1.1. ALLEDAAGS IMPLICIET DIAGNOSTICEREN
Diagnosticeren
= toekennen van oorzaken aan verschijnselen of gedragingen (attributietheorie) (automatisch)
Impliciet = onbewust, zonder erover na te denken
Iedereen doet het… elke dag … vooral als er een afwijking is van een verwacht patroon → experiment
dakloze
Vaak gebruikt als entertainment:
- Online of in tijdschriften: “testjes” → probleem is dat het mensen triggert om in bepaalde
categorieën te duwen
- Media, televisie en documentaires: extremer (on)gewenst gedrag
Probleem van impliciet diagnosticeren
Bv oversteken is het veilig? → Je moet een inschatting maken
Bij impliciete diagnostiek ga je je ook baseren op zaken die je zelf juist doet. Er kunnen ook
oordelingsfouten zijn. Gokken, … Fouten in de redenering
We maken een keuze en richting ons gedrag op ons oordeel, op deze manier kan er ook fout gedrag
gesteld worden.
Voorbeeld 1;
welke type woorden zijn het meest frequent in het Nederlands ?
- A) woorden die beginnen met een ‘ r’?
- B) woorden die ‘ r’ als vierde letter hebben?
Mensen zijn slecht in schatten, afwegen en herzien van kansen → Foutbronnen
,Voorbeeld 2:
experiment ‘ Bart is 34 jaar, hij is intelligent , maar weinig creatief. Hij is dwangmatig en maakt een saaie
indruk. Hij was altijd sterk in wiskunde, maar zwak in taal”. Rangschik naar waarschijnlijkheid:
- A) bart is accountant
- B) bart speelt in een hardrockband
- C) bart is een accountant die in een hardrockband speelt
antwoord: C, de kans dat 2 dingen waar zijn is kleiner dan de kans dat 1 ding van de 2 waar zijn . De
meeste mensen denken dat het B is, Beschrijving sluit niet aan bij een hardrockband.
Mensen denken niet realistisch en gebruiken vuistregels/heuristieken om sneller tot een oplossing van
een probleem te komen → OORZAAK FOUTENBRONNEN
Oorzaken van foutenbronnen
Heuristieken = (vuist)regels om sneller tot de oplossing van een probleem te komen (vaak impliciet of
onbewust)
- Informele, intuïtieve en speculatieve oplossingsstrategieën
- Ontwikkeld om snel beslissingen te nemen (~overleven)
- Specifieke strategieën die we leren gebruiken in specifieke situaties en die niet altijd een
oplossing garanderen (↔ algoritmen, die altijd en overal werken)
- Hoe meer ervaring met een taak, hoe beter heuristieken ontwikkeld zijn
Heuristieken zijn vaak de oorzaak van foutenbronnen
Oefeningen:
1. "Mijn vriend is professor. Hij schrijft graag gedichten, is nogal verlegen en klein van gestalte. Op
welk terrein is hij werkzaam: Chinese literatuur of psychologie?“
➔ REPRESENTATIVITEITSHEURISTIEK
, 2. Velen denken dat vliegen gevaarlijker is dan autorijden.
➔ BESCHIKBAARHEIDSHEURISTIEK
Hoe gemakkelijker voorbeelden van een fenomeen te binnen schieten, des te frequenter is
dat fenomeen
3. Lijst van 19 “beroemde” mannen en 20 “gewone” vrouwen.
➔ BESCHIKBAARHEIDSHEURISTIEK
Meeste mensen denken dat er meer mannen dan vrouwen zijn op de lijst
❖ Zelfrapportagetests: vragenlijsten waarin individuen vagen over zichzelf beantwoorden
❖ Prestatietests: testen waarbij individu wordt gevraagd een specifieke taak uit te voeren (bv
puzzels)
❖ Projectieve tests: tests met dubbelzinnige stimuli zoals afbeeldingen/inktvlekken…
❖ Situational judgement tests (realistische scenario’s voorleggen aan individuen en het meest
geschikte antwoord geven of rangschikken naar meest effectief.
1.2 IMPLICIET DIAGNOSTICEREN IN PSD
→ Alle zaken zijn van belang bij psychodiagnostiek
Mogelijke foutenbronnen
Diagnostisch proces onvoldoende afgestemd op de hulpvragen van de cliënt
Bv naar de huisarts gaan met griep symptomen en hartonderzoek krijgen → slecht luisteren naar hulpvrager
Informatie zoeken die idee bevestigt
Conformation bias (darmchirurg gaat enkel opzoek gaan naar dingen die bevestigen naar darm problemen)
Geen systematische en consistente werkwijze hanteren
De ene groep 20 vragen, de andere meerkeuze en de andere is sws gebuisd voor examen
Gebrekkige kwaliteit van de onderzoeksmiddelen en ongeschikte normen
Besluitvorming onvoldoende gebaseerd op beschikbare gegevens; geen objectieve criteria hanteren (=
verhoging van de subjectiviteit)
Kunnen verifiëren welke stappen en waarop iets gebaseerd is
Besluitvorming onvoldoende geëxpliciteerd en daardoor onvoldoende duidelijk voor collega’s en cliënten
Voor de hand liggende diagnosen en interventies over het hoofd zien
Eigen persoon als foutenbron
Bv relatiebreuk hebben, en vriendin is niet blij in relatie. Je bent niet objectief omdat je meer handelt vanuit jouw
emoties van dat moment (die relatiebreuk)
Teveel vakjargon in de communicatie
Onvoldoende samenwerking met cliënt en zijn omgeving
, →Zo objectief mogelijk blijven om zo breed mogelijk
zoveel mogelijk info te verzamelen
→Hoe meer context → Hoe makkelijker ideeën
formuleren, …
1.3 EXPLICIET DIAGNOSTICEREN ALS
OPLOSSING
Iedere keer als je een client ziet,
dezelfde stappen uitvoeren.
Iedereen hetzelfde behandelen, kijken.
Wat is de vraag? Wat is de context, ….
Denkprocesmodel
Iemand meldt zich aan en je gaat proberen een juiste behandeling toe te passen.