PSYCHOLOGY
Boek gebruikt in de samenvatting: The Individual, Alejandro Dominguez
Rodriguez, 2026
, 1
Inhoudsopgave
Chapter 13: Using research to inform practice ................................................................................................................. 2
Chapter 15: The cognitive-behavioural perspective ....................................................................................................... 16
Chapter 14: The psychodynamic tradition ...................................................................................................................... 28
Chapter 16: Interpersonal therapies ................................................................................................................................ 44
Chapter 18: Working together: the relationship between the client and therapist .......................................................... 57
Chapter 17: Therapy as a process ................................................................................................................................... 68
Chapter 8: Introduction to personality psychology ......................................................................................................... 80
Chapter 9: What it’s like to be a therapist ....................................................................................................................... 84
Chapter 10: Therapy as a process ................................................................................................................................... 93
Chapter 11: Qualities of effective therapists ................................................................................................................. 100
Chapter 12: The use of technology in therapy .............................................................................................................. 107
Chapter 19: Working within an ethical and moral framework...................................................................................... 118
Noot........................................................................................................................................................................... 128
, 2
Chapter 13: Using research to inform practice
Behaviourism: psychologische stroming die zich richt op meetbaar en observeerbaar gedrag.
- Behaviourism ontstond rond de jaren 1920 en probeert gedrag te verklaren via de relatie tussen stimulus (S) en
response (R).
- Interne processen zoals bewustzijn, motivatie, gedachten en emoties werden in het klassieke behaviourism
vaak gezien als een black box: ze zijn moeilijk direct te meten en werden daarom minder centraal gesteld.
- De kernvraag is: welke prikkels uit de omgeving lokken bepaald gedrag uit, en welke gevolgen zorgen ervoor
dat gedrag blijft bestaan of verdwijnt?
- Belangrijke grondleggers zijn Ivan Pavlov, John Watson en B. F. Skinner. Zij werkten verschillende
vormen van leren uit: classical conditioning, operant conditioning en later model learning.
Classical conditioning: leerproces waarbij een neutrale stimulus door herhaalde koppeling met een natuurlijke
stimulus uiteindelijk zelf een respons oproept.
- Bij Pavlov gaat het om het aanleren van een automatische, reflexmatige reactie.
- Voorbeeld:
o Eten (UCS) → kwijlen (UCR)
o Bel (NS) → geen speekselreactie
o Eten + bel → speekselreactie
o Bel (CS) → kwijlen (CR)
- Belangrijke termen:
o UCS / unconditioned stimulus: prikkel die vanzelf een reactie oproept, zoals voedsel.
o UCR / unconditioned response: automatische reactie, zoals speekselvorming.
o NS / neutral stimulus: prikkel die eerst nog geen relevante reactie oproept, zoals een bel.
o CS / conditioned stimulus: eerst neutrale prikkel die na koppeling een reactie oproept.
o CR / conditioned response: aangeleerde reactie op de geconditioneerde stimulus.
- Contingency betekent dat de geconditioneerde stimulus voorspellende waarde krijgt: de bel voorspelt
voedsel. Hoe voorspelbaarder en sterker de associatie, hoe sterken de aangeleerde respons.
- Extinction ontstaat wanneer de CS herhaaldelijk wordt aangeboden zonder de UCS.
o Voorbeeld: de bel klinkt steeds zonder voedsel, waardoor de speekselreactie afneemt.
, 3
Little Albert study: onderzoek van Watson waarin angst werd aangeleerd via classical conditioning.
- Watson liet zien dat angst geconditioneerd kan worden.
- In de studie werd een witte rat gekoppeld aan een hard geluid. Daardoor ontstond angst voor de witte rat.
- Dit onderzoek wordt gebruikt om te laten zien hoe een fobie kan ontstaan:
o Een traumatische of angstwekkende gebeurtenis vindt plaats in aanwezigheid van een specifiek
object.
o Dat object wordt daarna zelf angstwekkend.
- Belangrijke processen:
o Generalisatie: angst breidt zich uit naar vergelijkbare stimuli, bijvoorbeeld angst voor een wit konijn.
o Discriminatie: onderscheid maken tussen stimuli, bijvoorbeeld geen angst voor een zwart konijn.
- In moderne termen is het onderzoek ethisch problematisch, maar theoretisch belangrijk voor het begrijpen van
aangeleerde angst.
Systematic desensitization: gedragstherapeutische techniek waarbij iemand stapsgewijs wordt blootgesteld aan
angstprikkels terwijl een ontspanningsreactie wordt aangeleerd.
- Joseph Wolpe zag een parallel tussen classical conditioning en het ontstaan van angst.
- Als angst aangeleerd kan worden, kan een andere reactie ook opnieuw worden aangeleerd.
- Bij systematic desensitization wordt de persoon opnieuw blootgesteld aan de geconditioneerde stimulus, maar
zonder de oorspronkelijke angstwekkende elementen.
- De stappen zijn:
o Relaxation training: de cliënt leert eerst ontspanningstechnieken.
o Fear hierarchy: samen wordt een rangorde gemaakt van angstige situaties, van weinig angstig tot
zeer angstig.
o Gradual exposure: de cliënt gaat stapsgewijs door de situaties heen, beginnend bij minst angstige.
- Het doel is dat ontspanning uiteindelijk de angstrespons vervangt. Dus niet meer stimulus → angst, maar
stimulus → ontspanning of beheersing.
Operant conditioning: leerproces waarbij vrijwillig gedrag verandert door de gevolgen die erop volgen.
- Waar classical conditioning vooral gaat over automatische reacties, gaat operant conditioning over gedrag dat
iemand doet en dat beïnvloed wordt door consequenties.
- Respondent behaviours: zijn reflexmatige en onvrijwillige, zoals schrikken of speekselvorming.
- Operant behaviours: zijn vrijwilliger en doelgerichter, zoals vermijden, oefenen, vragen stellen of roken.
- Skinner gebruikte de Skinner box om te onderzoeken hoe gedrag wordt beïnvloed door beloning en straf.
- Schema:
o SD / discriminative stimulus: cue of antecedent, bijvoorbeeld een hendel of licht.
o R / response: gedrag, bijvoorbeeld op de hendel drukken.
o Sr / reinforcing stimulus: consequentie, bijvoorbeeld voedsel.
- De kern is: gedrag dat iets oplevert, neemt toe, gedrag dat iets onaangenaams oplevert of niets oplevert, neemt
vaak af.