H1: verstandelijke ontwikkelingsstoornis
1.1Definitie en kenmerken
Definitie
Een stoornis die ontstaat tijdens de ontwikkelingsperiode
Omvat
o Significante beperkingen in het intellectuele functioneren
Cognitieve vaardigheden: redeneren, plannen, abstract
denken
o Significante beperkingen in het adaptieve functioneren op
conceptueel, sociaal en praktisch vlak
Vaardigheden om in het dagelijks leven te kunnen
functioneren EN zich te kunnen aanpassen aan
veranderende omstandigheden
Verzameling van 3 soorten vaardigheden
1. Conceptuele vaardigheden: taal, lezen, schrijven
2. Sociale vaardigheden: sociale verantwoordelijkheid,
probleemoplossend denken
3. Praktische vaardigheden: activiteiten van het
dagelijks leven
1.2Classificatiecriteria volgens DSM-5
Criterium A (kenmerken)
Aangeboren
Kenmerken worden duidelijk tijdens de ontwikkelingsperiode
Criterium B: significante beperkingen in het intellectuele functioneren
Brede capaciteit om de omgeving te begrijpen
= Cognitieve vaardigheden zoals redeneren, plannen, abstract
denken, beoordelen…
IQ = 70-75 of lager
Criterium C: Significante beperkingen in adaptieve vaardigheden
Adaptieve vaardigheden = vaardigheden om in het alledaagse leven te
kunnen functioneren, nodig om te voldoen aan standaardverwachtingen
qua persoonlijke onafhankelijkheid
o Conceptuele vaardigheden: geheugen, taal, schoolse vaardigheden,
1
, Comorbiditeit
o Sociale vaardigheden: interpersoonlijk contact, zich houden aan de
regels,…
o Praktische vaardigheden: ADL, geldbeheer, telefoneren,…
1.3Fenotypes
Gradaties van verstandelijke beperking op basis van de ernst van de
beperking (niveau van intellectueel en adaptief functioneren en de mate
van ondersteuning)
Licht verstandelijke beperking
IQ = 70-50
Functioneren tot op een ontwikkelingsleeftijd van 6 à 12 jaar
Schoolse vaardigheden
o Moeite met aanleren van schoolse vaardigheden
Cognitieve vaardigheden
o Op concreet niveau nadenken lukt
o Moeite met abstract denken, executieve functies en geheugen
Abstract = ‘geef mij een werkwoord waar beweging in zit’
Executieve functies = planning, houden van aandacht, beginnen
aan een taak, organisatie
Motorische vaardigheden
o Bijna geen verschil
o Licht vertraagd ontwikkelen, maar weinig problemen
Taal- en communicatievaardigheden
o Vertraagde taalontwikkeling en beperkte woordenschat tot op
concreet niveau
o Articulatieproblemen mogelijk
o Automatisering gaat minder goed vooruit
Sociaal gedrag/ vaardigheden
o Moeite met inleven, opmerken van subtiele sociale signalen (non-
verbaal), ongepast sociaal gedrag, reguleren van gedrag en emoties
o Vatbaar voor negatieve beïnvloeding en misbruik
o Soms problemen met reguleren van gedrag en emoties
Zelfredzaamheid
o Zelfverzorging (tandenpoetsen, wassen) geen probleem
2
, Comorbiditeit
o
Ondersteuning nodig bij complexe dagelijkse vaardigheden,
geldbeheer, administratie, …
Onderwijs: regulier onderwijs (met uitbreiding van zorg of individueel
aangepast curriculum) of BuO type basisaanbod
Aangepast curriculum = basisonderdelen van lager onderwijs
niet voltooid, op maat van niveau van zorgvrager werken
Matig verstandelijke beperking
Starten wel nog in het peuteronderwijs, als ze in het kleuteronderwijs
zitten ervaren ze veel moeilijkheden
Stagneren op elk gebied
Ontwikkelingsleeftijd 4 à 6 jaar
Schoolse vaardigheden
o Kunnen elementaire vaardigheden verwerven
Makkelijke woorden lezen en schrijven
- Beperkte vorderingen
Komen heel soms tot lezen en schrijven zoals wij dit verwachten
Cognitieve vaardigheden
o Vertraagd denken en beperkt tot op concreet niveau
o Enkel leren uit concrete en duidelijke situaties (visualisering)
Motorische vaardigheden
o Duidelijk vertraagd
Grove motoriek ontwikkelt zich tot op redelijk niveau
Fijne motoriek is moeilijk
o Houterig gedrag
Taal- en communicatievaardigheden
o Duidelijke achterstand op vlak van taal en spraak
o Beperkt tot kennis en gebruik van functionele woorden, eenvoudige
zinnen
Sociaal gedrag/ vaardigheden
o Beperkt sociaal gedrag op zichzelf spelen
o Problemen in relatie met leeftijdsgenoten Problemen met
ontwikkelen van vriendschappen
Zelfredzaamheid
o Sommige vaardigheden zelfstandig, andere niet
o Nood aan strikte structuren, oefening en training (elke lesdag moet
hetzelfde zijn)
o Intensieve ondersteuning nodig bij wonen en werken =>
eenvoudige arbeid in een beschermde werkplaats
Onderwijs: BuO type 2 of regulier onderwijs met individueel aangepast
curriculum
3