Het Federale Parlement 21
    2. 2. De federale regering 23
  8. 08 H8 – De gemeenschappen en gewesten 26
    1. 1. De instellingen 26
    2. 2. De bevoegdheden 26
  9. 09 H9 – Het lokaal niveau 27
    1. 1. De provincies 27
    2. 2. Gemeenten 27
    3. 3. Intercommunale samenwerkingsverbanden 28
  10. 10 H10 – De wet 29
    1. 1. Wetsbegrip 29
    2. 2. Hiërarchie van de wetten 29
  11. 11 H11 – De andere bronnen van het recht 31
    1. 1. De rechtspraak 31
    2. 2. Het gewoonterecht 31
    3. 3. Algemene rechtsbeginselen 32
    4. 4. De rechtsleer 32
  12. 12 H12 – Grondwettelijke hoven en controlerende instellingen 33
    1. 1. Een overzicht 33
    2. 2. Het Grondwettelijk Hof 34
    3. 3. De Raad van State 34
    4. 4. Het Rekenhof 35
  13. 13 H13 – Indeling van rechten 36
    1. 1. Subjectief recht 36
    2. 2. Rechtsfeiten 37
    3. 3. Rechtshandelingen 37
    4. 4. Plechtige rechtshandelingen 37
  14. 14 H14 – Algemene beginselen 38
    1. 1. Bevoegdheid 38
    2. 2. Recht op hoger beroep 38
    3. 3. Beroeps- en lekenrechters 39
    4. 4. De eenheid van rechtspraak 39
    5. 5. De taak van de rechter 40
    6. 6. Openbaar ministerie 40
  15. 15 H15 – De rechtscolleges 42
    1. 1. De burgerlijke rechtscolleges 42
  16. 16 H16 – De gerechtelijke procedure 45
    1. 1. Verloop van de gerechtelijke procedure 45
    2. 2. Rechtsmiddelen 46
    3. 3. Kort geding 47
    4. 4. Arbitrage 48
    5. 5. De uitvoering 49
    6. 6. De positie van de benadeelde in het recht 51
  17. 17 H17 – Bewijsrecht 52
    1. 1. De bewijslast 52
    2. 2. Het schriftelijk bewijs 53
    3. 3. Het getuigenbewijs 56
    4. 4. Vermoedens 56
    5. 5. De bekentenis 56
    6. 6. Het deskundigenonderzoek 56
    7. 7. Eed 56
    8. 8. De plaatsopneming 57
  18. 18 H1 – Indeling van de goederen 58
    1. 1. Lichamelijke en onlichamelijke goederen 58
    2. 2. Roerende en onroerende goederen 58
    3. 3. Gebruiks- en verbruiksgoederen 58
    4. 4. Domeingoederen 59
    5. 5. Zelfstandige zakelijke rechten en zakelijke zekerheidsrechten 59
  19. 19 H2 – Zelfstandige zakelijke rechten 60
    1. 1. De kenmerken van het zakelijk recht 60
    2. 2. Het eigendomsrecht 60
    3. 3. Vruchtgebruik 63
    4. 4. Het recht van opstal 64
  20. 20 H3 – De zakelijke zekerheden 65
    1. 1. De zekerheden in het algemeen 65
    2. 2. De voorrechten 65
    3. 3. De hypotheken 65
    4. 4. Het pand 66
  21. 21 H1 – De verbintenissen algemeen 67
    1. 1. Wat is een verbintenis? 67
    2. 2. Bronnen van verbintenissen 67
    3. 3. Soorten verbintenissen 68
  22. 22 H2 – De overeenkomst 70
    1. 1. Wat is een overeenkomst? 70
    2. 2. Soorten overeenkomsten 70
  23. 23 H3 – De grondbeginselen en de interpretatie van overeenkomsten 72
    1. 1. De wilsautonomie 72
    2. 2. De bindende kracht van de overeenkomst 72
    3. 3. De goede trouw 72
    4. 4. De interpretatie van de overeenkomsten 72
  24. 24 H4 – Geldigheidsvoorwaarden van de overeenkomst 73
    1. 1. De toestemming 73
    2. 2. Bekwaamheid 74
    3. 3. Voorwerp 74
    4. 4. Oorzaak 74
  25. 25 H5 – Het ontstaan van de overeenkomst 75
    1. 1. Het aanbod 75
    2. 2. De aanvaarding 75
    3. 3. De precontractuele aansprakelijkheid 75
  26. 26 H6 – De uitvoering van de overeenkomst 76
    1. 1. De vrijwillige uitvoering 76
    2. 2. De voorwaarden voor de contractuele aansprakelijkheid 77
    3. 3. Gedwongen uitvoering 77
    4. 4. De ontbinding van de overeenkomst 78
    5. 5. De exoneratieclausule of het vrijwaringsbeding 79
  27. 27 H7 – Derden en de overeenkomst 80
    1. 1. De relativiteit van overeenkomsten 80
    2. 2. Uitzonderingen op de relativiteit van overeenkomsten 80
    3. 3. De tegenwerpelijkheid van overeenkomsten 80
  28. 28 H8 – Tenietgaan van overeenkomsten 81
    1. 1. Algemeen 81
    2. 2. Nietigheid 81
    3. 3. Eenzijdige opzegging 81
    4. 4. De uitvoering 81
    5. 5. Schuldvernieuwing 81
    6. 6. De schuldvergelijking 82
    7. 7. Schuldvermenging 82
    8. 8. Bevrijdende verjaring 82
  29. 29 H1 – De koop-verkoop 83
  30. 30 H2 – De huurovereenkomst 83
  31. 31 H3 – De voornaamste andere overeenkomsten 83
    1. 1. Huurkoop of leasing 83
    2. 2. Bewaargeving 83
    3. 3. Dading 83
    4. 4. Aanneming 84
    5. 5. Lastgevingsovereenkomst 84
    6. 6. De persoonlijke zekerheden 84
  32. 32 H1 – Aansprakelijkheid voor eigen daad 85
  33. 33 H1 – Begrippen en algemene regelen 86
    1. 1. Handelaars en ondernemingen 86
    2. 2. Bronnen van het ondernemingsrecht 86
    3. 3. Wat is een onderneming? 86
    4. 4. Handelszaak of handelsfonds 87
    5. 5. Bewijsregels van het ondernemingsrecht 88
    6. 6. Ondernemingsrechtbank 91
    7. 7. Verplichtingen bij de aanvang van de onderneming 92
    8. 8. Onbeslagbaarheid van de gezinswoning 95
    9. 9. De problematiek van het zwartwerk 96
  34. 34 H2 – Overeenkomsten gesloten door een onderneming (handelsovereenkomst) 97
    1. 1. Handelstussenpersonen en distributiecontracten 97
    2. 3. Overeenkomsten in verband met de handelszaak 100
  35. 35 H1 – Faillissementsrecht 103
    1. 1. Inleiding 103
    2. 2. Vormen van faillissement 104
    3. 3. Vonnis van het faillissement 105
    4. 4. Wat gebeurt er na het vonnis? 106
    5. 5. De curator en de rechter-commissaris 107
    6. 6. De verdachte periode 107
    7. 7. Actief en passief 109
    8. 8. Soorten schuldeisers bij een faillissement 110
    9. 9. Onbetaalde verkoper van roerende goederen 111
  36. 36 H2 – Retentie en terugvorderingsrecht 112
    1. 1. Inleiding 112
    2. 2. Problematiek van de lopende overeenkomsten 112
    3. 3. Kwijtschelding van schulden 112
  37. 37 H3 – Reorganisatie 113

Document information

Study
Uploaded on
June 23, 2026
Number of pages
114
Written in
2025/2026
Type
Summary
$19.56

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
0
Items
14
Last sold
4 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions