1 DE ONTWIKKELING VAN HET KIND
Ontwikkelingspsychologie= wetenschappelijke studie van patronen van groei,
stabiliteit en verandering bij mensen gedurende hun hele leven, van conceptie tot de late
volwassenheid. = levenslooppsychologie
Ontwikkeling= genese, ontvouwen
Ontvouwen van lichamelijke groei en veranderingen in de psyche
(gedrag) van individuen
Individuele ontwikkeling die beïnvloedt wordt door maatschappelijke
veranderingen
Lichamelijke groei en veranderingen in de psyche van personen die worden
beïnvloed door de ontwikkelingen in de samenleving
Ontwikkeling: vooruitgang, afbraak, toenamen, groei, stabiliteit,…
Interactionisme: het is altijd de persoon in interactie met zijn omgeving en de
evoluties die zich daar in voor doen hebben dus invloed op de persoon.
Wat vormt ontwikkeling?
- Groei of toename in mogelijkheden (baby leert praten en kan behoeften
uitdrukken)
- Voortgang of teruggang (kind krijgt zelfvertrouwen op school, verliest het door
pesten)
- Afbraak en aftakeling (oudere met dementie vergeet namen van familieleden)
Altijd in interactie met anderen !
Verschillende ontwikkelingen in levensfases:
Fysieke ontwikkeling: invloed van het lichaam, hersenen, spieren, … behoefte aan
drinken, eten en slaap op ons gedrag.
Bv. puberteit: effecten van vroege of late rijping tijdens adolescentie op het gedrag. Hoe heeft het
lichamelijke een impact op ons gedrag? (sociale identiteit)
Cognitieve ontwikkeling: bestuderen van leren, geheugen, intelligentie. Invloed van
groei en verandering in intellectuele vermogens op het gedrag
bv. kinderen leren dat als een object/persoon niet zichtbaar is, het wel nog bestaat. Wat herinnert
een baby zich? Wat herinneren volwassenen zich?
Sociaal-emotionele ontwikkeling: interactie van mensen en hoe hun sociale relaties
in loop van leven groeien, veranderen, stabiel blijven, de manier waarop mensen in
toenemende mate hun emoties bewust ervaren en er grip op krijgen.
Bv. impact van reactiepatroon ouders op gedrag van het kind, hoe leer je kinderen het beste
gewenst gedrag aan? Hebben baby’s een aangeboren vermogen om emoties te uiten?
Persoonlijkheidsontwikkeling: de gedragingen en karakter eigenschappen die de ene
persoon van de andere onderscheiden.
Bv. heeft een kleuter besef van goed en fout? Wat zijn oorzaken van zelfmoord bij adolescenten?
, Door cognitief vooruit te gaan, gaat de sociaal-emotionele ontwikkeling ook
vooruit
Alle thema’s zijn met elkaar verweven
Thematisch gebied Focus Voorbeelden van vragen
Fysieke ontwikkeling Kijkt naar de invloed van de Wat bepaalt de sekse van
hersenen, zenuwstelsel, kind?
spieren, behoeften aan Wat zijn voordelen
eten, zintuigen op ons borstvoeding?
gedrag …
Cognitieve ontwikkeling Intellectuele vermogens, Wat zijn de eerste
zoals leren, geheugen en herinneringen?
intelligentie Heeft tweetaligheid
voordelen?
Sociaal-emotionele De sociale relaties en Reageren pasgeborenen
ontwikkeling interacties met anderen en anders op moeder dan
omgaan met emoties andere mensen?
Persoonlijkheidsontwikkelin De duurzame gedragingen Heeft een kleuter besef van
g en eigenschappen die de fout?
ene persoon van de ander Oorzaken van zelfmoord
scheiden. adolescent?
Ontwikkelingsfasen; leeftijdsgroepen en individuele verschillen:
- Prenatale periode (conceptie – geboorte)
- Babytijd (geboorte - 2 jaar)
- Peuter- en kleutertijd (2-6 jaar)
- Lagere schooltijd (6-12 jaar)
- Adolescentie (12- 20 jaar) start puberteit. Staat vast!
- Volwassenheid (20-60 jaar)
- Oudere volwassenheid of ouderdom (> 60 jaar)
De grens tussen periodes is biologisch bepaald leeftijden kunnen verschillen in
ontwikkelingsfasen. We spreken over gemiddelden.
Ontwikkelingspsychologie= algemene veranderingen en gedragsorganisaties die
iedereen doormaakt bij het ouder worden.
De ontwikkeling wordt als normatief (normaal, typisch) gegeven.
Bv. meeste kinderen spreken eerste echte woord rond 10mnd – 1,5j. Elk kind heeft eigen tempo
Individuele ontwikkeling: individuele variatie rond het normatieve verloop van de
ontwikkeling.
Bij baby’s ontwikkeling gaat algemeen gelijk op, wordt groot deel genetisch beïnvloedt.
, Hoe ouder je wordt, hoe meer omgevingsfactoren een rol gaan spelen ontstaan
van meer variatie en individuele verschillen. 80 jaar oud zijn, veel meegemaakt
hebben en dus andere ontwikkelingen door omgevingen.
Elk kind is uniek.
1.1.2 INVLOEDEN OP DE ONTWIKKELING: ONTWIKKELEN IN EEN SOCIALE
WERELD
Cohort= een groep mensen die in een bepaalde periode leven en daardoor voor een deel
gelijke ervaringen opdoen.
Leden van hetzelfde cohort delen sommige omgevingsfactoren
(bv. economische toestand, epidemieën, oorlogen,…) Gen Z of millenials, …
Sociaal-historische gebeurtenissen hebben invloed op de cohort (corona, …)
Naast het cohort waartoe iemand behoort, zijn er natuurlijk nog vele andere factoren of
gebeurtenissen die de ontwikkeling mede bepalen.
Normatieve en niet normatieve gebeurtenissen:
Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen
binnen een groep op dezelfde manier voltrekken (historische gebeurtenissen,
leeftijdsgebonden gebeurtenissen, lockdown)
Deze zaken hebben invloed op mensen hun ontwikkeling
1. Normatieve historisch bepaalde invloeden / cohorteffecten
Bv: corona, 9/11, atoombommen, aanslagen, …
2. Leeftijdsgebonden invloeden: biologische en omgevingsinvloeden gelijk voor
mensen in bepaalde leeftijdsgroep, ‘ongeacht’ wanneer of waar ze opgroeien
Bv: puberteit, menopauze, start schoolcarrière
3. Normatieve sociaal-cultureel bepaalde invloeden
Bv. Etnische afkomst, sociale klasse, subcultuur, Joden in Antwerpen
Gevolg we gaan ons conformeren aan de groep, we willen er bij horen, we
passen ons aan, aan de groep
4. Niet-normatieve gebeurtenissen
Atypische gebeurtenissen op tijdstip dat dit meeste anderen uit die groep niet
overkomt Bv. mensen met trauma’s, als kind opgegroeid
zijn in getuigen van jehova maar eruit stappen, …
, 1.2.3 VRAAGSTUKKEN BIJ THEMA’S VAN DE
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
1. CONTINUE VS DISCONTINUE VERANDERING
Continue verandering
= geleidelijke kwantitatieve ontwikkeling, waarbij prestaties op een bepaald niveau
voortvloeien uit op de vorige niveaus
Bv. Lengtegroei, toename hersencapaciteit, leren lezen, als baby eerst kruipen en daarna leren
stappen
- Geleidelijke, kwantitatieve verbetering, een toename in hoeveelheid
- Onderliggende processen blijven gehele levensduur gelijk (je lengtegroei wordt
altijd door hetzelfde aangestuurd)
Discontinue verandering
= ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en waarbij elk stadium gedrag
oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia
Bv. een baby praat nog niet, opeens is er een moment dat die een woordje kan zeggen. Ineens
zindelijk zijn
- Kwalitatieve verandering
- Abrupt, in sprongen
- Verschil van stadia tot stadia
Bv. Peuter die niet meer in bed plast wanneer het door rijping zijn blaas kan beheersen
Cognitieve ontwikkeling: Piaget: het denken van een lagere schoolkind is totaal anders
dan dat van een kleuter
Geen kwestie van of-of: sommige ontwikkelingsvormen neigen meer naar de continue
kant, terwijl andere meer naar de discontinue kant neigen. Beide soorten
ontwikkeling bestaan naast elkaar.
Niet OF maar vaak EN EN