1 BOUW, WERKING EN PATHOLOGIEËN VAN HET GEHOORORGAAN
Resonantie= versterken/opwekken trilling door ander trillend orgaan/voorwerp
Impedantie-aanpassing=compensatie van energieverlies bij overgang van lucht
naar vloeistof
Tonotopie= organisatie van hoge naar lage frequenties lang basilaire membraan in
cochlea
1.1 UITWENDIG OOR
Uitwendig oor (auris externa)
1) Oorschelp (auricula)
o Elastisch kraakbeen, bindweefsel en huidweefsel
2) Uitwendige gehoorgang
o 1/3 deel → kraakbeen
▪ Oorsmeerklieren en haartjes
o 2/3 deel → benig gedeelte (dunne huid)
Functie
- Resonantie
o Gerichte capitatie van geluid
o 2.000 à 3.000 Hz
- Bescherming
o S-vorm & lengte → bereikbaarheid trommelvlies
o Afvoering dode huidcellen + samenstelling cerumen →
verhinderd groei bacteriën of schimmels
▪ Word op natuurlijke manier afgevoerd door
kaakbewegingen en cilia
1.2 MIDDENOOR
Middenoor (auris media) = met lucht gevulde holte in het rotsbeen
- Trommelholte met gehoorbeentjes
- Trommelvlies
- De mastoidholten
- De buis van Eustachius
- Functies:
o Geleidingsmechanisme
▪ Transmissie geluid richting binnenoor.
▪ Frequentie 20-20.000 Hz
o Impedantie-aanpassing
, ▪ Door verloren energie van akoestische trilling (30 dB)
▪ Compensatie door oppervlakteverhouding trommelvlies vs. Ovale
venster
▪ Compensatie door hefboomwerking van beentjesketen.
Trommelvlies
- Dun, conisch membraan
- Vibreert volgens akoestische stimuli die het oor bereiken
- Mat trommelvlies→ aanwezigheid vocht in middenoorholte
- Manubrium= deel waar eerste gehoorbeentje tegen vlies aan plakt
Trommelholte
- Lucht houdende holte gelegen in het rotsbeen
Gehoorbeentjes
- Van trommelvlies tot ovaal venster, tussen uitwendig oor en
binnenoor
- Hamer (malleus)→ aambeeld (incus)→ stijgbeugel (stapes)
- Deze zijn verbonden als gewrichten
- Brengen geluidsenergie over
Middenoorspieren
- Musclus tensor tympani
o N. Trigeminus
o Ligging→ oorsprong benige wand van buis van
Eustachius
o Aanhechting → t.h.v. manubrium
o Functie: na innervatie zorg hij voor een trekkracht
op de malleus, in het posterieur/anterieur vlak, het
trommelvlies komt meer gespannen te staan.
- Musclus stapedius
o N. Facialis
o Ligging→ komt middenoor binnen langs
posterieure wand
o Aanhechting → aan ter hoogte van caput stapedis.
o Functie: bij contractie wordt de stapedes in een
meer posterieure positie gebracht.
Mastoïdholten
- Onderdeel temporeel bot, is voelbaar achter oorlel
- Botstimulatie (beentriller plaatsing bij toonaudiometrie)
- Processus mastoïdeus: aaneenschakeling van luchthoudende cellen die grenzen aan boven- en
achterwand van trommelholte
Buis van Eustachius
- Verbindt trommelholte met nasopharynx
- Gesloten door elastisch kraakbeen (bescherming)
- Buis open bij kauwen, gapen en slikken
o Nodig om druk in het middenoor gelijk te houden met luchtdruk in de buitenwereld
- Functies:
o Drainage van middenoorsecreties
o Verversen van de lucht in de middenoorholte
- Kind: sneller last van oorontsteking (horizontale ingang)
,1.3 BINNENOOR
Binnenoor (auris interna)
- Bestaat uit:
o De cochlea (met gehoororgaan)
o Vestibulum
o Semicirculaire kanalen (met evenwichtsorgaan)
Benig labyrint (labyrinthus osseus)
- Benigne kanalen en omhulsels
- Gevuld met vloeistof (perilymfe) met geheel van vliezige
structuren en membranen
Vliezig labyrint
- Volgt de vormen van het benig labyrint
- Gevuld met endolymfe (kaliumrijke vloeistof)
- Perilymfe bevindt zicht tussen benige wanden en het
vliezig labyrint
Gehoororgaan
- Bouw
o In cochlea liggen de sensorische cellen van
het gehoororgaan, meer bepaald in de ductus cochlearis, deel van de bovenste gang van het
slakkenhuis.
o Op het basilair membraan rust het organum spirale/orgaan van Corti
o In het orgaan van Corti liggen inwendige en uitwendige haarcellen.
▪ Worden gescheiden door pilaarcellen
▪ Tunnel van Corti= ruimte tussen pilaarcellen.
o De haarcellen rusten omringd door steuncellen op het basilair membraan
o Cellen van Deiters= steuncellen die onder de uitwendige haarcellen liggen
o Cellen van Hensen= steuncellen lateraal van de haarcellen
- Werking
o Perceptiemechanisme
▪ Er ontstaat een golfbeweging in de vloeistof van de cochlea als geluidstrillingen via het
geleidingsmechanisme overgedragen worden via de stapes naar de cochlea.
▪ Wanneer de maximale amplitude wordt bereikt, hangt af van de frequentie van de
stimulus en de overeenkomstige eigenschappen van het orgaan van Corti.
o Frequentie-analyse
▪ Auditieve stimuli worden omgezet in elektrische pulsen en krijgen in het brein een
betekenis.
▪ Akoestische kenmerken worden geanalyseerd.
▪ Eerste eigenschap is de frequentie van de stimulus
▪ Vibratie ter hoogte van de basis van de cochlea wordt veroorzaakt door hoge frequentie
▪ Lage frequentie zorgt meer apicaal voor een maximale beweging.
▪ Tonotropsiche organisatie= elke frequentie stimuleert een specifieke zone van
haarcellen.
o Analyse van het geluidsniveau
▪ Op niveau van de cochlea
▪ Hoger niveau → grotere uitwijking, grotere deflectie, grotere potentiaalverandering t.h.v.
de haarcel en hoger aantal elektrische pulsen, breder gebied haarcellen gestimuleerd.
o Beengeleiding
▪ Als trillingen genoeg energie bevatten, zullen ze ook de schedel aan het trillen brengen.
, ▪ De cochlea zal de trilling overnemen waardoor de cochleaire partitie gestimuleerd
wordt. Hierbij zijn het uitwendig en middenoor niet bij betrokken.
Evenwichtsorgaan
- Bouw
o Vestibulum
▪ Sacculus
• Grenst de cochlea
▪ Utriculus
• Grootste
• Ligt naast de semiculaire kanalen
▪ Worden ook wel otolietorganen genoemd
▪ In de wand van sacculus en utriculus ligt de macula (bevat zintuig- en steuncellen)
• Macula utriculi → in het horizontaal vlak
• Macula sacculi → in het verticaal vlak
o Halfcirkelvormige kanalen
▪ Zintuig- en steuncellen liggen in de verwijding van
de kanalen (ampullae), in het orgaan genoemd
crista ampullaris.
- Werking
o Beweging hoofd → endolymfe oefent druk uit op
gelatineuze massa in crista ampullaris en macula utriculi
en sacculi → afbuiging van cilia zorgt voor
elektrofysiologische wijziging in de haarcellen →
elektrische pulsen op zenuwbanen (N. Vestibularis)
o Controleren hoofd- en oogpositie op basis van:
▪ Vestibulo-oculaire reflex (VOR): Bij bewegingen
van het hoofd, zorgt stimulatie van de
semicirculaire kanalen voor een oogbeweging tegengesteld aan de hoofdbeweging.
▪ Vestibulo-spinale reflex: Bij stimulatie van het vestibulair systeem zullen ook spinale
banen geactiveerd worden. Door reflexmatige contractie van nekspieren, spieren in
ledematen, hoofdstand en lichaamstand wordt gecorrigeerd.
1.4 CENTRAAL AUDITIEVE BANEN
=verbinding tussen het perifeer gehoororgaan en de hersenschors
- Wordt verdeeld in afferente en efferente banen
- N. Vestibulocochlearis (8 e craniale zenuw)
o 1→ N. Vestibularis
o 2→ N. Cochlearis
- 3→ N. Facialis
Afferente auditieve banen
- Omgezette auditieve prikkels worden doorgegeven aan de
hersenen → verwerkt signalen en interpreteert.
- 95% informatie wordt voorzien door inwendige haarcellen.
o Elke haarcel stuurt prikkel naar 10-18 zenuwcellen
- Zenuwvezels lopen door lamina spiralis → cellichamen verzamelen in ganglia spirale in lamina spiralis
en modiolus