Inleiding
Belang van een duidelijke visie hebben op wat goed onderwijs is:
• Geeft richting aan je handelen als leerkracht
• Schept helderheid
• Zorgt voor onderlinge verbondenheid
→Samenhang
Goed onderwijs=
- Lat hoog leggen
- Uitdagend
- Kennisrijk: meegaan in maatschappij
- Passie
- Welbevinden: goed voelen in de klas
- Betrokkenheid
Kunnen
Zone van de naaste ontwikkeling = Vygotsky: tussenin moeilijk, uitdagend en differentiatie groepen
Niet kunnen
Deel 1: kennismaking met kwaliteitsvol onderwijs
Hoofdstuk 1: visies op onderwijs
1. Visie ‘krachtige leeromgeving’
Model van krachtige leeromgeving → kernprincipes en elementen die wij essentieel achten voor een
uitdagende en inspirerende leeromgeving
1.1. Definitie krachtige leeromgeving
Goed onderwijs= creëren van een krachtige leeromgeving
Krachtige leeromgeving= leeromgeving waarin getracht wordt de lerenden geleidelijk aan steeds beter in staat
te stellen het leren zelfstandig vorm te geven.
Kerntaak van het onderwijs= kennis, vaardigheden en attitudes meegeven om de wereld te begrijpen, er
effectief in te handelen en er met een open en positieve blik in te staan.
Belang krachtige leeromgeving: is uitdagend, realistisch en houdt rekening met de behoefte en mogelijkheden
van individuele leerlingen
!!! schema p. 21
1.1.1. Actor ‘leerling’
Kerntaak onderwijs= kinderen de kennis, vaardigheden en attitudes meegeven om de wereld te begrijpen, er
effectief in te handelen en er met een open en positieve blik in te staan.
Samenspel van kennen, kunnen en zijn leidt tot ontwikkeling van competenties, die het kind in staat stelt
effectief om te gaan met de uitdagingen van de dagelijkse werkelijkheid → kennis, inzicht, vaardigheden en
attitudes verbonden
Minimumdoelen= wat kinderen moeten kennen en kunnen → basiscompetenties → harmonische ontw.
, 1.1.2. Actor ‘leerkracht’
Kerntaak= krachtige leeromgeving scheppen waarin leerling en leerkracht optimaal in kunnen functioneren
Omschrijving wat samenleving van leerkracht verwacht: in DLR’s (=domeinspecifieke leerresultaten) vertaald
door lerarenopleiding in OLR’s (= opleidingsspecifieke leerresultaten)
1.1.3. Didactische pijlers
1. Betekenisvol: Functioneel want vertrekt vanuit leef- en belevingswereld van de lln.
2. (Inter)-activiteit: Zo actief mogelijk aan denken en aan werk gezet, individueel of in samenwerking
3. Aanschouwelijk: Leerinhouden aanbieden met concreet materiaal
4. Leerlingeninitiatief: Aangezet tot nemen van initiatief in de leeractiviteiten
5. Differentiatie: indien nodig geïndividualiseerd, aangepast op maat van de lln.
6. Positief en motiverend klasklimaat: leren in klimaat dat positief en motiverend is
7. Herhaling en geleidelijkheid: logische volgorde, aansluitend bij beginsituatie+ herhaald
1.2. Aanpak, proces en effect
Opdeling van Ferre Laevers= grondlegger van ervaringsgericht onderwijs
Effect: hebben ze iets geleerd?
2. Visie van de directe instructie
Visie:
- Meeste leren als de leraar het leerproces gestructureerd, doelgericht en expliciet begeleidt
- Goed onderwijs= kennis en vaardigheden systematisch, doelgericht en expliciet aanbieden
Centrale rol van leraar= gids en expert
Kern= overdragen van kennis
Kernprincipes!: (opsommen)
- Duidelijke uitleg en modelleren: leerstof in kleine stappen, met expliciete instructies
- Geleidelijke inoefening: met begeleiding oefenen + nagaan of leerstof begrepen is
- Actieve verwerking: gerichte vragen en feedback
- Herhaling en consolidatie: inhouden vastzetten door herhaling → lange termijngeheugen
- Expliciete aandacht voor succeservaring: motivatie en zelfvertrouwen versterken, kans om basis te
begrijpen
Kwaliteit onderwijs beoordeeld a.d.h.v. beheersing van de leerdoelen → leren is geslaagd als noodzakelijke
kennis en vaardigheden verworven zijn → accent: effectiviteit, duidelijkheid en resultaatgerichtheid
Meten van kwaliteit/nabeschouwing:
➔ Kijken naar de cognitieve resultaten + mate waarin de lln. de leerdoelen beheersen
Directe instructie → kennisgerichte onderwijsparadigma → kern= overdracht van duurzame verwerving van
kennis en vaardigheden → leerlinggerichte paradigma: leerling centraal → ervaringsgerichte visie
Effectiviteit:
- Leidt tot betere cognitieve leerresultaten
- Effectief voor kinderen die extra structuur nodig hebben
- Succeservaring versterkt motivatie ne zelfvertrouwen
,Verdere uitwerking: EDI: expliciete directe instructie
3. Ervaringsgerichte visie op onderwijs
Ervaringsgericht onderwijs (EGO): Laevers → pas leren als
ervaring centraal staat
Goed onderwijs= kennis verwerven + groeien op sociaal,
emotioneel en creatief vlak
Kern= scheppen van krachtige leeromgeving die aansluit bij leefwereld van de lln. met ruimte voor exploratie,
initiatief en betekenisvolle betrokkenheid.
Kernprincipes:
- Aansluiten bij de leefwereld: vertrekken vanuit interesses, ervaringen en vragen van kinderen
- Rijke leeromgeving creëren: gevarieerde materialen, activiteiten en werkvormen die exploratie uitlokken
- Ruimte voor keuze en initiatief: autonomie en eigenschap krijgen over leerproces
- Observeren en inspelen: welbevinden, betrokkenheid opvolgen + leeromgeving daarop aanpassen
Rol leerkracht:
- Begeleider en coach worden
- Leren vertrekt vanuit ervaring
Meten van de kwaliteit:
- Mate waarin lln. welbevinden en betrokkenheid ervaren → sleutel tot diepgaand leren & brede
persoonsontwikkeling
- Kwaliteit hangt niet af van aanpak of resultaat, maar wat er tijdens het leren in de lln. afspeelt (proces)
3.1. De aanpakzijde
Aanpak voorop om krachtige leeromgeving te realiseren.
➔ Pedagogische aanpak: bepaalde manier omgaan met lln.
➔ Didactische aanpak: rekening houden met beginsituatie & doelen
Denken over → beginsituatie, doelen, evaluatie, leerinhouden, onderwijsleeractiviteiten, groeperingswijzen en
onderwijsleermiddelen
Centraal: ‘hoe-vraag’
➔ Hoe moet leerkracht te werk gaan?
➔ Welke aanpak en didactiek stelt men voorop en hoe zit het met de realisatie ervan?
3.2. De effectzijde
Onderwijs: om op te leveren
Opzetten van krachtige leeromgevingen: veranderingen optreden bij de lln.
Leerkracht: streven om bepaalde effecten bij de lln. te realiseren
Meten van kwaliteit: niet in onderwijsvoorziening, maar in output
Beoordelen vanuit effectzijde: twijfels wegvallen → alle kinderen gewenste vooruitgang zien in competenties en
attitudes= kwaliteitsvol onderwijs
(Over einddoelen consensus→ internationaal ongeveer hetzelfde)
, 3.3. Het proces
3de manier om naar onderwijs te kijken →Richt op kind, lerende
Nagaan wat ‘in’ kinderen afspeelt, terwijl ze in de klas aan activiteiten participeren
Focussen op proces= zich helemaal in het kind verplaatsen en tot zich laten doordringen ‘wat voor een ervaring
het is’ om in deze klas te vertoeven
Het gaat over HIER en NU tijdens onderwijsleeractiviteiten → Hoe gaat de lerende om met wat hem/haar
aangeboden wordt, wat doet dat met de lerende?
AANPAK: ‘wat en hoe je de leerstof aanbrengt’
EFFECT: ‘wat eruit komt’
PROCES: ‘wat zich daartussen afspeelt’
2 begrippen:
- Welbevinden
- Betrokkenheid
➔ Wat ‘in’ de kinderen afspeelt tijdens activiteiten en lessen terwijl ze zich in onderwijsleersituaties
bevinden
Indicatoren voor kwaliteit die niet aan bepaalde vakken of activiteiten gebonden zijn
3.3.1. Welbevinden
Mate waarin kinderen zich thuis voelen in de klas, zichzelf kunnen zijn, emotioneel veilig voelen → spontaniteit,
vitaliteit en genieten → emotionele ontwikkeling die goed verloopt
Welbevinden is…
Een bijzondere toestand van het gevoelsleven, die zich laat herkennen aan signalen van voldoening, genieten,
deugd beleven waarbij de persoon:
- Ontspannen is en innerlijke rust toont,
- Energie in zich voelt stromen en vitaliteit uitstraalt,
- Open is en zich voor de omgeving toegankelijk opstelt,
- Spontaneïteit aan de dag legt en zichzelf is,
Omdat:
- De situatie tegemoet komt aan zijn basisbehoeften,
- Hij over een positief zelfbeeld beschikt,
- In voeling is met zichzelf,
- En in verbondenheid/relatie met anderen,
Waardoor kinderen zich op emotioneel vlak het goed maken.
Zich als een vis in het water voelen, zichzelf kunnen zijn, vitaliteit, genieten, …
Welbevinden ontstaat:
- Wanneer de situatie tegemoet komt aan de basisbehoeften → niet tegemoetkomen= hele functioneren
aantasten
- Wanneer het kind beschikt over een positief zelfbeeld (zelfvertrouwen en zelfwaardegevoel)
- Wanneer het kind in voeling is met zichzelf (acceptatie), met eigen ervaringsstroom = vrij zijn van
opgekropte spanningen of emotionele onrust
→Ontwikkeling als resultaat hebben= betrokkenheid in rekening brengen