Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 87 pages
Summary

Samenvatting Biologie Leerdoelen | Hoofdstuk 9-16 | 5 VWO | HELE BOEK

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 87 pages

Uitgebreide uitwerking van de leerdoelen van het boek Biologie Nectar Editie 4.1. Alle hoofdstukken worden behandeld, hoofdstuk 9 tot en met 16.

Content preview

Biologie Leerdoelen Hoofdstuk 9 t/m 16

, §9.1 – Klimaatverandering

Leerdoel 1: Je beschrijft de grote koolstofsinks van systeem
Aarde.
Systeem aarde bevat grote voorraden koolstofverbindingen, dit zijn ook wel koolstofsinks:
1)​ Fossiele brandstoffen → ontstaan uit planten en dieren die 100 miljoen jaar op de
bodem liggen.
a)​ Aardolie
b)​ Bruin- en steenkool
c)​ Aardgas
2)​ Kalkgesteenten → CO2 + Ca²⁺ → CaCO3 (kalk). Deze reactie vindt plaats in zeeën en
oceanen.
3)​ Oceaansediment → Afgestorven plankton op de oceaanbodem.

Koolstofsinks zijn onderdeel van de langzame
koolstofkringloop.



Leerdoel 2: Je legt uit hoe door
menselijke activiteiten de uitstoot
van broeikasgassen het klimaat
beïnvloedt.
De mens gebruikt fossiele brandstoffen om
energie te leveren, het is dus ook wel een
koolstofsource. Hierbij wordt de langzame
koolstofkringloop enorm versneld, maar alleen de stap ‘sink → atmosfeer’. Er komt dus meer
CO2 in de atmosfeer dan dat er vanuit de atmosfeer wordt opgenomen om er fossiele
brandstoffen van te maken.
Er komen dus meer broeikasgassen in de atmosfeer, dit versterkt
het broeikaseffect van de atmosfeer. Zonne-energie wordt beter
vastgehouden en de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt.

In de snelle koolstofkringloop wordt CO2 door fotosynthese
omgezet in glucose. Dit gaat via de voedselketen uiteindelijk
naar afvaleters en reducenten. Deze zetten de organische stoffen
weer om in anorganische stoffen, waaronder CO2.
Deze kringloop bestaat dus uit biomassa.
De hoeveelheid biomassa is ook afgenomen door de mens, door ontbossing. Hierdoor vindt er
minder fotosynthese plaats en blijft er meer CO2 in de atmosfeer.

,Broeikasgassen:
1)​ Waterdamp (H2O)
2)​ Koolstofdioxide (CO2)
3)​ Lachgas (N2O)
4)​ Methaan (CH4)​ ​ → sterkste broeikasgas
5)​ Ozon (O3)

Invloed op klimaat:
-​ Temperatuur stijgt
-​ Waterspiegel stijgt (ijskappen smelten/water zet uit)
-​ Extremer weer
-​ Biodiversiteit neemt af



Leerdoel 3: Je legt effecten van klimaatveranderingen op
biodiversiteit uit.
Door klimaatverandering veranderen abiotische factoren in een ecosysteem (temperatuur,
luchtvochtigheid). Hierdoor kunnen tolerantiegrenzen van soorten overschreden worden,
waardoor het niet meer mogelijk is om te blijven leven.
De soortensamenstelling en de soortenrijkdom veranderen en dus ook de biodiversiteit.

, §9.2 – Invloed van de mens op de stikstofkringloop

Leerdoel 4: Je beschrijft de stikstofbinding door bacteriën.
Planten nemen anorganische stikstofverbindingen op uit de bodem om er eiwitten mee te
maken. Ze nemen NO3⁻ en NH4⁺ op. Bacteriën zorgen ervoor dat deze stoffen ook
daadwerkelijk in de bodem zitten.
Stikstoffixerende bacteriën: ​ ​ ​ N2 → NH3/NH4⁺
Rottingsbacteriën:​ ​ ​ ​ Eiwitten → NH3/NH4⁺
Urobacteriën:​ ​ ​ ​ ​ Ureum → NH3/NH4⁺
Anaerobe ammonificerende bacteriën:​ NO3⁻ → NH3/NH4⁺
Nitrietbacteriën:​ ​ ​ ​ NH4⁺ → NO2⁻
Nitraatbacteriën:​ ​ ​ ​ NO2⁻ → NO3⁻

Anaerobe deammonificerende bacteriën:​ NH3 → N2
Anaerobe denitrificerende bacteriën:​​ NO3⁻ → N2



Leerdoel 5: Je legt uit hoe menselijke activiteiten de N-kringloop
beïnvloeden.
Boeren gebruiken kunstmest om de bodem voedingsstofrijk te maken voor planten. Dit bevat
veel NO3⁻. Door deze constante toevoer ontstaat er een open kringloop.
Daarnaast komen er ook stikstofoxiden vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen. N2O
is een broeikasgas.
NO en NO2 reageren met water tot salpeterzuur (HNO3). Hierdoor ontstaat zure regen. Dit
kan gebouwen van kalksteen aantasten, maar het maakt ook giftige metalen in de bodem vrij,
waardoor bomen kunnen sterven.
Tenslotte vormen NH3 en NOx fijnstof, wat kan leiden tot astma.



Leerdoel 6: Je legt de gevolgen van de N-toename op het land en
in het water uit en beschrijft maatregelen om de N-toename te
beperken.
Op het land:
Stikstofverrijking → Snelgroeiende planten in het voordeel (brandnetels) en ze verdringen
andere soorten. Hierdoor neemt de soortenrijkdom/biodiversiteit af (alle organismen).
In het water:
Stikstofverrijking in oppervlaktewater noem je eutrofiëring. Hierdoor zullen algen snel
groeien. Ze blokkeren het licht en planten op de bodem kunnen geen fotosynthese meer doen.
Dus minder O2 in het water → dieren dood → bacteriën gebruiken nog meer O2 → hypoxie.

Table of contents

  1. 01 Biologie Leerdoelen Hoofdstuk 9 t/m 16 1
  2. 02 §9.1 – Klimaatverandering 2
    1. Leerdoel 1: Je beschrijft de grote koolstofsinks van systeem Aarde. 2
    2. Leerdoel 2: Je legt uit hoe door menselijke activiteiten de uitstoot van broeikasgassen het klimaat beïnvloedt. 2
    3. Leerdoel 3: Je legt effecten van klimaatveranderingen op biodiversiteit uit. 3
  3. 03 §9.2 – Invloed van de mens op de stikstofkringloop 4
    1. Leerdoel 4: Je beschrijft de stikstofbinding door bacteriën. 4
    2. Leerdoel 5: Je legt uit hoe menselijke activiteiten de N-kringloop beïnvloeden. 4
    3. Leerdoel 6: Je legt de gevolgen van de N-toename op het land en in het water uit en beschrijft maatregelen om de N-toename te beperken. 4
  4. 04 §9.3 – Omslagpunten in ecosystemen 5
    1. Leerdoel 7: Je beschrijft de gevolgen van het gebruik van plastics voor systeem Aarde. 5
    2. Leerdoel 8: Je beschrijft het gevaar van omslagpunten in ecosystemen ten gevolge van het menselijk handelen. 5
  5. 05 §9.4 – Duurzame ontwikkeling 6
    1. Leerdoel 9: Je beschrijft duurzame ontwikkeling. 6
    2. Leerdoel 10: Je beschrijft de rol van biobrandstoffen in de energietransitie. 6
    3. Leerdoel 11: Je beschrijft hoe we onze voedselsystemen kunnen verduurzamen. 6
    4. Leerdoel 12: Je legt maatregelen uit die bijdragen aan duurzaam gebruik van grondstoffen. 7
  6. 06 §10.1 – Hart en bloedsomloop 8
    1. Leerdoel 1: Je beschrijft de open, de gesloten en de dubbele bloedsomloop. 8
    2. Leerdoel 2: Je beschrijft de bouw en de werking van het hart. 9
    3. Leerdoel 3: Je beschrijft de verschillen tussen de embryonale en de volwassen bloedsomloop. 9
  7. 07 §10.2 – Bloeddruk 11
    1. Leerdoel 4: Je legt het verloop van de bloeddruk in de bloedvaten uit. 11
    2. Leerdoel 5: Je beschrijft hoe je de bloeddruk en het verschil tussen boven- en onderdruk bepaalt. 11
  8. 08 §10.3 – Regeling hartwerking 12
    1. Leerdoel 6: Je beschrijft het ontstaan van de elektrische activiteit in het hart. 12
    2. Leerdoel 7: Je legt uit hoe je lichaam de bloedverdeling aanpast aan de omstandigheden. 12
  9. 09 §10.4 – Stoffentransport 13
    1. Leerdoel 8: Je beschrijft de bloedsamenstelling. 13
    2. Leerdoel 9: Je legt het transport van O₂ en CO₂ via het bloed uit en beschrijft de functie van myoglobine. 13
    3. Leerdoel 10: Je interpreteert O₂-verzadigingscurves en leidt waarden af. 14
  10. 10 §10.5 – Bloedvaten 15
    1. Leerdoel 11: Je beschrijft de bouw en functie van de drie typen bloedvaten. 15
    2. Leerdoel 12: Je beschrijft de bloedstolling. 16
    3. Leerdoel 13: Je legt uit hoe in de haarvaten weefselvloeistof ontstaat. 16
    4. Leerdoel 14: Je beschrijft de bouw en functie van het lymfesysteem. 17
  11. 11 §11.1 – Je voeding 18
    1. Leerdoel 1: Je beschrijft een gezond voedingspatroon en de gevolgen van een ongezond voedingspatroon. 18
    2. Leerdoel 2: Je noemt de voedingsstoffen en hun functies. 18
    3. Leerdoel 3: Je beschrijft wat additieven zijn en berekent via hun ADI-waarde mogelijke gezondheidsrisico’s. 19
  12. 12 §11.2 – Verteringsstelsel 20
    1. Leerdoel 4: Je beschrijft het verschil tussen mechanische verkleining en chemische vertering en het transport van voedsel door het maag-darmkanaal. 20
    2. Leerdoel 5: Je licht de functie(s) toe van de organen die betrokken zijn bij de vertering. 20
    3. Leerdoel 6: Je beschrijft de rol van darmbacteriën. 22
  13. 13 §11.3 – Enzymen 23
    1. Leerdoel 7: Je legt uit hoe enzymen werken, legt het verband uit tussen de vorm en de functie van enzymen en beschrijft de naamgeving. 23
    2. Leerdoel 8: Je legt de invloed van de temperatuur en de pH op de snelheid van een enzymreactie uit aan de hand van optimumkrommen. 23
    3. Leerdoel 9: Je beschrijft de vertering van macromoleculen en de invloed die de pH daarop heeft. 24
  14. 14 §11.4 – Vetten verteren en verwerken 25
    1. Leerdoel 10: Je beschrijft de vertering van vetten door lipase en de bijdrage van gal daaraan. 25
    2. Leerdoel 11: Je beschrijft de bouw van de lever en de aan- en afvoer van stoffen. 25
  15. 15 §11.5 – Opname van voedingsstoffen 26
    1. Leerdoel 12: Je legt het verband uit tussen de bouw van de dunne darm en zijn opnamecapaciteit. 26
    2. Leerdoel 13: Je beschrijft de opname van wateroplosbare en vetoplosbare voedingsstoffen. 26
    3. Leerdoel 14: Je beschrijft de bijdrage van de lever aan de verwerking van vetachtige stoffen. 27
  16. 16 §12.1 – Het inwendige milieu 28
    1. Leerdoel 1: Je legt uit hoe een regelkring werkt. 28
    2. Leerdoel 2: Je herkent en beschrijft regelkringen voor de temperatuurregulatie in het menselijk lichaam. 28
    3. Leerdoel 3: Je beschrijft hoe regelkringen de homeostase in stand houden. 29
  17. 17 §12.2 – Processen in de lever 30
    1. Leerdoel 4: Je beschrijft de functies van de lever. 30
    2. Leerdoel 5: Je beschrijft de bijdrage van de lever aan de stofwisseling van koolhydraten, vetten en eiwitten. 30
  18. 18 §12.3 – Longen en gaswisseling 32
    1. Leerdoel 6: Je beschrijft de weg die de lucht aflegt in de ademhalingsorganen. 32
    2. Leerdoel 7: Je beschrijft hoe verschillende factoren de snelheid van de gaswisseling beïnvloeden. 32
    3. Leerdoel 8: Je beschrijft hoe astma en COPD van invloed zijn op de diffusiesnelheid tussen bloed en longen. 33
  19. 19 §12.4 – Borstkas en ademhaling 34
    1. Leerdoel 9: Je beschrijft de ventilatiebewegingen bij de ademhaling. 34
    2. Leerdoel 10: Je beschrijft veranderingen in longvolume tijdens een ademhaling en kunt eraan rekenen. 34
    3. Leerdoel 11: Je beschrijft de invloed van de dode ruimte op de ademhaling. 35
    4. Leerdoel 12: Je beschrijft hoe je lichaam de ademhaling regelt. 35
  20. 20 §12.5 – Nieren 36
    1. Leerdoel 13: Je beschrijft de bouw en werking van een nier. 36
    2. Leerdoel 14: Je legt uit hoe de niereenheden uitwisseling van stoffen tussen voorurine en weefselvloeistof plaatsvindt. 36
    3. Leerdoel 15: Je legt de regulatie van de water- en zouthuishouding door hormonen uit. 37
  21. 21 §13.1 – Hormoonstelsel, hypothalamus en hypofyse 38
    1. Leerdoel 1: Je beschrijft hoe hormonen hun doelwitorganen beïnvloeden. 38
    2. Leerdoel 2: Je beschrijft de rol van de hypothalamus en de hypofyse bij de samenwerking van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel. 38
  22. 22 §13.2 – Reacties op hormonen 40
    1. Leerdoel 3: Je beschrijft de werking van de hypofysehormonen GH en ACTH. 40
    2. Leerdoel 4: Je beschrijft hoe steroïd- en peptidehormonen celprocessen regelen. 40
  23. 23 §13.3 – Hormonen recyclen botten 42
    1. Leerdoel 5: Je beschrijft hoe hormonen de Ca²⁺-concentratie in het bloed constant houden. 42
    2. Leerdoel 6: Je beschrijft de botvorming en botafbraak en de invloed van hormonen daarop. 42
  24. 24 §13.4 – Hormonen regelen glucoseconcentratie 44
    1. Leerdoel 7: Je beschrijft hoe hormonen de glucoseconcentratie van het bloed regelen in verschillende situaties. 44
    2. Leerdoel 8: Je beschrijft wat er misgaat bij diabetes type 1 en type 2. 44
  25. 25 §13.5 – Reageren met hormonen 45
    1. Leerdoel 9: Je beschrijft de rol van hormonen bij de temperatuurregulatie. 45
    2. Leerdoel 10: Je beschrijft de rol van hormonen bij de regeling van de waterbalans, bij een energietekort en bij een tekort aan O2. 45
  26. 26 Biologie Leerdoelen Hoofdstuk 12 – Regeling intern milieu & Hoofdstuk 13 – Hormonen 47
  27. 27 §12.1 – Het inwendige milieu 47
    1. Leerdoel 1: Je legt uit hoe een regelkring werkt. 47
    2. Leerdoel 2: Je herkent en beschrijft regelkringen voor de temperatuurregulatie in het menselijk lichaam. 47
    3. Leerdoel 3: Je beschrijft hoe regelkringen de homeostase in stand houden. 48
  28. 28 §12.2 – Processen in de lever 49
    1. Leerdoel 4: Je beschrijft de functies van de lever. 49
    2. Leerdoel 5: Je beschrijft de bijdrage van de lever aan de stofwisseling van koolhydraten, vetten en eiwitten. 49
  29. 29 §12.3 – Longen en gaswisseling 51
    1. Leerdoel 6: Je beschrijft de weg die de lucht aflegt in de ademhalingsorganen. 51
    2. Leerdoel 7: Je beschrijft hoe verschillende factoren de snelheid van de gaswisseling beïnvloeden. 51
    3. Leerdoel 8: Je beschrijft hoe astma en COPD van invloed zijn op de diffusiesnelheid tussen bloed en longen. 52
  30. 30 §12.4 – Borstkas en ademhaling 53
    1. Leerdoel 9: Je beschrijft de ventilatiebewegingen bij de ademhaling. 53
    2. Leerdoel 10: Je beschrijft veranderingen in longvolume tijdens een ademhaling en kunt eraan rekenen. 53
    3. Leerdoel 11: Je beschrijft de invloed van de dode ruimte op de ademhaling. 54
    4. Leerdoel 12: Je beschrijft hoe je lichaam de ademhaling regelt. 54
  31. 31 §12.5 – Nieren 55
    1. Leerdoel 13: Je beschrijft de bouw en werking van een nier. 55
    2. Leerdoel 14: Je legt uit hoe de niereenheden uitwisseling van stoffen tussen voorurine en weefselvloeistof plaatsvindt. 55
    3. Leerdoel 15: Je legt de regulatie van de water- en zouthuishouding door hormonen uit. 56
  32. 32 §13.1 – Hormoonstelsel, hypothalamus en hypofyse 57
    1. Leerdoel 1: Je beschrijft hoe hormonen hun doelwitorganen beïnvloeden. 57
    2. Leerdoel 2: Je beschrijft de rol van de hypothalamus en de hypofyse bij de samenwerking van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel. 57
  33. 33 §13.2 – Reacties op hormonen 59
    1. Leerdoel 3: Je beschrijft de werking van de hypofysehormonen GH en ACTH. 59
    2. Leerdoel 4: Je beschrijft hoe steroïd- en peptidehormonen celprocessen regelen. 59
  34. 34 §13.3 – Hormonen recyclen botten 61
    1. Leerdoel 5: Je beschrijft hoe hormonen de Ca²⁺-concentratie in het bloed constant houden. 61
    2. Leerdoel 6: Je beschrijft de botvorming en botafbraak en de invloed van hormonen daarop. 61
  35. 35 §13.4 – Hormonen regelen glucoseconcentratie 63
    1. Leerdoel 7: Je beschrijft hoe hormonen de glucoseconcentratie van het bloed regelen in verschillende situaties. 63
    2. Leerdoel 8: Je beschrijft wat er misgaat bij diabetes type 1 en type 2. 63
  36. 36 §13.5 – Reageren met hormonen 64
    1. Leerdoel 9: Je beschrijft de rol van hormonen bij de temperatuurregulatie. 64
    2. Leerdoel 10: Je beschrijft de rol van hormonen bij de regeling van de waterbalans, bij een energietekort en bij een tekort aan O2. 64
  37. 37 §14.1 – Cellen in het zenuwstelsel 66
    1. Leerdoel 1: Je beschrijft de bouw en functie van de verschillende typen neuronen. 66
    2. Leerdoel 2: Je beschrijft de bouw van een zenuw. 66
  38. 38 §14.2 – Het centrale zenuwstelsel 67
    1. Leerdoel 3: Je beschrijft de bouw van het centrale en perifere zenuwstelsel. 67
    2. Leerdoel 4: Je beschrijft de bouw en functies van de grote hersenen. 67
    3. Leerdoel 5: Je licht toe hoe de kleine hersenen, de hersenstam en het ruggenmerg betrokken zijn bij de activiteiten van spieren en inwendige organen. 68
  39. 39 §14.3 – Impulsgeleiding 69
    1. Leerdoel 6: Je legt op molecuulniveau uit hoe een actiepotentiaal in een neuron ontstaat. 69
    2. Leerdoel 7: Je legt het alles-of-niets principe uit. 69
    3. Leerdoel 8: Je beschrijft hoe een impuls langs het celmembraan beweegt. 70
  40. 40 §14.4 – Impulsoverdracht tussen neuronen 71
    1. Leerdoel 9: Je beschrijft de impulsoverdracht via een synaps. 71
    2. Leerdoel 10: Je legt uit wat summatie inhoudt. 71
  41. 41 §14.5 – Het autonome zenuwstelsel 72
    1. Leerdoel 11: Je beschrijft het verschil tussen het animale en het autonome zenuwstelsel. 72
    2. Leerdoel 12: Je herkent en beschrijft de werking van het parasympatische en het orthosympatische zenuwstelsel op organen. 72
  42. 42 §15.1 – Evenwicht en zintuigcellen 73
    1. Leerdoel 1: Je beschrijft de bouw en werking van het evenwichtszintuig. 73
    2. Leerdoel 2: Je beschrijft de reactie van de verschillende typen zintuigcellen op adequate prikkels. 73
    3. Leerdoel 3: Je legt het effect uit van langdurige en van herhaalde prikkels op zintuigcellen en hersenen. 74
  43. 43 §15.2 – Het gehoorzintuig 75
    1. Leerdoel 4: Je beschrijft de bouw en werking van het gehoorzintuig. 75
    2. Leerdoel 5: Je legt het verband uit tussen het geluidsvolume en een gehoorbeschadiging. 75
  44. 44 §15.3 – Het gezichtszintuig 76
    1. Leerdoel 6: Je beschrijft de bouw van het oog en mechanismen die overbelichting van het netvlies voorkomen. 76
    2. Leerdoel 7: Je legt uit hoe je scherp kunt zien en hoe je oogafwijkingen kunt corrigeren. 76
    3. Leerdoel 8: Je legt uit hoe je afstanden kunt inschatten en diepte kunt zien. 77
  45. 45 §15.4 – Het netvlies en de hersenen 78
    1. Leerdoel 9: Je legt de werking van staafjes en kegeltjes uit. 78
    2. Leerdoel 10: Je legt uit hoe de bouw van het netvlies samen met de visuele schors zien mogelijk maakt. 78
  46. 46 §15.5 – Zintuigen en regeling 79
    1. Leerdoel 11: Je legt de bijdrage uit van inwendige receptoren en regelkringen aan de handhaving van het interne milieu. 79
    2. Leerdoel 12: Je legt de bijdrage uit van spierspoeltjes en peeslichaampjes aan je lichaamshouding en bewegingen. 79
  47. 47 §16.1 – Aangeboren afweer 80
    1. Leerdoel 1: Je beschrijft de bescherming van het inwendige milieu van je lichaam tegen ziekteverwekkers en de bescherming tegen uv-straling door de huid. 80
    2. Leerdoel 2: Je herkent afweermechanismen bij planten. 80
  48. 48 §16.2 – Vervolg aangeboren afweer 81
    1. Leerdoel 3: Je legt uit hoe bacteriën, parasieten, virussen en schimmels je ziek maken. 81
    2. Leerdoel 4: Je legt uit hoe je afweersysteem onderscheid maakt tussen lichaamsvreemde en lichaamseigen stoffen. 81
    3. Leerdoel 5: Je beschrijft de rol van witte bloedcellen en complementeiwitten bij de aangeboren afweer. 82
  49. 49 §16.3 – Verworven afweer en antistoffen 83
    1. Leerdoel 6: Je beschrijft hoe in je lichaam de verworven afweer ontstaat en je legt daarbij de rol van verschillende lymfocyten uit. 83
    2. Leerdoel 7: Je legt het ontstaan en de werking van antistoffen uit. 83
  50. 50 §16.4 – Immuniteit, vaccinatie en allergische reacties 84
    1. Leerdoel 8: Je beschrijft de cellulaire en de humorale respons bij immuniteit, je herkent de verschillende vormen van immuniteit en legt de rol van vaccinatie uit. 84
    2. Leerdoel 9: Je beschrijft de werking van antibiotica en legt uit wat resistentie is. 85
    3. Leerdoel 10: Je legt het verloop uit van een allergische reactie. 85
  51. 51 §16.5 – Lichaamsvreemde eiwitten: afstoten of niet 86
    1. Leerdoel 11: Je beschrijft de verschillen tussen de bloedgroepen van het AB0-systeem en legt de gevolgen uit voor bloedtransfusies. 86
    2. Leerdoel 12: Je legt uit wat de resusfactor is. 86
    3. Leerdoel 13: Je legt de oorzaak uit van afstoting bij transplantaties. 86
    4. Leerdoel 14: Je legt uit wat auto-immuunziekten zijn. 87
    5. Leerdoel 15: Je beschrijft hoe immunotherapie bij kanker werkt. 87

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789001010812 Edition: Unknown

Document information

Level
School year
5
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
June 18, 2026
Number of pages
87
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.06

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
markwestra
4.5
(2)
Sold
9
Followers
0
Items
19
Last sold
3 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions