WAT IS EEN ORGANISATIE?
= Een samenwerking tussen twee of meerdere mensen om een bepaald doel te
bereiken. (Organisaties kunnen ook iets anders zijn dan wat mensen “bedrijven” noemen:
abstracte term)
“bedrijf” = specifieke vorm van een organisatie
Organisatiestructuur = Systeem dat aangeeft hoe de taken formeel worden verdeeld,
gegroepeerd en gecoördineerd in een organisatie.
Vaak schematisch/visueel weergegeven in een organo(i)gram.
Organo(i)gram = schematische, visuele weergave van (de structuur
van) een organisatie
Toont de formele verhoudingen(horizontaal & verticaal)
Wie geeft leiding aan wie
Welke diensten werken samen met/ in opdracht van…?
Missie = waarvoor (de mensen van) een organisatie staat (staan); (Thomas More
hogeschool )
Visie = algemene voorstelling van de toekomst van een organisatie; (Thomas More
hogeschool )
Waarden = soort overtuiging dat een bepaald gedragspatroon goed is om volgens te
handelen/ zich gedragen, en die zo het gedrag aanstuurt:
Stakeholder = een persoon, groep, betrokken partij,… die (een) belang heeft bij of die
op een manier betrokken is, bij wat een organisatie doet, bv.
ONDERZOEK EN HET BELANG ERVAN
A&O-psychologie: Wetenschappelijke kennis verwerven over de relatie(s) tussen
variabelen (Via systematisch, wetenschappelijk onderzoek)
ONDERZOEK NAAR GEDRAG IN ORGANISATIES
Kennis ontwikkelen op basis van wetenschappelijke criteria & methodes
Soorten onderzoek
- Kwalitatief onderzoek (= onderzoek met behulp van teksten, of open
antwoorden op vragen,…) bv. via interviews, historische documenten
- Kwantitatief onderzoek (= onderzoek met behulp van statistiek en cijfermatige
data)
- Experimenteel onderzoek
, - Survey-onderzoek (vragenlijsten) (geen causaal verband)
Uitdagingen waarmee organisaties kampen:
1. ECONOMISCHE UITDAGINGEN:
- Sterk gestegen kosten: Organisaties hebben te maken met stijgende kosten
voor grondstoffen, energie, leningen en personeelskosten (bijvoorbeeld hogere
lonen).
- Moeilijkheden voor organisaties: Niet alle organisaties kunnen deze kosten
volledig compenseren, bijvoorbeeld door hun prijzen te verhogen of door minder
winst te maken.
2. IMPACT OP PERSONEEL:
- Personeel wordt beïnvloed door de onzekerheid, zoals te zien was in de
periode 2020-2021 (waarschijnlijk refererend aan de COVID-19-pandemie).
- In onzekere tijden is het belangrijk voor organisaties om innovatie en
verandering te stimuleren om flexibel te blijven.
3. VERNIEUWING EN INNOVATIE:
Organisaties streven naar vernieuwing met als doelen:
- Kwaliteitsverbetering van producten of diensten.
- Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).
- Thuislevering en het ontwikkelen van apps om diensten te verbeteren.
4. WERK-PRIVÉBALANS:
- Het creëren van een goede balans tussen werk en privé wordt benadrukt,
bijvoorbeeld door het faciliteren van thuiswerken.
De noodzaak voor organisaties om zich aan te passen aan stijgende kosten en
economische onzekerheid door innovatie en verbetering van processen, terwijl ze
ook aandacht hebben voor het welzijn van hun personeel.
Uitdagingen waarmee organisaties geconfronteerd worden door maatschappelijke
veranderingen, zoals:
- een verouderende bevolking
- meer alleenstaanden
- een groei van hoogopgeleiden
Deze trends beïnvloeden de keuzes die mensen maken en hebben een directe
impact op organisaties.
Dit leidt tot meer diversiteit op de werkvloer, wat vraagt om een ethische
aanpak en aanpassingen in de manier waarop organisaties met hun werknemers
omgaan.
,PERSOONLIJKHEID EN WAARDEN
1 PERSOONLIJKHEID
=de manier van reageren van mensen op bepaalde situaties - -
- Waarneembaar (je ziet iem zn persoonlijkheid)
- Vaak is het stabiel (in verschillende situaties je hetzelfde gedragen)
Het wordt beschreven door persoonlijkheidstrekken (= kenmerkende trekken die zich
in verschillende situaties in iemands gedrag tonen)
2 MODELLEN EN TESTEN
Big 5: 5 persoonlijkheidstrekken die je maken tot wie je bent
Persoonlijkheid heeft te maken met hoe hoog je scoort op de 5
verschillende dimensies. (bv extreem extravert, extreem introvert)
EMOTIONELE STABILITEIT – NEUROTICISME
Emotioneel stabiele mensen:
- ‘neuroticisme’
- Weerbaar tegen stress
- Niet erg snel uit hun lood te slaan Hoog scoren: je bent emotioneel
- Zelfvertrouwen, zelfzekerheid stabiel
Eerder neurotische mensen (= laag emotioneel Laag scoren: emotioneel onstabiel
stabiel):
- Angstig, sneller onzeker, te waakzaam
- Lage score = sneller negativiteit en problemen waarnemen
EXTRAVERSIE – INTROVERSIE
Extraverte mensen
- Graag mensen om zich heen
- Assertief
- Sociaal
Introverte mensen
- Gereserveerd
- Minder spraakzaam
- Liever alleen dan extraverten
- Meer verlegen
, VRIENDELIJKHEID / INSCHIKKELIJKHEID /
ALTRUÏSME
Hoge score op vriendelijkheid (inschikkelijkheid)
- Gericht op ander, aandacht voor de ander
- Zijn niet/minder egoïstisch
- Vertrouwen mensen
- Werken goed samen
Lage score:
- Zijn eerder kil
- Afstandelijk
- Zijn eerder competitief
- Komen soms te kritisch over
OPENHEID (INTELLECTUELE NIEUWSGIERIGHEID)
Openheid voor ervaringen: hoog scorende mensen
- Interesse in nieuwe dingen en ervaringen
- Zijn minder zoals het boekje
- Creatief, Nieuwsgierig, Kunstzinnig
Lage score op openheid:
- Conventioneel
- Belang hechten aan het bekende
CONSCIËNTIEUSHEID
(= plichtsgetrouw, nauwgezet, verantwoordelijk)
Hoge scores:
- Verantwoordelijk, Volhardend
- Hoge scores = georganiseerd, ook niet snel afgeleid
- Procedures volgen
C = gemiddeld genomen de beste voorspeller voor
(toekomstige) job prestaties!
- Té hoge score mogelijk nadelig
- Bv te star zijn, te veel aandacht voor procedures
- Nooit tevreden zijn, jezef veel druk opleggen (met bv. risico op burn-out)
Lage score:
- Sneller uitstellen