H1: Wat is marketing
● Marketing schept nuttigheid. Leg dit uit aan de hand van de verschillen tussen
marketing van industriële enerzijds en landbouw- en voedingsproducten anderzijds.
Marketing voegt 3 cruciale vormen van nuttigheid toe om de kloof tussen producent
en consument te overbruggen: nuttigheid van plaats (waar), tijd (wanneer) en
eigendom & vorm (door wie).
● Landbouw- & voedingsproducten (Agromarketing):
→ scheppen van nuttigheid si hier compex en noodzakelijk vanwege de
specifieke productkenmerken
- Tijd: landbouwproducten kennen vaak een seizoensgebonden en
discontinue aanbod (oogstperiodes), terwijl de vraag continu is. Door
opslag, conservering & carry-over (bv. diepvriezen of inblikken)
schept marketing een nuttigheid van tijd
- Plaats: productie vindt vaak plaats op grote geografische afstand van
stedelijke consumptiecentra. Logistiek & transport overbruggen deze
afstand.
- Eigendom & vorm: producten zijn vaak onbewerkt, bederfbaar &
heterogeen van kwaliteit. Het marktapparaat moet deze verzamelen,
sorteren, graderen & verpakken. Dit intensieve proces verklaart
waarom de uiteindelijke consumptieprijs vaak twee tot drie maal hoger
is dan de producentenprijs
● Industriële producten:
Bij industriële producten en handelsondernemingen zijn de
keuzemogelijkheden inzake productie, prijsvorming & vermarkting aanzienlijk
groter. De hierboven genoemde fysiologische en biologische barrières
(bederfbaarheid, weersafhankelijk) spelen nauwelijks een rol. De productie
kan strak worden afgestemd op de marktvraag, waarvoor de noodzaak tot
manipuleren van tijd- & plaatsnuttigheid (zoals het opvangen van natuurlijke
seizoensschommelingen) veel minder extreem is. Wel spelen zaken als
economische en technische veroudering op lange termijn een grotere rol.
● Leg het verschil uit tussen behoeften, verlangens en vraag a.d.h.v. een
marketing-voorbeeld.
● Behoefte (Need): Dit is een universeel, algemeen en motiverend tekort dat
iemand ervaart. Behoeften zijn inherent aan de menselijke aard (denk aan de
piramide van Maslow) en worden niet door marketeers gecreëerd. Ze kunnen
manifest (bewust) of latent (onbewust) zijn.
● Verlangen (Want): Dit is de concrete, specifieke omzetting van een behoefte
naar een cultuur- & persoonsgebonden wens. Marketeers kunnen verlangens
wel doelbewust beïnvloeden & creëren via productontwikkeling & promotie
, ● Vraag (Demand): Dit ontstaat wanneer een verlangen wordt gesteund door
voldoende koopkracht en bereidheid tot aankoop. Zonder financiële middelen
blijft een verlangen slechts een wens en wordt het geen economische
marktvraag.
(Marketing-voorbeeld):
● Behoefte: Een student ervaart een fysiek tekort aan energie & hydratatie
tijdens het studeren (fysiologische behoefte: dorst/energie)
● Verlangen: Beïnvloed door marketingcampagnes vertaalt deze behoefte zich
in een specifiek verlangen naar een blikje Red Bull
● Vraag: De student heeft €2,50 en loopt naar de campus-automaat om het
blikje effectief te komen.
● Hoe krijgt een product waarde en wanneer is de klant tevreden? Uitwerken voor een
gegeven of eigen voorbeeld
● Waarde: Een product is een ‘bundle of benefits’ (geheel van tastbare &
ontastbare kenmerken). De eigenschappen v/h product die aan de specifieke
wensen van de klant voldoen, zijn productvoordelen (product benefits). Een
product krijgt waarde omdat deze voordelen de verlangens v/d consument
bevredigen. Een consument koopt in essentie niet het fysieke product, maar
de voordelen & oplossingen die het oplevert.
● Klanttevredenheid: De klant is tevreden indien de prestatie v/h aangekochte
product voldoet aan of de initiële verwachtingen v/d consument overtreft. Dit
is cruciaal voor herhaalaankopen en positieve mond-tot-mondreclame.
(Voorbeeld: een biologische groenteband van ‘De Wassende Maan’)
● Waarde: Het product (een wekelijkse bio-groentemand) levert tastbare
voordelen (verse, onbespoten seizoensgroenten) & ontastbare voordelen (het
goede gevoel de lokale economie te steunen, milieubewustzijn). De
consument ervaart dit als een hoge waarde omdat het matcht met zijn
verlangen naar een gezonde & ecologische levensstijl
● Klanttevredenheid: Als de mand bij levering gevarieerd is, de groenten vers
en niet bedorven zijn en er een leuk receptenboekje bij zit, wordt aan de
verwachting voldaan. De klant is tevreden, blijft abonnee (loyaliteit) en raadt
het aan bij vrienden.
● Wat is brand awareness en hoe kan je dit als producent/marketeer bevorderen?
Brand awareness of merkbekendheid is de mate waarin een merknaam bekend is bij
en herkend of herinnerd wordt door de (potentiële) doelgroep. Het vormt de basis
van brand equity (de meerwaarde die een merknaam geeft aan een product).
Als producten/marketeer kan je dit bevorderen door:
, 1. Massacommunicatie & reclame: Inzetten van herhaaldelijke campagnes via
massamedia (TV, radio, online bannering) om de merknaam in het
langetermijngeheugen v/d massa te prenten (pull-strategie)
2. Sponsoring & Events: Het koppelen v/d merknaam aan sportevents,
culturele festivals of goede doelen om emotionele associaties & visibiliteit te
genereren
3. Content- & Influencermarketing: Samenwerken met online influencers en
het inzetten van native advertising (advertenties die opgaan in de stijl v/h
platform) om op een organische manier awareness op te bouwen
4. Sterke visuele identiteit (Packaging & Merchandising): Zorgen voor een
onderscheidend logo, unieke kleurcombinaties, een catchy jingle of slogan en
een opvallende verpakking die herkenning in het winkelrek maximaliseert.
● Leg het begrip marketing efficiency uit.
Marketing efficiency (ME) wordt gedefinieerd als de minimale input van verschillende
economische goederen (marketingkosten/middelen) die resulteert in de maximale
voldoening van behoeften v/d consument. (= opbrengsten/marketingkosten). Er wordt
een compromis gezocht tussen twee vormen van efficiëntie: technologische &
economische efficiëntie.
● Voor verschillende marketingconcepten: in je eigen woorden kunnen uitleggen wat ze
inhouden, met voorbeelden + voor voorbeeld aangeven over welk marketingconcept
het gaat
1. Productieconcept: Focus ligt volledig op operationele efficiëntie,
massaproductie en lage kostprijzen. Men gaat ervan uit dat de consument
producten verkiest die breed beschikbaar en betaalbaar zijn (vraag > aanbod)
→ voorbeeld: Ford Model T, alles was gericht op de lopende band om de
kostprijs te drukken
2. Productconcept: De nadruk verschuift naar productkwaliteit, prestaties en
innovatieve kenmerken. “Een goed product verkoopt zichzelf”. Het risico is
marketing-bijziendheid, waarbij men de behoeften uit het oog verliest
→ voorbeeld: Miele stofzuigers. Zij focussen extreem op superieure
technologische kwaliteit & engineering, ervan uitgaande dat de consument
de meerprijs hiervoor wilt betalen
3. Verkoopconcept: Door toenemende concurrentie (aanbod > vraag) worden
consumenten kieskeuriger. Bedrijven focussen op agressieve
verkooptechnieken, hard selling & grootschalige reclame om de consument te
overtuigen
→ voorbeeld: autoverzekeringen. Producten die consumenten doorgaans niet
spontaan gaan zoeken (unsought goods), worden via actieve prospectie &
push-promotie in de markt gezet