AARDRIJKSKUNDE
Thema 4: Kijken in de Tijd & Geologische Tijdschaal
Volledige samenvatting – PowerPoint + Boek gecombineerd
Samenvatting Aardrijkskunde - Thema 4
,Aardrijkskunde – Thema 4: Kijken in de Tijd & Geologische Tijdschaal
DEEL 1 – OUDERDOMSBEPALING (1.1)
1.1 Relatief dateren
Definitie: De relatieve ouderdom bepalen = nagaan welke laag/gesteente ouder of jonger is,
ZONDER exacte leeftijd in jaren.
A. Wetten van de sedimentatie
Sedimentaire gesteenten (afzettingsgesteenten) worden gevormd door opeenstapeling van lagen
(= strata). Daarvoor gelden volgende wetmatigheden:
• 1. Oorspronkelijke horizontaliteit: afzettingen worden gevormd in horizontale, vlakke
lagen.
• 2. Superpositie: oudere lagen liggen ONDER jongere lagen — tenzij ze nadien geplooifd
zijn door gebergtevorming.
• 3. Discordantievlak: een onderbreking tussen twee lagenpakketten. Dit vlak geeft aan
dat er een periode van erosie of ontbrekende sedimentatie was. Lagen boven het vlak zijn
jonger dan lagen eronder.
• 4. Geplooide lagen: door gebergtevorming kunnen oorspronkelijk horizontale lagen
gekanteld of geplooifd geraken — het principe van de oorspronkelijke horizontaliteit helpt
dit te herkennen.
Voorbeeld: In de Grand Canyon zie je duidelijk hoe honderden lagen op elkaar liggen.
De Hercynische plooiing heeft oudere lagen geplooifd; daarboven liggen jonge,
horizontale Krijtafzettingen. Het discordantievlak scheidt beide.
B. Regels voor relatieve ouderdomsbepaling
Naast de sedimentatiewetten zijn er extra regels om de relatieve volgorde te bepalen:
• Magmatische gesteenten: zijn JONGER dan de omringende gesteenten waar ze in
doordringen (intrusies snijden door oudere lagen).
• Breuken: zijn JONGER dan de gesteenten waardoor ze lopen (de gesteenten bestonden
al vóór de breuk ontstond).
• Ingesloten gesteenten: een ingesloten fragment in een gesteente is OUDER dan het
omringende gesteente.
• Fossielen: de gesteentelaag is even oud als de fossielen die erin voorkomen.
Geleidingssoorten (korte tijdsduur, brede verspreiding) zijn ideaal voor correlatie tussen
locaties.
1.2 Absolute ouderdomsbepaling
De absolute ouderdom bepalen = de exacte leeftijd in jaren berekenen via radioactief verval.
Radioactieve isotopen vervallen op een vastgesteld tempo: de halveringstijd.
Halveringstijd: de tijd waarin de helft van de radioactieve atomen vervalt naar een stabiel
dochterproduct.
Samenvatting Aardrijkskunde - Thema 4
, Aardrijkskunde – Thema 4: Kijken in de Tijd & Geologische Tijdschaal
A. ¹⁴C-datering (Koolstof-14)
• Reactie: ¹⁴C → ¹⁴N + β⁻
• Halveringstijd: 5.730 jaar
• Toepassingsdomein: organisch materiaal (planten, botten, hout) — maximaal ~50.000
jaar oud
• Principe: levende organismen nemen ¹⁴C op via voeding/ademhaling. Na hun dood stopt
de opname en begint het verval. Door de verhouding ¹⁴C/¹²C te meten, bepaal je de
leeftijd.
B. ⁴⁰K/⁴⁰Ar-datering (Kalium-Argon)
• Reacties: ⁴⁰K (88%) → ⁴⁰Ca + β⁻ | ⁴⁰K (12%) + β⁻ → ⁴⁰Ar
• Halveringstijd: 1,3 × 10⁹ jaar (1,3 miljard jaar)
• Toepassingsdomein: magmatische gesteenten, zeer oude gesteenten (miljoenen tot
miljarden jaren)
• Principe: bij stollen van magma ontsnapt al het Ar-gas. Daarna hoopt ⁴⁰Ar zich op door
verval van ⁴⁰K. Meten van K/Ar-verhouding geeft leeftijd.
C. Uranium-looddatering (U-Pb)
• Reacties: ²³⁵U → ²⁰⁷Pb + β⁻ | ²³⁸U → ²⁰⁶Pb + β⁻
• Mineraal: zirkoon (zirconium-silicaat) — bevat veel uranium maar bijna geen initieel lood
• Nauwkeurigheid: zeer nauwkeurig — twee onafhankelijke vervalreeksen geven
kruiscontrole
• Toepassingsdomein: de oudste gesteenten op aarde en op andere planeten (miljarden
jaren)
Vergelijking dateringsmethoden:
¹⁴C: organisch materiaal, max ~50.000 j | ⁴⁰K/⁴⁰Ar: magmatische stenen, miljoenen j |
U-Pb: oudste gesteenten, miljarden j
Samenvatting Aardrijkskunde - Thema 4