🎬 STORYTELLING I — GEDEPLOOIDE MAAR COMPACTE
STUDIESAMENVATTING (AANGEVULD + VERNIEUWD + COMPLEET)
________________________________________
1. CONTEXT & DOEL VAN HET VAK
• Doel: studenten leren films actief analyseren
• Theorie wordt toegepast op fragmenten
• Filmfragmenten worden altijd inhoudelijk ingeleid
• Ruimte voor discussie en nazorg (bij emotioneel geladen
fragmenten)
• Student kan les verlaten indien nodig
• Combinatie van: narratieve analyse, personage-analyse,
documentairetypes, premisse, logline en structuur
• Op examen: narratief schema van een kortfilm + theorievragen
(PP1, PP2, PoA, Midpoint, protagonist-eisen…)
2. STORY vs PLOT
Definitie
• Story = wat er gebeurt (chronologisch, causaal)
• Plot = hoe het verhaal verteld wordt
• Analyse = story reconstrueren via plot
Voorbeelden
• Lineair: Plotpoint, White Lotus
• Niet-lineair: Memento, Dunkirk
• Omgekeerd/gefaseerd perspectief: The Act of Killing
➡️
Personages zijn vehikels binnen een structuur van acties
➡️
Alles wordt aangedreven door de premisse
3. PERSONAGES
Protagonist
• Actief, gedreven, niet passief
• Heeft een primair doel (want)
• Twijfelt niet voortdurend, neemt beslissingen
• 3D-personage (geen cliché → archetypes)
• Roept empathie op (≠ sympathie)
, • Staat in een wereld in disbalans
• Heeft obstakels en tegentrek
• Zorgt voor voortstuwing van de plot
Antagonist
• Evenwaardig, geducht
• Heeft tegengesteld doel
• Kan persoon, samenleving, natuur, lot of innerlijk conflict zijn
4. CONFLICTTYPES
• Personage vs personage
• Personage vs zichzelf
• Personage vs maatschappij
• Personage vs natuur
• Personage vs lot
5. EMPATHIE vs SYMPATHIE
Empathie
• Emotionele identificatie
• “Make me care” (Karl Iglesias)
• Gaat over impact op kijker, niet enkel gevoelens van personage
Reader’s emotions vs Character emotions
• Niet: hoe voelt hij zich?
• Wel: wat doet dit met mij als kijker?
3 soorten gevoelens
1. Voyeuristic (nieuwsgierigheid)
2. Vicarious (plaatsvervangend)
3. Visceral (onbewust, lichamelijk)
Hoe empathie creëren
1. Backstory & context
2. Charisma / aantrekkingskracht
3. Rebellie & leiderschap
4. “Do good”-momenten (Saving the Cat)