INLEIDING
1. Contract als individueel en maatschappelijk instrument
2. Contract als een van de bouwstenen van ons privaatrechtelijk vermogensrecht
3. Contracten: algemeen contractenrecht versus bijzonder contractenrecht, sectorale contractreguleringen en
contactmogelijkheden
4. Internationalisering, europeanisering, digitalisering, regionalisering en constitutionalisering
5. Het oude BW (huidig recht) en het BW (toekomstig recht)
i. Van oud naar nieuw
ii. Nood aan een nieuw verbintenissenrecht? Een eerste kennismaking
iii. Overgangsrecht
DEEL 1: ONTSTAAN EN GELDIGHEID VAN CONTRACTEN
HOOFDSTUK 1: Contractvrijheid
A. Basisbeginsel, grondrecht en vrijheid
B. Twee facetten
1. Materiële contractvrijheid
2. Formele contractvrijheid
C. Beperkingen aan de contractvrijheid
Hoofdstuk 2: onderhandelingen
A. Onderhandelingsvrijheid
B. Precontractuele aansprakelijkheid
1.Partijen mogen de onderhandelingen niet foutief afbreken en mogen evenmin onrechtmatig weigeren om te
contracteren.
1
,1.1. Grondslag voor de beperkingen aan de contractvrijheid: foutaansprakelijkheid, verbod van rechtsmisbruik of
goede trouw?
1.2. Buitencontractuele fout inzake het afbreken van de onderhandelingen
1.3. Schadeherstel bij onrechtmatig afgebroken onderhandelingen
1.4. Bijzondere plichten en sancties: discriminatieverbod, verbod van mededingingsverstorend gedrag en verbod van
oneerlijke marktpraktijken
2. Partijen moeten hun informatieplichten nakomen
2.1. Informatie- en onderzoeksplichten op grond van de algemene zorgvuldigheidsnorm
2.1.1. Informatieplichten
a. Onvoldoende of onnauwkeurige informatie
b. Onjuiste informatie
2.1.2. Onderzoeksplicht
2.1.3. Verhouding met de wilsgebreken
2.2. Informatieplichten op grond van bijzondere wetgeving
2.3. Sancties bij een schending van informatieplichten
2.3.1. Nietigverklaring van de overeenkomst
2.3.2. Schadevergoeding (buitencontractuele aansprakelijkheid)
3. Een partij mag geen misbruik maken van de kwetsbare positie van de wederpartij en mag zich evenmin agressief
of met geweld gedragen ten aanzien van de wederpartij
3.1. Gekwalificeerde benadeling of misbruik van omstandigheden
3.2. Onderscheid tussen misbruik van omstandigheden en misbruik van machtspositie of van een positie van
economische afhankelijkheid
2
,C. Afspraken tijdens de onderhandelingen
1. Uiteenlopende, al dan niet bindende afspraken
2. Voorcontracten
2.1. Contractbelofte – optieovereenkomst
2.2. Voorkeurrecht
2.3. Voorovereenkomst met specifieke verbintenissen of bedingen
3. Raam- of kaderovereenkomst
HOOFDSTUK 3: Totstandkoming
A. Consensualisme en formaliteiten
1. Consensualisme en uitzonderingen
2. Formaliteiten
2.1. Bestaans- of totstandkomingsvereisten versus geldigheidsvereisten
2.1.1. Formaliteiten: vereist voor het bestaan of de geldigheid van de overeenkomst?
2.1.2. Schending van een vormvereiste impliceert niet noodzakelijk de nietigheid
2.1.3. Contractualisering
2.2. Andere functies van vormvoorwaarden
2.3. Langs elektronische weg gesloten overeenkomsten: functionele equivalentie
B. Wilsovereenstemming
1. Wilsovereenstemming: samentreffen van de wilsuitingen van partijen
2. Wilsovereenstemming via aanbod en aanvaarding
2.1. Aanbod
3
, 2.1.1. Constitutieve bestanddelen van het aanbod
2.1.2. Geldigheidsvereisten en veruitwendiging van het aanbod
2.1.3 verbindende kracht van het aanbod
2.1.4. Duur van de verbindende kracht van het aanbod en het tegenaanbod
2.1.5. Quid bij een voortijdige herroeping van het aanbod?
2.2. Aanvaarding
2.2.1. Geen contractdwang
2.2.2. Onvoorwaardelijke aanvaarding met de wil om gebonden te zijn
2.2.3. Stilzwijgende aanvaarding
2.3. Overeenkomst ontstaat bij de (redelijke kennisname van de) aanvaarding van het aanbod – plaats en tijdstip
3. Aanbod en aanvaarding bij via elektronische weg gesloten overeenkomsten
4. Totstandkoming van de meerpartijenovereenkomst
C. Bedoeling om zich juridisch te verbinden of andere rechtsgevolgen te creëren
D. Wilsautonomie: een te relativeren en te corrigeren beginsel
1. Relativering van de wilsautonomie
2. Correctie op de wilsleer
2.1. Discrepantie tussen de werkelijke wil en de verklaarde wil
2.2. Vertrouwensleer
E. Algemene voorwaarden (standaardbedingen) en toetredingscontracten
1. Vereisten voor de toepasselijkheid van algemene voorwaarden
1.1. Redelijke mogelijkheid tot kennisname en aanvaarding
4
1. Contract als individueel en maatschappelijk instrument
2. Contract als een van de bouwstenen van ons privaatrechtelijk vermogensrecht
3. Contracten: algemeen contractenrecht versus bijzonder contractenrecht, sectorale contractreguleringen en
contactmogelijkheden
4. Internationalisering, europeanisering, digitalisering, regionalisering en constitutionalisering
5. Het oude BW (huidig recht) en het BW (toekomstig recht)
i. Van oud naar nieuw
ii. Nood aan een nieuw verbintenissenrecht? Een eerste kennismaking
iii. Overgangsrecht
DEEL 1: ONTSTAAN EN GELDIGHEID VAN CONTRACTEN
HOOFDSTUK 1: Contractvrijheid
A. Basisbeginsel, grondrecht en vrijheid
B. Twee facetten
1. Materiële contractvrijheid
2. Formele contractvrijheid
C. Beperkingen aan de contractvrijheid
Hoofdstuk 2: onderhandelingen
A. Onderhandelingsvrijheid
B. Precontractuele aansprakelijkheid
1.Partijen mogen de onderhandelingen niet foutief afbreken en mogen evenmin onrechtmatig weigeren om te
contracteren.
1
,1.1. Grondslag voor de beperkingen aan de contractvrijheid: foutaansprakelijkheid, verbod van rechtsmisbruik of
goede trouw?
1.2. Buitencontractuele fout inzake het afbreken van de onderhandelingen
1.3. Schadeherstel bij onrechtmatig afgebroken onderhandelingen
1.4. Bijzondere plichten en sancties: discriminatieverbod, verbod van mededingingsverstorend gedrag en verbod van
oneerlijke marktpraktijken
2. Partijen moeten hun informatieplichten nakomen
2.1. Informatie- en onderzoeksplichten op grond van de algemene zorgvuldigheidsnorm
2.1.1. Informatieplichten
a. Onvoldoende of onnauwkeurige informatie
b. Onjuiste informatie
2.1.2. Onderzoeksplicht
2.1.3. Verhouding met de wilsgebreken
2.2. Informatieplichten op grond van bijzondere wetgeving
2.3. Sancties bij een schending van informatieplichten
2.3.1. Nietigverklaring van de overeenkomst
2.3.2. Schadevergoeding (buitencontractuele aansprakelijkheid)
3. Een partij mag geen misbruik maken van de kwetsbare positie van de wederpartij en mag zich evenmin agressief
of met geweld gedragen ten aanzien van de wederpartij
3.1. Gekwalificeerde benadeling of misbruik van omstandigheden
3.2. Onderscheid tussen misbruik van omstandigheden en misbruik van machtspositie of van een positie van
economische afhankelijkheid
2
,C. Afspraken tijdens de onderhandelingen
1. Uiteenlopende, al dan niet bindende afspraken
2. Voorcontracten
2.1. Contractbelofte – optieovereenkomst
2.2. Voorkeurrecht
2.3. Voorovereenkomst met specifieke verbintenissen of bedingen
3. Raam- of kaderovereenkomst
HOOFDSTUK 3: Totstandkoming
A. Consensualisme en formaliteiten
1. Consensualisme en uitzonderingen
2. Formaliteiten
2.1. Bestaans- of totstandkomingsvereisten versus geldigheidsvereisten
2.1.1. Formaliteiten: vereist voor het bestaan of de geldigheid van de overeenkomst?
2.1.2. Schending van een vormvereiste impliceert niet noodzakelijk de nietigheid
2.1.3. Contractualisering
2.2. Andere functies van vormvoorwaarden
2.3. Langs elektronische weg gesloten overeenkomsten: functionele equivalentie
B. Wilsovereenstemming
1. Wilsovereenstemming: samentreffen van de wilsuitingen van partijen
2. Wilsovereenstemming via aanbod en aanvaarding
2.1. Aanbod
3
, 2.1.1. Constitutieve bestanddelen van het aanbod
2.1.2. Geldigheidsvereisten en veruitwendiging van het aanbod
2.1.3 verbindende kracht van het aanbod
2.1.4. Duur van de verbindende kracht van het aanbod en het tegenaanbod
2.1.5. Quid bij een voortijdige herroeping van het aanbod?
2.2. Aanvaarding
2.2.1. Geen contractdwang
2.2.2. Onvoorwaardelijke aanvaarding met de wil om gebonden te zijn
2.2.3. Stilzwijgende aanvaarding
2.3. Overeenkomst ontstaat bij de (redelijke kennisname van de) aanvaarding van het aanbod – plaats en tijdstip
3. Aanbod en aanvaarding bij via elektronische weg gesloten overeenkomsten
4. Totstandkoming van de meerpartijenovereenkomst
C. Bedoeling om zich juridisch te verbinden of andere rechtsgevolgen te creëren
D. Wilsautonomie: een te relativeren en te corrigeren beginsel
1. Relativering van de wilsautonomie
2. Correctie op de wilsleer
2.1. Discrepantie tussen de werkelijke wil en de verklaarde wil
2.2. Vertrouwensleer
E. Algemene voorwaarden (standaardbedingen) en toetredingscontracten
1. Vereisten voor de toepasselijkheid van algemene voorwaarden
1.1. Redelijke mogelijkheid tot kennisname en aanvaarding
4