Fonologische spraakklankstoornissen
1. Inleiding
De belangrijkste termen rond spraakstoornissen met eigen woorden
uitleggen
Het voorkomen van spraakklankstoornissen in het geheel van de
communicatiestoornissen plaatsen
Het verschil tussen een vertraging en een stoornis met eigen woorden
uitleggen
1.1Algemene begrippen en definities
Communicatiestoornissen Alle stoornissen die leiden tot verstoorde of
verminderde communicatiemogelijkheden
Mondeling en schriftelijke communicatie
Begrijpen VS produceren van taal
Kan aangeboren of verworven zijn
Spraakstoornissen Alle stoornissen in de spraakklanken, stem, en
vloeiendheid
Stemstoornissen
Vloeiendheidsstoornissen
Spraakklankstoornissen
Taalvertraging Wanneer de verwervingsvolgorde normaal verloopt,
maar achterloopt op de normale verwerving
Spraakklankstoornis De klankverwerving verloopt vertraagd EN er zijn
aspecten te zien die niet in de normale verwerving
voorkomen
2. De normale ontwikkeling van de spraak
2.1Model van Levelt
1
, Spraakpathologie
1. Conceptualiseren
Boodschap vormen
Op zoek gaan naar wat we willen zeggen
concepten
‘B-l-o-k’
2. Preverbale boodschap
Wat je wilt zeggen, nog zonder taalvorm
Staat al in juiste volgorde
Het kind wil ‘blok’ zeggen
3. Formulator
De verwoording van de pre-verbale boodschap
IDEE wordt omgezet in WOORDEN
Het formuleren doorloopt 2 stappen
1. Grammaticaal coderen
=zinsbouw en morfologie
o Woorden vinden
o Woorden ordenen
2. Fonologisch coderen
= fonologie, morfologie, metrische structuur
o Woorden vormen
Woorden vinden
Spreker gaat opzoek naar het beste woord (lemma) om elk concept weer
te geven
Hiervoor wordt het mentaal lexicon gebruikt
Netwerk van woorden en begrippen die in relatie staan met elkaar
o Het mentaal lexicon bevat lemma’s en
lexemen
Lemma’s = woordbetekenis,
woordenschat, woordvorming, begrip en
productie
Lexeem = fonologische woordvormen
2
, Spraakpathologie
- Wordt pas geactiveerd tijdens de fonologische codering
o Het haalt informatie uit
De omgeving
Wat het kind zelf zegt
4. Motorische planning
Bepalen van articulatorische doelen
5. Motorische programmering van de
spraak
Planning van opeenvolgende bewegingen van anatomische structuren
die we nodig hebben bij spraak
Er wordt een neuromotorisch plan opgesteld voordat een woord
uitgesproken kan worden
Het kind zegt ‘blok’
o Tegelijk is er de somatosensorische verwerking
6. Auditieve waarneming
De klank/ klankenreeks (=woord) wordt door het kind
opgevangen
Foneemdiscriminatie = de fonemen van elkaar kunnen
onderscheiding
3
, Spraakpathologie
Foneemidentificatie = de fonemen kunnen herkennen
Auditief geheugen = deel van je geheugen waarmee je geluidsinformatie
kan onthouden
7. Decodering en feedback
Luisteren en analyseren van de eigen spraak: komt het woord dat
gezegd is overeen met het woord dat in het lexicon is
opgeslagen?
8. Ontlede spraak
De ontlede spraak wordt meegenomen naar een volgende keer dat een
boodschap gevormd wordt (=conceptualiseren)
3. Het verloop van de normale spraakontwikkeling
Spraak komt voor taal, maar spraak en taal zijn niet los te koppelen van
elkaar
4