• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages
Summary

Samenvatting Goederenrecht | Open Universiteit | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages

Deze samenvatting voor Goederenrecht (RS0132) aan de Open Universiteit is geschreven aan de hand van de nieuwe leerdoelen. De samenvatting kan gebruikt worden voor het tentamen van 7 juli 2026.

Content preview

SAMENVATTING
GOEDERENRECHT
Open Universiteit 2025 - 2026

,Inhoudsopgave
Deel 1 – Recht op goederen.....................................................................................................................................2
1. Goederenrecht en goederen.............................................................................................................................2
1.1 Uitgangspunten en beginselen van goederenrecht.....................................................................................2
1.2 Goederen en hun rechthebbenden..............................................................................................................3
2. Bezit, registers en eigendom............................................................................................................................5
2.1 Bezit en houderschap................................................................................................................................5
2.2 (On)eigenlijke vermenging........................................................................................................................6
2.3 Openbare registers voor registergoederen.................................................................................................7
2.4 Beperkingen van de wet en recente ontwikkelingen aan de uitoefening van eigenaarsbevoegdheden.....8
3. Verkrijging van goederen.................................................................................................................................8
3.1 Verkrijging van goederen.........................................................................................................................8
3.2 Gemeenschap...........................................................................................................................................10
3.3 Verkrijging door verjaring.......................................................................................................................11

Deel 2 – Overdracht..............................................................................................................................................13
4. Overdracht.....................................................................................................................................................13
4.1 Overdracht van goederen........................................................................................................................13
4.2 Overdrachtsgebreken en bescherming daartegen...................................................................................15
5. Bijzonderheden bij overdracht.......................................................................................................................16
5.1 Voorwaardelijke overdracht....................................................................................................................16
5.2 Levering bij voorbaat van (toekomstige) goederen.................................................................................17
5.3 Overdracht van vorderingsrechten (cessie).............................................................................................18
6. Beperkte rechten.............................................................................................................................................20
6.1 Bezwaren van goederen...........................................................................................................................20
6.2 Beperkte genotsrechten............................................................................................................................23

Deel 3 – Zekerheid en verhaal op goederen........................................................................................................28
7. Zekerheid voor krediet, hypotheek.................................................................................................................28
7.1 Zekerheid voor krediet - algemeen.........................................................................................................28
7.2 Hypotheekrecht........................................................................................................................................30
8. Pandrecht.......................................................................................................................................................30
8.1 Pandrecht op roerende zaken..................................................................................................................30
8.2 Pandrecht op vorderingsrechten..............................................................................................................32
9. Eigendomsvoorbehoud...................................................................................................................................35
9.1 Eigendomsvoorbehoud in het algemeen.................................................................................................35
9.2 Einde van het voorbehoud.......................................................................................................................36
10. Verhaal op goederen....................................................................................................................................37
10.1 Uitwinning van goederen......................................................................................................................37
10.2 Rangorde bij verhaal..............................................................................................................................37
10.4 De positie van de fiscus.........................................................................................................................41
.......................................................................................................................................................................42




1

,Deel 1 – Recht op goederen

1. Goederenrecht en goederen

1.1 Uitgangspunten en beginselen van goederenrecht

Het vermogensrecht houdt zich bezig met de bestanddelen van het vermogen van personen, de
goederen en schulden. Het vermogensrecht bestaat uit:

1. Het verbintenissenrecht (Boeken 3 en 6 BW): ziet op de rechtsverhouding tussen personen
onderling. Rechten die uit een verbintenis voortvloeien gelden slechts tegen een of enkele
personen, en zijn daarom relatief.
 Een relatief recht is dus een aanspraak tegenover een bepaalde persoon.
Voorbeeld: vorderingsrechten.

2. Het goederenrecht (Boeken 3 en 5 BW): heeft betrekking op de rechtsverhouding tussen
een persoon en een goed. Het recht op dit goed is absoluut: eenieder moet het
respecteren.
 Een absoluut recht definieert de verhouding tussen een persoon en een goed. Het
absolute recht van een persoon op een goed is tegenover iedereen uit te oefenen.
Voorbeeld: het eigendomsrecht.

Goederen (art. 3:1 BW): alle zaken en alle vermogensrechten.

1. Zaken (art. 3:2 BW): de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
a. Onroerende zaken (art. 3:3 lid 1 BW): de grond en kort gezegd alles wat daarmee is
verbonden.
b. Roerende zaken (art. 3:3 lid 2 BW): alle zaken die niet onroerend zijn.

2. Vermogensrechten (art. 3:6 BW): rechten die:
a. Hetzij afzonderlijk overdraagbaar zijn;
b. Hetzij tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn;
c. Hetzij er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen;
d. Hetzij verkregen zijn in ruil voor verstrekt stoffelijk voordeel;
e. Hetzij verkregen zijn in ruil in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.

Voorbeelden van vermogensrechten zijn:
 Alle beperkte rechten (pandrecht, hypotheekrecht, vruchtgebruik, erfdienstbaarheden,
erfpacht, opstalrecht en eigendomsrecht)
o Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben
(art. 5:1 BW), waarbij het eigendom alleen op zaken ziet. De “eigenaar” van een
vermogensrecht wordt rechthebbende genoemd.
o Er zijn tal van manieren hoe eigendom verkregen kan worden:
1) Bij derivatieve (afgeleid) verkrijging is sprake van opvolging in het recht van
een voorganger  nemo plus-beginsel (=niemand kan meer recht overdagen
aan een ander dan hij zelf heeft).
- Bekendste voorbeeld op derivatieve wijze is overdracht (art. 3:83 en 3:84
BW).

2) Bij originaire verkrijging vindt geen opvolging plaats in het recht van de
voorganger, maar wordt een nieuw recht verkregen  geen nemo plus-
beginsel.
- Titel 2 van Boek 5 BW geeft bepalingen over de verkrijging van roerende
zaken, te weten: vruchttrekking (art. 5:1 lid 3 BW), inbezitneming/occupatie
van een res nullius (art. 5:4 BW), vinderschap (art. 5:5 – 5:12 BW),
schatvinding (art. 5:13 BW), natrekking (5:14 BW), vermenging (art. 5:15
BW) en zaaksvorming (art. 5:16 BW).




2

,  Rechten op prestaties (doen of nalaten)
o Vorderingen op naam (meest “gewone” vordering), zoals een koopovereenkomst,
geldlening, onverschuldigde betaling etc.
o Order- en toondervorderingen.
 Rechten op ideeën, zoals octrooi- en auteursrechten
 Aandelen op rechtspersonen
 Lidmaatschapsrechten, concessies en veel vergunningen.
 Goodwill is geen vermogensrecht!

Goederen kunnen ook worden onderscheiden in:

1. Registergoederen (art. 3:10 BW): goederen die overgedragen of gevestigd worden door een
inschrijving van een notariële akte in de daartoe bestemde openbare registers gehouden bij
het Kadaster. Omvatten kort gezegd alle percelen grond (onroerende zaken ex art. 3:3 lid 1
BW), te boek gestelde zee- en binnenvaartschepen en te boek gestelde vliegtuigen.
2. Niet-registergoederen: bestaande uit roerende zaken en vorderingsrechten.

Overige beginselen binnen het goederenrecht:
 Het ‘droit de suite’ is een van de uitgangspunten binnen het goederenrecht. Het houdt in
dat een goederenrechtelijk recht dat op een goed rust, in beginsel op dat goed blijft rusten,
zelfs wanneer het goed in handen komt van een derde.
o Op dit beginsel maakt art. 3:86 BW een uitzondering. Derdenverkrijgers te goeder
trouw kunnen bescherming genieten, mits is voldaan aan de voorwaarden in dit artikel.
Het gevolg hiervan is dat het beperkte recht in dat geval niet met het goed mee
overgaat.
 Op grond van het publiciteitsbeginsel (ook wel kenbaarheidsbeginsel) moeten
goederenrechtelijke aanspraken voor de buitenwereld kenbaar worden gemaakt middels
inschrijving in de openbare registers. De gevestigde beperkte rechten moeten ook voor de
buitenwereld kenbaar zijn.
 De vruchtgebruiker heeft een beperkt recht, namelijk het recht van vruchtgebruik, op het
perceel grond. Dat betekent dat hij geen eigenaar van het stuk grond wordt en slechts die
rechten kan uitoefenen die voortvloeiden uit het recht van vruchtgebruik. Hij kan niet meer
rechten overdragen dan hij zelf op heeft op grond van het nemo plus-beginsel. Het
prioriteitsbeginsel houdt in dat een oudere goederenrechtelijke aanspraak voorgaat boven
een jongere goederenrechtelijke aanspraak. Dat de vruchtgebruiker het eigendomsrecht
(moederrecht) niet kan overdragen heeft niet te maken met het prioriteitsbeginsel, maar
met het nemo plus-beginsel.
 Bij natrekking wordt een zaak bestanddeel van een andere zaak en verliest daarmee zijn
zelfstandigheid. Dit is een uitwerking van het eenheidsbeginsel. Het eenheidsbeginsel
houdt in dat een goederenrechtelijke aanspraak betrekking heeft op een goed in zijn
geheel: het betreft de aanspraak van de zaak zelf en de daarbij behorende onderdelen
(bestanddelen). Wat bestanddelen zijn is geregeld in art. 3:4 BW.


1.2 Goederen en hun rechthebbenden

De eerste vorm van natrekking in het Burgerlijk Wetboek is door andere zaken dan de grond.
Het eenheidsbeginsel – de eigendom van een zaak omvat alle bestanddelen ervan (art. 5:3 BW) -
vraagt dat een zaak als eenheid wordt gezien en dat de bestanddelen ervan niet als
goederenrechtelijk zelfstandige eenheden worden erkend. Indien een zaak bestanddeel van een
andere zaak, de hoofdzaak, wordt, dan eindigt de goederenrechtelijke status van het bestanddeel
(art. 5:14 BW). Art. 3:4 BW geeft twee zelfstandige criteria om te bepalen wat tot een zaak behoort:

1. Het beschadigingscriterium (art. 3:4 lid 2 BW)
 Hierbij spreekt men van zaken die “aard- en nagelvast” verbonden zijn met de
hoofdzaak; deze gaan goederenrechtelijk op in de hoofdzaak.
 Als er dus wel zonder beschadiging kan worden afgescheiden, is geen sprake van
bestanddeelvorming op grond van lid 2.
 In het arrest Zalco II (2020) heeft de Hoge Raad invulling gegeven aan het
beschadigingscriterium. De Hoge Raad oordeelde dat uit het feit dat hak- en breekwerk
noodzakelijk is, niet per se verbondenheid ex art. 3:4 lid 2 BW volgt. Onderzocht moet
worden:
1) Of bij de afscheiding de fysieke gevolgen van de afscheiding (beschadiging) van
betekenis zijn; en


3

Table of contents

  1. 01 Deel 1 – Recht op goederen 3
    1. 1. Goederenrecht en goederen 3
    2. 2. Bezit, registers en eigendom 6
    3. 3. Verkrijging van goederen 9
  2. 02 Deel 2 – Overdracht 14
    1. 4. Overdracht 14
    2. 5. Bijzonderheden bij overdracht 17
    3. 6. Beperkte rechten 21
  3. 03 Deel 3 – Zekerheid en verhaal op goederen 29
    1. 7. Zekerheid voor krediet, hypotheek 29
    2. 8. Pandrecht 31
    3. 9. Eigendomsvoorbehoud 36
    4. 10. Verhaal op goederen 38

Connected book
 image
Publisher: 24 augustus 2023 ISBN: 9789462127746 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1 t/m 30
Uploaded on
June 19, 2026
Number of pages
44
Written in
2025/2026
Type
Summary
$11.76

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jhnr
3.8
(19)
Sold
193
Followers
87
Items
26
Last sold
1 month ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions