LES 1 – Wat is filmtaal? Wat is filmanalyse?
Film wordt benaderd als een taal. Net zoals geschreven taal bestaat uit
woorden en grammatica, bestaat film uit beelden, geluiden en structuren
die samen betekenis vormen.
Filmanalyse betekent: actief kijken en luisteren; proberen te begrijpen wat
zich afspeelt; betekenis construeren als kijker.
Een film begrijpen = een verhaal construeren (Peter Bosma). De kijker is
actief en geen passieve ontvanger.
Analyse verloopt van: beschrijven → interpreteren → betekenis
geven.
Belangrijk uitgangspunt: Vorm bepaalt hoe inhoud wordt gelezen.
LES 2 – Vorm versus inhoud
Inhoud: het wat (verhaal, thema, boodschap)
Vorm: het hoe (beeld, geluid, montage, stijl)
Vorm en inhoud bestaan niet los van elkaar.
De vorm draagt zelf betekenis, stuurt interpretatie en beïnvloedt emotie
en begrip.
Voorbeeld: dezelfde inhoud kan totaal anders overkomen door een andere
vorm (bv. realistisch vs stilistisch).
LES 3 – Filmonderzoek en filmanalyse
Filmanalyse is: een film lezen; actief kijken en luisteren; bewust worden
van betekenisvorming.
Je vertrekt van:
wat zie en hoor ik?
welke keuzes maakt de maker?
hoe beïnvloeden die keuzes mij als kijker?
Film verwijst ook naar: literatuur, schilderkunst, muziek, theater,
fotografie.
, LES 4 – Betekenisdragers (kern van de cursus)
Betekenisdragers zijn alle elementen die betekenis creëren.
Visuele betekenisdragers: acteerprestaties & casting; decor, setting,
locatie; mise-en-scène (beweging, blocking); kostuums; belichting &
kleurgebruik; cameravoering; framing / beeldkader.
Auditieve betekenisdragers: dialogen; geluiden (ambiance, foley);
muziek; soundscape.
Structureel: montage; ritme.
Samen vormen ze visual & auditive storytelling.
LES 5 – Semiotiek (tekenleer)
Gebaseerd op Ferdinand de Saussure.
Signifiant: het teken (beeld, geluid)
Signifié: de betekenis
Betekenis is niet vast en contextafhankelijk (tijd, plaats, cultuur, kijker).
Drie soorten verwijzingen:
Iconisch: gelijkenis (kraai = kraai)
Indexicaal: oorzakelijk (rook = vuur)
Symbolisch: afspraak (kraai = onheil)
De filmmaker moet rekening houden met mogelijke verwarring of
misinterpretatie.
LES 6 – Denotatie & connotatie
Denotatief: wat er letterlijk te zien/horen is
Connotatief: wat het oproept (gevoel, idee, symboliek)
Connotatie ontstaat door: beeldkeuze; montage; context; culturele kennis.
LES 7 – Methodiek van filmanalyse
Stappenplan: