Leerdoelen kindergeneeskunde
Anamnese en lichamelijk onderzoek bij kinderen van verschillende leeftijden
▪De student kan benoemen welke aspecten van belang zijn bij de
(hetero)anamnese en het lichamelijk onderzoek van kinderen van verschillende
leeftijden en wanneer een bevinding afwijkend is.
▪De student kan een adequate (hetero)anamnese afnemen en een zorgvuldig en
gericht lichamelijk onderzoek verrichten bij kinderen van verschillende leeftijden
en dit op een voor het kind zo prettig mogelijke wijze uitvoeren.
Lichamelijk onderzoek pasgeborene
- Kleur
- Geboortegewicht
- Huid: capillary refill, beharing, vernix caseosa, aangeboren
huidaandoeningen
- Hoofd en gelaat: schedel, palpatie fontanellen, palpatie schedelnaden
(Richel/ Moulage), zwellingen, schedelomtrek
- Gezicht: dysmorfe kenmerken -> ogen, neus, oren, mond (schisis
beoordelen), zoek- en zuigreflex
- Hals en clavicula: stand, zwellingen, fractuur
- Thorax: inspectie (intrekkingen, neusvleugelen), auscultatie hart en longen
- Abdomen: inspectie en auscultatie, palpatie lever en milt, navelstreng
(aantal vaten)
- Liezen: zwelling
- Genitalia externa: mannelijk/ vrouwelijk genitaal
- Rug en anus: anus doorgankelijkheid, positie, fissueren, defecatie,
afwijkingen rug, congenitale heupdysplasie
- Extremiteiten: aspect, stand, beweging, aantal, handlijn, grijpreflex,
voetzoolreflex
- Neurologisch onderzoek: ONO, spiertonus, primitieve reflexen
- Temperatuur
Lichamelijk onderzoek zuigeling
Lichamelijk onderzoek kind
Lichamelijk onderzoek tiener
Problemen van de pasgeborene
▪Hoe een neonaat bij de geboorte opgevangen wordt inclusief de initiële
handelingen bij een moeizame start en kan de start van een pasgeborene
beoordelen aan de hand van de Apgarscore
Opvang pasgeborene
- Onderkoeling voorkomen
o Afdrogen!
o Huid op huidcontact moeder
o Warme doek
o Muts op
o Warmtelamp/ couveuse
, - Stimulatie ademhaling: (1) door kou en (2) afklemmen navelstreng met
daling pO2 en stijging pCO2
- Op indicatie: zuurstof geven, uitzuigen
De pasgeborene met een slechte start
- Reanimatie indicatie: (1) insufficiënte ademhaling irregulair/ afwezig (2)
hartslag < 100/min
o Open luchtweg en 5 insufflatie beademingen 21% O2 (hoofd in
neutrale positie, beoordeel thoraxexcursies voor adequate ventilatie
anders geen vrije ademweg)
o Evaluatie iedere 30 seconden: indien HF < 60/min start
thoraxcompressies en beademing met 100% zuurstof 3
thoraxcompressies x 1 beademing tot HF > 60/min
o Noodzaak medicatie: adrenaline via navelvenekatheter
Apgarscore (meten op 1, 5 en 10 minuten)
▪De risicofactoren (maternaal en kind-gerelateerd), preventieve maatregelen en
gevolgen van asfyxie;
Asfyxie
- Risicofactoren:
o Maternaal: placenta problemen, navelstrengproblemen (prolaps,
knoop, omstrengeling), uterusproblemen, aandoeningen moeder die
leiden tot hypoxie
o Foetaal: foeto-maternale transfusie, schouderdystocie, PP infectie,
bloeding, meconiumaspiratiesyndroom, congenitale hartafwijking,
neuromusculaire aandoening, onderdrukking ademhalingscentrum
door medicatie moeder
- Criteria:
o Tekenen van neonatale encefalopathie: hypotonie,
voedingsproblemen, veranderd bewustzijn
o 3 van de volgende criteria: late deceleraties bij foetale monitoring,
vertraagde start ademhaling, arteriële navelstreng pH < 7.1,
Apgarscore 5 minuten < 7, multiorgaan falen
- Gevolgen: hersenschade (na 6 uur 2e fase waarbij schade door vrije
radicalen en actieve celdood)
o Gebieden: basale ganglia, waterscheidingsgebieden
o Andere complicaties: convulsies, hypotonie, dyspnoe, diffuse
intravasale stolling, ATN, cardiomegalie, hypotensie/ shock, NEC,
elektrolytstoornissen
- Prognose
o Verbetering door koelen: AD > 35-36 weken, binnen 6 uur na
incident
, o Prognose afhankelijk van ernst en duur van asfyxie
▪De meest voorkomende geboortetraumata (zwellingen hoofd, claviculafractuur,
plexusletsels) vaststellen aan de hand van bevindingen bij het lichamelijk
onderzoek en de differentiaaldiagnose, oorzaken, beleid en beloop toelichten;
Geboortetraumata
- RF: macrosomie, liggingsafwijkingen, niet vorderende of heel snel
vorderende uitdrijvingen, kunstverlossingen en abnormale tractie/
expressie, grote aangeboren afwijkingen
Zwellingen hoofd
- Caput succedaneum (oedeem door druk op voorliggende gedeelte)
o Zwelling: week, niet scherp begrensd
o Verdwijnt spontaan binnen enkele dagen
- Cephaal hematoom (bloeding onder het periost)
o Zwelling: begrensd door schedelnaden, niet over de middenlijn
o Pariëto-occipitale gebied
o Verdwijnt spontaan binnen enkele weken
- Chignon (oedeem en blauw plekken door vacuümbevalling)
- Subgaleale bloeding (tussen aponeurose en botvlies)
o Zwelling: week, niet begrensd
o Kan extreem groot worden en snel toenamen na partus
Claviculafractuur
- Palpatie: trap fenomeen
- Beleid: expectatief PCM en immobilisatie
Plexusletsel
- Erbse parese: complicatie van de bevalling
oSchade aan C5/C6 van de plexus brachialis
oRF: stuitbevalling, schouder dystocie
oHouding; arm in adductie, naar binnen gedraaid met extensie van
de elleboog, pronatie van de onderarm en flexie van de pols
o Afwezige: moro-, biceps- en tricepspeesreflex
o Vaak binnen 24 uur verbetering, anders fysiotherapie na 3
maanden geen verbetering neurochirurg
▪De risicofactoren, uiterlijke kenmerken en gevolgen van prematuriteit,
dysmaturiteit, serotiniteit en macrosomie;
Prematuriteit (AD < 37 weken, extreem prematuur: AD 24-26 weken)
- Uiterlijke kenmerken: lager geboortegewicht, kleinere lengte, relatief groot
hoofd, grote voorste en achterste fontanel en wijkende schedelnaden,
platte oren, onderontwikkelde genitaliën, gladde voetzolen, dunne en
glimmende rode huid, lanugo, vernix caseosa, houding lage tonus/
kikkerhouding
- Risicofactoren/ oorzaken: polyhydramnion, placenta praevia, solutio
placenta, placenta insufficiëntie, infectie, cervixinsufficiëntie, voortijdig
breken van de vliezen, maternale infectie, aangeboren afwijkingen
- Gevolgen:
o Direct postpartum: hypothermie en hypoglycemie
o Complicaties korte termijn
, Persisterende ductus arteriosus: wijde polsdruk, meestal
expectatief, soms sluiting met NSAID of chirurgisch
Periventriculaire leucomalacie: beschadiging witte stof, kan
leiden tot CP, echo cerebrum
ROP
IRDS
NEC
IVH
o Complicaties lange termijn: motorische problemen,
gedragsproblemen, leerproblemen, mentale retardatie, chronische
longschade, visus problemen, gehoor problemen, hart- en
vaatziekten
Dysmaturiteit (gewicht voor de AD < p10, ernstig dysmatuur: < p 2,3)
- Uiterlijke kenmerken: te licht voor zwangerschapsduur, hoofd relatief groot
t.o.v. lichaam, alert en hongerig uiterlijk, zorgelijke gezichtsuitdrukking,
droge/ ruwe en gebarsten huid, ruime huidplooien, weinig subcutaan vet,
magere extremiteiten, prominent genitaal
o Disproportioneel: relatief grote schedelomtrek in vergelijking met
gewicht roken utero-placentaire oorzaak
o Proportioneel: zowel lengte, gewicht als schedelomtrek klein
pathologie aangeboren afwijking (vanaf begin zwangerschap
aanwezig)
- Oorzaken/ RF: placenta insufficiëntie, meerlingzwangerschap,
chromosomale afwijkingen, congenitale afwijkingen, TORCHES
- Gevolgen: hypoglycemie, ondertemperatuur, hyperviscositeit,
trombopenie/ leukopenie, voedingsproblemen (NEC)
Serotiniteit (AD > 42 weken)
Macrosomie
- Uiterlijke kenmerken: LGA, vol opgeblazen gezicht, dieprode plethorische
kleur, veel vet
- Risicofactoren: diabetische moeders
- Gevolgen: risico op hypoglycemie (meer insuline resistentie), IRDS,
hypertrofische cardiomyopathie, hyperviscositeit, aanlegstoornissen (hart,
sacrale agenesie, small left hemicolon), risico op Erbse parese bij geboorte
▪Veel voorkomende problemen bij prematuren namelijk IRDS, necrotiserende
enterocolitis (NEC), retinopathie of prematurity (ROP) en intraventriculaire
bloedingen (IVH) en de behandeling en preventie hiervan
IRDS
- Pathofysiologie: tekort aan surfactant, hierdoor samenvallen longblaasjes
bij hogere oppervlaktespanning
- Diagnostiek: X-foto met fijne granulaire sluiering en verwitting met slecht
afgrensbaar hart
- Preventie: CCS 48 uur voor partus (< 32 weken AD)
- Behandeling: ondersteuning ademhaling met CPAP en toediening
surfactant door trachea
- Complicatie: spanningspneumothorax (dan drain plaatsen)
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
- Pathofysiologie: hypoxie van de darmen
Anamnese en lichamelijk onderzoek bij kinderen van verschillende leeftijden
▪De student kan benoemen welke aspecten van belang zijn bij de
(hetero)anamnese en het lichamelijk onderzoek van kinderen van verschillende
leeftijden en wanneer een bevinding afwijkend is.
▪De student kan een adequate (hetero)anamnese afnemen en een zorgvuldig en
gericht lichamelijk onderzoek verrichten bij kinderen van verschillende leeftijden
en dit op een voor het kind zo prettig mogelijke wijze uitvoeren.
Lichamelijk onderzoek pasgeborene
- Kleur
- Geboortegewicht
- Huid: capillary refill, beharing, vernix caseosa, aangeboren
huidaandoeningen
- Hoofd en gelaat: schedel, palpatie fontanellen, palpatie schedelnaden
(Richel/ Moulage), zwellingen, schedelomtrek
- Gezicht: dysmorfe kenmerken -> ogen, neus, oren, mond (schisis
beoordelen), zoek- en zuigreflex
- Hals en clavicula: stand, zwellingen, fractuur
- Thorax: inspectie (intrekkingen, neusvleugelen), auscultatie hart en longen
- Abdomen: inspectie en auscultatie, palpatie lever en milt, navelstreng
(aantal vaten)
- Liezen: zwelling
- Genitalia externa: mannelijk/ vrouwelijk genitaal
- Rug en anus: anus doorgankelijkheid, positie, fissueren, defecatie,
afwijkingen rug, congenitale heupdysplasie
- Extremiteiten: aspect, stand, beweging, aantal, handlijn, grijpreflex,
voetzoolreflex
- Neurologisch onderzoek: ONO, spiertonus, primitieve reflexen
- Temperatuur
Lichamelijk onderzoek zuigeling
Lichamelijk onderzoek kind
Lichamelijk onderzoek tiener
Problemen van de pasgeborene
▪Hoe een neonaat bij de geboorte opgevangen wordt inclusief de initiële
handelingen bij een moeizame start en kan de start van een pasgeborene
beoordelen aan de hand van de Apgarscore
Opvang pasgeborene
- Onderkoeling voorkomen
o Afdrogen!
o Huid op huidcontact moeder
o Warme doek
o Muts op
o Warmtelamp/ couveuse
, - Stimulatie ademhaling: (1) door kou en (2) afklemmen navelstreng met
daling pO2 en stijging pCO2
- Op indicatie: zuurstof geven, uitzuigen
De pasgeborene met een slechte start
- Reanimatie indicatie: (1) insufficiënte ademhaling irregulair/ afwezig (2)
hartslag < 100/min
o Open luchtweg en 5 insufflatie beademingen 21% O2 (hoofd in
neutrale positie, beoordeel thoraxexcursies voor adequate ventilatie
anders geen vrije ademweg)
o Evaluatie iedere 30 seconden: indien HF < 60/min start
thoraxcompressies en beademing met 100% zuurstof 3
thoraxcompressies x 1 beademing tot HF > 60/min
o Noodzaak medicatie: adrenaline via navelvenekatheter
Apgarscore (meten op 1, 5 en 10 minuten)
▪De risicofactoren (maternaal en kind-gerelateerd), preventieve maatregelen en
gevolgen van asfyxie;
Asfyxie
- Risicofactoren:
o Maternaal: placenta problemen, navelstrengproblemen (prolaps,
knoop, omstrengeling), uterusproblemen, aandoeningen moeder die
leiden tot hypoxie
o Foetaal: foeto-maternale transfusie, schouderdystocie, PP infectie,
bloeding, meconiumaspiratiesyndroom, congenitale hartafwijking,
neuromusculaire aandoening, onderdrukking ademhalingscentrum
door medicatie moeder
- Criteria:
o Tekenen van neonatale encefalopathie: hypotonie,
voedingsproblemen, veranderd bewustzijn
o 3 van de volgende criteria: late deceleraties bij foetale monitoring,
vertraagde start ademhaling, arteriële navelstreng pH < 7.1,
Apgarscore 5 minuten < 7, multiorgaan falen
- Gevolgen: hersenschade (na 6 uur 2e fase waarbij schade door vrije
radicalen en actieve celdood)
o Gebieden: basale ganglia, waterscheidingsgebieden
o Andere complicaties: convulsies, hypotonie, dyspnoe, diffuse
intravasale stolling, ATN, cardiomegalie, hypotensie/ shock, NEC,
elektrolytstoornissen
- Prognose
o Verbetering door koelen: AD > 35-36 weken, binnen 6 uur na
incident
, o Prognose afhankelijk van ernst en duur van asfyxie
▪De meest voorkomende geboortetraumata (zwellingen hoofd, claviculafractuur,
plexusletsels) vaststellen aan de hand van bevindingen bij het lichamelijk
onderzoek en de differentiaaldiagnose, oorzaken, beleid en beloop toelichten;
Geboortetraumata
- RF: macrosomie, liggingsafwijkingen, niet vorderende of heel snel
vorderende uitdrijvingen, kunstverlossingen en abnormale tractie/
expressie, grote aangeboren afwijkingen
Zwellingen hoofd
- Caput succedaneum (oedeem door druk op voorliggende gedeelte)
o Zwelling: week, niet scherp begrensd
o Verdwijnt spontaan binnen enkele dagen
- Cephaal hematoom (bloeding onder het periost)
o Zwelling: begrensd door schedelnaden, niet over de middenlijn
o Pariëto-occipitale gebied
o Verdwijnt spontaan binnen enkele weken
- Chignon (oedeem en blauw plekken door vacuümbevalling)
- Subgaleale bloeding (tussen aponeurose en botvlies)
o Zwelling: week, niet begrensd
o Kan extreem groot worden en snel toenamen na partus
Claviculafractuur
- Palpatie: trap fenomeen
- Beleid: expectatief PCM en immobilisatie
Plexusletsel
- Erbse parese: complicatie van de bevalling
oSchade aan C5/C6 van de plexus brachialis
oRF: stuitbevalling, schouder dystocie
oHouding; arm in adductie, naar binnen gedraaid met extensie van
de elleboog, pronatie van de onderarm en flexie van de pols
o Afwezige: moro-, biceps- en tricepspeesreflex
o Vaak binnen 24 uur verbetering, anders fysiotherapie na 3
maanden geen verbetering neurochirurg
▪De risicofactoren, uiterlijke kenmerken en gevolgen van prematuriteit,
dysmaturiteit, serotiniteit en macrosomie;
Prematuriteit (AD < 37 weken, extreem prematuur: AD 24-26 weken)
- Uiterlijke kenmerken: lager geboortegewicht, kleinere lengte, relatief groot
hoofd, grote voorste en achterste fontanel en wijkende schedelnaden,
platte oren, onderontwikkelde genitaliën, gladde voetzolen, dunne en
glimmende rode huid, lanugo, vernix caseosa, houding lage tonus/
kikkerhouding
- Risicofactoren/ oorzaken: polyhydramnion, placenta praevia, solutio
placenta, placenta insufficiëntie, infectie, cervixinsufficiëntie, voortijdig
breken van de vliezen, maternale infectie, aangeboren afwijkingen
- Gevolgen:
o Direct postpartum: hypothermie en hypoglycemie
o Complicaties korte termijn
, Persisterende ductus arteriosus: wijde polsdruk, meestal
expectatief, soms sluiting met NSAID of chirurgisch
Periventriculaire leucomalacie: beschadiging witte stof, kan
leiden tot CP, echo cerebrum
ROP
IRDS
NEC
IVH
o Complicaties lange termijn: motorische problemen,
gedragsproblemen, leerproblemen, mentale retardatie, chronische
longschade, visus problemen, gehoor problemen, hart- en
vaatziekten
Dysmaturiteit (gewicht voor de AD < p10, ernstig dysmatuur: < p 2,3)
- Uiterlijke kenmerken: te licht voor zwangerschapsduur, hoofd relatief groot
t.o.v. lichaam, alert en hongerig uiterlijk, zorgelijke gezichtsuitdrukking,
droge/ ruwe en gebarsten huid, ruime huidplooien, weinig subcutaan vet,
magere extremiteiten, prominent genitaal
o Disproportioneel: relatief grote schedelomtrek in vergelijking met
gewicht roken utero-placentaire oorzaak
o Proportioneel: zowel lengte, gewicht als schedelomtrek klein
pathologie aangeboren afwijking (vanaf begin zwangerschap
aanwezig)
- Oorzaken/ RF: placenta insufficiëntie, meerlingzwangerschap,
chromosomale afwijkingen, congenitale afwijkingen, TORCHES
- Gevolgen: hypoglycemie, ondertemperatuur, hyperviscositeit,
trombopenie/ leukopenie, voedingsproblemen (NEC)
Serotiniteit (AD > 42 weken)
Macrosomie
- Uiterlijke kenmerken: LGA, vol opgeblazen gezicht, dieprode plethorische
kleur, veel vet
- Risicofactoren: diabetische moeders
- Gevolgen: risico op hypoglycemie (meer insuline resistentie), IRDS,
hypertrofische cardiomyopathie, hyperviscositeit, aanlegstoornissen (hart,
sacrale agenesie, small left hemicolon), risico op Erbse parese bij geboorte
▪Veel voorkomende problemen bij prematuren namelijk IRDS, necrotiserende
enterocolitis (NEC), retinopathie of prematurity (ROP) en intraventriculaire
bloedingen (IVH) en de behandeling en preventie hiervan
IRDS
- Pathofysiologie: tekort aan surfactant, hierdoor samenvallen longblaasjes
bij hogere oppervlaktespanning
- Diagnostiek: X-foto met fijne granulaire sluiering en verwitting met slecht
afgrensbaar hart
- Preventie: CCS 48 uur voor partus (< 32 weken AD)
- Behandeling: ondersteuning ademhaling met CPAP en toediening
surfactant door trachea
- Complicatie: spanningspneumothorax (dan drain plaatsen)
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
- Pathofysiologie: hypoxie van de darmen