1. Aspectratio (Beeldverhouding)
Definitie: De verhouding tussen de breedte en de hoogte van een
frame of scherm.
Vormen en basisformaten:
o $1/1$ (Vierkant): Omdat een objectief een ronde beeldvlek
projecteert, benut een vierkant het glas optimaal. Toegepast
bij middenformaatcamera's (bvb. Hasselblad 6x6).
o Panoramisch: Het menselijk zicht is horizontaal georiënteerd.
Formaten zijn altijd een compromis tussen technische limieten,
het menselijk oog en artistieke compositieregels (zoals de
gulden snede).
o $4/3$: Lange tijd de wereldwijde standaard voor televisie en
vroege cinema.
o $3/2$: Standaardformaat in de fotografie (geïntroduceerd
door Oskar Barnack voor de 35mm Leica-camera op 24 mm x
36 mm).
Notatiewijzen:
o Televisie: Notatie met gehele getallen zonder komma ($4/3$,
$16/9$).
o Film: Genoteerd ten opzichte van de hoogte '1' ($1,33/1$,
$1,66/1$, $1,85/1$, $2,39/1$).
Praktische berekening: Om bij een vaste breedte de hoogte van
een decor of compositie te berekenen, deel je de breedte door de
aspectratio (bvb. $\text{breedte} / 1,78$ bij een $16/9$-productie).
2. Filmpioniers
Gebroeders Lumière (Louis & Auguste):
o Grondleggers van de cinematografie; Louis wordt beschouwd
als de "vader van de cinema".
o Cinématographe (1895): Gepatenteerd apparaat dat
fungeerde als camera, printer en projector in één.
o Pellicule: Licht, transparant celluloid van ongeveer 35 mm
breed met 2 ronde perforaties per beeld. Er werd
scherpgesteld rechtstreeks op de emulsiezijde.
, o Eerste producties: La sortie des usines Lumière (actualiteit)
en L'Arroseur Arrosé (eerste komedie). Hun films waren puur
gericht op de registratie van beweging (centraal in beeld,
theatrale invloed), nog niet op narratieve montage.
o 28 december 1895: Eerste commerciële, betaalde
publieksvoorstelling in het Salon Indien van het Grand Café in
Parijs.
o Kleur: Uitvinders van het vroege kleurenfotografieproces
Autochrome Lumière (1903).
Thomas Edison & William Dickson:
o Amerikaanse tegenhangers. Edison fungeerde als zakelijk
leider, Dickson als de hoofdontwerper.
o Kinetoscoop (1893): Een individuele kijkkast waarin een
continue lus van 35mm-film langs een gloeilamp en snel
draaiende sluiter liep.
o Black Mariah: De allereerste filmstudio ter wereld (in West
Orange). De studio stond op een draaischijf om mee te draaien
met het zonlicht.
o George Eastman (Kodak): Leverde de flexibele filmrollen
aan Edison.
3. Pellicule: Materialen en Veiligheid
De 35mm-standaard: Ontstaan doordat Edison en Eastman
bestaande 70mm-fotofilm in de lengte doorsneden. Eigenschappen:
35 mm breed ($1\frac{3}{8}$ inch), dubbel geperforeerd met 4
perforaties per beeld en een brede 'inter-image' (tussenbalk) voor
fysieke montage. In 1909 officieel gestandaardiseerd door de Motion
Pictures Patents Company (MPPC).
Nitraatfilm (Cellulosenitraat):
o Zeer ontvlambaar en chemisch onstabiel. Bevat ingebouwde
zuurstofmoleculen, waardoor het onder water of in een
vacuüm kan blijven branden. Kan boven 40°C spontaan
ontbranden.
o Moet bewaard worden in speciale bunkers bij 5°C en een lage
luchtvochtigheid (35%). Productie stopte rond 1950.
Tri-acetaatfilm ("Safety Film"):
, o Geïntroduceerd in 1948 door Kodak als veilige drager voor
camera-opnames.
o Kan chemisch worden gelast met filmlijm (de dragers smelten
samen).
o Heeft een levensduur van circa 100 jaar, maar is onderhevig
aan krimp en het destructieve azijnsyndroom (ruikbaar
zuurverval).
o Formaten zoals 8 mm, Super 8 en 16 mm zijn altijd op
acetaatbasis gefabriceerd (nooit in nitraat) om amateurgebruik
veilig te maken.
Polyesterfilm:
o Uitsluitend gebruikt voor projectie- en
archiveringskopieën. Het materiaal is extreem sterk en
scheurt niet; in een camera zou het bij een blokkade het
mechanisme vernielen.
o Kan niet met filmlijm worden gekleefd, enkel met tape of via
ultrasoon lassen. Heeft een extreem lange levensduur (> 100
jaar).
4. Identificatiemethoden voor Dragers
1. Productiejaar: Na 1951 bestaat er geen Kodak nitraatfilm meer.
Vóór 1955 bestaat er geen polyesterfilm.
2. Visuele veroudering: Nitraat vertoont gele verkleuring en poedert;
tri-acetaat trekt krom, krimpt en ruikt scherp naar azijn.
3. Brandtest: Een fragment nitraat flitst direct weg met een felle gele
vlam; acetaat en polyester smelten langzaam.
4. Lichttest (Light-piping): Als je met een lamp op de zijkant van
een filmrol schijnt, geleidt polyester het licht heel sterk door de rol
heen; tri-acetaat blokkeert dit.
5. Mechanische test: Tri-acetaat scheurt handmatig door; polyester is
onmogelijk met de hand door te scheuren.
6. Formaatindicatie: 17,5mm-film is altijd nitraat; 28mm-film is altijd
acetaat.
5. Mechanisch Transport en Formaten
Huidige filmformaten: Super 8, 16 mm, 35 mm en 65 mm. (Let
op: 70 mm is enkel een projectie- en distributieformaat om extra