SENSORIMOTORISCHE CONTROLE.
ROL ALS THERAPEUT
- Sensorimotorische controle = belangrijk onderdeel in kwalitatief kunnen bewegen
o Op een verantwoorde manier in kader van revalidatie en preventie
o Van belang voor iedereen (als therapeut, trainer, voor jezelf en anderen)
- Inzicht in de mogelijke oefeningen
o Richtlijnen = te algemeen
o Inschatten hoe zwaar je de oefening voor een patiënt kan maken
o Elke patiënt is verschillend -> individueel aanpassen
- Kennis en inzicht van principes nodig, inzicht in progressie/regressie
HET ALGEMEEN OEFENSCHEMA
Algemeen doel: belastbaarheid omhoog krijgen
- Ook inzetten op uithouding en kracht -> verantwoord!
- Lichaam blijft gecontroleerd, ook bij een hogere belasting
Progressie in het oefenschema
- Eerst werken aan proprioceptie en coördinatie = sensorimotorisch controle
o Dit is de onderbouw: lage belasting, stabilisatie-oefeningen
o Lichaamscontrole is vereist voor progressie
- Daarna pas belasting opleggen
o Bovenbouw: re-conditionering
Sensorimotorisch systeem
= proprioceptie en coördinatie
= geheel van afferente input, verwerking, en efferente reacties, eenvoudig tot zeer complex
PROPRIOCEPTIE
= verwerven van info door proprioceptoren en het afferent doorgeven naar CZS
Proprioceptoren:
- Puur afferente input
1) Diepe huidreceptoren
2) Gewrichtsreceptoren
3) Musculo-tendineuze receptoren
!! Verwerking en reactie (efferent) is GEEN onderdeel van proprioceptie (wel neuromusculaire controle)
- Wel voortdurend in interactie
CENTRALE VERWERKING
Directe controle van motorische activiteit: aansturen van spieren
- Spinaal niveau: reflexen
- Hersenstam: basisbewegingen
- Corticaal: bewuste, vrijwillige bewegingen aansturen
1
, Moduleren en reguleren
- Basale ganglia: starten en stoppen van bewegingen, vloeiendheid
- Cerebellum: coördinatie, timing, precisie, finetunen
COÖRDINATIE
= interactie tussen input, verwerking en output
- Vloeiend
- Beheerst
- Doelgericht
- Leidt tot motorische activiteit
- Afferent
Coördinatie trainen = dit hele systeem trainen
- Bv voor gewrichtsstabiliteit
o Sensorimotorische controle trainen (input)
o Verwerking
o Motorisch output: timing en dosering van kracht, spieractivatie
SENSORIMOTORISCHE CONTROLE
= samenspel tussen input en output
- Gewrichtsstabiliteit (functioneel)
- Co-contractie
- Selectieve bewegingen door agonist/antagonist
Verschil met coördinatie: beschrijft vooral de output
UITHOUDING
= capaciteit van en spier om statische en dynamische bewegingen over langere tijd correct uit te voeren
- Dynamisch: veel herhalingen
- Statisch: zo lang mogelijk aanhouden
KRACHT
= mogelijkheid om een beweging in goede stabiliteit tegen een hogere belasting te kunnen volhouden
- Gecontroleerd
- Hogere belasting
o 1RM = gewichtheffen
85% 1RM = maximale kracht
70% = basiskracht
40-50% = uithouding
Kracht + uithouding = bovenbouw
2