Hoofdstuk 1 : Akoestiek
1 Wat is geluid?
1.1 wat is geluid?
= trillende toestandsverandering (een wisselende drukverandering ontstaan door
trillende molecule) van een elastisch medium op voorwaarde dat zede trillingen behoren
tot het hoorbare spectrum.
1.2 De elementaire akoestische keten
bron die moleculen van medium in trilling kan brengen
medium voor voortplanting van de golf
een ontvanger
1.3 Het geluidsveld
Hoe breid een geluidsgolf zicht uit?
In het begin bol, daarna recht.
1.4 Indeling van de geluidsgolven
1.5 Periodische trillingen
Snelheid van geluid is 345 meter per seconde, verschilt afhankelijk van de
luchtomstandigheden.
Het menselijke gehoor kan tussen de 20Hz en 20kHz (20 000 Hz) horen. Als je ouder
wordt verlies je gevoeligheid in de hoge tonen.
Bij 125 dB ligt de pijngrens.
Bij een verdubbeling van de afstand van de bron tot de ontvanger zal het volume met
6dB zakken.
De golflengte van een 20 Hz toon = 17 m
De golflengte van een 20 kHz toon = 1,7 cm
Dit betekend dus dat om de laagste tonen (20 Hz) goed te kunnen verstaan, je in een
kamer van 17 bij 17 zou moeten afmixen, vandaar dat thuisprodcuties vaak teveel
bassen in hun muziek hebben.
1
, Een hoge frequentie komt overeen met een korte golflengte. Een lage frequentie komt
overeen met een grote golflengte.
Geluidsgolven kan je uitdrukken in p (pascale) of dB (decibel) = het gemakkelijkste om
mee te werken
de meest voorkomende golfvormen
𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔ℎ𝑒𝑒𝑒𝑒𝑒𝑒
𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔 𝜆𝜆 =
𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓𝑓
1
𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝 𝑇𝑇 =
𝑓𝑓
1 periode T =
Basiseigenschappen trilling :
De periode
= de tijd tussen 2 gelijke druktoestanden (bvb maar niet beperkt tot de pieken of de
dallen)
de frequentie
= aantal trillingen per seconde in HA voor mensen tussen de 20 Hz en 20 kHz
de golflengte
= (lambda) de afstand tussen 2 drukmaxima van een geluidsgolf uitgedrukt in meters.
De amplitude
= het volume van het geluid
1.6 Tijd- en frequentiedomeinen
1.7 Tijd en frequentie : fase
2
, kan enkel voorkomen als we 2 identieke bronnen simultaan dezelfde geluidsgolven
laten produceren.
1.8 Interferentie
Negatieve interferentie
= klanken komen elkaar tegen in één ruimte en dit klinkt niet zo mooi.
1.9 Akoestische grootheden
De voortplantingssnelheid ©
= snelheid waarmee de akoestische energie wordt overgebracht en niet de snelheid van
de deeltjes zelf.
De geluidsdruk (p)
= de drukwisseling die voortgebracht wordt door een geluidsgolf.
De geluidssnelheid (v)
= de verplaatsingssnelheid van de akoestische energie.
Geluidsvermogen (P)
= de hoeveelheid geluidsenergie die door een geluidsbron per seconde in alle richtingen
uitgestraald wordt. Eenheid = Watt
resonantie
= een trillende luchtmassa trilt in resonantie met een geluidsbron waarmee een
maximum energie overgedragen wordt bij de frequentie waarvoor de akoestische
impedantie zuiver Ohms is.
2 Gestoorde geluidsvoortplanting
Wanneer er in het medium hindernissen voorkomen, zal de geluidsvoortplanting gestoord
worden.
2.1 geluidsuitbreiding
reflectie, buiging, breking, verstrooiing en interferentie
2.2 weerkaatsing
reverb = galm (leooooooo)
pingpongballeke botst tegen muur en er ontstaan er 100, en als die nog eens botsen
ontstaan er terug 100. Als alle pingpongballekes stilliggen = einde galm
wanneer het tijdsverschil tussen de rechtstreekse en de eerste onrechtstreekse golf
kleiner is dan 50 msec
delay = echo (leo leo leo leo)
vertraging, pingpongballeke botst en het duurt langer voordat het nog eens botst
wanneer het tijdsverschil tussen de rechtstreekse en de eerste onrechtstreekse golf
groter is dan 50 msec
3